Je horizon verbreden, inspiratie opdoen over de grens, ideeën uitwisselen met schoolleiders in binnen- en buitenland. Een studie- en netwerkreis naar het buitenland met de AVS is een unieke, avontuurlijke ervaring!

Tijdens de reizen ontstaat er binnen de groep vaak een prikkelende sfeer, die je de gelegenheid geeft je eigen situatie te relativeren. Je kunt even afstand nemen van je eigen schoolorganisatie en je laten onderdompelen in een andere cultuur. Hoe zit het schoolsysteem van collega’s in het buitenland in elkaar? Hoe gaan zij met veranderingen om? Wat zijn de etnografische contexten en de opvoedingsidealen? Een leerrijke en inspirerende ervaring! Al ruim 25 jaar biedt de AVS een reizenprogramma aan specifiek afgestemd op onderwijsprofessionals. Door de grote ervaring en kennis van het onderwijs in het buitenland kan de AVS een gevarieerd aanbod presenteren. Vele collega’s uit po en vo gingen je voor, van besturen, (bovenschools of adjunct-)directeuren en leraren tot intern begeleiders, leerlingbegeleiders, bouwcoördinatoren en andere belangstellenden. De groepen hebben een maximale grootte. Leden hebben het voordeel dat zij met korting kunnen reizen.

"Bij ons is alles soms zo vanzelfsprekend. Dit leidde tot reflectie en verbondenheid en het opnieuw nadenken over onze visie en doelen"

Wendy ten Bookum, beleidsmedewerker Onderwijs en kwaliteitszorg bij Stichting Meer Primair
Slide 1 van1

“Het is fijn dat je op zo’n reis je collega’s beter leert kennen. Je leert hoe andere scholen van onze Stichting dingen aanpakken”

Wouter Groot Lipman, leerkracht Sint Jozefschool in Wijhe
Slide 1 van1

Vragen of meer informatie?

Paul van den Heuvel

Monique Duparant

Neem contact op met Paul van den Heuvel of Monique Duparant. Bel 030-2361010 of mail naar reizen@avs.nl.

Veelgestelde vragen over de studiereizen

  • Waar kan ik informatie vinden over de steunpakketten jeugd van het Nationaal Programma Onderwijs?

    In het bedrag van € 8,5 miljard is ook een bedrag opgenomen voor gemeenten en samenwerkingsverbanden om de gevolgen van corona voor de jeugd op te vangen.

    Gemeenten en onderwijs staan voor de opgave om jongeren goed te laten van herstellen van de impact van corona en om hen perspectief te bieden. Hiervoor ontvangen zij steun vanuit het kabinet. In korte tijd moet er veel gebeuren. Om daarbij te helpen, heeft het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) een stappenplan gemaakt.

    Het stappenplan en bijbehorende werkbladen helpen scholen en gemeenten om tot een gezamenlijke aanpak te komen én die aanpak te verbinden aan bestaand beleid.

    Het stappenplan en de werkbladen zijn te downloaden via https://www.nji.nl/nl/coronavirus/Gemeenten/Stappenplan-samenhang-corona-steunpakketten-jeugd.

    Voor meer informatie:

    • De VNG en het Nederlands Jeugdinstituut organiseren twee webinars over een gezamenlijke aanpak van gemeenten en onderwijs voor de corona-steunpakketten voor de jeugd. De webinars zijn op 24 juni en 8 september. 
    • De VNG en het NJi organiseren samen met onder meer het Steunpunt Passend Onderwijs een netwerkbijeenkomst op 16 juni over dit thema, voor bestuurders en beleidsmedewerkers onderwijs en jeugd van gemeenten, en voor leidinggevenden van samenwerkingsverbanden, hun schoolbesturen en staffunctionarissen.
  • Wanneer kan overgegaan worden tot een tropenrooster?

    Geregeld krijgt de AVS Helpdesk vragen binnen over wanneer scholen mogen werken met een tropenrooster. Want ook schoolbesturen kunnen zomerse temperaturen anticiperen op het weer.

    Het bestuur van een basisschool of een school voor  voortgezet onderwijs kan zelf besluiten om een tropenrooster in te stellen bij extreem warm zomerweer. .Het minimum aantal lesuren per schooljaar moet de school wel halen (verplichte onderwijstijd). De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de onderwijstijd.

    Arbeidsomstandigheden
    Scholen kunnen de arbeidsomstandigheden beoordelen met de  Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet). De leraren en leerlingen zijn in zo’n geval werknemers. In de Arbowet staat geen maximumtemperatuur waarbij nog gewerkt mag worden. Het schoolbestuur moet ervoor zorgen dat medewerkers veilig en gezond kunnen werken. Dit geldt ook voor scholen.

    Maatregelen tegen warmte
    Bij een temperatuur boven de 30 graden Celsius moet op school maatregelen genomen worden om de belasting voor leerlingen en leraren zo laag mogelijk te houden. De school kan bijvoorbeeld een tropenrooster met kortere lesuren of lesdagen  instellen.
    Andere maatregelen zijn: zo kort mogelijk aaneengesloten werken, pauzeren in koele ruimtes, extra ventilatie en veel drinken. De school stelt de maatregelen op met instemming van de MR.
    De school moet de ouders informeren over een tropenrooster. Hebben de ouders geen opvang voor hun kinderen? Dan moet de school een alternatief programma (opvang) aanbieden tijdens de uren waarop de lessen vervallen.

    Meer informatie over temperaturen in schoolgebouwen op https://arbocataloguspo.nl/themas-onderwerp/Veiligheid%20en%20gezondheid%20schoolgebouwen/71/55

  • Mogen scholen hun onderwijstijden wijzigen?

    Het uitgangspunt is dat scholen hun reguliere schooltijden aanhouden. Hierbij houden zij rekening met gespreide tijden om kinderen te brengen en halen. Dit is om het verspreidingsrisico onder ouders en verzorgers zoveel als mogelijk te beperken. Let op: de school is verantwoordelijk voor goede aansluiting van de kinderopvang op de schooltijden. De school en zal dit dus met de kinderopvang moeten afstemmen. De kinderopvang zal dit ook moeten afstemmen met de eigen oudercommissie, zeker gezien het feit dat extra opvanguren tot extra kosten leiden voor ouders.

  • Mag een school een ingeschreven leerling, die binnenkort 4 jaar wordt, weigeren en/of pas later laten instromen vanwege de coronamaatregelen?

    Nee, dit mag niet. Een leerling die is ingeschreven bij een school en de vierjarige leeftijd bereikt, moet de gelegenheid krijgen om te wennen en is vervolgens welkom op de school vanaf het moment dat hij/zij vier jaar wordt. Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van scholen en schoolbesturen om het onderwijs zo goed mogelijk te organiseren en ervoor te zorgen dat elk kind onderwijs kan blijven volgen. Wanneer vierjarigen pas later op school mogen beginnen, kunnen ouders hierdoor in de problemen komen met bijvoorbeeld kinderopvang. Wanneer ouders zich hierover zorgen maken of andere problemen rondom de coronamaatregelen ervaren, dan kunnen zij terecht bij de directie of het bestuur van de school.

  • Is het altijd nodig dat de hele klas in thuisquarantaine gaat bij een besmetting?

    Soms, maar niet altijd. De GGD bepaalt dit. Hiervoor gebruikt de GGD de informatie van de positief geteste persoon en nadere informatie, die de school kan leveren.

    • Kinderen tot en met 12 jaar kunnen volgens de RIVM-richtlijnen aangemerkt worden als ‘nauwe contact’ als zij langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter afstand in contact waren met een besmet persoon, of als dit niet kan worden uitgesloten.

    • Wanneer iemand op school positief wordt getest, gaat in principe de hele klas als ‘nauw contact’ voor 10 dagen in thuisquarantaine. Na 5 dagen kunnen deze leerlingen getest worden via de GGD. Bij een negatieve testuitslag mag een kind de volgende dag weer naar school. Indien het kind niet wordt getest, zal het de volledige 10 dagen thuisquarantaine moeten volmaken.

    • Als een school heeft georganiseerd dat kinderen alleen contact hebben met een deel van de klas, bijvoorbeeld door vaste, kleinere groepen te vormen (cohortering), dan kan in overleg met de GGD bekeken worden of een deel van de leerlingen beschouwd kan worden als ‘overige contacten’ (categorie 3) waarvoor geen quarantaine nodig is.

  • Moeten ouders van leerlingen die als ‘nauw contact’ uit BCO komen ook in quarantaine?

    Nee. Nauwe contacten van nauwe contacten hoeven niet zelf ook in quarantaine. Let wel op: als een kind dat nauw contact is zelf ook positief test, dan moeten de nauwe contacten van deze leerling wél in quarantaine. Volg altijd de adviezen van de GGD.

  • Hoe lang duurt de quarantaine?

    Quarantaine duurt 10 dagen. In die tijd kan een leerling niet naar school. Op of na dag 5 kunnen leerlingen en leraren zich laten testen. Bij een negatieve test kan de leerling/leraar weer naar school komen.

Meer veelgestelde vragen