Bij de AVS Helpdesk komen veel vragen binnen.

Hieronder vind je de veelgestelde vragen.

Veelgestelde vragen

Kennisbank

Corona protocol bij de AVS Het is weer mogelijk om elkaar, met inachtneming van de voorschriften van het RIVM, fysiek te ontmoeten.
De CAO spreekt over de startende leerkracht, wat is de definitie van een startende leraar? Met de startende leraar wordt de leerkracht bedoeld die zijn bevoegdheid heeft behaald, maar minder dan drie jaar werkervaring als leerkracht in het primair onderwijs heeft opgedaan. Het betreft leraren in de salarisschaal L10.1, L11.1, L12.1tot en met salarisschaal L10.3/L11.3/L12.3 en de zij-instromer.
Hoe kan het vakantieverlof berekend en opgenomen worden? In de CAO PO 2019 – 2020 is bepaald, dat de vakantieopbouw plaatsvindt in de periode van 1 oktober tot 1 oktober. Het is voor de werkgever mogelijk om voor een andere periode voor de opbouw te kiezen, bijvoorbeeld van 1 augustus tot 1 augustus. Hiervoor is de instemming nodig van de P(G)MR. Het verlof wordt in de schoolvakantie verleend. Als een werknemer meer uren verlof heeft dan nodig is om alle schoolvakanties verlof te nemen, dan wordt het restant van de verlofuren in overleg op andere momenten opgenomen. Als een werknemer een verlofdag opneemt, wordt de omvang van deze verlofdag bepaald op basis van het aantal ingeroosterde uren voor die dag. De werkgever dient bij opname van vakantie-uren altijd eerst de wettelijke vakantie-uren van het saldo af te schrijven. Het verlof bestaat uit wettelijk vakantieverlof van vier maal de wekelijkse arbeidsduur. De resterende uren zijn bovenwettelijk vakantieverlof. De werknemer bouwt per maand een/twaalfde van de wettelijke en bovenwettelijke vakantie-uren op. Indien de werknemer in een jaar 160 uren vakantieverlof heeft genoten, wordt hij geacht het wettelijk minimum aan vakantiedagen als bedoeld in artikel 7:634 lid 1 BW in dat jaar te hebben genoten. Als er gedurende dat jaar sprake is van samenloop van vakantieverlof en ziekteverlof komen de niet genoten vakantiedagen te vervallen. Indien de werknemer in een jaar door ziekte minder dan 160 uren vakantieverlof heeft genoten, heeft hij recht op (het restant van) het wettelijk minimum aan vakantiedagen als bedoeld in artikel 7:634 lid 1 BW. De werknemer die een deel van het jaar in dienst is bij de werkgever, heeft recht op een evenredig deel van de 428 vakantie-uren. Voor deeltijders gelden de bepalingen in dit artikel naar rato van de omvang van hun dienstverband.
Mag het bijzondere budget voor ouderen worden gespaard? Het totale budget (40 uur duurzame inzetbaarheid + 130 uur bijzonder budget voor oudere werknemers) mag gedurende maximaal 5 jaar worden gespaard. De opname mag nooit meer bedragen dan 340 uur per jaar. Indien er 340 uur per jaar wordt opgenomen, wordt de eigen bijdrage gebaseerd op maximaal 260 uur (dan neem je 2 keer het duurzame inzetbaarheidsbudget van 40 uur tegelijk op).
Hoe hoog is de eigen bijdrage voor de regeling duurzame inzetbaarheid? Voor de 40 uur duurzame inzetbaarheid, deeltijders naar rato, geldt geen eigen bijdrage. Worden deze uren gekoppeld aan het bijzondere budget voor oudere werknemers, 130 uur, deeltijders naar rato, en opgenomen als verlof, dan geldt voor deze uren een eigen bijdrage: 40% voor werknemers van salarisschaal 8 en lager; 50% voor de overige werknemers.
Welke personeelsleden hebben als eerste recht op vacatureruimte? In bijlage IE van de CAO PO 2019 – 2020 treft u de voorrangsbepalingen aan, die zijn vertaald in de benoemingsvolgorde aan, waarin de werkgever zich dient te houden. Deze ziet er als volgt uit: 1. Bij de vraag of er sprake is van vacatureruimte en bij het aanbieden van vacatures hanteert de werkgever de onderstaande volgorde: a. werknemers die voor minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn verklaard door UWV waarbij aanpassing van het dienstverband nodig is; b. werknemers wiens functie in het rddf is geplaatst; c. eigen wachtgelders in de zin van artikel 138 en 139 WPO respectievelijk artikel 132 en 133 WEC (Aftrekposten bekostiging); d. werknemers benoemd voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.1 lid 2; e. werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst ten behoeve van vervanging op grond van artikel 3.1 leden 3 en/of 4; f. deeltijders. 2. De werkgever kan vacatures ook invullen door het benoemen van werknemers die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet. In dat geval hoeft de benoemingsvolgorde vermeld in artikel 1 van deze bijlage, vanaf e. of de voorkeursbepaling van deeltijders niet gevolgd te worden. Ad a. Werknemers voor minder dan 35% arbeidsongeschikt De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) voorziet niet in enige uitkering voor personeelsleden die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn. Een werknemer die door UWV in het kader van de uitvoering van de WIA minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt verklaard, wordt na afloop van de loondoorbetalingtermijn van twee jaar, niet ontslagen uit zijn betrekking op grond van arbeidsongeschiktheid tenzij sprake is van een zwaarwegend dienstbelang. Bij voortzetting van het dienstverband dienen werkgever en werknemer afspraken te maken over de inhoud van de functie en de daarbij behorende beloning. De afspraken in het kader van een voortzetting van het dienstverband worden schriftelijk bevestigd aan de werknemer. Het eventuele verschil tussen het oude en nieuwe salaris wordt gedurende een periode van 5 jaar voor 65% gecompenseerd. Ad b. Rddf-geplaatsten Door de verplichte bestuursbenoeming moeten formatietekorten op bestuursniveau worden opgelost. Terugloop op de ene school kan op deze manier gecompenseerd worden door formatiegroei of natuurlijk verloop op de andere school van het bestuur. Het kan uiteraard voorkomen dat op basis van terugloop van leerlingen op bestuursniveau het formatietekort zo groot is dat ontslag op termijn onvermijdelijk is. Als een bestuur tot de conclusie komt dat het noodzakelijk is om een functie per 1 februari (bijzonder onderwijs) of 1 augustus (openbaar onderwijs)van het volgende schooljaar op te heffen, dan moet die functie eerst voor een heel schooljaar in het risicodragend deel van de formatie (rddf) geplaatst worden. Voor het openbaar onderwijs gelden de overgangsregels, zoals in Bijlage A13 is opgenomen. Ad c. Eigen wachtgelders In de artikelen 138 en 139 van de WPO en de artikelen 132 en 133 van de WEC is onder andere bepaald dat een vacature, en daaronder wordt ook een vervangingsbetrekking begrepen, bij voorrang moet worden aangeboden aan ex-personeelsleden die een werkloosheidsuitkering ontvangen, die ten laste komt van het ministerie OCW en voorafgaand aan die uitkering langer dan één jaar (dus minimaal 1 jaar en 1 dag) in dienst zijn geweest van dat bestuur. Een werknemer die in het genot is van een gedeeltelijk WAO-uitkering en als gevolg van een herkeuring op grond van het schattingsbesluit wordt ingedeeld in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse waardoor de verdiencapaciteit toeneemt, wordt ook als een eigen wachtgelder gezien voor de uren dat hij verder arbeidsgeschikt is. Ook een werknemer met een benoeming voor onbepaalde tijd die tijdelijk met een aantal uren wordt uitgebreid, wordt na beëindiging van de tijdelijke uitbreiding een eigen wachtgelder, ook al heeft de tijdelijke uitbreiding niet langer dan een jaar geduurd. Voorwaarde is wel dat recht bestaat op een werkloosheidsuitkering over de uren waarmee de benoeming is verminderd (dit betekent dat als een werknemer  in 26 uit 36 weken een arbeidsverlies heeft gehad van gemiddeld 5 uur of meer). De verplichting tot voorrangsbenoeming geldt ook voor werknemers die op of na 1 februari ontslag wordt aangezegd wegens terugloop van het aantal leerlingen en die op grond van hun ontslag recht zouden krijgen op een werkloosheidsuitkering ten laste van het ministerie OCW. Aangezien het ontslag in de regel pas op 1 augustus zal plaatsvinden, zal een betrekking die vrijkomt in de periode tot 1 augustus slechts tijdelijk kunnen worden vervuld. Ad d. werknemers benoemd voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.1 lid 2 Werknemers die zijn benoemd voor bepaalde tijd op grond van een eerste indiensttreding met uitzicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (artikel 3.1 lid 2 van de CAO PO 2019 - 2020) krijgen voorrang bij vervulling van een vacature. Ad. e. werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst ten behoeve van vervanging op grond van artikel 3.1 leden 3 en/of 4 Werknemers met een tijdelijke benoeming ten behoeve van vervanging hebben ook een voorrangspositie. Ad f Deeltijders De volgenden op de lijst van voorrangsbenoemingen zijn werknemers met een deeltijdbetrekking en een dienstverband voor onbepaalde tijd, tenzij bevindingen van een beoordeling dit ongewenst doen zijn. Ad 2 werknemers die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet Bij het benoemen van werknemers die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet kunnen vanaf e bij voorrang benoemd worden.
Welke diensttijd telt mee voor een jubileumgratificatie?
Op grond van bijlage VI van de CAO PO 2019 - 2020 wordt onder diensttijd verstaan de tijd, doorgebracht:
  1. in een betrekking bij een bevoegd gezag aan een instelling als bedoeld in deze CAO, met dien verstande dat de tijd vóór 1 januari 1956 doorgebracht aan scholen voor kleuteronderwijs slechts meetelt indien daartoe naar het oordeel van Onze minister aanleiding bestaat;
  2. in een burgerlijke dienstbetrekking bij de Nederlandse overheid;
  3. in een betrekking waarbij betrokkene in dienst is van een lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, c, d, e, en f van de Wet privatisering ABP, dan wel als bedoeld in artikel 2 derde lid onderdeel b, juncto artikel 3 van die wet;
  4. in een betrekking bij een bevoegd gezag van een B3-lichaam, voordat deze werd aangewezen als lichaam, bedoeld in artikel 1, onder g, van de Wet Privatisering ABP, dan wel bedoeld in artikel 2 derde lid, onder b juncto artikel 3 van die wet;
  5. vóór 1 januari 1966 in een betrekking als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Pensioenwet 1922;
  6. in een burgerlijke dienstbetrekking bij de overheid van de Nederlandse Antillen, Aruba en, vóór 25 november 1975, Suriname, bij de voormalige gouvernementen van Suriname, Curaçao en Nieuw-Guinea;
  7. in een dienstbetrekking bij het niet-openbaar onderwijs in de onder 6 vermelde voormalige Rijksdelen, voor zover zulks de betrokkene onder de werkingssfeer van een overheidspensioenregeling heeft gebracht of zou hebben gebracht, indien hij in vaste dienst zou zijn aangesteld;
  8. in Nederlandse militaire dienst of daarmede voor de toepassing van de desbetreffende rechtspositieregelingen gelijkgestelde dienst, waaronder mede worden begrepen het voormalige KNIL en de troepen in de Nederlandse Antillen, Aruba en, vóór 25 november 1975, Suriname;
  9. als volontair met een volledige dagtaak in een betrekking bij de Nederlandse overheid;
  10. in een betrekking bij de werkgever gedurende de periode dat de werknemer levensloopverlof geniet; een en ander met uitzondering van de tijd gedurende welke de betrokkene geen inkomsten uit de dienstbetrekking heeft genoten, tenzij zulks het gevolg was van lang buitengewoon verlof dat overwegend dan wel mede in het algemeen belang was verleend.
De tijd dat een werknemer lang buitengewoon verlof heeft
  • in het persoonlijk belang (artikel 8.9)
  • voor politieke functies (artikel 8.13),
  • voor onbetaald ouderschapsverlof (artikel 8.18)
  • of langdurend zorgverlof zonder behoud van salaris (artikel 8.9 )
telt niet mee als diensttijd voor ambtsjubileum.
Wat als mijn nieuwe functiebeschrijving en de daaraan gekoppelde inschaling tot een lager salaris leidt? Artikel 5.6 lid 8 van de CAO PO 2019-2020 gaat over het behoud van het huidige salaris (inclusief toelagen), het uitzicht op hogere periodieken en toekomstige indexatie, volgens de oude inschaling. Lid 8 is van toepassing als de nieuwe functiebeschrijving en de daaraan gekoppelde inschaling tot een lager salaris of tot een lager uitzicht leiden. Hierover worden voor 1 augustus 2020 (inmiddels verlengd tot 1 november 2020) afspraken gemaakt. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in een addendum, behorende bij de arbeidsovereenkomst. Daarbij is het volgende van belang. De huidige salarisschalen AB t/m AE en DA t/m DE komen per 1 augustus 2020 te vervallen. Ook de bepalingen over de directietoelage vervallen per 1 augustus 2020. Uiterlijk per 1 augustus 2020 zijn de nieuwe salarisschalen A10 t/m A13 en D11 t/m D15 van toepassing. In de nieuwe D11 t/m D13-schalen is de directietoelage verwerkt. Dat betekent dat voor deze schalen - om een goede inpassing te realiseren - de directietoelage van € 339,46 omgezet moet worden, omdat over dit bedrag nu geen vakantie-, eindejaars- en levensloopuitkering wordt berekend. De uitbetaling van de vakantie- en eindejaarsuitkering vindt een keer per jaar plaats. Het verschil is dus niet weg, maar wordt in een later stadium weer rechtgetrokken. De levensloopuitkering vindt maandelijks plaats. De uitkomst van de omzetting is € 294,95 bij een voltijdsbetrekking. In onderstaand schematisch overzicht is voor de berekening van het verschil een vergelijking gemaakt tussen de oude en nieuwe inschaling. Het addendum bij de arbeidsovereenkomst kan er dan als volgt uit zien, met als voorbeeld een directeur in de salarisschaal DC+: Op basis van zijn nieuwe functiebeschrijving - een aangepaste voorbeeldfunctie - die opnieuw gewaardeerd is door een gecertificeerd adviseur FUWA, komt de inschaling uit op de D13-schaal. Het maximumbedrag van deze schaal is lager in vergelijking met de DC+-schaal. De betreffende directeur is op regel 14 ingeschaald. Als ingangsdatum geldt 1 mei 2020.  
Datum Salaris DC+ Toelage Totaalbedrag Nieuwe inschaling (naasthoger) Verschil
1 mei 2020 € 5.355 (regel 14) € 294,95* € 5.649,95 € 5.787 + € 137,05
1 augustus 2020 € 5.472 (regel 15) € 294,95* € 5.766,95 € 5.990 + € 223,05
1 augustus 2021 € 5.591 (regel 16) € 294,95* € 5.885,95 € 5.990 + € 104,05
1 augustus 2022 € 5.707 (regel 17) € 294,95* € 6.001,95 € 5.990 - € 11,95
1 augustus 2023 € 5.823 (regel 18) € 294,95* € 6.117,95 € 5.990 - € 127,95
  * omdat in de nieuwe salaristabellen het vakantiegeld, de eindejaars- en levensloopuitkering is verwerkt, vindt een correctie plaats. Het verschil is niet weg, omdat het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering een keer per jaar worden uitgekeerd en de levensloop maandelijks. Aan de hand van dit voorbeeld geldt per 1 augustus 2022 een salarisgarantie van € 11,95 per maand en per 1 augustus 2023 een salarisgarantie van € 127,95 per maand.
Jullie waren een van de eersten die riepen dat de scholen dicht moesten, tegen het advies van het RIVM in. Nu volgen jullie juist dat advies. We waren één van de eersten die er voor waren om de scholen te sluiten. Maar zijn nu ook weer één van de eersten die de scholen willen herstarten. Er is in de tussentijd ook enorm veel gebeurd. Het grootste is dat we piek lijken te hebben gehad.
Waarom niet gewoon op deze weg doorgaan? We merken dat het op heel veel plekken goed gaat, maar hier en daar begint het thuisonderwijs ook wat haarscheuren te vertonen. Sommige ouders trekken het niet meer, leerlingen missen hun juf of meester en een deel van het onderwijs, veel schoolleiders en leraren willen graag weer hun kinderen zien.
Welke scholen en opvang gaan weer open? Na de meivakantie, per 11 mei, gaat het basisonderwijs voor alle kinderen in deeltijd open. Het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs in de basisschoolleeftijd gaan volledig weer open. De kinderopvang, gastouderopvang en de BSO gaan ook weer van start. De BSO volgt hierbij het ritme van de school. Scholen in het voortgezet onderwijs kunnen voorbereidingen treffen zodat hun leerlingen vanaf dinsdag 2 juni weer naar school kunnen.
Wat gaat er precies gebeuren wanneer de scholen weer open gaan? De basisscholen mogen weer gedeeltelijk (50%)  onderwijs verzorgen op school. Gesproken wordt over bijvoorbeeld halve klassen, of kinderen om en om naar school laten gaan. Het speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs kan na de meivakantie zonder beperkingen open. Alle kinderen gaan weer naar school.
Mogen scholen de 50% onderwijstijd inrichten in halve dagen? Scholen beslissen zelf hoe zij de 50% onderwijstijd inrichten. Het ministerie van OCW heeft als uitgangspunt geformuleerd: hele dagen onderwijs (dus bijvoorbeeld leerlingen om de dag of 2 dagen/3 dagen afwisselend naar school). De reden voor hele dagen is om het aantal haal- en brengmomenten te beperken en om de arbeidsproductiviteit van ouders zo veel mogelijk te kunnen vergroten. Ook is het voor de BSO beter te organiseren. Het protocol voor heropening is gebaseerd op de uitgangspunten zoals deze door het ministerie zijn geformuleerd. Scholen dienen deze uitgangspunten te gebruiken bij de inrichting van het onderwijs, maar zijn uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor de keuzes ten aanzien van de uiteindelijke inrichting en mogen ervan afwijken.
Gaat het thuisonderwijs door? Kinderen kunnen niet meteen alle dagen naar school. Er is dus  een combinatie van thuisonderwijs en lessen op school. De school bekijkt hoe zij voor alle leerlingen het naar schoolgaan zo goed mogelijk kan regelen. Bekijk ook de mogelijkheden voor de leraar. Je kunt niet het onmogelijke vragen.
Moet de kinderen vanaf 11 mei echt weer naar school? Ja, in principe moeten leerplichtige kinderen vanaf 11 mei weer naar school. Uitzonderingen hierbij zijn zwaarwegende redenen, zoals de aanwezigheid van kwetsbare gezinsleden. Je kunt advies vragen aan de huisarts over wat je in jouw situatie het beste kunt doen. Je kunt ook met de leerkracht of pedagogisch medewerker overleggen. Het is belangrijk dat je samen zoekt naar een passende oplossing waar alle betrokkenen vertrouwen in hebben. Hopelijk lukt het zo om stap voor stap weer naar school te gaan.
Is er een handreiking voor het onderwijs? Op onze site zijn protocollen te vinden. De protocollen, één voor het basisonderwijs en één voor het speciaal basisonderwijs/speciaal onderwijs, zijn een handreiking voor de sectoren bij het opstarten van de scholen. Het kabinetsbesluit tot het heropenen van de scholen is leidend. In dit protocol wordt ingegaan op een aantal praktische aspecten rondom veiligheid en hygiëne waar rekening mee gehouden kan worden als de scholen weer opengaan https://www.avs.nl/artikelen/protocollen-herstart-scholen  
Hoe gaan we om met corona als we weer op school zijn? In het werk als leerkracht kom je allerlei vragen tegen. Lukt het straks goed genoeg om de voorgeschreven afstand te bewaren? Als iemand verdrietig is, hoe bied je dan troost? Bespreek je met de klas wat ze meegemaakt hebben of juist niet? Als leerlingen vechten op het schoolplein, haal je ze dan uit elkaar? Het is belangrijk om als schoolteam over al deze vragen te praten en samen na te denken over mogelijke antwoorden. Kijk ook of collega's uit de jeugdhulp of de ggz, die veelal met vergelijkbare dilemma's worstelen, met jullie mee kunnen denken.
Wat weten we tot nu toe over het coronavirus en kinderen * Dat uit verschillende onderzoeken in binnen- en buitenland blijkt dat kinderen zelden heel ziek worden van het coronavirus en weinig bijdragen aan de verspreiding van het coronavirus. * Dat de opvang en de basisscholen vanaf 11 mei open gaan, omdat de experts met grote zekerheid weten dat dit geen onaanvaardbare risico's voor kinderen, hun families en voor leerkrachten oplevert.
Hoe groot is het risico voor leerlingen en leraren? Volgens het OMT het risico voor de volksgezondheid "beheersbaar" is. Voor het onderwijspersoneel geldt dat zij vanaf deze periode wel makkelijker getest kunnen worden. Schoolleiders en leraren onderling afspraken moeten maken over de aanwezigheid, zeker bij leraren die in een risicogroep vallen. Als er een maand na de opening van de basisscholen geen grote uitbraken zijn geweest, dan kan het voortgezet onderwijs zich voorbereiden op het opstarten van "fysiek onderwijs", in de klas. In deze schoolgebouwen moet wel de anderhalve meter afstand gehandhaafd worden.
Hoe gaat het met de noodopvang voor kinderen van ouders met cruciale beroepen. Wat is hiervan de status per 11 mei? Voor wat betreft de noodopvang na 11 mei voor kinderen van ouders in cruciale beroepen en kwetsbare kinderen geldt dat deze doorloopt. Dit betekent dat scholen gedurende de schooltijd verantwoordelijk zijn voor de opvang van kinderen van vier jaar en ouder die tot deze groepen behoren voor de dagen dat zij niet naar school kunnen  Voor - en na schooltijd kunnen deze kinderen net zoals nu bij de kinderopvang terecht. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor het realiseren van noodopvang in avond, nacht en weekend.
Welke rol heeft de MR bij besluiten over onderwijs in de school? In crisissituaties vraag je van alle betrokken veel.  De MR houdt zich aan de WMS. De WMS is niet aangepast maar je mag wel flexibiliteit vragen. Als de MR dit niet wil dan is het helaas zo. Zie artikel: Medezeggenschap in tijden van crisis Van toepassing is Artikel 11f adviesrecht medezeggenschapsraad. De organisatie wijzigt en vandaar advies vragen aan de hele MR.
Hoe omgaan met mogelijke leerachterstanden door de coronacrisis Dat verschilt per kind. Het is in zijn algemeenheid te verwachten dat kinderen minder lesstof hebben verwerkt dan wanneer zij gewoon naar school waren gegaan. Het is het normale effect van de abnormale situatie van de coronacrisis, waarmee alle kinderen te maken hebben. Dit besef kan helpen om jezelf en je kind gerust te stellen. Belangrijk is dat je samen met school kijkt hoe jullie de ontwikkeling en het welzijn van je kind kunnen blijven stimuleren en samen te kijken naar wat je kind nodig heeft om goed verder te kunnen. Uit onderzoek is bekend dat kinderen veerkrachtig zijn. De meeste kinderen pakken de draad vanzelf weer op. Het belangrijkste hiervoor is het vertrouwen en de steun van ouders en andere belangrijke volwassenen in zo'n bijzondere periode.(Bron: zie NJI Nederlands Jeugdinstituut). Er is de afgelopen weken keihard gewerkt om de verschillen tussen onderwijs op school en het thuisonderwijs zo klein mogelijk te houden. Ook ouders hebben zich daar heel goed voor ingezet. We hebben straks een hele generatie die een paar weken niet naar school kon, maar op afstand toch aan zijn of haar ontwikkeling heeft gewerkt. De onderwijsgevenden zullen bij terugkeer op school daar bij aansluiten en de kinderen weer verder helpen zich te ontwikkelen.
Brengen en halen naar school of opvang, hoe organiseer je dat? Ouders worden opgeroepen om hun kinderen zoveel mogelijk alleen en lopend of op de fiets naar de school of opvang te brengen. Maak als  school regels over waar de ouders wel en niet mogen komen: wel of niet in de school, bij de deur, op het plein. Die regels bepalen dus waar het kind wordt afzet en weer opgehaald  bij de school. Houd je goed aan die regels. De 1,5 meter tussen personeel, andere kinderen en ouders is de norm bij het halen en brengen.
Mag een kind naar school als er iemand in het gezin ziek is? Nee, als één van de gezinsleden of andere mensen met wie je een huishouden deelt ziek is, moet iedereen zoveel mogelijk binnen blijven. Onder ziek zijn verstaan we: hoesten of niezen of keelpijn of benauwdheid of koorts. De gezinsleden zonder klachten mogen alleen naar buiten voor de hoognodige dingen, zoals boodschappen doen. Als iemand thuis meer dan 38 graden koorts heeft, moet iedereen binnen blijven. Het kind mag weer naar school als iedereen in het gezin/huishouden minimaal 24 uur zonder klachten is. Overleg met de ouders of online onderwijs in deze periode mogelijk en wenselijk is.
Ik ben leerkracht en bezorgd over mijn gezondheid. Moet ik weer naar school? Ja, in principe moeten docenten en leerkrachten vanaf 11 mei weer naar school. Personeel in het onderwijs hoeft niet op school te werken als ze klachten hebben van hoesten, niezen, keelpijn, benauwdheid of koorts of als ze behoren tot één van de risicogroepen. Overleg in zo'n geval ook altijd met je leidinggevende.
Mag ik als leerkracht op school werken als een van mijn gezinsleden een beetje hoest of niest, maar geen koorts heeft? Nee, als een van jouw huisgenoten hoest of niest of keelpijn heeft of benauwd is of koorts heeft, moet je thuisblijven en dus thuis werken. Als huisgenoten 24 uur geen klachten meer hebben gehad, kun je weer naar school. Zolang je zelf geen klachten hebt, mag je nog wel naar buiten voor de hoognodige dingen, zoals het doen van boodschappen. Zodra een huisgenoot meer dan 38 graden koorts heeft, moeten jullie allemaal binnen blijven
Ik ben leerkracht. Ik hoest/nies of heb keelpijn, maar ik voel me goed genoeg om te werken. Kan ik naar school gaan? Nee, je moet thuisblijven. Je kunt weer naar school als jij of een van jouw huisgenoten langer dan 24 uur geen klachten heeft gehad. Bij twijfel neem je contact op met je leidinggevende en/of de huisarts. Mogelijk kan je getest worden op corona.
Waarom wordt in so gebruik mondkapjes bij verzorging van leerlingen wel geadviseerd en niet in het reguliere onderwijs. Heeft dit te maken met het type onderwijs en type leerlingen, of zijn er nog andere redenen? In principe werken alleen de medewerkers die niet ziek zijn en/of niet tot de risicogroep behoren. Zie hiervoor de “Thuisblijf regels – gezondheid personeel” van het protocol. Beschermingsmiddelen zijn om die reden niet nodig. Of mondkapjes strikt noodzakelijk/verplicht zijn bij de verzorging van kinderen in het speciaal onderwijs wordt nog met het RIVM afgestemd.
Vervangt het Vervangingsfonds de kosten van vervanging voor werknemers die uit voorzorg thuis blijven? Ja dat wordt vergoed. Zie: www.vfpf.nl
Mogen scholen ook later starten dan 11 mei? Dat mag niet. Het is in het belang van de kinderen dat zij zo snel mogelijk weer naar school gaan. Via de website www.weeropschool.nl staan medewerkers uit diverse organisaties klaar om u te helpen.  Er zijn twee protocollen opgesteld door de PO-Raad, AOb, CNV Onderwijs, FVoV en AVS en is afgestemd met Ouders & Onderwijs, het Lerarencollectief, Boink, BMK, BK, Voor Werkende Ouders, OCW en SZW. De PO-Raad heeft twee protocollen ontwikkeld voor het onderwijs: een protocol voor het basisonderwijs, en een protocol voor het speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs. Ook zijn er posters beschikbaar met praktische uitleg van de protocollen voor ouders en onderwijspersoneel.
Wat mogen we van de BSO verwachten? De BSO volgt hetzelfde regime als de basisscholen. Op dagen dat kinderen naar school gaan, is de BSO voor hen beschikbaar. Daarbij kan afgeweken worden van de reguliere contractdagen. De aansluiting moet straks goed geregeld zijn, zodat kinderen na hun schooldag naar de BSO kunnen gaan en ouders weer meer kunnen werken. Alleen zo kunnen we deze periode werkbaar houden voor ouders en kinderen. Scholen en kinderopvang moeten met elkaar in gesprek gaan en blijven, ook gedurende de meivakantie. Neem voldoende tijd voor goed overleg; probeer uiterlijk een week van te voren tot afspraken te komen. Zorg dus dat de onderlinge afspraken uiterlijk een week van tevoren gemaakt zijn. Een gespreksleidraad is te vinden op (o.a.) de website van de PO-Raad.
Voor welke kinderen is noodopvang bedoeld? Noodopvang is bedoeld voor kinderen waarvan de ontwikkeling thuis in het gedrang komt en waarbij de verwachting is dat ouders dit niet kunnen oplossen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de draagkracht van ouders niet voldoende is, er gedrags- of psychische problemen bij de kinderen of hun ouders zijn en bij een thuissituatie waarbij er zorgen zijn over de veiligheid van kinderen. De noodopvang is ook voor kinderen van het speciaal (basis) onderwijs, en voor peuters met een achterstand die voorschoolse educatie krijgen, een sociaal medische indicatie hebben en in een kwetsbare situatie zitten.
Hoe is het toelatingsbeleid vierjarigen in tijden van Corona en maatregelen hieromtrent?
De beslissing over toelating en verwijdering van leerlingen berust bij het bevoegd gezag. Bij wijzigingen over toelating heeft de (G)MR een adviesrecht (WMS 11j)
Vierjarigen-en-onderwijs-in-coronatijd (docx)
Hoe moeten we in school omgaan met het bewegingsonderwijs? Zijn er specifiek maatregelen die we moeten nemen?
Hiervoor is een FAQ opgesteld een protocol advies heropening en leerlijnen buiten en binnen tips
Downloads:
FAQ DEF Bewegingsonderwijs buiten en binnen na 11 mei (PDF) Definitief Protocol Advies heropening bewegingsonderwijs PO-SO (PDF) Leerlijnen buiten en binnen Tips en Adviezen Bewegingsonderwijs PO-SO volgens RIVM richtlijnen (PDF)
Hoe gaan we om met kwetsbare leraren als de scholen weer open gaan? Leraren en medewerkers in de kinderopvang van 70 jaar of ouder of een onderliggende aandoening hebben kunnen vanaf huis blijven werken.