Bij de AVS Helpdesk komen veel vragen binnen.

Hieronder vind je de veelgestelde vragen.

Veelgestelde vragen

Kennisbank

Waar kan ik de meest recente coronaprotocollen vinden? De meest recente corona protocollen vind je op deze pagina
Waar kan ik de gezondheidscheck voor het onderwijs vinden? De gezondheidscheck is te vinden op https://www.rivm.nl/sites/default/files/2020-08/Gezondheidscheck.pdf
Welke rol heeft de MR bij besluiten over onderwijs in de school? In crisissituaties vraag je van alle betrokken veel.  De (G)MR houdt zich aan de bepalingen, die gesteld worden in de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). De WMS is niet aangepast aan de coronamaatregelen, maar je mag wel enige flexibiliteit aan de leden van de (G)MR vragen. Als de (G)MR dit niet wil dan is het helaas zo. Welke rol heeft de (G)MR in tijden van crisis? Het medezeggenschapswerk ligt zeker niet stil. Het is juist verstandig om de (G)MR te blijven betrekken bij besluiten. Zo bundel je de krachten en kom je tot de beste oplossingen die op draagvlak kunnen rekenen. Dat is van belang, zeker als het lastige besluiten betreft. Bij een crisis van deze omvang is het van belang samen zo veel mogelijk op te trekken. Het komt aan op infomeren en communiceren. Maar overheidsmaatregelen vereisen soms zodanige spoed dat het niet altijd haalbaar is om eerst met de (P)(G)MR overleg te plegen. Maatregelen vanuit RIVM en/of regering genieten te allen tijde voorrang. Achteraf over maatregelen en gevolgen voor beleid informeren is dan de taak van de overlegpartner. Stel je als overlegpartner* de vraag: is dit een noodmaatregel of is dit beleid? Het is duidelijke dat de snel veranderende omstandigheden in de bestrijding van het virus soms snelle besluitvorming noodzakelijk maakt. Het is van belang om de medezeggenschapsraad goed mee te nemen opdat zij het besluitvormingsproces kritisch kunnen volgen. Als overlegpartner kun je denken aan de volgende zaken: – Bespreek soepel om te gaan met termijnen. Bewaak daarbij de balans tussen snelheid en zorgvuldigheid. Spreek af hoe de (G)MR bij de besluitvorming betrokken wordt. Betrek (de voorzitter van) de (G)MR zoveel mogelijk bij de interne discussies die worden gevoerd en bij beslissingen die genomen worden. In de WMS staan verschillende artikelen waarop de (G)MR zich kan beroepen: Het belangrijkste artikel is artikel 10.1.e,een instemmingsrecht van de hele (G)MR op de regelingen op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn. Ook artikel 11.1.f, een adviesrecht voor de hele MR over de organisatie van de school, speelt hier een rol. Bij het vormgeven van het thuisonderwijs komt het beleid rondom de voorzieningen voor leerlingen in beeld. In het primair onderwijs is dat een instemmingsbevoegdheid van de oudergeleding (artikel 13.1.d). Ook kan om organisatorische redenen afwijkingen van het vastgestelde vakantierooster nodig zijn. Het is een adviesbevoegdheid van de (G)MR (artikel 11 l, regeling van de vakantie).
Wat is het Servicedocument funderend onderwijs? Het Servicedocument funderend onderwijs geeft antwoord op vragen rondom de huidige situatie van het coronavirus, gebaseerd op de bestaande wet- en regelgeving, inclusief de coronamaatregelen vanuit het kabinet en de RIVM-richtlijnen. Het ministerie van OCW bundelt de laatste stand van zaken van de landelijke maatregelen voor het funderend onderwijs in dit servicedocument. Het is nadrukkelijk geen vervanging maar een aanvulling op de diverse protocollen en richtlijnen. In het servicedocument wordt dan ook waar nodig naar diverse protocollen verwezen. Download Het Servicedocument, versie 12 oktober 2020
Hoe is de bekostiging van het personeel PO geregeld? De Tweede regeling bekostiging personeel PO 2020–2021 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2020–2021 geven aan welke bedragen beschikbaar zijn voor de bekostiging van het personeel.

Downloads

Hoe is de verlofopbouw bij ouderschapsverlof geregeld? Medewerkers bouwen vakantieverlof op over de uren dat zij loon ontvangen, zie artikel 7:634 lid 2 Burgerlijk Wetboek. Over de uren betaald ouderschapsverlof wordt dus vakantieverlof opgebouwd. Over uren onbetaald ouderschapsverlof niet; Ouderschapsverlof kan niet samenvallen met vakantieverlof, zie artikel 6:7 Wet arbeid en zorg; Het schoolbestuur moet dus kiezen wat zij doet tijdens vakanties. Ofwel er wordt volledig vakantieverlof genoten en het ouderschapsverlof wordt doorgeschoven, of het ouderschapsverlof loopt tijdens de vakantie door, maar dan wordt er voor die dag geen vakantieverlof afschreven. De niet genoten uren vakantieverlof mogen later nog worden opgenomen; Het later opnemen van vakantieverlof gebeurt volgens de standaardregel uit de CAO PO, artikel 8.1 lid 2. Vakantieverlof wordt opgenomen tijdens de schoolvakanties, tenzij het niet anders kan.
Hoe ziet de Regeling programma’s van eisen materiële instandhouding PO 2021 er uit? Op 8 oktober 2020 is de Regeling vaststelling programma’s van eisen basisonderwijs en (v)so en bekostiging materiële instandhouding samenwerkingsverbanden PO en VO 2021 gepubliceerd. Download
Waarom is er een meldpunt schoolsluiting? Het ministerie van OCW en het onderwijsveld hebben afgesproken om tijdelijke schoolsluiting in het primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs vanwege het coronavirus landelijk te registreren. Hiervoor is per 15 oktober een meldpunt ingericht binnen het Internet Schooldossier op de website van de Inspectie van het Onderwijs. Het registreren kost hooguit een paar minuten tijd. De informatie is erg belangrijk om zicht te houden op de continuïteit van onderwijs en waar nodig bij te sturen. Schoolbesturen geven een melding wanneer een hele school of vestiging tijdelijk sluit. Ook schoolbesturen waarvan er sinds de start van het schooljaar 2020/2021 scholen of vestigingen gesloten zijn (geweest) vanwege het coronavirus, worden opgeroepen dit alsnog in het Internet Schooldossier te melden. Waarom is dit meldpunt van belang? Ook in deze tijd van corona blijft het onverminderd van belang dat kinderen op school onderwijs krijgen. Scholen werken er hard aan om goed onderwijs te blijven bieden. Er kunnen echter situaties ontstaan waarin het tijdelijk niet meer mogelijk is om de school open te houden en fysiek onderwijs te geven. Het meldpunt is bedoeld om te registeren welke scholen tijdelijk sluiten als gevolg van het coronavirus. De registratie is belangrijk om samen zicht te houden op de continuïteit van het onderwijs. Na de melding neemt de inspectie (waar nodig) contact op met het bestuur of de school om de tijdelijke oplossingen voor de continuïteit van het onderwijs en vooruitzichten te bespreken. In het kort wordt het volgende van schoolbesturen gevraagd:
  1. Meld als een school of vestiging vanwege corona tijdelijk moet sluiten (peildatum vanaf start schooljaar 2020/2021);
  2. Geef daarbij aan welke maatregelen zijn/worden genomen om het onderwijs te continueren;
  3. Meld actief als de school of vestiging weer opengaat.
Peilingsonderzoek Naast het meldpunt wordt er aanvullend peilingsonderzoek gedaan naar de gevolgen van het coronavirus voor het onderwijs. Dit onderzoek vindt maandelijks plaats en wordt uitgevraagd onder de scholen. Met de informatie uit het meldpunt en peilingsonderzoek wordt een maandelijkse rapportage opgesteld die openbaar beschikbaar komt. De rapportage geeft een beeld op regionaal niveau en is niet terug te leiden tot individuele scholen of vestigingen. De rapportages geven informatie om, waar nodig, beleid te maken, bijvoorbeeld om leerachterstanden te voorkomen. Meer informatie Voor informatie over onderwijs op afstand kunnen schoolbesturen terecht op de website www.lesopafstand.nl en voor vragen bij het bijbehorende loket. Voor vragen over de website Internet Schooldossier of het meldingsformulier kunnen schoolbesturen contact opnemen met de Inspectie van het Onderwijs.

Links

Wat is er geregeld op het gebied van sponsoring? Het in 2019 verlopen sponsorconvenant is na een uitgebreide evaluatie in september 2020 vernieuwd. De geüpdatete afspraken zijn een handreiking om scholen te helpen bij het nemen van zorgvuldige en transparante beslissingen over het aangaan van sponsorovereenkomsten. In het Sponsorconvenant 2020 – 2022 zijn enkele spelregels geformuleerd die scholen helpen om sponsorovereenkomsten op een zo positief mogelijke manier in te zetten. Belangrijke uitgangspunten bij sponsoring in het onderwijs:
  • de samenwerking mag de ontwikkeling van kinderen niet schaden;
  • de onderwijsinhoud mag niet worden beïnvloed;
  • het uitvoeren van de kernactiviteiten van de school mag niet afhankelijk van sponsoring worden;
  • de medezeggenschapraad moet ingestemd hebben met de sponsorovereenkomst. Dit is ook geregeld bij wet.
Voor het Sponsorconvenant is ook een handige factsheet gemaakt (zie downloads).

Downloads

 
Welke normen gebruikt de inspectie voor gebroken schoolweken? De inspectie hanteert bij het toetsen van de onderwijstijd de voorschriften van artikel 8 lid 9 WPO. Daarnaast is er de regeling vaststelling schoolvakanties 2019-2022. Artikel 8, lid 9, WPO luidt als volgt: 9. Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat: a. de leerlingen in beginsel binnen een tijdvak van 8 aaneensluitende schooljaren de school kunnen doorlopen; b. de leerlingen in 8 schooljaren ten minste 7.520 uren onderwijs ontvangen, met dien verstande dat:
  • 1°. de leerlingen in de eerste 4 schooljaren ten minste 3.520 uren onderwijs en in de laatste 4 schooljaren ten minste 3.760 uren onderwijs ontvangen, en
  • 2°. aan de leerlingen in de laatste 6 schooljaren ten hoogste 7 weken van het schooljaar 4 dagen per week onderwijs wordt gegeven, die evenwichtig zijn verdeeld over het schooljaar, bij een schoolweek van in beginsel niet minder dan 5 dagen onderwijs; en
c. de onderwijsactiviteiten evenwichtig over de dag worden verdeeld, tenzij afwijking van deze verdeling van belang is in verband met activiteiten in het kader van het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden.
Is er een handreiking over besmetting met COVID-19 beschikbaar? Er is een handreiking “Wat te doen als bij een leerling of collega op school een besmetting met COVID-19 is vastgesteld?” in de vorm van een infographic beschikbaar. In de infographic staat welke stappen ondernomen moeten worden als een leerling of een collega op school met COVID-19 besmet is geraakt. Wat te doen als bij een leerling of collega op school een besmetting met COVID-19 is vastgesteld?
Wat is het advies met betrekking tot mondkapjes? Met ingang van maandag 5 oktober 2020 wordt het gebruik van mondneusmaskers binnen het schoolgebouw in het voortgezet (speciaal) onderwijs dringend geadviseerd in situaties waar de afstand van 1,5 meter tussen leerling en onderwijspersoneel niet toe te passen of te handhaven is, zoals op gangen en in aula’s. Dat hebben de ministers Van Engelshoven en Slob met de onderwijssector afgesproken. Download de poster Zie ook: Vanaf 5 oktober dringend advies mondneusmaskers in v(s)o
Vanaf wanneer kunnen leraren getest worden op besmetting? Vanaf 21 september 2020 kan onderwijspersoneel in het primair en voorgezet onderwijs – na toestemming van de schoolleider – toegang krijgen tot de voorrangsprocedure voor het testen op Covid-19 bij de GGD. De voorrangsprocedure is uitsluitend bedoeld voor het zo veel mogelijk voorkomen van uitval van onderwijstijd, zodat de continuïteit van het primair proces niet in gevaar komt. De schoolleider bepaalt wie er voor de voorrangsprocedure in aanmerking komt. Het is de taak van de schoolleider om een integere afweging maken. Als de voorrangsprocedure vol loopt met niet-spoedeisende testen, kan de snelle doorlooptijd niet meer gerealiseerd worden. De voorrangsprocedure is alleen geoorloofd als de continuïteit van het primair proces in gevaar is. Dat wil zeggen dat er sprake van niet op te vangen lesuitval en/of dat een klas naar huis moet worden gestuurd. De voorrangsprocedure werkt als volgt:
  • De medewerker meldt zich bij de schoolleider als zij/hij corona-gerelateerde klachten heeft;
  • De schoolleider kijkt of zij/hij in aanmerking komt voor de voorrangsprocedure, hiertoe komt een afwegingskader beschikbaar.
Afspraken met de GGD kunnen voor deze procedure alleen via een speciaal telefoonnummer gemaakt worden. Dit telefoonnummer is bij de schoolleider bekend.
Hoe moet er omgegaan worden met kinderen die vier jaar worden en nieuw op school komen of nog moeten “wennen”? Leerlingen van 4 jaar zijn nog niet leerplichtig, maar hebben wel recht op onderwijs. Als een ouder twijfelt over een soepele start in deze omstandigheid, dan kan de ouder ervoor kiezen om de schoolstart uit te stellen. Dat kan in sommige situaties (voor sommige leerlingen) wenselijk zijn, maar dat hoeft niet. Overleg met de betreffende leerkracht kan deze zorg wellicht wegnemen.
Mogen scholen vierjarigen weigeren om naar de basisschool te komen “omdat ze niet leerplichtig zijn”? Leerlingen van 4 jaar zijn nog niet leerplichtig, maar hebben wel recht op onderwijs. De leerplicht begint bij 5 jaar. Scholen mogen leerlingen niet weigeren, omdat ze nog niet leerplichtig zijn.
Mogen we als school een leerling weigeren als deze leerling in een risicogebied (code rood of oranje) op vakantie is geweest? Het advies is de richtlijnen op te volgen en uit te dragen naar de ouders. Leerlingen die ouder zijn dan 12 jaar worden dringend geadviseerd in thuisquarantaine te gaan voor 10 dagen. Op basis van haar zorgplicht voor de veiligheid op school mag een school personen boven de 12 jaar wegsturen die dit advies niet in acht nemen.
Hoe ga je om met leerlingen die zijn teruggekeerd uit een land of gebied met code oranje of rood? Wie terugkomt uit een oranje of rood land wordt dringend geadviseerd 10 dagen in quarantaine te gaan. De quarantaine geldt ook voor kinderen van boven de 12 jaar. Omdat kinderen van 4 tot en met 12 jaar nauwelijks een rol spelen bij besmetting met het coronavirus, geldt voor hen de uitzondering dat zij wel naar school mogen en aan sportactiviteiten mogen deelnemen. Als ouders van kinderen boven de 12 jaar naar oranje of rode landen op vakantie gaan, is het hun eigen verantwoordelijkheid om 10 dagen voor het begin van de school terug te zijn. Op basis van haar zorgplicht voor de veiligheid op school mag een school personen wegsturen die het thuisquarantaine-advies niet in acht nemen. De school hoeft geen verzuimmelding te doen voor leerlingen die, vanwege het dringende thuisquarantaine advies, direct na de zomervakantie niet naar school kunnen. Het belang van de volksgezondheid is hierbij doorslaggevend. De school hoeft ook geen verzuimmelding te doen voor kinderen die (met of zonder hun ouders) naar een land reizen waarbij bij thuiskomst dringend geadviseerd wordt in quarantaine te gaan. Scholen worden opgeroepen om zoveel als mogelijk met ouders en kinderen te overleggen over de mogelijkheden om kinderen in thuisquarantaine afstandsonderwijs te geven.
Hoe ga je ermee om als gezinnen onterecht niet in quarantaine gaan en hun kinderen naar school sturen? Het wordt afgeraden om op vakantie te gaan naar ‘oranje landen’, voor ‘rode landen’ geldt een negatief reisadvies. Ouders die toch terugkomen uit een oranje of rood land worden dringend geadviseerd om 10 dagen in quarantaine te blijven. Zij moeten dus thuis blijven en mogen ook niet op school of op het schoolplein komen. Voor eventueel halen en brengen van kinderen zullen ze anderen moeten vragen.
Is er een handreiking voor het onderwijs? Op onze site zijn de meest recente protocollen te vinden. De protocollen, één voor het basisonderwijs, één voor het speciaal basisonderwijs/speciaal onderwijs en één voor het voortgezet speciaal onderwijs , zijn een handreiking voor de scholen. In deze protocollen wordt ingegaan op een aantal praktische aspecten rondom veiligheid en hygiëne waar rekening mee gehouden kan dan wel moet worden. https://www.avs.nl/artikelen/protocollen-herstart-scholen
Is een schoolbestuur verplicht om ook de 4-jarigen les te geven en op te vangen?
Ondanks dat een 4-jarige leerling niet leerplichtig is, kan deze niet geweigerd worden. Dat betekent dat ook deze leerlingen weer welkom zijn op school. Net als alle andere leerlingen.
Wanneer dienen de nieuwe functiebeschrijvingen in te gaan? In Hoofdstuk 5 van de CAO PO 2019-2020  is bepaald dat iedere functie beschreven moet zijn en opgenomen moet worden in het functiehuis. Het functiehuis heeft de instemming nodig van de personeelsgeleding van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. Voor de directiefuncties en voor de functies van het onderwijsondersteunend personeel is bepaald dat deze voor 1 augustus 2020 geactualiseerd moesten worden. In verband met de coronacrisis is door de sociale partners (PO-Raad en de vakbonden, waaronder de AVS) besloten om voor de actualisering uitstel te verlenen tot uiterlijk 1 november 2020. Voor de directiefuncties zijn vanaf 1 januari 2020 nieuwe salarisschalen van toepassing. Deze zijn uiterlijk per 1 augustus 2020 ingevoerd. Als het gesprek over de actualisering van de functie na 1 augustus 2020 plaatsvindt, dan geldt dat het salaris in de nieuwe schaal met terugwerkende kracht wordt uitgevoerd. Bij het onderwijsondersteunend personeel geldt dat als er door de actualisering een hogere inschaling van toepassing is, het salaris in de nieuwe schaal ook uiterlijk met terugwerkende kracht per 1 augustus 2020 wordt ingevoerd. Is door de actualisering een lagere inschaling van toepassing, dan geldt een salaris- en salarisperspectiefgarantie. Toekomstige salarisverhogingen worden daarin meegenomen. Een en ander wordt vastgelegd in een addendum, behorende bij de arbeidsovereenkomst. De oude salarisschalen voor directiefuncties zijn per 1 augustus 2020 vervallen. Ook is de directietoelage vanaf die datum vervallen, omdat deze is verwerkt in de nieuwe salarisschalen.
Hoe is het (aanvullend) geboorteverlof in de CAO PO 2019-2020 geregeld? Het geboorteverlof valt in drie delen uiteen. Allereerst heeft de partner verlof bij de bevalling van de echtgenote. Na de bevalling van de echtgenote heeft de partner recht op bevallingsverlof voor eenmaal de arbeidsduur per week gedurende een tijdvak van vier weken, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling. Voorbeeld: echtgenote bevalt op 1 juni 2020. De werktijdfactor van de partner is 0,8. Dat komt overeen met 32 uur. Deze 32 uur kan hij/zij in een periode van vier weken na 1 juni 2020 als verlof opnemen. Per 1 juli 2020 heeft de partner bovendien recht op aanvullend verlof, nadat hij/zij het ‘standaard’ geboorteverlof tijdens/na de bevalling heeft opgenomen. Het aanvullend geboorteverlof bedraagt ten hoogste vijf gehele weken, gebaseerd op de arbeidsduur per week. Het dient opgenomen te worden binnen zes maanden, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling. Partners hebben recht op aanvullend geboorteverlof als het kind op of ná 1 juli 2020 geboren wordt. Als zij hiervan gebruik willen maken, moeten zij dit minimaal vier weken van tevoren schriftelijk bij de werkgever kenbaar maken. In alle gevallen geldt dat het salaris voor 100 procent wordt doorbetaald.
Wat gebeurt er met de spaar-bapo? Gespaard bapo-verlof wordt gerespecteerd. Werknemers worden in staat gesteld het gespaarde bapo-verlof onder de oude voorwaarden (met een eigen bijdrage van 35 dan wel 25 %) op te nemen.
Wat houdt het bijzondere budget voor oudere werknemers in? Werknemers hebben vanaf 57 jaar recht op een bijzonder budget van 130 extra uur per jaar (deeltijders naar rato). Indien werknemers na de AOW-gerechtigde leeftijd ervoor kiezen langer door te werken, bestaat er geen recht meer op dit budget.
Waar mag het bijzondere budget voor ouderen aan worden besteed? Voor de 130 extra uren gelden dezelfde bestedingsdoeleinden als voor de overige 40 uur. Ook kunnen de uren voor andere doeleinden in overleg met de werkgever. Senioren mogen het totale budget van 170 uur echter ook inzetten voor verlof. Indien ervoor wordt gekozen het budget in te zetten voor verlof, geldt voor de extra 130 uur een eigen bijdrage van 50 % over het salaris en 40 % voor werknemers in schaal 8 of lager.
Waar mag de regeling duurzame inzetbaarheid voor alle werknemers aan worden besteed? Het budget van 40 uur mag worden ingezet om de duurzame inzetbaarheid te vergroten. Het gaat dan om bijvoorbeeld scholing, studieverlof, mobiliteitsbevorderende maatregelen (zoals stages), coaching, peer review of intervisie. De opsomming is niet limitatief, maar het budget moet wel worden gebruikt om de duurzame inzetbaarheid te vergroten. Het gaat niet om vrij opneembaar verlof.
Hoe zit het met de professionalisering van leerkrachten en schoolleiders in de nieuwe CAO PO? Iedere werknemer is zelf verantwoordelijk voor de eigen professionalisering. Hij of zij maakt jaarlijks afspraken met de leidinggevende over de eigen professionalisering. Deze afspraken worden vastgelegd in een persoonlijk ontwikkelingsplan. Hiervoor is 83 uur op jaarbasis beschikbaar. Facilitering leerkrachten en onderwijsondersteunend personeel Leerkrachten en onderwijsondersteunend personeel hebben recht op twee klokuren per werkweek (deeltijd naar rato) voor hun professionele ontwikkeling. Ook hebben zij recht op 500 euro per jaar (deeltijd naar rato) om invulling te geven aan zijn/haar professionalisering. Voor de jaren 2020 en 2021 is dit bedrag verhoogd naar 600 euro. Facilitering directielid Een directielid heeft, naast de bestaande scholingsbudgetten, recht op een individueel professionaliseringsbudget van 3.000 euro per jaar. Voor de jaren 2020 en 2021 is dit bedrag verhoogd tot 3.100 euro. Dit budget wordt in overleg met de werkgever ingezet in de vorm van studieverlof en/of studiekostenvergoeding. Het budget kan ook worden besteed aan andere professionaliseringsactiviteiten. Het directielid kan het professionaliseringsbudget in overleg met de werkgever gedurende maximaal drie jaar sparen. Is het budget binnen vier jaar niet besteed, dan zal dit worden toegevoegd aan het algemene scholingsbudget. In het jaarlijkse functionerings- en/of beoordelingsgesprek worden de besteding van het scholingsbudget en de opgedane kennis en vaardigheden besproken. Het directielid moet zich inschrijven in het Schoolleidersregister PO (artikel 9.7). De werkgever faciliteert dit door de registratiekosten te vergoeden.
Wat houdt het bijzondere budget voor startende leerkrachten in? Startende leraren (tot schaal L10.4/L11.4/L12.4 en de zij-instromers) krijgen naast hun uren duurzame inzetbaarheid een extra budget van 40 uur per jaar (deeltijders naar rato). Er worden afspraken gemaakt over de inzet van dit budget. Deze uren dienen voor het verlichten van de werkdruk. Het bijzonder budget voor startende leerkrachten kan niet opgespaard worden of ingezet worden voor vrij opneembaar verlof.
Hoe organiseer je de wens van het kabinet om bij quarantaine thuisonderwijs te verzorgen, terwijl er op school weer fulltime les wordt gegeven? Scholen worden opgeroepen om zoveel als mogelijk met ouders en leerlingen te overleggen over de mogelijkheden om kinderen in thuisquarantaine afstandsonderwijs te geven, bijvoorbeeld met behulp van leraren die ook (niet ziek) in quarantaine zitten. Hierbij geldt zo veel mogelijk een pragmatische insteek: wat niet mogelijk is, is niet mogelijk. Aangezien je voor deze groep leerlingen ook geen verzuimmelding hoeft te doen bij de leerplichtambtenaar, zal de onderwijsinspectie met deze groep leerlingen ook soepel omgaan. Het budget ‘Bestrijding achterstanden Corona’ kan hiervoor niet worden aangeboord, omdat dit buiten de subsidieregeling valt.
Corona protocol bij de AVS Het is weer mogelijk om elkaar, met inachtneming van de voorschriften van het RIVM, fysiek te ontmoeten.
De CAO spreekt over de startende leerkracht, wat is de definitie van een startende leraar? Met de startende leraar wordt de leerkracht bedoeld die zijn bevoegdheid heeft behaald, maar minder dan drie jaar werkervaring als leerkracht in het primair onderwijs heeft opgedaan. Het betreft leraren in de salarisschaal L10.1, L11.1, L12.1tot en met salarisschaal L10.3/L11.3/L12.3 en de zij-instromer.
Hoe kan het vakantieverlof berekend en opgenomen worden? In de CAO PO 2019 – 2020 is bepaald, dat de vakantieopbouw plaatsvindt in de periode van 1 oktober tot 1 oktober. Het is voor de werkgever mogelijk om voor een andere periode voor de opbouw te kiezen, bijvoorbeeld van 1 augustus tot 1 augustus. Hiervoor is de instemming nodig van de P(G)MR. Het verlof wordt in de schoolvakantie verleend. Als een werknemer meer uren verlof heeft dan nodig is om alle schoolvakanties verlof te nemen, dan wordt het restant van de verlofuren in overleg op andere momenten opgenomen. Als een werknemer een verlofdag opneemt, wordt de omvang van deze verlofdag bepaald op basis van het aantal ingeroosterde uren voor die dag. De werkgever dient bij opname van vakantie-uren altijd eerst de wettelijke vakantie-uren van het saldo af te schrijven. Het verlof bestaat uit wettelijk vakantieverlof van vier maal de wekelijkse arbeidsduur. De resterende uren zijn bovenwettelijk vakantieverlof. De werknemer bouwt per maand een/twaalfde van de wettelijke en bovenwettelijke vakantie-uren op. Indien de werknemer in een jaar 160 uren vakantieverlof heeft genoten, wordt hij geacht het wettelijk minimum aan vakantiedagen als bedoeld in artikel 7:634 lid 1 BW in dat jaar te hebben genoten. Als er gedurende dat jaar sprake is van samenloop van vakantieverlof en ziekteverlof komen de niet genoten vakantiedagen te vervallen. Indien de werknemer in een jaar door ziekte minder dan 160 uren vakantieverlof heeft genoten, heeft hij recht op (het restant van) het wettelijk minimum aan vakantiedagen als bedoeld in artikel 7:634 lid 1 BW. De werknemer die een deel van het jaar in dienst is bij de werkgever, heeft recht op een evenredig deel van de 428 vakantie-uren. Voor deeltijders gelden de bepalingen in dit artikel naar rato van de omvang van hun dienstverband.
Mag het bijzondere budget voor ouderen worden gespaard? Het totale budget (40 uur duurzame inzetbaarheid + 130 uur bijzonder budget voor oudere werknemers) mag gedurende maximaal 5 jaar worden gespaard. De opname mag nooit meer bedragen dan 340 uur per jaar. Indien er 340 uur per jaar wordt opgenomen, wordt de eigen bijdrage gebaseerd op maximaal 260 uur (dan neem je 2 keer het duurzame inzetbaarheidsbudget van 40 uur tegelijk op).
Hoe hoog is de eigen bijdrage voor de regeling duurzame inzetbaarheid? Voor de 40 uur duurzame inzetbaarheid, deeltijders naar rato, geldt geen eigen bijdrage. Worden deze uren gekoppeld aan het bijzondere budget voor oudere werknemers, 130 uur, deeltijders naar rato, en opgenomen als verlof, dan geldt voor deze uren een eigen bijdrage: 40% voor werknemers van salarisschaal 8 en lager; 50% voor de overige werknemers.
Welke personeelsleden hebben als eerste recht op vacatureruimte? In bijlage IE van de CAO PO 2019 – 2020 treft u de voorrangsbepalingen aan, die zijn vertaald in de benoemingsvolgorde aan, waarin de werkgever zich dient te houden. Deze ziet er als volgt uit: 1. Bij de vraag of er sprake is van vacatureruimte en bij het aanbieden van vacatures hanteert de werkgever de onderstaande volgorde: a. werknemers die voor minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn verklaard door UWV waarbij aanpassing van het dienstverband nodig is; b. werknemers wiens functie in het rddf is geplaatst; c. eigen wachtgelders in de zin van artikel 138 en 139 WPO respectievelijk artikel 132 en 133 WEC (Aftrekposten bekostiging); d. werknemers benoemd voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.1 lid 2; e. werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst ten behoeve van vervanging op grond van artikel 3.1 leden 3 en/of 4; f. deeltijders. 2. De werkgever kan vacatures ook invullen door het benoemen van werknemers die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet. In dat geval hoeft de benoemingsvolgorde vermeld in artikel 1 van deze bijlage, vanaf e. of de voorkeursbepaling van deeltijders niet gevolgd te worden. Ad a. Werknemers voor minder dan 35% arbeidsongeschikt De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) voorziet niet in enige uitkering voor personeelsleden die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn. Een werknemer die door UWV in het kader van de uitvoering van de WIA minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt verklaard, wordt na afloop van de loondoorbetalingtermijn van twee jaar, niet ontslagen uit zijn betrekking op grond van arbeidsongeschiktheid tenzij sprake is van een zwaarwegend dienstbelang. Bij voortzetting van het dienstverband dienen werkgever en werknemer afspraken te maken over de inhoud van de functie en de daarbij behorende beloning. De afspraken in het kader van een voortzetting van het dienstverband worden schriftelijk bevestigd aan de werknemer. Het eventuele verschil tussen het oude en nieuwe salaris wordt gedurende een periode van 5 jaar voor 65% gecompenseerd. Ad b. Rddf-geplaatsten Door de verplichte bestuursbenoeming moeten formatietekorten op bestuursniveau worden opgelost. Terugloop op de ene school kan op deze manier gecompenseerd worden door formatiegroei of natuurlijk verloop op de andere school van het bestuur. Het kan uiteraard voorkomen dat op basis van terugloop van leerlingen op bestuursniveau het formatietekort zo groot is dat ontslag op termijn onvermijdelijk is. Als een bestuur tot de conclusie komt dat het noodzakelijk is om een functie per 1 februari (bijzonder onderwijs) of 1 augustus (openbaar onderwijs)van het volgende schooljaar op te heffen, dan moet die functie eerst voor een heel schooljaar in het risicodragend deel van de formatie (rddf) geplaatst worden. Voor het openbaar onderwijs gelden de overgangsregels, zoals in Bijlage A13 is opgenomen. Ad c. Eigen wachtgelders In de artikelen 138 en 139 van de WPO en de artikelen 132 en 133 van de WEC is onder andere bepaald dat een vacature, en daaronder wordt ook een vervangingsbetrekking begrepen, bij voorrang moet worden aangeboden aan ex-personeelsleden die een werkloosheidsuitkering ontvangen, die ten laste komt van het ministerie OCW en voorafgaand aan die uitkering langer dan één jaar (dus minimaal 1 jaar en 1 dag) in dienst zijn geweest van dat bestuur. Een werknemer die in het genot is van een gedeeltelijk WAO-uitkering en als gevolg van een herkeuring op grond van het schattingsbesluit wordt ingedeeld in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse waardoor de verdiencapaciteit toeneemt, wordt ook als een eigen wachtgelder gezien voor de uren dat hij verder arbeidsgeschikt is. Ook een werknemer met een benoeming voor onbepaalde tijd die tijdelijk met een aantal uren wordt uitgebreid, wordt na beëindiging van de tijdelijke uitbreiding een eigen wachtgelder, ook al heeft de tijdelijke uitbreiding niet langer dan een jaar geduurd. Voorwaarde is wel dat recht bestaat op een werkloosheidsuitkering over de uren waarmee de benoeming is verminderd (dit betekent dat als een werknemer  in 26 uit 36 weken een arbeidsverlies heeft gehad van gemiddeld 5 uur of meer). De verplichting tot voorrangsbenoeming geldt ook voor werknemers die op of na 1 februari ontslag wordt aangezegd wegens terugloop van het aantal leerlingen en die op grond van hun ontslag recht zouden krijgen op een werkloosheidsuitkering ten laste van het ministerie OCW. Aangezien het ontslag in de regel pas op 1 augustus zal plaatsvinden, zal een betrekking die vrijkomt in de periode tot 1 augustus slechts tijdelijk kunnen worden vervuld. Ad d. werknemers benoemd voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.1 lid 2 Werknemers die zijn benoemd voor bepaalde tijd op grond van een eerste indiensttreding met uitzicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (artikel 3.1 lid 2 van de CAO PO 2019 - 2020) krijgen voorrang bij vervulling van een vacature. Ad. e. werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst ten behoeve van vervanging op grond van artikel 3.1 leden 3 en/of 4 Werknemers met een tijdelijke benoeming ten behoeve van vervanging hebben ook een voorrangspositie. Ad f Deeltijders De volgenden op de lijst van voorrangsbenoemingen zijn werknemers met een deeltijdbetrekking en een dienstverband voor onbepaalde tijd, tenzij bevindingen van een beoordeling dit ongewenst doen zijn. Ad 2 werknemers die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet Bij het benoemen van werknemers die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet kunnen vanaf e bij voorrang benoemd worden.