Relevante onderwerpen

Lees ook

  • Op deze foto staan vier personen. De meest linker persoon is een vrouw met blond lang haar en een bril op. Van haar zie je alleen het achterhoofd. Rechts van deze vrouw staat een man met donker haar en een bril, hij kijkt naar rechts. Hij draagt een overhemd met strepen met daarover heen een groene trui. In het midden, met zijn gezicht naar de camera toe. Hij heeft krullend rossig haar en een snor en baard. Hij draagt een geruit overhemd. Deze man is hartelijk aan het lachen. Tegenover deze man (rechts) staat een vrouw met donker krullend haar die mee lacht. Van haar zie je alleen haar achterhoofd. Zij draagt een wit-beige blouse. Op de achtergrond zie je een raam maar je kan niet naar buiten kijken want dit is uit focus.

    Teamcultuur én reputatie schoolleider trekt personeel aan

    Waarom kiezen onderwijsprofessionals voor een bepaalde school? Volgens schoolleiders ligt het antwoord vooral in de cultuur van de organisatie. Maar liefst 84 procent noemt teamcultuur en sfeer als belangrijkste factor voor het aantrekken en behouden van personeel. Schoolleiders spreken over de aantrekkingskracht van een stabiel, professioneel en samenwerkend team, een goede sfeer en een lerende houding. Dat blijkt uit de AVS formatiepeiling van juni 2026 die door 375 schoolleiders werd...

  • Een persoon in een pak leunt ontspannen achterover op een groene opwaartse pijl terwijl hij droomt van een raket tegen een blauwe lucht met wolken.

    Personeelstekort daalt in het onderwijs

    De personeelstekorten in het primair onderwijs nemen af. Maar wie denkt dat daarmee de arbeidsmarktproblemen zijn opgelost, kijkt te kort vooruit. De komende jaren ontstaat tijdelijk meer ruimte, terwijl vanaf 2030 de tekorten naar verwachting weer toenemen. Dat blijkt uit de Arbeidsmarktanalyse Primair Onderwijs 2026 van het Arbeidsmarktplatform PO. AVS werkte mee aan de analyse. We zetten daarom voor je op rijtje wat je als schoolleider nu al kunt doen om de jaren van ruimte optimaal te...

  • Foto van een rechterhand die een puzzel omhoog houdt in de vorm van een simpel poppetje. Het poppetje bestaat uit twaalf puzzelstukjes en mist schijnbaar nog één stukje. Dat laatste stukje bevindt zich in de linkerhand. Op de achtergrond zie je blauwe lucht met wat wolken.

    Formatie 2026: meer puzzelen, minder ruimte

    De formatie voor het nieuwe schooljaar rond krijgen blijft voor veel schoolleiders een puzzel. In juni 2026 gaf 58 procent van de schoolleiders aan dat de formatie voor het nieuwe schooljaar rond was. Dat klinkt positief, maar vorig jaar lag dat percentage om deze tijd nog op 69 procent. Dat blijkt uit de AVS-peiling van afgelopen juni onder 375 schoolleiders. Hoewel er signalen zijn dat de arbeidsmarkt op sommige plekken wat ontspant, lukt het minder schoolleiders dan vorig jaar om alle...

Al het nieuws over arbeidsmarkt

Veelgestelde vragen: Vragen

  • Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen: doel?

    De voorschriften voor de Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen vind je in artikel 6.10 CAO PO.

    Doel

    De bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage is bedoeld om het werk op scholen met een groter risico op onderwijsachterstanden aantrekkelijker te maken en om op die manier (het herstel van) kansengelijkheid te bevorderen.

    De bekostiging wordt geregeld in de Regeling bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage 2026. Het is een extra beloning voor al het personeel op de vestigingen waarvoor het schoolbestuur de extra bekostiging arbeidsmarkttoelage ontvangt. Op de website van DUO is op te zoeken welke vestigingen dit zijn. Voor meer informatie en een link naar DUO: kijk op de website van de PO Raad.

    Het is niet de bedoeling dat de middelen gaan naar personeel op vestigingen waarvoor OCW géén extra bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage heeft toegekend of naar andere doelen!

  • Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen

    De voormalige arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is inmiddels opgenomen in de CAO PO als Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen en in de CAO VO als Arbeidsmarkttoelage scholen met relatief veel kwetsbare leerlingen. De regels zijn vooralsnog dezelfde als de regels die golden voor de arbeidsmarkttoelage NPO. Zie CAO PO artikel 6.10 en CAO VO artikel 3.10.

    Hoe wordt ervoor gezorgd dat het geld echt bij de medewerkers terechtkomt?

    Personeelsleden kunnen op de website van DUO zien of extra bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage is toegekend aan de vestiging waar hij/zij werkzaam is. De PGMR (primair onderwijs) en de PMR (voortgezet onderwijs) moeten vervolgens instemmen met de hoogte van de arbeidsmarkttoelage binnen het bestuur. De medezeggenschapsraad moet het niet laten gebeuren dat deze extra middelen ergens anders terecht komen!

    Voor meer informatie over de Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen, kun je terecht op de website van de PO-Raad. Je kunt ook de AVS Helpdesk bellen (alleen voor leden).

    De Regeling aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage 2025 loopt af op 1 januari 2030 (zie artikel 8 lid 2 van de regeling).

  • Waar moet ik als zelfstandige interim-schoolleider aan voldoen?

    Als je de ambitie hebt om als zelfstandig interim-schoolleider of als zelfstandig onderwijsadviseur aan de slag te gaan, dan ben je een ondernemer en heb je daarmee een bedrijf. We leggen hieronder uit waar je op moet letten.

    Vereisten

    Een eerste vereiste is dat je je inschrijft bij de Kamer van Koophandel. Heb je een klus gevonden? Voordat je aan je opdracht begint, check je bij de Belastingdienst of zij de voorgenomen arbeidsrelatie niet beoordelen als schijnzelfstandigheid.

    Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties

    Formeel is op 1 mei 2016 de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) in werking getreden, maar er is de voorbije jaren amper gehandhaafd. Vanaf 2025 verandert dat en kijkt de Belastingdienst of er geen sprake is van schijnzelfstandigheid. Vindt de Belastingdienst dat je als schijnzelfstandige werkt en eigenlijk in loondienst hoort te zijn? Dan kan de Belastingdienst vanaf 2025 een naheffing opleggen. Je opdrachtgever kan eveneens met naheffingen geconfronteerd worden, en vanaf 2026 worden er ook boetes uitgedeeld als blijkt dat de wet is overtreden.

    Ga je dus als zelfstandig ondernemend interim-schoolleider een contract aan met een opdrachtgever, kijk dan samen naar jullie arbeidsverhouding. Aan het werken als zelfstandige is een aantal voorwaarden verbonden. Als je daar niet aan voldoet, bestaat de kans dat de belastingdienst concludeert dat er sprake is van schijnzelfstandigheid!

    Op de website van de Raad voor Interim Management vind je actuele informatie over de Wet DBA (en andere onderwerpen met betrekking tot interim management).

    Webmodule beoordeling arbeidsrelatie

    De regels over inhuur van zzp’ers zijn voor veel opdrachtgevers onduidelijk. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft daarom een webmodule laten maken die kan helpen het karakter van de arbeidsrelatie te bepalen. De webmodule beoordeling arbeidsrelatie is een online vragenlijst die een indicatie geeft of een opdracht buiten dienstbetrekking kan worden uitgevoerd, of niet.

    Ook op de website van de Belastingdienst vind je meer informatie.

    Modelovereenkomsten

    De Belastingdienst publiceert op zijn website modelovereenkomsten die je kunt gebruiken om buiten de loonbelasting te blijven. Het is niet verplicht om een modelovereenkomst te gebruiken. Een zelf opgestelde overeenkomst kun je eventueel eerst aan de Belastingdienst voorleggen.

    AVS en interim schoolleiders

    AVS gunt in de eerste plaats ieder schoolteam een eigen schoolleider, maar in sommige gevallen (zeker nu er sprake is van een ernstig schoolleiderstekort) kan een interim-schoolleider een noodzakelijke, tijdelijke oplossing zijn. Als interim-schoolleider kun je op verschillende manieren aan opdrachten komen. AVS kan jou en je mogelijke opdrachtgever daarbij helpen. AVS heeft namelijk voor dit doel een platform ingericht en via deze link kun je (contact)informatie vinden en jezelf aanmelden. Via de ‘interim-vindplaats’ brengt AVS vraag en aanbod van interimmers bij elkaar!

  • Arbeidsmarkttoelage NPO: met welk medezeggenschapsorgaan in het primair onderwijs wordt overleg over een arbeidsmarkttoelage gevoerd?

    De arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is inmiddels opgenomen in de CAO PO als Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen. De regels zijn vooralsnog dezelfde als de regels die golden voor de arbeidsmarkttoelage NPO. Zie CAO PO artikel 6.10a.

    In het primair onderwijs voert het schoolbestuur dit overleg met het personeelsdeel van de gemeenschappelijke medezeggenschap (PGMR). Dit is zo geregeld in de CAO PO, artikel 6.10 lid 5.

  • Arbeidsmarkttoelage NPO: met welk medezeggenschapsorgaan in het voortgezet onderwijs wordt overleg gevoerd over de arbeidsmarkttoelage?

    De arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is inmiddels opgenomen in de CAO VO als Arbeidsmarkttoelage scholen met relatief veel kwetsbare leerlingen. De regels zijn vooralsnog dezelfde als de regels die golden voor de arbeidsmarkttoelage NPO. Zie CAO VO artikel 3.11.

    In het voortgezet onderwijs voert het bestuur overleg met de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad (PMR), op grond van artikel 12, eerste lid, onderdeel g, van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). Als binnen je schoolbestuur meerdere vestigingen voor voortgezet onderwijs in aanmerking komen voor de toelage, kan het zijn dat de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (PGMR) bevoegd is. Het bestuur betrekt de PGMR als er sprake is van een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang voor alle scholen of een meerderheid van de scholen (artikel 16, eerste lid WMS). Wanneer dat in het voortgezet onderwijs het geval is, hangt af van de specifieke situatie binnen het schoolbestuur.

  • Arbeidsmarkttoelage onderwijsachterstanden: welk personeel heeft recht op deze arbeidsmarkttoelage?

    De arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is inmiddels opgenomen in de CAO PO als Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen en in de CAO VO als Arbeidsmarkttoelage scholen met relatief veel kwetsbare leerlingen. De regels zijn vooralsnog dezelfde als de regels die golden voor de arbeidsmarkttoelage NPO. Zie CAO PO artikel 6.10a en CAO VO artikel 3.11.

    Het schoolbestuur krijgt voor personeel op vestigingen met het grootste risico op onderwijsachterstanden extra bekostiging voor een arbeidsmarkttoelage. Dit doet het meeste recht aan het doel om de kansengelijkheid te bevorderen. Klik hier voor de Regeling aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage 2025.

    De basis voor de verdeling is de relatieve achterstandsscore of het relatief hoogste aantal CUMI-leerlingen per vestiging. Deze indicatoren worden al gebruikt voor het verdelen van het geld voor onderwijsachterstanden. Scholen met een groter risico op onderwijsachterstanden krijgen namelijk meer geld, zowel binnen de reguliere bekostiging als binnen het NP Onderwijs.

    In alle schoolsoorten wordt voor 15% van de vestigingen bekostiging ontvangen voor een arbeidsmarkttoelage. Dit geldt dus voor zowel het regulier onderwijs als het speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs.

    Niet voor alle vestigingen (met een risico op onderwijsachterstanden) is er recht op bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage, maar uitsluitend voor de 15% vestigingen met het grootste risico op onderwijsachterstanden. Het verdelen van de middelen over een groter aantal vestigingen zou leiden tot een lagere toelage wat het lastiger zou maken om het doel van de arbeidsmarkttoelage te realiseren. Daarom is de keuze gemaakt voor een arbeidsmarkttoelage op vestigingen met een groter risico op onderwijsachterstanden, om in te zetten op herstel van kansengelijkheid voor alle leerlingen.

  • Wanneer is een leraar vakbekwaam?

    Regelmatig komen er bij de helpdesk vragen over de bekwaamheidseisen van het onderwijspersoneel. Het ministerie van onderwijs heeft in 2017 de bekwaamheidseisen onderwijspersoneel vastgesteld en heeft ze in 2022 aangepast en opnieuw vastgelegd in het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel (nieuwe versie). Deze bekwaamheidseisen vervangen de eisen uit 2006.

    In dit besluit zijn de eisen vastgelegd met betrekking tot de competenties. Ze gelden voor alle leraren in het primair en voortgezet onderwijs (po en vo) als ook voor docenten op het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Ze beschrijven wat leraren minimaal moeten weten en kunnen. De eisen zijn opgesteld door lerarencommissies en beschrijven wat ervoor nodig is om leraar te zijn. Ze dienen als ijkpunten voor de opleiding en bekwaamheidsonderhoud van leraren. De competenties zijn ondergebracht in de drie hoofdthema’s: vakinhoudelijk, vakdidactisch en pedagogisch. Daaronder worden de bekwaamheden beschreven: algemeen, kunde en kennis.

    Naast de algemene bekwaamheden staan er specifieke aanvullingen in voor bijvoorbeeld leraar primair onderwijs en de leraar voortgezet onderwijs, en voor de docent in het beroepsgericht onderwijs. De pedagogische en vakdidactische bekwaamheidseisen gelden tevens voor leraren godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs (gvo en hvo). Voor die laatsten geldt een overgangsrecht. Docenten die vóór de inwerkingtreding van het besluit in 2017 al waren benoemd als leraar gvo/hvo, worden aangemerkt als vakbekwaam. Zij moeten die bekwaamheid wel onderhouden. Voor leraren gvo/hvo die na het ingaan van het besluit zijn benoemd, geldt dat zij uiterlijk in augustus 2022 dienden te voldoen aan de bekwaamheidseisen.

    Bij de werving van nieuw personeel mogen scholen alleen leraren benoemen die aan de nieuwe bekwaamheidseisen voldoen. Naast deze eisen mag de school nog aanvullende eisen stellen (bijvoorbeeld een montessoridiploma). Leraren die niet aan alle eisen voldoen, moeten de gelegenheid krijgen om deze aan te leren. De school maakt hierover afspraken met de leraar.

    Lerarentekort: welke oplossingen zijn toegestaan?

    Op de meeste basisscholen en scholen voor speciaal (basis)onderwijs lukt het steeds moeilijker om de vaste formatie rond te krijgen. De rek is eruit. Dit levert ook veel problemen op als er onverwachts leraren uitvallen. Schoolleiders en besturen zijn dagelijks op zoek naar oplossingen.

    Dat leidt steeds vaker tot vragen – ook aan de AVS Helpdesk – over welke oplossingen toegestaan zijn. Om antwoord te geven op veelgestelde vragen en om handvatten te bieden, hebben het ministerie van OCW en de Inspectie een handreiking opgesteld. De Handreiking Lerarentekort primair onderwijs (te downloaden via onderstaande link) biedt niet de oplossing voor het lerarentekort. Het is voor schoolleiders en besturen in het primair onderwijs een hulpmiddel bij het maken van keuzes als de nood hoog is en er tijdelijke maatregelen moeten worden genomen. Daarbij zoeken scholen altijd eerst naar oplossingen binnen de wet. De veiligheid van leerlingen, personeel en de kwaliteit van het onderwijs zijn daarbij het uitgangspunt.

    Meer weten?
    • Download: Handreiking Lerarentekort primair onderwijs
    • Eisen aan bekwaamheid: Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel 2022

    Interessant?
    Dit artikel stond in KADER , het vakblad voor schoolleiders, dat AVS-leden exclusief ontvangen. Wil jij KADER ook op de deurmat hebben? Word lid of abonnee, ontvang voortaan een kersvers exemplaar in de brievenbus en versterk de positie van schoolleiders.

  • Hoe houden we onze mensen duurzaam inzetbaar?

    Het Arbeidsmarktplatform PO (AP-PO) en het Vervangingsfonds/Participatiefonds (VfPf) onderzochten in het kader van de Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden (MDIEU) hoe medewerkers in het onderwijs aankijken tegen enerzijds langer doorwerken en anderzijds eerder stoppen met werken, en reiken ideeën aan hoe je daar in de praktijk beter handen en voeten aan kunt geven.

    De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in de Factsheet sectoranalyse duurzame inzetbaarheid primair onderwijs (december 2021). Deze factsheet is nog steeds zeer actueel! Een goede invulling van het thema duurzame inzetbaarheid, zowel in de CAO PO als in het personeelsbeleid op organisatieniveau, is in tijden van structurele personeelstekorten van groot belang. Leidend is de vraag: “Hoe behouden we onze medewerkers zo lang en zo gezond mogelijk voor het onderwijs?”

    Nota bene. Met ingang van de CAO PO 2024-2025 zijn de budgetten voor professionalisering en duurzame inzetbaarheid samengevoegd tot het zogenaamde PDI-budget (hoofdstuk 9 CAO PO). Doelen van de samenvoeging zijn onder meer
    1) meer aandacht voor duurzame inzetbaarheid en
    2) grotere verantwoordelijkheid bij en flexibiliteit voor de medewerkers.

    Download: Factsheet-Sectoranalyse-Duurzame-inzetbaarheid-primair-onderwijs-Arbeidsmarktplatform-PO