Relevante onderwerpen

Lees ook

  • Pilots Onderwijstijd VO geven scholen ruimte

    Het ministerie van OCW is met de bonden en vakorganisaties, waaronder AVS, overeengekomen dat er via een pilot in het Voortgezet Onderwijs in het schooljaar 2024-2025 ruimte ontstaat om het onderwijs anders te organiseren. De bedoeling van de pilot is dat scholen ervaring kunnen opdoen met het aanbieden van substantieel minder uren onderwijstijd dan momenteel de standaard is. De tijd die vrijkomt, kan door leraren besteed worden aan meer ontwikkel- en voorbereidingstijd om het onderwijs met...

  • Praat mee in Oplossingenlabs Zorg in Onderwijstijd

    Het Nederlands Jeugd Instituut (NJi) heeft in juli een nieuwe brochure uitgebracht over Zorg in Onderwijstijd. Het organiseren en financieren van zorg voor kinderen en jongeren met een complexe ondersteuningsbehoefte in het onderwijs is in de praktijk niet eenvoudig. Daarom wordt er onderzoek verricht om de organisatie en financiering te vereenvoudigen, zodat ouders en scholen in het speciaal onderwijs zo min mogelijk belasting ervaren. Terwijl de kwaliteit van zorg en onderwijs op peil blijft...

  • Handreiking Onderwijstijd, regels en ruimte op een rij

    Voor scholen in het primair onderwijs bestaan er verschillende mogelijkheden om de onderwijstijd op een flexibele manier te organiseren. Sommige scholen maken daar al gebruik van, maar voor andere scholen, én ouders, is het niet altijd duidelijk welke ruimte er bestaat in wet- en regelgeving. Het ministerie van OCW heeft een handreiking gemaakt om dat inzichtelijker te maken. De handreiking Onderwijstijd zet op een rij welke regels er zijn en welke ruimte deze regels laten. Training...

Al het nieuws over onderwijstijd en schooltijden

Veelgestelde vragen: Vragen

  • Hoe zit het met therapie onder schooltijd?

    Je hebt het zelf misschien al wel meegemaakt: een ouder die de leerkracht tussen neus en lippen door meldt dat het kind logopedie of fysiotherapie nodig heeft en dus de komende weken elke maandagochtend om 10 uur wordt opgehaald om naar de behandelaar te gaan… Dat kan natuurlijk niet zomaar!

    Overleg tussen school en ouders is altijd een eerste vereiste. Het is uiteindelijk de directeur die, namens het bevoegd gezag, toestemming moet geven voor een behandeling onder schooltijd. Op schoolniveau kun je deze bevoegdheid in bepaalde, helder omschreven gevallen, overdragen aan de leerkrachten.

    Naar de fysiotherapeut, de logopedist enzovoort

    Leerlingen die onder schooltijd een medisch of paramedisch geïndiceerde behandeling moeten ondergaan, kunnen vrijgesteld worden van onderwijs op grond van artikel 11, onder d, van de Leerplichtwet 1969. Overigens vallen onder dit artikel ook de leerlingen die door de ouders worden ziek gemeld (griepje, migraine, gebroken been enz.). Hun verzuim wordt geregistreerd als geoorloofd verzuim. Onder paramedische zorg vallen fysiotherapie, oefentherapie, logopedie, ergotherapie en diëtetiek; een bewijsstuk voor de noodzaak van de behandeling moet opgenomen worden in de verzuimregistratie. Als school kun je overigens ouders wel verzoeken om de behandelaar te vragen de behandelsessies zoveel mogelijk buiten schooltijd om in te plannen. Gezien de overbelasting van de (paramedische) zorg is dat niet altijd mogelijk…

    Langdurige behandeling

    In een aantal gevallen is een meer intensieve of een langduriger behandeling (therapie) nodig, bijvoorbeeld als er sprake is van ernstige psychosociale problematiek. Dan weeg je als school de mate mee waarin de problematiek de ontwikkeling van het kind op school belemmert. Besluit je dat de behandeling nodig is en vindt ze plaats onder schooltijd, dan kun je als school ook in dit geval verlof geven op basis van hetzelfde artikel uit de Leerplichtwet 1969.

    Onderwijs elders

    Het wordt anders als de leerling in het geheel niet meer in staat is om onderwijs te volgen en voor de therapie bijvoorbeeld tijdelijk opgenomen wordt in een residentiële instelling waar onderwijs en therapie worden gecombineerd. In dat geval is het aanvragen van afwijking in beginsel aan de orde als door de leerling het wettelijk voorgeschreven minimum aantal uren onderwijs niet haalt. De inspectie stemt in deze gevallen zonder voorafgaande aanvraag in met onderschrijding van het wettelijk minimum aantal uren onderwijs als:

    • de school in het bezit is van een verklaring van de verantwoordelijke behandelaar van de therapieverzorgende residentiële instelling waaruit blijkt dat de gevraagde beperking van het aantal uren onderwijs in het belang van de ontwikkeling van de leerling noodzakelijk is en
    • indien uit die verklaring blijkt om hoeveel uren behandeling onder schooltijd het gaat en op welke tijdstippen deze plaatsvindt.

    Bijzondere gevallen

    In alle andere gevallen geldt dat de school een aanvraag voor afwijken van de onderwijstijd moet indienen bij de inspectie. In deze aanvraag vermeld het bevoegd gezag het volgende:

    • voor hoeveel uren per week en gedurende welke periode gedurende het schooljaar de afwijking wordt aangevraagd;
    • dat voor de leerling een ontwikkelingsperspectief (opp) is opgesteld dat aan de vereisten genoemd in deze beleidsregel voldoet;
    • 3. in het voorkomende geval: dat eerder is verzocht om afwijking van de onderwijstijd.

    Meer informatie

    Bij twijfel adviseren we je om contact op te nemen met je inspecteur. De beleidsregel van de inspecteur-generaal van het onderwijs inzake het instemmen met afwijking van het verplichte aantal uren onderwijs, vind je hier: https://wetten.overheid.nl/BWBR0041216/2018-08-01. De tekst in de Staatscourant (met toelichting) vind je hier: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2018-42600.html.

  • Hoe berekent een schoolleider in het PO incl. S(B)O de onderwijstijd van een schooljaar?

    Voor de berekening van het aantal uren in een schooljaar hanteert de Inspectie van het Onderwijs de periode 1 oktober tot 1 oktober. Gemakshalve wordt er van uitgegaan dat een jaar 52 weken telt, maar dat is niet helemaal correct…

    Een jaar telt 365 dagen en dat is 52 weken + 1 dag. In een schrikkeljaar zelfs + 2 dagen. Dat maakt dat we voor de berekening van het aantal dagen in een schooljaar te maken hebben met het fenomeen bijtelling. Dat is als volgt geregeld.

    Het schooljaar begint te lopen op 1 oktober XXXX en loopt tot 1 oktober XXXX+1. Als we bij de berekening uitgaan van 52 weken, zou het schooljaar eindigen op 29 september. De bijtelling van 30 september is nodig, om te komen tot een jaar van 365 dagen. N.B. Als de datum van 30 september op een weekenddag valt, hoeft deze niet te worden bijgeteld. Bijtellen betekent dat de lesuren die op 30 september vallen, bij het totaal worden geteld.

    Een schrikkeljaar telt een extra dag (29 februari) en dus 366 dagen, dat is 52 weken + 2 dagen. In een schrikkeljaar tellen we 29 + 30 september bij om te komen tot een schooljaar van 366 dagen. N.B. Als 29 en/of 30 september niet op een schooldag vallen, hoeven deze dagen niet te worden bijgeteld.

    Voorbeeld: 2024 is een schrikkeljaar. Voor het schooljaar 2023-2024 geldt dus niet alleen de bijtelling van 30 september, maar ook van 29 september. Nu valt 29 september toevallig op een zondag. Voor 2023-2024 moeten we dus slechts één dag bijtellen, nl. 30 september (valt op een maandag).

    VSO wijkt af!

    Sinds enkele jaren gelden voor het VSO de onderwijstijdbepalingen uit de WVO2020. In het VSO wordt de onderwijstijd op dezelfde manier berekend als in het voortgezet onderwijs. Bijtelling is dus niet meer aan de orde en dus ook niet meer toegestaan. Vanaf schooljaar 2019-2020 handhaaft de Inspectie van het Onderwijs hierop.

  • Waar moet ik als schoolleider rekening mee houden bij het invoeren van andere schooltijden?

    Ingegeven vanuit maatschappelijke veranderingen is de afgelopen tijd de behoefte aan andere schooltijden in het primair onderwijs gestegen. De mogelijkheden voor het basisonderwijs liggen in verschillende schooltijdmodellen, waarbij ook de wet- en regelgeving een rol speelt. In de eerste plaats is de rol, positie en mening van de ouders van belang. De flexibilisering van de schooltijden geldt voor scholen voor basisonderwijs, scholen voor speciaal basisonderwijs en scholen en instellingen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Scholen en schoolleiders moeten bij het invoeren van andere schooltijden rekening houden met zaken als (voldoende) onderwijstijd, werk- en rusttijden voor leerkrachten, overblijfmogelijkheden, de keuze van het schooltijdmodel en bijvoorbeeld de verplichte ouderenquête.

    De AVS heeft de publicatie “Naar andere schooltijden, en dan?” samengesteld  in het kader van invoering van andere schooltijden. Deze is via de AVS-website te bestellen.

  • Mogen leerlingen ook meer dan de voorgeschreven 7520 uur les krijgen?

    In de WPO staat dat het tenminste 7520 uur moet zijn. Je spreekt dus over een ondergrens. Elke school mag over 8 leerjaren meer onderwijs geven, maar niet minder.

  • Hoe stelt een school vast dat leerlingen over 8 jaar tenminste 7520 uur onderwijs krijgen?

    Per leerjaar (groep) dient bijgehouden te worden hoeveel uren onderwijs zijn gegeven. Als scholen overgaan op bijvoorbeeld het Hoorns model (940 uur op jaarbasis), dan dienen ook de achterliggende schooljaren meegenomen te worden om te bepalen of er in elke 8 jaren totaal 7520 uur onderwijs gegeven is. Bij de registratie dient ook rekening gehouden te worden met de keren dat er onverwacht lessen zijn uitgevallen.

    In de AVS Kennisbank is een tool opgenomen, waarin een berekening gemaakt kan worden bij het overschakelen naar een ander model, Overgangsregeling wet schooltijden versie 2021-2022.

  • Waarmee moet je rekening houden bij de invoering van andere schooltijden?

    Deze vraag krijgt de AVS-helpdesk steeds vaker. Als een school (uit naam van het bestuur) overweegt andere schooltijden in te voeren, is een aantal stappen nodig.

    De eerste is de oriëntatie. Het is van belang om de ambitie te formuleren (waarom willen we dit eigenlijk?), de startsituatie in kaart te brengen (hoe is het nu?) en een visie te formuleren (waar willen we heen?). Stap twee is de voorbereiding. Daarin draait het om de formatie van een werk-, project- of kerngroep, de organisatie van informatiebijeenkomsten, de peiling van behoeften en wensen, de keuze voor een van de schooltijdmodellen en de uitwerking daarvan voor organisatie, personeel, huisvesting en financiering. Vervolgens dient besluitvorming plaats te vinden. In deze stap kun je overwegen een pilot uit te voeren. De stap wordt afgerond met een plan van aanpak voor de invoering, waarbij het van belang is continu te investeren in draagvlak bij ouders en werknemers. De laatste stap betreft de daadwerkelijke invoering, waarna wordt gestart met de nieuwe schooltijden. Hierbij verdient het aanbeveling tussentijds te evalueren en bij te stellen. Voer na verloop van tijd een tevredenheidonderzoek uit en houd ouders en werknemers op de hoogte van de voortgang en resultaten. In het schooljaar erop kunnen indien nodig aanpassingen worden doorgevoerd.

    Wettelijke bepalingen

    Voor de start van de daadwerkelijke invoering is het zaak de wettelijke bepalingen in acht te nemen. De wet verplicht de school de onderwijstijd van 7520 uur over acht schooljaren te realiseren. Het verschil tussen onder- en bovenbouw mag vervallen. Bij keuze voor een verschillend aantal uren in onder- en bovenbouw geldt dat leerlingen in de eerste vier leerjaren ten minste 3520 uur les krijgen (gemiddeld 880 uur per schooljaar) en in de laatste vier schooljaren ten minste 3760 uur. De in dit geval resterende 240 uur kunnen door de school worden ondergebracht bij ofwel de leerjaren 1 t/m 4, ofwel de leerjaren 5 t/m 8, ofwel beide, verdeeld naar eigen inzicht.

    Overgangsregeling

    Om te voorkomen dat kinderen lesuren tekort komen, is een overgangsregeling nodig. Deze duurt ongeveer vier schooljaren, afhankelijk van de reeds opgebouwde uren in voorgaande jaren op het moment van invoering.
    Als het bestuur de schooltijden wil wijzigen, dient het eerst alle ouders te raadplegen (artikel 15.3 WMS). Dit kan door vooraf een referendumkader op te zetten: enquêtelijst samenstellen, percentage respons bepalen en percentage instemming formuleren. Ook heeft de oudergeleding van de (G)MR instemmingsrecht (artikel 13 lid h WMS). Als de aanpassing van de schooltijden gevolgen heeft voor de werk- en rusttijden, is instemming vereist van de geleding personeel van de (G)MR (artikel 11 lid d WMS).

  • Is er een handreiking Onderwijstijd beschikbaar?

    Het ministerie van OCW heeft in augustus 2021 een handreiking Onderwijstijd uitgebracht.

    De AVS heeft uitgebreide informatie over de onderwijstijd opgenomen in de brochure “Naar andere schooltijden, en dan?”. Zie hiervoor de publicatie Naar andere schooltijden.

    Download

    Handreiking Ruimte voor regie primair onderwijs

  • Hoe dient bij staking omgegaan te worden met de onderwijstijd?

    Het advies luidt om met het onderwerp staking principieel om te gaan (eerbiedig het stakingsrecht, dwing stakende werknemers niet uren in te halen en vermijdt dat een staking gebroken wordt door bijvoorbeeld uitzendkrachten in te huren) om vervolgens na afloop van de staking te kiezen voor een praktische benadering met betrekking tot de onderwijstijd.
    – Ga na of het wel klopt dat de onderwijstijd niet wordt gehaald. De meeste scholen hebben ruime marges en bedenk dat de onderwijstijd is uitgesmeerd over acht jaar, waarbij wel moet worden voldaan aan het minimum voor onderbouw (3.520 uur in vier jaar) en bovenbouw (1.000 uur per leerjaar), gemiddeld 940 uur per leerjaar en het totaal van 7.520 uur.
    – Blijkt inderdaad dat er geen marges zijn of dat die uiterst klein zijn, vraag dan het zittende personeel of deze bereid is extra te werken tegen extra betaling.
    – Biedt dat geen soelaas, kijk dan of er extra personeel kan worden ingehuurd, al dan niet tijdelijk.
    – Constateert de onderwijsinspectie dat de onderwijstijd in de knel is gekomen, raak dan niet meteen in paniek maar leg uit hoe dit is veroorzaakt (overmacht) en denk gezamenlijk na over oplossingen (zoals de twee die hiervoor zijn genoemd).

  • Hoe stel ik de lestijd van de leraar vast voor een schooljaar?

    De AVS Helpdesk krijgt geregeld vragen over het verschil tussen de (berekening lestijd via de) gemiddelde en werkelijke onderwijstijd in een schooljaar.
     
    Onderwijstijd is de tijd die kinderen in een schooljaar onderwijs genieten. Je vermenigvuldigt hiervoor eerst het aantal weken in een jaar (52) x de onderwijstijd per week (25 uur). Dat verminder je met de door de overheid vastgestelde vakantie-uren (in 2020-2021 zijn dat er bijvoorbeeld 300, inclusief Goede Vrijdag) en de marge-uren (13 dagen à 5 uur = 65 uur). In dit voorbeeld is de onderwijstijd dus 52 x 25 – 300 – 65 = 940 uur.
     
    Lestijd is de tijd die de leerkracht in het jaar les geeft. Die kun je op twee manieren bepalen.
    Rekenmethode 1, vanuit de gemiddelde onderwijstijd: je deelt de onderwijstijd in een jaar door de onderwijstijd in een week, in ons voorbeeld dus 940:25 = 37,6 weken lestijd.
    Rekenmethode 2, vanuit de daadwerkelijke onderwijstijd: je vermindert het aantal schoolweken (in dit voorbeeld 41) met de verplichte feestdagen (4 stuks x 0,2 week = 0,8 week) en de margetijd (65 uur = 2,6 weken). Zo kom je op dezelfde 37,6 weken lestijd.
     
    Het aantal schoolweken varieert per jaar en per regio door de vakantiespreiding. Als je uitgaat van gemiddelde onderwijstijd, is de lestijd ieder jaar gelijk. Uitgaande van de daadwerkelijke onderwijstijd verschilt de lestijd, afhankelijk van aantal schoolweken in het jaar.

    Na de totstandkoming van de CAO PO (versie maart 2019) heeft de AVS een handleiding werkverdelingsplan opgesteld. In de herziene publicatie ‘De jaartaak in het primair onderwijs: van werkdruk naar gedeelde arbeidsvreugde’ (versie juni 2019) is het werken met het werkverdelingsplan opgenomen. Hiervoor is een rekenmodel gemaakt om de schooltijden te bepalen en de jaarplanning te maken. De jaartaakpublicatie is te bestellen via de website van de AVS.

    Downloads

  • Welke specifieke bepalingen gelden voor het (voortgezet) speciaal onderwijs?

    In de Wet op de Expertisecentra (WEC) staat in artikel 12 de uitgangspunten vermeld. Leerlingen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar dienen in een tijdvak van 8 schooljaren tenminste 7520 uren onderwijs te ontvangen, waarvan in de eerste 4 schooljaren tenminste 3520 uur en in de laatste 4 schooljaren tenminste 3760 uur. Het onderwijs aan leerlingen jonger dan 4 jaar omvat tenminste 880 uur per schooljaar. Aan de leerlingen in de laatste 6 schooljaren wordt ten hoogste 7 weken van het schooljaar 4 dagen per week onderwijs gegeven, die evenwichtig zijn verdeeld over het schooljaar, bij een schoolweek van in beginsel niet minder dan 5 dagen onderwijs.

    De inspectie kan op aanvraag van het bevoegd gezag ermee instemmen dat om lichamelijke of psychische redenen voor individuele leerlingen wordt afgeweken van het bovenstaande. Ook is deze wet vastgelegd hoeveel uur les in het voortgezet speciaal onderwijs gegeven moet worden. Binnen het voortgezet speciaal onderwijs geldt een urennorm voor de verschillende onderwijsprofielen. Deze zijn:

    • uitstroomprofiel vervolgonderwijs: hetzelfde aantal uren als voor het gewone voortgezet onderwijs per opleiding;
    • arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel: 1.000 uren onderwijs per leerjaar;
    • uitstroomprofiel dagbesteding: 1.000 uren onderwijs per leerjaar.

    Voor de Inspectie van het Onderwijs gelden de volgende aandachtspunten bij de berekening: het voortgezet speciaal onderwijs wordt sinds de Wet kwaliteit (v)so op dezelfde manier behandeld als het reguliere voortgezet onderwijs. Dit heeft gevolgen voor de berekening van de onderwijstijd.

    1. Het pauzekwartier in de ochtend telt niet meer mee als onderwijstijd. Dit geldt voor alle uitstroomprofielen;
    2. Het meetellen van een schrikkeldag is niet meer toegestaan.

    Voor verdere informatie: zie www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/onderwijstijd/onderwijstijd-in-het-speciaal-onderwijs

  • Waarom kan de indeling van schooltijden alleen stapsgewijs plaatsvinden?

    Tot 1 augustus 2006 was het wettelijk vastgesteld aantal uren onderwijs voor de onderbouw (1 t/m 4) 880 per leerjaar en voor de bovenbouw (5 t/m 8) 1000 uur. Scholen die er voor kiezen om voortaan gemiddeld 940 uren onderwijs per leerjaar te geven, zullen hiervoor een meerjarenplanning moeten maken. Dit komt omdat anders niet alle leerlingen over een periode van 8 jaar het minimum aantal uren van 7520 hebben ontvangen.

    Zie onderstaand rekenvoorbeeld. (Klik voor een vergroting)

    rekenvoorbeeldenthumb.png
    klik voor een vergroting

     

     

    Downloads

  • Wanneer kan een school overstappen naar een andere indeling van de schooltijden?

    De oudergeleding in de medezeggenschapsraad heeft instemmingsrecht bij het vaststellen of wijzigen van de schooltijden.Voorafgaand aan de vaststelling (of wijziging) van de schooltijden in de medezeggenschapsraad worden alle ouders hierover geraadpleegd. Een wijziging kan pas plaatsvinden als de meningen van de ouders zijn gepeild. Dit om te voorkomen dat ouders en kinderen onvoorziene problemen krijgen door veranderingen in de schooltijden.

  • Telt een avondactiviteit als lestijd?

    Nee, we hebben het over dagonderwijs. Onder lestijd wordt het reguliere lesrooster verstaan. Ook een werkweek telt als zodanig niet als extra lestijd.

  • Zijn driedaagse schoolweken ook toegestaan?

    De inspectie controleert of een school zich houdt aan de 7 vierdaagse schoolweken voor de groepen 3 tot en met 8. De inspectie heeft scholen er al op gewezen dat het maken van een 3-daagse schoolweek in strijd is met de wet en aangegeven dat dit absoluut niet de bedoeling is en aangepast dient te worden. Een schoolweek van drie of minder dagen is in feite een week waarin sprake is van een aantal dagen vakantie. Dit is alleen niet zo als er 2 algemene feestdagen in zo’n week vallen.De vrijdag na Hemelvaart is meestal een vakantiedag, dat wil zeggen dat de school gesloten is. De vrijdag na Hemelvaart hoort bij de reguliere vakantie. Als een plaatselijke erkende feestdag, bijvoorbeeld het Leidens ontzet op 3 oktober valt, dan mag de school de vrijdag ook vrij geven. Deze week telt dan echter wel mee als 1 van de 7 onvolledige schoolweken.

  • Scholen die meer dan 5,5 uur per dag inroosteren hebben veel marge-uren opgebouwd. Kun je als school deze uren gebruiken om een extra vakantie in te roosteren?

    De school is vrij vakantieweken in te roosteren, als voldaan wordt aan het wettelijke minimum aantal uren onderwijstijd. Het ministerie OCW geeft voor vakanties adviesdata. Scholen bepalen zelf in samenspraak met de MR wanneer de vakantieweken (adviesrecht MR) zijn. Het verdient aanbeveling om de vastgestelde vakanties in de schoolgids op te nemen, zodat alle ouders op de hoogte zijn van de vakantiedata. De zomervakantie vormt een uitzondering hierop. De zomervakantie is een verplichte vakantie van 6 weken. Volgens de ‘Regeling spreiding zomervakanties’ kan deze niet worden opgerekt, anders dan 2 dagen onmiddellijk voor, of 2 dagen onmiddellijk na het einde van de voorgeschreven begin- of einddata.

  • Als een school een aparte instroomgroep, een 0-groep kent, valt die dan onder de wet Schooltijden?

    De Wet op het Primair Onderwijs (WPO) kent geen groep 0. Op het moment dat een 4-jarige naar school gaat, valt de leerling onder de WPO. Deze wet kent geen groep 0, alleen groep 1 t/m 8. Alle 4-jarige leerlingen stromen in leerjaar 1 in. Een deel van de leerlingen zal in augustus doorstromen naar groep 2 en een ander deel zal mogelijk nog deel uitmaken van leerjaar 1. In een instroomgroep moeten dus evenveel uren gemaakt worden als in groep 1. Sommige leerlingen zullen niet aan de 7520 uur komen over 8 leerjaren, andere leerlingen zullen meer uren krijgen. Verder staat duidelijk in artikel 8 van de WPO dat het onderwijs zodanig wordt ingericht dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het dient afgestemd te worden op de voorgang in de ontwikkeling van de leerlingen.

  • Hoe ga je om met een leerling die halverwege een schooljaar in een groep instroomt vanuit een andere school?

    De school hoeft niet voor elke leerling afzonderlijk het aantal uren bij te houden. De schooltijden worden vastgesteld voor groepen leerlingen. Voor een leerling die tussentijds instroomt, hoeft de onderwijstijd niet apart te worden geregistreerd.

Veelgestelde vragen: Hulpmiddelen en instrumenten