Bij de AVS Helpdesk komen veel vragen binnen.

Hieronder vind je de veelgestelde vragen.

Veelgestelde vragen

Kennisbank

Hoe moet er omgegaan worden met kinderen die vier jaar worden en nieuw op school komen of nog moeten “wennen”? Leerlingen van 4 jaar zijn nog niet leerplichtig, maar hebben wel recht op onderwijs. Als een ouder twijfelt over een soepele start in deze omstandigheid, dan kan de ouder ervoor kiezen om de schoolstart uit te stellen. Dat kan in sommige situaties (voor sommige leerlingen) wenselijk zijn, maar dat hoeft niet. Overleg met de betreffende leerkracht kan deze zorg wellicht wegnemen.
Mogen scholen vierjarigen weigeren om naar de basisschool te komen “omdat ze niet leerplichtig zijn”? Leerlingen van 4 jaar zijn nog niet leerplichtig, maar hebben wel recht op onderwijs. De leerplicht begint bij 5 jaar. Scholen mogen leerlingen niet weigeren, omdat ze nog niet leerplichtig zijn.
Mogen we als school een leerling weigeren als deze leerling in een risicogebied (code rood of oranje) op vakantie is geweest? Het advies is de richtlijnen op te volgen en uit te dragen naar de ouders. Leerlingen die ouder zijn dan 12 jaar worden dringend geadviseerd in thuisquarantaine te gaan voor 10 dagen. S Op basis van haar zorgplicht voor de veiligheid op school mag een school personen boven de 12 jaar wegsturen die dit advies niet in acht nemen.
Hoe ga je om met leerlingen die zijn teruggekeerd uit een land of gebied met code oranje of rood? Wie terugkomt uit een oranje of rood land wordt dringend geadviseerd 10 dagen in quarantaine te gaan. De quarantaine geldt ook voor kinderen van boven de 12 jaar. Omdat kinderen van 4 tot en met 12 jaar nauwelijks een rol spelen bij besmetting met het coronavirus, geldt voor hen de uitzondering dat zij wel naar school mogen en aan sportactiviteiten mogen deelnemen. Als ouders van kinderen boven de 12 jaar naar oranje of rode landen op vakantie gaan, is het hun eigen verantwoordelijkheid om 10 dagen voor het begin van de school terug te zijn. Op basis van haar zorgplicht voor de veiligheid op school mag een school personen wegsturen die het thuisquarantaine-advies niet in acht nemen. De school hoeft geen verzuimmelding te doen voor leerlingen die, vanwege het dringende thuisquarantaine advies, direct na de zomervakantie niet naar school kunnen. Het belang van de volksgezondheid is hierbij doorslaggevend. De school hoeft ook geen verzuimmelding te doen voor kinderen die (met of zonder hun ouders) naar een land reizen waarbij bij thuiskomst dringend geadviseerd wordt in quarantaine te gaan. Scholen worden opgeroepen om zoveel als mogelijk met ouders en kinderen te overleggen over de mogelijkheden om kinderen in thuisquarantaine afstandsonderwijs te geven.
Hoe ga je ermee om als gezinnen onterecht niet in quarantaine gaan en hun kinderen naar school sturen? Het wordt afgeraden om op vakantie te gaan naar ‘oranje landen’, voor ‘rode landen’ geldt een negatief reisadvies. Ouders die toch terugkomen uit een oranje of rood land worden dringend geadviseerd om 10 dagen in quarantaine te blijven. Zij moeten dus thuis blijven en mogen ook niet op school of op het schoolplein komen. Voor eventueel halen en brengen van kinderen zullen ze anderen moeten vragen.
Is er een handreiking voor het onderwijs? Op onze site zijn de meest recente protocollen te vinden. De protocollen, één voor het basisonderwijs, één voor het speciaal basisonderwijs/speciaal onderwijs en één voor het voortgezet speciaal onderwijs , zijn een handreiking voor de scholen. In deze protocollen wordt ingegaan op een aantal praktische aspecten rondom veiligheid en hygiëne waar rekening mee gehouden kan dan wel moet worden. https://www.avs.nl/artikelen/protocollen-herstart-scholen
Is een schoolbestuur verplicht om ook de 4-jarigen les te geven en op te vangen?
Ondanks dat een 4-jarige leerling niet leerplichtig is, kan deze niet geweigerd worden. Dat betekent dat ook deze leerlingen weer welkom zijn op school. Net als alle andere leerlingen.
Wanneer dienen de nieuwe functiebeschrijvingen in te gaan? In Hoofdstuk 5 van de CAO PO 2019-2020  is bepaald dat iedere functie beschreven moet zijn en opgenomen moet worden in het functiehuis. Het functiehuis heeft de instemming nodig van de personeelsgeleding van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. Voor de directiefuncties en voor de functies van het onderwijsondersteunend personeel is bepaald dat deze voor 1 augustus 2020 geactualiseerd moesten worden. In verband met de coronacrisis is door de sociale partners (PO-Raad en de vakbonden, waaronder de AVS) besloten om voor de actualisering uitstel te verlenen tot uiterlijk 1 november 2020. Voor de directiefuncties zijn vanaf 1 januari 2020 nieuwe salarisschalen van toepassing. Deze zijn uiterlijk per 1 augustus 2020 ingevoerd. Als het gesprek over de actualisering van de functie na 1 augustus 2020 plaatsvindt, dan geldt dat het salaris in de nieuwe schaal met terugwerkende kracht wordt uitgevoerd. Bij het onderwijsondersteunend personeel geldt dat als er door de actualisering een hogere inschaling van toepassing is, het salaris in de nieuwe schaal ook uiterlijk met terugwerkende kracht per 1 augustus 2020 wordt ingevoerd. Is door de actualisering een lagere inschaling van toepassing, dan geldt een salaris- en salarisperspectiefgarantie. Toekomstige salarisverhogingen worden daarin meegenomen. Een en ander wordt vastgelegd in een addendum, behorende bij de arbeidsovereenkomst. De oude salarisschalen voor directiefuncties zijn per 1 augustus 2020 vervallen. Ook is de directietoelage vanaf die datum vervallen, omdat deze is verwerkt in de nieuwe salarisschalen.
Hoe is het (aanvullend) geboorteverlof in de CAO PO 2019-2020 geregeld? Het geboorteverlof valt in drie delen uiteen. Allereerst heeft de partner verlof bij de bevalling van de echtgenote. Na de bevalling van de echtgenote heeft de partner recht op bevallingsverlof voor eenmaal de arbeidsduur per week gedurende een tijdvak van vier weken, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling. Voorbeeld: echtgenote bevalt op 1 juni 2020. De werktijdfactor van de partner is 0,8. Dat komt overeen met 32 uur. Deze 32 uur kan hij/zij in een periode van vier weken na 1 juni 2020 als verlof opnemen. Per 1 juli 2020 heeft de partner bovendien recht op aanvullend verlof, nadat hij/zij het ‘standaard’ geboorteverlof tijdens/na de bevalling heeft opgenomen. Het aanvullend geboorteverlof bedraagt ten hoogste vijf gehele weken, gebaseerd op de arbeidsduur per week. Het dient opgenomen te worden binnen zes maanden, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling. Partners hebben recht op aanvullend geboorteverlof als het kind op of ná 1 juli 2020 geboren wordt. Als zij hiervan gebruik willen maken, moeten zij dit minimaal vier weken van tevoren schriftelijk bij de werkgever kenbaar maken. In alle gevallen geldt dat het salaris voor 100 procent wordt doorbetaald.
Wat gebeurt er met de spaar-bapo? Gespaard bapo-verlof wordt gerespecteerd. Werknemers worden in staat gesteld het gespaarde bapo-verlof onder de oude voorwaarden (met een eigen bijdrage van 35 dan wel 25 %) op te nemen.
Wat houdt het bijzondere budget voor oudere werknemers in? Werknemers hebben vanaf 57 jaar recht op een bijzonder budget van 130 extra uur per jaar (deeltijders naar rato). Indien werknemers na de AOW-gerechtigde leeftijd ervoor kiezen langer door te werken, bestaat er geen recht meer op dit budget.
Waar mag het bijzondere budget voor ouderen aan worden besteed? Voor de 130 extra uren gelden dezelfde bestedingsdoeleinden als voor de overige 40 uur. Ook kunnen de uren voor andere doeleinden in overleg met de werkgever. Senioren mogen het totale budget van 170 uur echter ook inzetten voor verlof. Indien ervoor wordt gekozen het budget in te zetten voor verlof, geldt voor de extra 130 uur een eigen bijdrage van 50 % over het salaris en 40 % voor werknemers in schaal 8 of lager.
Waar mag de regeling duurzame inzetbaarheid voor alle werknemers aan worden besteed? Het budget van 40 uur mag worden ingezet om de duurzame inzetbaarheid te vergroten. Het gaat dan om bijvoorbeeld scholing, studieverlof, mobiliteitsbevorderende maatregelen (zoals stages), coaching, peer review of intervisie. De opsomming is niet limitatief, maar het budget moet wel worden gebruikt om de duurzame inzetbaarheid te vergroten. Het gaat niet om vrij opneembaar verlof.
Hoe zit het met de professionalisering van leerkrachten en schoolleiders in de nieuwe CAO PO? Iedere werknemer is zelf verantwoordelijk voor de eigen professionalisering. Hij of zij maakt jaarlijks afspraken met de leidinggevende over de eigen professionalisering. Deze afspraken worden vastgelegd in een persoonlijk ontwikkelingsplan. Hiervoor is 83 uur op jaarbasis beschikbaar. Facilitering leerkrachten en onderwijsondersteunend personeel Leerkrachten en onderwijsondersteunend personeel hebben recht op twee klokuren per werkweek (deeltijd naar rato) voor hun professionele ontwikkeling. Ook hebben zij recht op 500 euro per jaar (deeltijd naar rato) om invulling te geven aan zijn/haar professionalisering. Voor de jaren 2020 en 2021 is dit bedrag verhoogd naar 600 euro. Facilitering directielid Een directielid heeft, naast de bestaande scholingsbudgetten, recht op een individueel professionaliseringsbudget van 3.000 euro per jaar. Voor de jaren 2020 en 2021 is dit bedrag verhoogd tot 3.100 euro. Dit budget wordt in overleg met de werkgever ingezet in de vorm van studieverlof en/of studiekostenvergoeding. Het budget kan ook worden besteed aan andere professionaliseringsactiviteiten. Het directielid kan het professionaliseringsbudget in overleg met de werkgever gedurende maximaal drie jaar sparen. Is het budget binnen vier jaar niet besteed, dan zal dit worden toegevoegd aan het algemene scholingsbudget. In het jaarlijkse functionerings- en/of beoordelingsgesprek worden de besteding van het scholingsbudget en de opgedane kennis en vaardigheden besproken. Het directielid moet zich inschrijven in het Schoolleidersregister PO (artikel 9.7). De werkgever faciliteert dit door de registratiekosten te vergoeden.
Wat houdt het bijzondere budget voor startende leerkrachten in? Startende leraren (tot schaal L10.4/L11.4/L12.4 en de zij-instromers) krijgen naast hun uren duurzame inzetbaarheid een extra budget van 40 uur per jaar (deeltijders naar rato). Er worden afspraken gemaakt over de inzet van dit budget. Deze uren dienen voor het verlichten van de werkdruk. Het bijzonder budget voor startende leerkrachten kan niet opgespaard worden of ingezet worden voor vrij opneembaar verlof.
Hoe organiseer je de wens van het kabinet om bij quarantaine thuisonderwijs te verzorgen, terwijl er op school weer fulltime les wordt gegeven? Scholen worden opgeroepen om zoveel als mogelijk met ouders en leerlingen te overleggen over de mogelijkheden om kinderen in thuisquarantaine afstandsonderwijs te geven, bijvoorbeeld met behulp van leraren die ook (niet ziek) in quarantaine zitten. Hierbij geldt zo veel mogelijk een pragmatische insteek: wat niet mogelijk is, is niet mogelijk. Aangezien je voor deze groep leerlingen ook geen verzuimmelding hoeft te doen bij de leerplichtambtenaar, zal de onderwijsinspectie met deze groep leerlingen ook soepel omgaan. Het budget ‘Bestrijding achterstanden Corona’ kan hiervoor niet worden aangeboord, omdat dit buiten de subsidieregeling valt.
Corona protocol bij de AVS Het is weer mogelijk om elkaar, met inachtneming van de voorschriften van het RIVM, fysiek te ontmoeten.
De CAO spreekt over de startende leerkracht, wat is de definitie van een startende leraar? Met de startende leraar wordt de leerkracht bedoeld die zijn bevoegdheid heeft behaald, maar minder dan drie jaar werkervaring als leerkracht in het primair onderwijs heeft opgedaan. Het betreft leraren in de salarisschaal L10.1, L11.1, L12.1tot en met salarisschaal L10.3/L11.3/L12.3 en de zij-instromer.
Hoe kan het vakantieverlof berekend en opgenomen worden? In de CAO PO 2019 – 2020 is bepaald, dat de vakantieopbouw plaatsvindt in de periode van 1 oktober tot 1 oktober. Het is voor de werkgever mogelijk om voor een andere periode voor de opbouw te kiezen, bijvoorbeeld van 1 augustus tot 1 augustus. Hiervoor is de instemming nodig van de P(G)MR. Het verlof wordt in de schoolvakantie verleend. Als een werknemer meer uren verlof heeft dan nodig is om alle schoolvakanties verlof te nemen, dan wordt het restant van de verlofuren in overleg op andere momenten opgenomen. Als een werknemer een verlofdag opneemt, wordt de omvang van deze verlofdag bepaald op basis van het aantal ingeroosterde uren voor die dag. De werkgever dient bij opname van vakantie-uren altijd eerst de wettelijke vakantie-uren van het saldo af te schrijven. Het verlof bestaat uit wettelijk vakantieverlof van vier maal de wekelijkse arbeidsduur. De resterende uren zijn bovenwettelijk vakantieverlof. De werknemer bouwt per maand een/twaalfde van de wettelijke en bovenwettelijke vakantie-uren op. Indien de werknemer in een jaar 160 uren vakantieverlof heeft genoten, wordt hij geacht het wettelijk minimum aan vakantiedagen als bedoeld in artikel 7:634 lid 1 BW in dat jaar te hebben genoten. Als er gedurende dat jaar sprake is van samenloop van vakantieverlof en ziekteverlof komen de niet genoten vakantiedagen te vervallen. Indien de werknemer in een jaar door ziekte minder dan 160 uren vakantieverlof heeft genoten, heeft hij recht op (het restant van) het wettelijk minimum aan vakantiedagen als bedoeld in artikel 7:634 lid 1 BW. De werknemer die een deel van het jaar in dienst is bij de werkgever, heeft recht op een evenredig deel van de 428 vakantie-uren. Voor deeltijders gelden de bepalingen in dit artikel naar rato van de omvang van hun dienstverband.
Mag het bijzondere budget voor ouderen worden gespaard? Het totale budget (40 uur duurzame inzetbaarheid + 130 uur bijzonder budget voor oudere werknemers) mag gedurende maximaal 5 jaar worden gespaard. De opname mag nooit meer bedragen dan 340 uur per jaar. Indien er 340 uur per jaar wordt opgenomen, wordt de eigen bijdrage gebaseerd op maximaal 260 uur (dan neem je 2 keer het duurzame inzetbaarheidsbudget van 40 uur tegelijk op).
Hoe hoog is de eigen bijdrage voor de regeling duurzame inzetbaarheid? Voor de 40 uur duurzame inzetbaarheid, deeltijders naar rato, geldt geen eigen bijdrage. Worden deze uren gekoppeld aan het bijzondere budget voor oudere werknemers, 130 uur, deeltijders naar rato, en opgenomen als verlof, dan geldt voor deze uren een eigen bijdrage: 40% voor werknemers van salarisschaal 8 en lager; 50% voor de overige werknemers.
Welke personeelsleden hebben als eerste recht op vacatureruimte? In bijlage IE van de CAO PO 2019 – 2020 treft u de voorrangsbepalingen aan, die zijn vertaald in de benoemingsvolgorde aan, waarin de werkgever zich dient te houden. Deze ziet er als volgt uit: 1. Bij de vraag of er sprake is van vacatureruimte en bij het aanbieden van vacatures hanteert de werkgever de onderstaande volgorde: a. werknemers die voor minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn verklaard door UWV waarbij aanpassing van het dienstverband nodig is; b. werknemers wiens functie in het rddf is geplaatst; c. eigen wachtgelders in de zin van artikel 138 en 139 WPO respectievelijk artikel 132 en 133 WEC (Aftrekposten bekostiging); d. werknemers benoemd voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.1 lid 2; e. werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst ten behoeve van vervanging op grond van artikel 3.1 leden 3 en/of 4; f. deeltijders. 2. De werkgever kan vacatures ook invullen door het benoemen van werknemers die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet. In dat geval hoeft de benoemingsvolgorde vermeld in artikel 1 van deze bijlage, vanaf e. of de voorkeursbepaling van deeltijders niet gevolgd te worden. Ad a. Werknemers voor minder dan 35% arbeidsongeschikt De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) voorziet niet in enige uitkering voor personeelsleden die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn. Een werknemer die door UWV in het kader van de uitvoering van de WIA minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt verklaard, wordt na afloop van de loondoorbetalingtermijn van twee jaar, niet ontslagen uit zijn betrekking op grond van arbeidsongeschiktheid tenzij sprake is van een zwaarwegend dienstbelang. Bij voortzetting van het dienstverband dienen werkgever en werknemer afspraken te maken over de inhoud van de functie en de daarbij behorende beloning. De afspraken in het kader van een voortzetting van het dienstverband worden schriftelijk bevestigd aan de werknemer. Het eventuele verschil tussen het oude en nieuwe salaris wordt gedurende een periode van 5 jaar voor 65% gecompenseerd. Ad b. Rddf-geplaatsten Door de verplichte bestuursbenoeming moeten formatietekorten op bestuursniveau worden opgelost. Terugloop op de ene school kan op deze manier gecompenseerd worden door formatiegroei of natuurlijk verloop op de andere school van het bestuur. Het kan uiteraard voorkomen dat op basis van terugloop van leerlingen op bestuursniveau het formatietekort zo groot is dat ontslag op termijn onvermijdelijk is. Als een bestuur tot de conclusie komt dat het noodzakelijk is om een functie per 1 februari (bijzonder onderwijs) of 1 augustus (openbaar onderwijs)van het volgende schooljaar op te heffen, dan moet die functie eerst voor een heel schooljaar in het risicodragend deel van de formatie (rddf) geplaatst worden. Voor het openbaar onderwijs gelden de overgangsregels, zoals in Bijlage A13 is opgenomen. Ad c. Eigen wachtgelders In de artikelen 138 en 139 van de WPO en de artikelen 132 en 133 van de WEC is onder andere bepaald dat een vacature, en daaronder wordt ook een vervangingsbetrekking begrepen, bij voorrang moet worden aangeboden aan ex-personeelsleden die een werkloosheidsuitkering ontvangen, die ten laste komt van het ministerie OCW en voorafgaand aan die uitkering langer dan één jaar (dus minimaal 1 jaar en 1 dag) in dienst zijn geweest van dat bestuur. Een werknemer die in het genot is van een gedeeltelijk WAO-uitkering en als gevolg van een herkeuring op grond van het schattingsbesluit wordt ingedeeld in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse waardoor de verdiencapaciteit toeneemt, wordt ook als een eigen wachtgelder gezien voor de uren dat hij verder arbeidsgeschikt is. Ook een werknemer met een benoeming voor onbepaalde tijd die tijdelijk met een aantal uren wordt uitgebreid, wordt na beëindiging van de tijdelijke uitbreiding een eigen wachtgelder, ook al heeft de tijdelijke uitbreiding niet langer dan een jaar geduurd. Voorwaarde is wel dat recht bestaat op een werkloosheidsuitkering over de uren waarmee de benoeming is verminderd (dit betekent dat als een werknemer  in 26 uit 36 weken een arbeidsverlies heeft gehad van gemiddeld 5 uur of meer). De verplichting tot voorrangsbenoeming geldt ook voor werknemers die op of na 1 februari ontslag wordt aangezegd wegens terugloop van het aantal leerlingen en die op grond van hun ontslag recht zouden krijgen op een werkloosheidsuitkering ten laste van het ministerie OCW. Aangezien het ontslag in de regel pas op 1 augustus zal plaatsvinden, zal een betrekking die vrijkomt in de periode tot 1 augustus slechts tijdelijk kunnen worden vervuld. Ad d. werknemers benoemd voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.1 lid 2 Werknemers die zijn benoemd voor bepaalde tijd op grond van een eerste indiensttreding met uitzicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (artikel 3.1 lid 2 van de CAO PO 2019 - 2020) krijgen voorrang bij vervulling van een vacature. Ad. e. werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst ten behoeve van vervanging op grond van artikel 3.1 leden 3 en/of 4 Werknemers met een tijdelijke benoeming ten behoeve van vervanging hebben ook een voorrangspositie. Ad f Deeltijders De volgenden op de lijst van voorrangsbenoemingen zijn werknemers met een deeltijdbetrekking en een dienstverband voor onbepaalde tijd, tenzij bevindingen van een beoordeling dit ongewenst doen zijn. Ad 2 werknemers die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet Bij het benoemen van werknemers die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet kunnen vanaf e bij voorrang benoemd worden.
Welke diensttijd telt mee voor een jubileumgratificatie?
Op grond van bijlage VI van de CAO PO 2019 - 2020 wordt onder diensttijd verstaan de tijd, doorgebracht:
  1. in een betrekking bij een bevoegd gezag aan een instelling als bedoeld in deze CAO, met dien verstande dat de tijd vóór 1 januari 1956 doorgebracht aan scholen voor kleuteronderwijs slechts meetelt indien daartoe naar het oordeel van Onze minister aanleiding bestaat;
  2. in een burgerlijke dienstbetrekking bij de Nederlandse overheid;
  3. in een betrekking waarbij betrokkene in dienst is van een lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, c, d, e, en f van de Wet privatisering ABP, dan wel als bedoeld in artikel 2 derde lid onderdeel b, juncto artikel 3 van die wet;
  4. in een betrekking bij een bevoegd gezag van een B3-lichaam, voordat deze werd aangewezen als lichaam, bedoeld in artikel 1, onder g, van de Wet Privatisering ABP, dan wel bedoeld in artikel 2 derde lid, onder b juncto artikel 3 van die wet;
  5. vóór 1 januari 1966 in een betrekking als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Pensioenwet 1922;
  6. in een burgerlijke dienstbetrekking bij de overheid van de Nederlandse Antillen, Aruba en, vóór 25 november 1975, Suriname, bij de voormalige gouvernementen van Suriname, Curaçao en Nieuw-Guinea;
  7. in een dienstbetrekking bij het niet-openbaar onderwijs in de onder 6 vermelde voormalige Rijksdelen, voor zover zulks de betrokkene onder de werkingssfeer van een overheidspensioenregeling heeft gebracht of zou hebben gebracht, indien hij in vaste dienst zou zijn aangesteld;
  8. in Nederlandse militaire dienst of daarmede voor de toepassing van de desbetreffende rechtspositieregelingen gelijkgestelde dienst, waaronder mede worden begrepen het voormalige KNIL en de troepen in de Nederlandse Antillen, Aruba en, vóór 25 november 1975, Suriname;
  9. als volontair met een volledige dagtaak in een betrekking bij de Nederlandse overheid;
  10. in een betrekking bij de werkgever gedurende de periode dat de werknemer levensloopverlof geniet; een en ander met uitzondering van de tijd gedurende welke de betrokkene geen inkomsten uit de dienstbetrekking heeft genoten, tenzij zulks het gevolg was van lang buitengewoon verlof dat overwegend dan wel mede in het algemeen belang was verleend.
De tijd dat een werknemer lang buitengewoon verlof heeft
  • in het persoonlijk belang (artikel 8.9)
  • voor politieke functies (artikel 8.13),
  • voor onbetaald ouderschapsverlof (artikel 8.18)
  • of langdurend zorgverlof zonder behoud van salaris (artikel 8.9 )
telt niet mee als diensttijd voor ambtsjubileum.
Wat als mijn nieuwe functiebeschrijving en de daaraan gekoppelde inschaling tot een lager salaris leidt? Artikel 5.6 lid 8 van de CAO PO 2019-2020 gaat over het behoud van het huidige salaris (inclusief toelagen), het uitzicht op hogere periodieken en toekomstige indexatie, volgens de oude inschaling. Lid 8 is van toepassing als de nieuwe functiebeschrijving en de daaraan gekoppelde inschaling tot een lager salaris of tot een lager uitzicht leiden. Hierover worden voor 1 augustus 2020 (inmiddels verlengd tot 1 november 2020) afspraken gemaakt. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in een addendum, behorende bij de arbeidsovereenkomst. Daarbij is het volgende van belang. De huidige salarisschalen AB t/m AE en DA t/m DE komen per 1 augustus 2020 te vervallen. Ook de bepalingen over de directietoelage vervallen per 1 augustus 2020. Uiterlijk per 1 augustus 2020 zijn de nieuwe salarisschalen A10 t/m A13 en D11 t/m D15 van toepassing. In de nieuwe D11 t/m D13-schalen is de directietoelage verwerkt. Dat betekent dat voor deze schalen - om een goede inpassing te realiseren - de directietoelage van € 339,46 omgezet moet worden, omdat over dit bedrag nu geen vakantie-, eindejaars- en levensloopuitkering wordt berekend. De uitbetaling van de vakantie- en eindejaarsuitkering vindt een keer per jaar plaats. Het verschil is dus niet weg, maar wordt in een later stadium weer rechtgetrokken. De levensloopuitkering vindt maandelijks plaats. De uitkomst van de omzetting is € 294,95 bij een voltijdsbetrekking. In onderstaand schematisch overzicht is voor de berekening van het verschil een vergelijking gemaakt tussen de oude en nieuwe inschaling. Het addendum bij de arbeidsovereenkomst kan er dan als volgt uit zien, met als voorbeeld een directeur in de salarisschaal DC+: Op basis van zijn nieuwe functiebeschrijving - een aangepaste voorbeeldfunctie - die opnieuw gewaardeerd is door een gecertificeerd adviseur FUWA, komt de inschaling uit op de D13-schaal. Het maximumbedrag van deze schaal is lager in vergelijking met de DC+-schaal. De betreffende directeur is op regel 14 ingeschaald. Als ingangsdatum geldt 1 mei 2020.  
Datum Salaris DC+ Toelage Totaalbedrag Nieuwe inschaling (naasthoger) Verschil
1 mei 2020 € 5.355 (regel 14) € 294,95* € 5.649,95 € 5.787 + € 137,05
1 augustus 2020 € 5.472 (regel 15) € 294,95* € 5.766,95 € 5.990 + € 223,05
1 augustus 2021 € 5.591 (regel 16) € 294,95* € 5.885,95 € 5.990 + € 104,05
1 augustus 2022 € 5.707 (regel 17) € 294,95* € 6.001,95 € 5.990 - € 11,95
1 augustus 2023 € 5.823 (regel 18) € 294,95* € 6.117,95 € 5.990 - € 127,95
  * omdat in de nieuwe salaristabellen het vakantiegeld, de eindejaars- en levensloopuitkering is verwerkt, vindt een correctie plaats. Het verschil is niet weg, omdat het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering een keer per jaar worden uitgekeerd en de levensloop maandelijks. Aan de hand van dit voorbeeld geldt per 1 augustus 2022 een salarisgarantie van € 11,95 per maand en per 1 augustus 2023 een salarisgarantie van € 127,95 per maand.
Waarom niet gewoon op deze weg doorgaan? We merken dat het op heel veel plekken goed gaat, maar hier en daar begint het thuisonderwijs ook wat haarscheuren te vertonen. Sommige ouders trekken het niet meer, leerlingen missen hun juf of meester en een deel van het onderwijs, veel schoolleiders en leraren willen graag weer hun kinderen zien.
Hoe gaan we om met corona als we weer op school zijn? In het werk als leerkracht kom je allerlei vragen tegen. Lukt het straks goed genoeg om de voorgeschreven afstand te bewaren? Als iemand verdrietig is, hoe bied je dan troost? Bespreek je met de klas wat ze meegemaakt hebben of juist niet? Als leerlingen vechten op het schoolplein, haal je ze dan uit elkaar? Het is belangrijk om als schoolteam over al deze vragen te praten en samen na te denken over mogelijke antwoorden. Kijk ook of collega's uit de jeugdhulp of de ggz, die veelal met vergelijkbare dilemma's worstelen, met jullie mee kunnen denken.
Wat weten we tot nu toe over het coronavirus en kinderen * Dat uit verschillende onderzoeken in binnen- en buitenland blijkt dat kinderen zelden heel ziek worden van het coronavirus en weinig bijdragen aan de verspreiding van het coronavirus. * Dat de opvang en de basisscholen vanaf 11 mei open gaan, omdat de experts met grote zekerheid weten dat dit geen onaanvaardbare risico's voor kinderen, hun families en voor leerkrachten oplevert.
Hoe groot is het risico voor leerlingen en leraren? Volgens het OMT het risico voor de volksgezondheid "beheersbaar" is. Voor het onderwijspersoneel geldt dat zij vanaf deze periode wel makkelijker getest kunnen worden. Schoolleiders en leraren onderling afspraken moeten maken over de aanwezigheid, zeker bij leraren die in een risicogroep vallen. Als er een maand na de opening van de basisscholen geen grote uitbraken zijn geweest, dan kan het voortgezet onderwijs zich voorbereiden op het opstarten van "fysiek onderwijs", in de klas. In deze schoolgebouwen moet wel de anderhalve meter afstand gehandhaafd worden.
Welke rol heeft de MR bij besluiten over onderwijs in de school? In crisissituaties vraag je van alle betrokken veel.  De MR houdt zich aan de WMS. De WMS is niet aangepast maar je mag wel flexibiliteit vragen. Als de MR dit niet wil dan is het helaas zo. Zie artikel: Medezeggenschap in tijden van crisis Van toepassing is Artikel 11f adviesrecht medezeggenschapsraad. De organisatie wijzigt en vandaar advies vragen aan de hele MR.
Hoe omgaan met mogelijke leerachterstanden door de coronacrisis Dat verschilt per kind. Het is in zijn algemeenheid te verwachten dat kinderen minder lesstof hebben verwerkt dan wanneer zij gewoon naar school waren gegaan. Het is het normale effect van de abnormale situatie van de coronacrisis, waarmee alle kinderen te maken hebben. Dit besef kan helpen om jezelf en je kind gerust te stellen. Belangrijk is dat je samen met school kijkt hoe jullie de ontwikkeling en het welzijn van je kind kunnen blijven stimuleren en samen te kijken naar wat je kind nodig heeft om goed verder te kunnen. Uit onderzoek is bekend dat kinderen veerkrachtig zijn. De meeste kinderen pakken de draad vanzelf weer op. Het belangrijkste hiervoor is het vertrouwen en de steun van ouders en andere belangrijke volwassenen in zo'n bijzondere periode.(Bron: zie NJI Nederlands Jeugdinstituut). Er is de afgelopen weken keihard gewerkt om de verschillen tussen onderwijs op school en het thuisonderwijs zo klein mogelijk te houden. Ook ouders hebben zich daar heel goed voor ingezet. We hebben straks een hele generatie die een paar weken niet naar school kon, maar op afstand toch aan zijn of haar ontwikkeling heeft gewerkt. De onderwijsgevenden zullen bij terugkeer op school daar bij aansluiten en de kinderen weer verder helpen zich te ontwikkelen.
Brengen en halen naar school of opvang, hoe organiseer je dat? Ouders worden opgeroepen om hun kinderen zoveel mogelijk alleen en lopend of op de fiets naar de school of opvang te brengen. Maak als  school regels over waar de ouders wel en niet mogen komen: wel of niet in de school, bij de deur, op het plein. Die regels bepalen dus waar het kind wordt afzet en weer opgehaald  bij de school. Houd je goed aan die regels. De 1,5 meter tussen personeel, andere kinderen en ouders is de norm bij het halen en brengen.
Mag een kind naar school als er iemand in het gezin ziek is? Nee, als één van de gezinsleden of andere mensen met wie je een huishouden deelt ziek is, moet iedereen zoveel mogelijk binnen blijven. Onder ziek zijn verstaan we: hoesten of niezen of keelpijn of benauwdheid of koorts. De gezinsleden zonder klachten mogen alleen naar buiten voor de hoognodige dingen, zoals boodschappen doen. Als iemand thuis meer dan 38 graden koorts heeft, moet iedereen binnen blijven. Het kind mag weer naar school als iedereen in het gezin/huishouden minimaal 24 uur zonder klachten is. Overleg met de ouders of online onderwijs in deze periode mogelijk en wenselijk is.
Ik ben leerkracht en bezorgd over mijn gezondheid. Moet ik weer naar school? Ja, in principe moeten docenten en leerkrachten vanaf 11 mei weer naar school. Personeel in het onderwijs hoeft niet op school te werken als ze klachten hebben van hoesten, niezen, keelpijn, benauwdheid of koorts of als ze behoren tot één van de risicogroepen. Overleg in zo'n geval ook altijd met je leidinggevende.
Mag ik als leerkracht op school werken als een van mijn gezinsleden een beetje hoest of niest, maar geen koorts heeft? Nee, als een van jouw huisgenoten hoest of niest of keelpijn heeft of benauwd is of koorts heeft, moet je thuisblijven en dus thuis werken. Als huisgenoten 24 uur geen klachten meer hebben gehad, kun je weer naar school. Zolang je zelf geen klachten hebt, mag je nog wel naar buiten voor de hoognodige dingen, zoals het doen van boodschappen. Zodra een huisgenoot meer dan 38 graden koorts heeft, moeten jullie allemaal binnen blijven
Ik ben leerkracht. Ik hoest/nies of heb keelpijn, maar ik voel me goed genoeg om te werken. Kan ik naar school gaan? Nee, je moet thuisblijven. Je kunt weer naar school als jij of een van jouw huisgenoten langer dan 24 uur geen klachten heeft gehad. Bij twijfel neem je contact op met je leidinggevende en/of de huisarts. Mogelijk kan je getest worden op corona.