Relevante onderwerpen
Wil je als schoolleider meer grip op de indeling van het schooljaar? Vanaf 9 tot en met 30 april kun je je aanmelden voor het experiment Ruimte in Onderwijstijd. Dit biedt scholen in het primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs de kans om af te wijken van vaste schoolvakanties en het maximum aantal vierdaagse schoolweken. Het experiment geeft je ruimte om keuzes te maken die passen bij jouw school. Denk aan een andere spreiding van vakanties, lesgeven zonder een lange...
Het ministerie van OCW is met de bonden en vakorganisaties, waaronder AVS, overeengekomen dat er via een pilot in het Voortgezet Onderwijs in het schooljaar 2024-2025 ruimte ontstaat om het onderwijs anders te organiseren. De bedoeling van de pilot is dat scholen ervaring kunnen opdoen met het aanbieden van substantieel minder uren onderwijstijd dan momenteel de standaard is. De tijd die vrijkomt, kan door leraren besteed worden aan meer ontwikkel- en voorbereidingstijd om het onderwijs met...
Een precies antwoord op deze vraag is niet te geven, enerzijds omdat de wet- en regelgeving geen harde normen hanteert, anderzijds omdat veel afhangt van de omstandigheden op jouw school (denk aan isolatie, airco, luchtverversing, grootte van de lokalen, stedelijke of landelijke omgeving enzovoort).
Dit is wat het Arbeidsomstandighedenbesluit zegt over de temperatuur (artikel 6.1).
1. Rekening houdend met de aard van de werkzaamheden die door de werknemers worden verricht en de fysieke belasting die daar het gevolg van is, veroorzaakt de temperatuur op de arbeidsplaats geen schade aan de gezondheid van de werknemers.
2. Indien door de temperatuur op de arbeidsplaats of door ongunstige weersomstandigheden toch schade aan de gezondheid van de werknemers kan ontstaan, worden persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking gesteld. Indien de ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen schade aan de gezondheid niet kunnen voorkomen, wordt de duur van de arbeid in een zodanige mate beperkt of wordt de arbeid met een zodanige frequentie afgewisseld door een tijdelijk verblijf op een plaats waar een temperatuur heerst als bedoeld in het eerste lid, dat geen schade aan de gezondheid ontstaat.
Ook in de Arbocatalogus PO is er aandacht voor de temperatuur in het klaslokaal. Daar vind je meer wet- en regelgeving, maar ook allerlei praktische informatie. Opvallend is dat voorheen een temperatuur van 30 graden werd genoemd. Nu zegt de Arbocatalogus dat werken in een temperatuur van boven de 25 graden al een negatief effect heeft… Op warme dagen met vijfentwintig ‘kacheltjes’ van 37 graden in een klaslokaal, kom je daar al gauw!
Bij een te hoge temperatuur moet je wel degelijk maatregelen nemen om de belasting voor leerlingen en leraren zo laag mogelijk te houden. Een tropenrooster is dan een optie. Een tropenrooster houdt in dat je de schooltijden naar voren haalt, bijvoorbeeld door een uur eerder te beginnen (en dus ook een uur eerder te eindigen).
Je kunt, in overleg met je bestuur, zelf besluiten om een tropenrooster in te stellen bij extreem warm zomerweer. Hou wel in de gaten dat je je moet houden aan het minimum aantal lesuren per schooljaar (artikel 8.7 WPO, verplichte onderwijstijd). De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de onderwijstijd.
Andere mogelijke maatregelen zijn:
– kortere dagen (let op onderwijstijd),
– zo veel mogelijk aaneengesloten werken (let op verplichte pauzetijd werknemers),
– pauzeren in koele ruimtes,
– extra ventilatie en
– extra drinken ter beschikking stellen.
De school stelt de maatregelen op met instemming van de medezeggenschapsraad (MR).
– In het primair onderwijs heeft de oudergeleding van de MR (OMR) instemmingsbevoegdheid met betrekking tot de onderwijstijd en de invulling hiervan (artikel 13 lid 1 sub h WMS). Een protocol over hoe om te gaan met warme temperaturen hoort daarom ter instemming aan de OMR te worden voorgelegd als het invloed heeft op de onderwijstijd.
– In het voortgezet onderwijs heeft de MR adviesbevoegdheid met betrekking tot het lesrooster, waar ook het tropenrooster onder valt (artikel 11 lid 1 sub a WMS).
– Wijzigingen van het veiligheids-, gezondheids- en welzijnsbeleid vallen onder het instemmingsrecht voor de MR als geheel (artikel 10 sub e WMS).
Informeer de ouders zo snel mogelijk, als je een tropenrooster overweegt. Hebben de ouders geen opvang voor hun kinderen? Dan moet je als school een alternatief programma (opvang) aanbieden tijdens de uren waarop de lessen vervallen.
Heb je als school beleid met betrekking tot een tropenrooster? Neem hierover een stukje op in je schoolgids.
Tot slot. Om te voorkomen dat je ad hoc een besluit moet nemen, is het handig om in goed overleg met alle partijen helder beleid te maken (en daarover iets te melden in je schoolgids). Kijk daarbij ook uitdrukkelijk naar de mogelijkheden om te voorkomen dat je met een tropenrooster moet gaan werken, bijvoorbeeld door aanpassingen te doen aan het gebouw (denk aan zonwering, klimaatbeheersing enzovoort). Voor informatie en met vragen kun je terecht bij Ruimte OK, een onafhankelijke, uitvoerende kennisorganisatie voor scholen en gemeenten als het gaat om de financiering en de huisvesting van scholen.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 31 maart 2026
Als je overweegt om andere schooltijden in te voeren, is een aantal stappen nodig, en moet je rekening houden met wet- en regelgeving. Een goede voorbereiding en doorlopende communicatie met ouders en medewerkers zijn belangrijke succesfactoren!
Stap één: de oriëntatie
Het is van belang om je ambitie te formuleren (waarom willen we dit eigenlijk?), de startsituatie in kaart te brengen (hoe is het nu?) en een visie te formuleren (waar willen we heen?).
Stap twee: de voorbereiding
Je zet een werkgroep op, organiseert informatiebijeenkomsten, peilt de behoeften en wensen van ouders en medewerkers (zie ook kopje Wettelijke bepalingen), je maakt een keuze voor een van de schooltijdmodellen en je werkt een plan uit waarin je aandacht besteedt aan organisatie, personeel, huisvesting en financiering.
Stap drie: besluitvorming
Vervolgens moet er besluitvorming plaatsvinden. In deze stap kun je overwegen een pilot uit te voeren. Deze stap rond je af met een plan van aanpak voor de invoering, waarbij je doorlopend investeert in draagvlak bij ouders en werknemers.
Stap vier: invoering
De laatste stap betreft de daadwerkelijke invoering: de nieuwe schooltijden zijn een feit. Vergeet niet tussentijds te evalueren en zo nodig bij te stellen. Voer na verloop van tijd een tevredenheidonderzoek uit en houd ouders en werknemers op de hoogte van de voortgang en resultaten. In een volgend schooljaar kun je indien nodig aanpassingen doorvoeren.
De Wet op het primair onderwijs (WPO) verplicht de school haar leerlingen 7.520 uur onderwijs te bieden in een periode van acht schooljaren. Daarbij kun je het verschil tussen onder- en bovenbouw laten vervallen (= gelijke schooldagen en 940 uur les per schooljaar, voor alle kinderen). Bij een keuze voor een verschillend aantal uren in onder- en bovenbouw moet je het zó regelen dat leerlingen in de eerste vier leerjaren ten minste 3.520 uren onderwijs krijgen en in de laatste vier schooljaren ten minste 3.760 uren.
De Wet medezeggenschap op scholen (WMS) geeft de oudergeleding van de medezeggenschapraad (OMR) instemmingsbevoegdheid (artikel 13 lid 1 sub h WMS), echter niet voordat alle ouders over de nieuwe schooltijden hun mening hebben kunnen geven (verplichte ouderraadpleging, artikel 15 lid 3 WMS). De wet schrijft niet voor wie de ouderraadpleging moet houden: dat kan de OMR zijn, maar je kunt ook als schoolleiding het initiatief naar je toetrekken. Of je doet het samen: schoolleiding + OMR.
Als de aanpassing van de schooltijden gevolgen heeft voor de werk- en rusttijdenregeling, is instemming nodig van de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad (PMR) (artikel 12 lid 1 sub f WMS).
Om te voorkomen dat kinderen onderwijsuren tekort komen, is er bijna altijd een overgangsregeling nodig. Deze duurt gemiddeld vier schooljaren, afhankelijk van de reeds opgebouwde uren in voorgaande jaren op het moment van invoering. Hou daar rekening mee in je (personeels- en financiële) planning en wees hier heel duidelijk over in je communicatie.
Heb je hulp nodig of wil je gewoon even sparren? Bel gerust de AVS Helpdesk (alleen voor leden). Onze adviseurs denken graag met je mee.
Het antwoord op deze vraag is gecheckt op 16 maart 2026
De Inspectie hanteert bij het toetsen van de onderwijstijd de voorschriften uit de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), in het bijzonder artikel 8 lid 7. Daarnaast kan de Regeling vaststelling schoolvakanties die elke vijf jaar wordt gepubliceerd, een rol spelen.
De Wet op het primair onderwijs (WPO) schrijft voor dat “aan de leerlingen in de laatste 6 schooljaren ten hoogste 7 weken van het schooljaar 4 dagen per week onderwijs wordt gegeven, die evenwichtig zijn verdeeld over het schooljaar, bij een schoolweek van in beginsel niet minder dan 5 dagen onderwijs” (artikel 8 lid 7.b.2o).
De in artikel 8 lid 7.b.2o genoemde zeven weken noemen we gebroken weken. Een gebroken week is een vierdaagse schoolweek waarin een vrije dag valt die géén algemeen erkende feestdag is die in de CAO PO is vastgelegd als verplichte vrije dag. Met andere woorden: als de vrije dag een keuze is van het bestuur of de school, dan is de kortere schoolweek een gebroken week.
Voorbeelden
– een studiedag (schoolniveau of bestuursniveau),
– een lokale feestdag (denk aan Pinkster Drie, Alkmaars Ontzet, Prinsjesdag, Kermis enzovoort),
– een religieuze feestdag (denk aan Goede Vrijdag, Offerfeest, Divali enzovoort)
Voor alle duidelijkheid:
– Een vierdaagse schoolweek waarin een algemeen erkende feestdag valt (Tweede Paasdag, Koningsdag enzovoort) is geen gebroken week zoals bedoeld in artikel 8 lid 7.b.2o WPO.
– Een schoolweek waarin je als school een dagdeel vrijaf plant, is geen gebroken week (bijvoorbeeld als je de middag voor een vakantie vrijaf geeft, of als je een studiemiddag organiseert en de kinderen daardoor alleen ’s ochtends naar school moeten komen).
– Een driedaagse schoolweek is in principe* niet toegestaan. Geef je de vrijdag na Hemelvaart vrij, dan creëer je een driedaagse schoolweek. Idem als je een tweedaagse met je team plant. In de praktijk laat de inspectie dit oogluikend toe, zo blijkt.
– Heb je genoeg uren? Dan mag je altijd een extra vakantieweek voor de leerlingen plannen. Je mag ook een extra vakantieweek plannen in een week waarin al een erkende feestdag valt.
– Artikel 7 van de Regeling vaststelling schoolvakanties is een aparte bepaling die scholen de mogelijkheid geeft om een of twee vrije dagen aan de zomervakantie te laten voorafgaan en/of op de zomervakantie te laten volgen. Maak je gebruik van deze regeling? Dan is de verkorte schoolweek een gebroken week.
– Als directeur ben je eindverantwoordelijk voor de keuzes die je maakt met betrekking tot de onderwijstijd. Wijk je af van de voorschriften, dan moet je je keuzes kunnen verantwoorden richting de Inspectie.
*We schrijven opzettelijk “in principe”. Soms is er meer mogelijk. Neem contact op met de AVS Helpdesk als je vragen of twijfels hebt.
Vergeet niet dat je ieder schooljaar instemming van de oudergeleding van de medezeggenschapsraad (OMR) nodig hebt alvorens je (namens het bestuur) een besluit neemt over de onderwijstijd. Overigens gaat de OMR niet over de exacte data, maar over het afgesproken beleid. De OMR bepaalt dus bijvoorbeeld niet de data van de studiedagen. Wel kan de OMR toetsen of je je aan de WPO houdt door de dagen evenwichtig over het schooljaar te verdelen.
Deze informatie is tot stand gekomen na overleg met de Inspectie van het Onderwijs, februari 2026.
Hierbij de link naar de Regeling vaststelling schoolvakanties 2025–2030 in de Staatscourant (gepubliceerd 17 juni 2024).
Voor alle ins & outs over dit onderwerp: download de Handreiking Werkverdelingsplan en jaartaak PO in onze webshop (prijs € 12,95, maar gratis voor leden – houd je lidnummer bij de hand). Leden kunnen ook contact opnemen met onze Helpdesk.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 16 maart 2026
Het antwoord op deze vraag is: ja.
In de Wet op het primair onderwijs (WPO) staat dat “leerlingen in beginsel tenminste 7.520 uren onderwijs ontvangen” (in een periode van acht jaar) (artikel 8 lid 7 sub b WPO). Er is hier dus sprake van een ondergrens. Een school mag dus niet minder, maar wel meer uren onderwijs geven.
In de eerste vier schooljaren ontvangen de leerlingen ten minste 3.520 uren onderwijs en in de laatste vier schooljaren ten minste 3.760 uren
In beginsel bestaat een schoolweek uit vijf dagen onderwijs (artikel 8 lid 7 sub b2 WPO). In de laatste zes schooljaren (= groep 3 t/m 8) mag je in principe elk schooljaar ten hoogste zeven zogenaamde gebroken weken (= vierdaagse schoolweken) organiseren. Die weken verdeel je evenwichtig over het schooljaar. Zie voor meer informatie bij onze veelgestelde vraag over dit onderwerp.
Onderwijsactiviteiten verdeel je evenwichtig over de dag, tenzij afwijking van deze verdeling van belang is in verband met activiteiten in het kader van het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden (artikel 8 lid 7 sub c WPO).
Vragen over dit onderwerp? Neem contact op met de AVS Helpdesk (alleen voor leden).
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 16 maart 2026
Het korte en juridisch correcte antwoord op deze vraag luidt: nee. Maar…
De inspectie controleert of een school zich houdt aan de Wet op het primair onderwijs (WPO), en dus ook aan de voorschriften van artikel 8.
Lid 7.b.2 van dit artikel zegt dat een schoolweek in beginsel uit vijf schooldagen bestaat, en dat je voor de groepen 3 tot en met 8 elk schooljaar zeven vierdaagse schoolweken (meestal “gebroken weken” genoemd) mag plannen. Hieruit volgt dat je geen schoolweken mag plannen van minder dan vier dagen.
In de praktijk blijkt dat de inspectie gedoogt dat scholen een driedaagse schoolweek organiseren. Denk bijvoorbeeld aan
– de week waarin Hemelvaart valt;
– een week waarin je een tweedaagse teambijeenkomst organiseert;
– een week waarin een algemeen erkende of lokale feestdag op een dinsdag of donderdag valt en je de dag tussen het weekend en die feestdag vrijaf geeft.
Je zult dan wel goed moeten uitleggen waarom je deze keuze hebt gemaakt. Het belang van de leerlingen staat voor de Inspectie altijd voorop.
Organiseer je een schoolweek van minder dan drie dagen, dan zal de Inspectie je altijd een herstelopdracht geven!
Heb je toch nog een vraag of twijfel je? Neem contact op met de AVS Helpdesk (alleen voor leden)!
Het antwoord op de vraag is geactualiseerd op 12 februari 2026.
De AVS Helpdesk krijgt met enige regelmaat de vraag of de vrijdag na Hemelvaart een algemeen erkende feestdag en “dus een vrije dag” is. Strikt juridisch gezien luidt het antwoord “nee”, maar in de praktijk zullen zowat alle scholen op de vrijdag na Hemelvaart gesloten zijn. Hieronder lees je de toelichting op dit antwoord…
Het is belangrijk om je te realiseren dat algemeen erkende feestdagen (en dagen die daarmee worden gelijkgesteld) niet automatisch vrije dagen zijn. Of medewerkers een verplichte vrije dag hebben op een algemeen erkende feestdag (of een dag die daarmee is gelijkgesteld), wordt bepaald door de (collectieve) arbeidsovereenkomst.
Algemeen erkende feestdagen zijn vastgelegd in de Algemene termijnenwet (ATW). Deze wet regelt alleen de verlenging van wettelijke termijnen (bijvoorbeeld voor het indienen van een bezwaarschrift of een betalingstermijn) die eindigen op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag, waardoor deze termijnen worden verlengd tot de eerstvolgende werkdag. De ATW regelt niet dat deze dagen voor werknemers betaalde, verplichte vrije dagen zijn… Dát wordt afgesproken in (collectieve) arbeidsovereenkomsten!
Artikel 3 van de ATW luidt als volgt.
Naar aanleiding van artikel 3, lid 3 ATW wordt om de drie jaar een Koninklijk besluit gepubliceerd waarin bepaalde dagen worden gelijkgesteld met een algemeen erkende feestdag. Daarin wordt de vrijdag na Hemelvaart altijd genoemd. De vrijdag na Hemelvaart is daarom gelijkgesteld met een algemeen erkende feestdag – wat niet betekent dat het automatisch een verplichte vrije dag is!
In artikel 1.1 Begripsbepalingen CAO PO worden de algemeen erkende feestdagen opgesomd zoals die zijn opgenomen in artikel 3 lid 1 van de Algemene termijnwet (van kracht sinds 10-10-2010).
Hieronder staat de letterlijke tekst uit de CAO PO:
Algemeen erkende feestdagen*)
– Nieuwjaarsdag
– Eerste en tweede Kerstdag
– Tweede Paasdag
– Hemelvaartsdag
– Tweede Pinksterdag
– Koningsdag
– 5 mei, Nationale Feestdag
*) In de Algemene Termijnenwet wordt de Goede Vrijdag gelijkgesteld met de algemeen erkende feestdagen. Dit betekent dat de werkgever zelf een keuze kan maken of dit al of niet een werkdag is.
Zoals je ziet, wordt de vrijdag na Hemelvaart in de CAO PO niet genoemd als een verplichte vrije dag, en ook niet als een keuzedag. Hoewel vrijwel alle scholen in Nederland (en in veel Europese landen) het hele Hemelvaartweekend gesloten zijn, kunnen medewerkers de vrijdag na Hemelvaart dus op grond van de CAO PO of andere wet- en regelgeving niet opeisen als een verplichte, betaalde verlofdag.
Het feit dat deze vrijdag steevast wordt gelijkgesteld met een algemeen erkende feestdag voor de toepassing van de Algemene termijnenwet, verandert daar niets aan.
Hoewel scholen bij wijze van spreken sinds mensenheugenis de vrijdag na Hemelvaart vrijaf geven aan medewerkers en leerlingen, kan een bestuur eisen dat de medewerkers die dag toch komen werken. Ook kan het bestuur besluiten dat de school gewoon open is en er dus wordt lesgegeven.
Geef je de leerlingen vrijaf op de vrijdag na Hemelvaart, dan telt de driedaagse schoolweek die zo ontstaat in principe mee voor de zeven gebroken. Roept dit vragen op? Bel de AVS Helpdesk (alleen voor leden)!
Artikel 12 lid 1 sub e van de Wms geeft de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad (PMR) instemmingsbevoegdheid met betrekking tot de verlofregeling van het personeel. Dat betekent dat je als directeur of bestuur niet zomaar iets anders kunt bepalen met betrekking tot de de vrijdag na Hemelvaart – daarvoor is instemming nodig van de PMR.
Artikel 16 lid 1 van de Wms geeft een GMR dan wel een PGMR of een OGMR de bevoegdheid in de plaats te treden van de medezeggenschapsorganen op schoolniveau als “het aangelegenheden betreft die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle scholen of voor de meerderheid van de scholen, in de plaats van de medezeggenschapsraad van die scholen.” Dit wil zeggen dat op bestuursniveau “in het algemeen belang” kan bepaald worden of de vrijdag na Hemelvaart al dan niet een werkdag is. Wil het bestuur iets wijzigen, dan is instemming nodig van de PGMR. Als de PGMR instemt, geldt de afspraak voor alle scholen die onder het bevoegd gezag vallen.
Als directeur moet je dus, voordat je met je werkverdelingsplan aan de slag gaat, weten waar de bevoegdheid ligt binnen je eigen organisatie om de vakanties en vrije dagen van de medewerkers vast te stellen zoals artikel 12 lid 1 sub e van de Wms bepaalt.
Voor alle duidelijkheid: het gaat hier dus niet om de vakanties van de leerlingen. Daarvoor hebben ouders instemmingsrecht (vaststellen onderwijstijd, artikel 13 lid 1 sub h). Uiteraard is er een verband tussen beide vakantieregelingen, waarbij geldt dat leerlingen wel een vrije dag of vakantie kunnen hebben als de medewerkers aan het werk zijn – maar omgekeerd kan dat niet.
Voor alle ins & outs over dit onderwerp: download de Handreiking Werkverdelingsplan en jaartaak PO in onze webshop (prijs € 12,95, maar gratis voor leden – houd je lidnummer bij de hand). Leden kunnen ook contact opnemen met onze Helpdesk.
Deze veelgestelde vraag is geactualiseerd op 12 februari 2026
Je hebt het wellicht zelf al meegemaakt: een ouder die jouw leerkracht tussen neus en lippen door meldt dat het kind logopedie of fysiotherapie nodig heeft en dus de komende weken elke maandagochtend om 10 uur wordt opgehaald om naar de behandelaar te gaan… Dat kan natuurlijk niet zomaar!
Overleg tussen school en ouders is altijd een eerste vereiste. Uiteindelijk geef jij als directeur, namens het bevoegd gezag, al dan niet toestemming voor een behandeling onder schooltijd. Op schoolniveau kun je deze bevoegdheid in bepaalde, helder omschreven gevallen, overdragen aan je intern begeleider als kwaliteitscoördinator of je leerkrachten.
Leerlingen die onder schooltijd een medisch of paramedisch geïndiceerde behandeling moeten ondergaan, kunnen vrijgesteld worden van onderwijs op grond van artikel 11, onder d, van de Leerplichtwet 1969. Overigens vallen onder dit artikel ook de leerlingen die door de ouders worden ziek gemeld (griepje, migraine, gebroken been enz.). Hun verzuim wordt geregistreerd als geoorloofd verzuim. Onder paramedische zorg vallen fysiotherapie, oefentherapie, logopedie, ergotherapie en diëtetiek; een bewijsstuk voor de noodzaak van de behandeling neem je op in de verzuimregistratie. Als school kun je overigens ouders wel verzoeken om de behandelaar te vragen de behandelsessies zoveel mogelijk buiten lestijd te plannen. Gezien de overbelasting van de (paramedische) zorg is dat niet altijd mogelijk…
In een aantal gevallen is een meer intensieve of een langduriger behandeling (therapie) nodig, bijvoorbeeld als er sprake is van ernstige psychosociale problematiek. Dan weeg je de mate mee waarin de problematiek de ontwikkeling van het kind op school belemmert. Besluit je dat de behandeling nodig is en vindt ze plaats onder lestijd, dan kun je als school ook in dit geval verlof geven op basis van artikel 11, onder d, van de Leerplichtwet 1969.
Het wordt anders als de leerling in het geheel niet meer in staat is om onderwijs te volgen en voor de therapie bijvoorbeeld tijdelijk opgenomen wordt in een residentiële instelling waar onderwijs en therapie worden gecombineerd. In dat geval is het aanvragen van afwijking in beginsel aan de orde als door de leerling het wettelijk voorgeschreven minimum aantal uren onderwijs niet haalt. De inspectie stemt in deze gevallen zonder voorafgaande aanvraag in met onderschrijding van het wettelijk minimum aantal uren onderwijs als:
– de school in het bezit is van een verklaring van de verantwoordelijke behandelaar van de therapieverzorgende residentiële instelling waaruit blijkt dat de gevraagde beperking van het aantal uren onderwijs in het belang van de ontwikkeling van de leerling noodzakelijk is en
– indien uit die verklaring blijkt om hoeveel uren behandeling onder schooltijd het gaat en op welke tijdstippen deze plaatsvindt.
In alle andere gevallen geldt dat de school een aanvraag voor afwijken van de onderwijstijd moet indienen bij de inspectie. In de aanvraag vermeld je – namens het bevoegd gezag – het volgende:
– het aantal uren per week en de periode gedurende het schooljaar;
– er is voor de leerling een ontwikkelingsperspectief (opp) opgesteld dat aan de vereisten voldoet genoemd in de ter zake geldende beleidsregel;
– in het voorkomende geval: dat eerder is verzocht om afwijking van de onderwijstijd.
Twijfel je? Neem contact op met je inspecteur! De beleidsregel van de inspecteur-generaal van het onderwijs inzake het instemmen met afwijking van het verplichte aantal uren onderwijs, vind je hier: https://wetten.overheid.nl/BWBR0041216/2018-08-01. De tekst in de Staatscourant (met toelichting) vind je hier: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2018-42600.html.
Het antwoord op deze vraag is gecontroleerd op 12 december 2025
We kunnen kort en bondig antwoorden: een structurele vierdaagse schoolweek is wettelijk niet toegestaan.
In 2021 heeft het Ministerie van Onderwijs een brochure uitgegeven waarin de regels met betrekking tot onderwijstijd worden uiteengezet.
In het kader van het Experiment flexibele onderwijstijden in het basisonderwijs hebben elf scholen tussen 1 augustus 2011 en 1 augustus 2018 de mogelijkheid gekregen om af te wijken van twee wettelijke bepalingen: de centraal vastgestelde vakanties en de schoolweek van minimaal vijf dagen. Dit experiment leidde niet tot een flexibilisering van de onderwijstijd omdat bleek dat de onderwijskwaliteit op de deelnemende scholen te vaak in de verdrukking kwam.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 28 november 2025
Het advies luidt om als directeur principieel om te gaan met een staking van je medewerkers:
– eerbiedig het stakingsrecht,
– dwing stakende medewerkers niet om uren in te halen en
– vermijdt dat een staking gebroken wordt door bijvoorbeeld uitzendkrachten in te huren.
Na afloop van de staking kies je een praktische benadering met betrekking tot de onderwijstijd.
– Ga na of het wel klopt dat de onderwijstijd niet wordt gehaald. Als het goed is, heb je voldoende ruime marges ingebouwd!
– Blijkt onverhoopt dat je onvoldoende marge-uren hebt, dan kun je je medewerkers vragen of ze bereid zijn extra te werken tegen extra betaling.
– Je kunt ook extra personeel inhuren en hen zó inzetten dat de klassen waar een onderwijstijdtekort dreigt, extra uren onderwijs krijgen.
– Constateert de onderwijsinspectie dat de onderwijstijd in de knel is gekomen, raak dan niet meteen in paniek maar leg uit hoe dit is veroorzaakt (overmacht) en denk gezamenlijk na over oplossingen (zoals de twee die hiervoor zijn genoemd). In de praktijk gaat de inspectie hier overigens coulant mee om.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 7 oktober 2025
Het antwoord luidt: nee!
Met artikel 41 lid 2 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) in de hand, kun je een leerling vrijstellen van bepaalde onderwijsactiviteiten. (Top)sport- en kunstactiviteiten maar ook modellenwerk vallen niet onder dit artikel! Immers, de inhoud van artikel 41 lid 2 WPO heeft betrekking op de vervanging van de ene onderwijsactiviteit door een andere onderwijsactiviteit, met andere woorden: het gaat erom dat een alternatief onderwijsprogramma wordt aangeboden (al dan niet door de school) als een leerling niet aan bepaalde lessen kan deelnemen.
Artikel 11 van de Leerplichtwet 1969 kent meerdere gronden waarop een leerling kan worden vrijgesteld van onderwijs, bijvoorbeeld een tuchtmaatregel (sub c), ziekte (sub d), enz. Artikel 11 sub g benoemt ‘gewichtige omstandigheid’ als grond.
Kun je (top)sport enz. een ‘gewichtige omstandigheid’ noemen? Ook hier is het antwoord negatief, want met ‘gewichtige omstandigheid’ bedoelt de wet ‘een van de wil van de leerling of zijn ouders onafhankelijke omstandigheid’. Met andere woorden: het gaat om omstandigheden die zich voordoen zonder dat de leerling of zijn ouders daar in redelijkheid veel invloed op kunnen uitoefenen. Voorbeelden hiervan zijn een begrafenis, een trouwerij of een huwelijksjubileum.
Vermits artikel 11 geen soelaas biedt, is het de facto overbodig om nog te gaan kijken naar artikel 14 van de Leerplichtwet 1969. Dat artikel gaat namelijk in op de modaliteiten met betrekking tot gewichtige omstandigheden, en die gelden niet voor (top)sport- of kunstactiviteiten.
Als ouders je vragen waar zij die informatie zelf kunnen vinden, dan kun je hen verwijzen naar de website van de Inspectie. Mocht je zelf twijfels hebben, kun je je wenden tot de leerplichtambtenaar van je gemeente – of tot de Inspectie.
Neem informatie over dit onderwerp op in je schoolgids. Het helpt als ouders ergens helder en duidelijk kunnen lezen hoe de vork in de steel zit, met aandacht voor de eigen rechten en plichten, maar ook voor de rechten en plichten van de school. Rechten en plichten geven (de grenzen van) het speelveld aan…
Deze veelgestelde vraag is geactualiseerd op: 15 augustus 2025
Ingegeven door maatschappelijke ontwikkelingen, neemt in het primair onderwijs de afgelopen jaren de behoefte toe aan een andere kijk op schooltijden. Binnen de geldende wet- en regelgeving is er best veel mogelijk.
Als schoolleider moet je bij het invoeren van andere schooltijden rekening houden met aspecten als de onderwijstijd, werk- en rusttijden van medewerkers, overblijfmogelijkheden, de keuze van een schooltijdenmodel en de verplichte ouderraadpleging. De oudergeleding van de medezeggenschapsraad (OMR) heeft instemmingsbevoegdheid (artikel 13 lid 1 sub h WMS).
Wil je aan de slag met andere schooltijden? Neem dan contact op met AVS Helpdesk. Onze adviseurs denken graag met je mee.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 18 december 2024
Onderwijstijd gaat over het minimale aantal lesuren dat leerlingen wettelijk moeten krijgen én over de tijdsinzet van bevoegde leraren om dit mogelijk te maken. De voorschriften voor alle reguliere basisscholen en voor speciale scholen voor basisonderwijs, vind je in artikel 8 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Valt jouw school onder de Wet op de expertisecentra (WEC), dan moet je kijken in artikel 12 WEC.
De activiteiten moeten in overeenstemming zijn met de wettelijke opdrachten voor het onderwijs (artikel 9 WPO en artikelen 13 en 15 WEC) en met de eigen opdrachten voor het onderwijs die de school zich stelt, heeft uitgewerkt in een onderwijsprogramma en staan beschreven in het schoolplan van de school (artikel 12 WPO en artikel 21 WEC).
Voor de berekening van de onderwijstijd in een schooljaar hanteert de Inspectie van het Onderwijs de periode 1 oktober tot 1 oktober. Gemakshalve telt een jaar 52 weken, maar dat is niet correct… Immers, een jaar telt 365 dagen en dat is 52 weken plus 1 dag, en in een schrikkeljaar zelfs plus 2 dagen. Dat maakt dat je voor de berekening van onderwijstijd te maken hebt met het fenomeen bijtelling. Dat is als volgt geregeld.
Het schooljaar begint te lopen op 1 oktober 20XX en loopt tot 1 oktober 20XY (= tot en met 30 september 20XY). Als je bij de berekening uitgaat van 52 weken, dan zou het schooljaar eindigen op 29 september. De bijtelling van 30 september is nodig, om te komen tot een jaar van 365 dagen. Bijtellen betekent dat de lesuren die op 30 september vallen, bij het totaal worden geteld.
N.B. Als 30 september op een weekenddag valt, hoef je geen lesuren bijtellen.
Een schrikkeljaar telt een extra dag (29 februari) en dus 366 dagen, dat is 52 weken plus 2 dagen. In een schrikkeljaar tellen we 29 + 30 september bij om te komen tot een schooljaar van 366 dagen.
N.B. Als 29 en/of 30 september op een weekenddag vallen, hoef je deze dag(en) niet bij te tellen.
Voorbeeld: het volgende schrikkeljaar is 2028. Voor het schooljaar 2027-2028 moet je dus kijken naar de periode 1 oktober 2027 tot 1 oktober 2028, en voor de bijtelling check je of 29 en 30 september 2028 al dan niet op een weekenddag vallen. In 2028 valt 29 september op een vrijdag en 30 september op een zaterdag. Voor het schooljaar 2027-2028 moet je dus één lesdag bijtellen.
Sinds enkele jaren gelden voor het VSO de onderwijstijdbepalingen uit de WVO2020 (paragraaf 3, artikel 2.38 en volgende). In het VSO wordt de onderwijstijd op dezelfde manier berekend als in het voortgezet onderwijs. Bijtelling is dus niet meer aan de orde en ook niet meer toegestaan. Sinds het schooljaar 2019-2020 handhaaft de Inspectie van het Onderwijs hierop.
Het antwoord op deze vraag is gecontroleerd op 12 december 2024
De vakantieregeling (schoolvakanties) is door de minister van OCW vastgesteld tot en met het schooljaar 2029-2030
Het overzicht ziet er als volgt uit:
2026-2027 | 2027-2028 | 2028-2028 | 2029-2030
Regio-indeling | Samenvoeging gemeenten | Verplicht of advies?
| Soort vakantie | Regio | Vakantieperiode |
| Herfstvakantie | noord | 10 oktober t/m 18 oktober 2026 |
| midden/zuid | 17 oktober t/m 25 oktober 2026 | |
| Kerstvakantie | heel Nederland | 19 december 2026 t/m 3 januari 2027 * |
| Voorjaarsvakantie | zuid | 13 februari t/m 21 februari 2027 |
| noord/midden | 20 februari t/m 28 februari 2027 | |
| Meivakantie | heel Nederland | 24 april t/m 2 mei 2027 * |
| Zomervakantie | noord | 10 juli t/m 22 augustus 2027 * |
| midden | 17 juli t/m 29 augustus 2027 * | |
| zuid | 24 juli t/m 5 september 2027 * |
* door de minister vastgestelde vakantie
| Vrije dagen | Regio | Datum |
| Goede Vrijdag | heel Nederland | 26 maart 2027 |
| Tweede Paasdag | heel Nederland | 29 maart 2027 |
| Koningsdag | heel Nederland | dinsdag 27 april 2027 |
| Bevrijdingsdag | heel Nederland | woensdag 5 mei 2027 |
| Hemelvaartsdag | heel Nederland | 6 mei 2027 |
| Tweede Pinksterdag | heel Nederland | 17 mei 2027 |
| Soort vakantie | Regio | Vakantieperiode |
| Herfstvakantie | noord/midden | 16 oktober t/m 24 oktober 2027 |
| zuid | 23 oktober t/m 31 oktober 2027 | |
| Kerstvakantie | heel Nederland | 25 december 2027 t/m 9 januari 2028 * |
| Voorjaarsvakantie | noord | 19 februari t/m 27 februari 2028 |
| midden/zuid | 26 februari t/m 5 maart 2028 | |
| Meivakantie | heel Nederland | 29 april t/m 7 mei 2028 * |
| Zomervakantie | noord | 15 juli t/m 27 augustus 2028 * |
| midden | 8 juli t/m 20 augustus 2028 * | |
| zuid | 22 juli t/m 3 september 2028 * |
* door de minister vastgestelde vakantie
| Vrije dagen | Regio | Datum |
| Goede Vrijdag | heel Nederland | 14 april 2028 |
| Tweede Paasdag | heel Nederland | 16 april 2028 |
| Koningsdag | heel Nederland | donderdag 27 april 2028 |
| Bevrijdingsdag | heel Nederland | vrijdag 5 mei 2028 |
| Hemelvaartsdag | heel Nederland | 25 mei 2028 |
| Tweede Pinksterdag | heel Nederland | 5 juni 2028 |
| Soort vakantie | Regio | Vakantieperiode |
| Herfstvakantie | noord | 14 oktober t/m 22 oktober 2028 |
| midden/zuid | 21 oktober t/m 29 oktober 2028 | |
| Kerstvakantie | heel Nederland | 23 december 2028 t/m 7 januari 2029 * |
| Voorjaarsvakantie | noord/midden | 17 februari t/m 25 februari 2029 |
| zuid | 10 februari t/m 18 februari 2029 | |
| Meivakantie | heel Nederland | 28 april t/m 6 mei 2029 * |
| Zomervakantie | noord | 21 juli t/m 2 september 2029 * |
| midden | 7 juli t/m 19 augustus 2029 * | |
| zuid | 14 juli t/m 26 augustus 2029 * |
* door de minister vastgestelde vakantie
| Vrije dagen | Regio | Datum |
| Goede Vrijdag | heel Nederland | 30 maart 2029 |
| Tweede Paasdag | heel Nederland | 2 april 2029 |
| Koningsdag | heel Nederland | vrijdag 27 april 2029 |
| Bevrijdingsdag | heel Nederland | zaterdag 5 mei 2029 |
| Hemelvaartsdag | heel Nederland | 10 mei 2029 |
| Tweede Pinksterdag | heel Nederland | 21 mei 2029 |
| Soort vakantie | Regio | Vakantieperiode |
| Herfstvakantie | noord/midden | 20 oktober t/m 28 oktober 2029 |
| zuid | 13 oktober t/m 21 oktober 2029 | |
| Kerstvakantie | heel Nederland | 22 december 2029 t/m 6 januari 2030 * |
| Voorjaarsvakantie | noord | 16 februari t/m 24 februari 2030 |
| midden/zuid | 23 februari t/m 3 maart 2030 | |
| Meivakantie | heel Nederland | 27 april t/m 5 mei 2030 * |
| Zomervakantie | noord | 20 juli t/m 1 september 2030 * |
| midden | 13 juli t/m 25 augustus 2030 * | |
| zuid | 6 juli t/m 18 augustus 2030 * |
* door de minister vastgestelde vakantie
| Vrije dagen | Regio | Datum |
| Goede Vrijdag | heel Nederland | 19 april 2030 |
| Tweede Paasdag | heel Nederland | 22 april 2030 |
| Koningsdag | heel Nederland | zaterdag 27 april 2030 |
| Bevrijdingsdag | heel Nederland | zondag 5 mei 2030 |
| Hemelvaartsdag | heel Nederland | 30 mei 2030 |
| Tweede Pinksterdag | heel Nederland | 10 juni 2030 |
Voor de vaststelling van de perioden van de zomervakantie (in het Caribisch gebied de grote vakantie genoemd) zijn scholen ingedeeld in regio’s. De plaats van vestiging is bepalend voor de regio waartoe een school behoort. Als een school in meer dan één regio vestigingen heeft, behoort elke vestiging tot de regio waarin ze is gelegen.
| Regio | Samenstelling regio |
| Noord | provincie Groningen; provincie Friesland; provincie Drenthe; provincie Overijssel; provincie Flevoland, met uitzondering van de gemeente Zeewolde; provincie Noord-Holland; wat betreft de provincie Gelderland, de gemeente Hattem; wat betreft de provincie Utrecht, de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude. |
| Midden | provincie Utrecht, met uitzondering van de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude; provincie Zuid-Holland; wat betreft de provincie Flevoland, de gemeente Zeewolde; Wat betreft de provincie Gelderland, de gemeenten Aalten, Apeldoorn, Barneveld, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Buren, Culemborg, Doetinchem, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Geldermalsen, Harderwijk, Heerde, Lingewaal, Lochem, Montferland, met uitzondering van de voormalige gemeenten Didam, Neder-Betuwe, met uitzondering van de voormalige gemeenten Dodewaard, Neerijnen, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Scherpenzeel, Tiel, Voorst, Wageningen, Winterswijk en Zutphen; wat betreft de provincie Noord-Brabant, de gemeente Altena, met uitzondering van de voormalige gemeente Aalburg en de kernen Hank en Dussen. |
| Zuid | provincie Limburg; provincie Noord-Brabant, met uitzondering van de gemeente Altena, voor zover het betreft de voormalige gemeente Aalburg en de kernen Hank en Dussen; provincie Zeeland; wat betreft de provincie Gelderland, de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Neder-Betuwe, voor zover het betreft de voormalige gemeenten Dodewaard, Lingewaard, Maasdriel, Montferland, voor zover het betreft de voormalige gemeente Didam, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Westervoort, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel en Zevenaar; |
| Caribisch Nederland | Bonaire, Sint-Eustatius, Saba. |
Als in de periode van nu tot en met 2030 nieuwe gemeenten ontstaan door fusie, dan behoort de nieuwe gemeente tot dezelfde regio als die waartoe de samengevoegde gemeenten behoorden. Als de ‘oude’ gemeenten tot verschillende regio’s behoorden, beslist de minister tot welke regio de nieuwe gemeente gaat behoren.
De minister bepaalt de data voor de zomervakantie, de kerstvakantie en de meivakantie. De overige vakantiedata zijn adviesdata waar je van mag afwijken. Extra vakantieweken zijn toegestaan, als de school maar rekening houdt met de wettelijke verplichtingen over de onderwijstijd (artikel 8 lid 7 WPO; artikel 12 WEC; artikel 2.38 WVO).
24 juni 2024
De telefonische helpdesk van de AVS is er voor alle professionele vragen die je in je dagelijkse werk tegenkomt. Je krijgt direct een deskundige medewerker aan de lijn die je vraag beantwoordt of ervoor zorgt dat je binnen één werkdag teruggebeld wordt. Deze adviesdienst is voor leden gratis.
Vermeld altijd je lidmaatschapsnummer als je contact opneemt met de Helpdesk
☎ 030-2361010 of stuur een e-mail naar ✉ helpdesk@avs.nl
Wist je dat AVS de enige Academie en Vakvereniging voor Schoolleiders is in Nederland? Je hebt wel andere onderwijsvakbonden, maar die richten zich vooral op leraren en ander onderwijzend personeel. Wij zijn er voor jou alleen. Maar… Je bent niet alleen bij AVS.
Wij hebben zo’n 3500 leden, die met name werkzaam zijn in het basisonderwijs als (adjunct-)directeuren, locatieleiders, middenmanagers, bovenschoolsmanagers of bestuurders. Ook aanstaande schoolleiders, zij-instromers of directeuren die met pensioen zijn (en aangehaakt willen blijven bij het onderwijs!), zijn van harte welkom bij AVS.
AVS staat vooral bekend als vakbond. Maar we zijn meer dan dat. Wij ondersteunen onze leden met praktisch advies voor zo’n beetje álles waartegen zij in de schoolpraktijk aanlopen, we staan ze bij met rechtshulp van onze juridische dienst en streven naar goede arbeidsvoorwaarden plus een puik salaris. AVS helpt schoolleiders nóg beter te worden in hun vak met opleidingen, die speciaal voor hen zijn ontwikkeld. Dat doen we we al en dat gaan we de komende jaren uitbouwen. Onze doel is om een expertisecentrum te worden waar je hulp krijgt bij al je vragen en waar je goed zit voor je persoonlijke en professionele groei.
AVS is ook de plek waar je je collega’s ontmoet. In netwerken kun je sparren met andere directeuren buiten je eigen organisatie over belangrijke onderwijskwesties of goed leiderschap. Zo help je elkaar verder. AVS verbindt en inspireert, ook tijdens onze studiereizen en het jaarlijkse AVS Schoolleiderscongres. We vertolken de stem van schoolleiders in de politiek en het onderwijsveld. Kortom, AVS zet schoolleiders in positie. Elke dag weer. En dat het liefst samen met jou. Ben je nog geen lid? Sluit je dan vandaag nog aan.
Meer informatie over het AVS lidmaatschap

We zoeken nieuwe, frisse bloggers die hun verhaal willen delen! Heb jij unieke ideeën, grappige ervaringen of een scherp perspectief op onderwijs en schoolleiderschap die iedereen zou moeten horen? Dan is dit je kans! Of je nu interimmer, zij-instromer, startend schoolleider of een oude rot in het vak bent – wie weet verrijk jij vanaf het nieuwe schooljaar wel deze nieuwsbrief met jouw briljante inzichten.
Zie jij het wel zitten om te bloggen voor AVS? Mail wie je bent en wat je motivatie is om voor AVS te bloggen naar Anouk Blom: A.blom@avs.nl. Stuur eventueel ook een blog van jouw hand mee. De functie is vrijwillig.
Elk jaar maak je als directeur een berekening van de onderwijstijd, waarbij je per leerjaar aangeeft hoeveel uur onderwijs elke groep krijgt (uitgaande van in totaal 7.520 onderwijsuren in acht jaar, de eerste vier schooljaren tenminste 3.520 uren, de laatste vier schooljaren tenminste 3.760 uren). Deze berekening gebruik je als verantwoording richting de inspectie.
Bewaar deze berekeningen goed, want als je de schooltijden wilt veranderen, moet je per leerjaar een overzicht maken van de genoten onderwijstijd en er zorg voor dragen dat alle leerlingen voldoende onderwijs krijgen, ook nadat de schooltijden zijn aangepast. In de praktijk maken de leerlingen van bepaalde groepen (meestal de hogere groepen) te weinig uren – voor hen moet je dan een overgangsregeling opstellen.
AVS heeft een handig rekenmodel ontwikkeld voor de berekening van de onderwijstijd. Ben je geïnteresseerd? Bel de AVS Helpdesk (voor leden).
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 16 maart 2026
Het ministerie van OCW heeft in augustus 2021 een handreiking Onderwijstijd uitgebracht.
De AVS heeft uitgebreide informatie over de onderwijstijd opgenomen in de brochure “Naar andere schooltijden, en dan?”. Zie hiervoor de publicatie Naar andere schooltijden.
Download
Onderwijstijd is de tijd die kinderen in een schooljaar onderwijs genieten. Onderwijstijd is dus een leerlinggebonden begrip.
Lestijd is de tijd die de leerkracht in het jaar les geeft en is dus medewerkergebonden. Lestijd is een onderdeel van de jaartaak. In de CAO PO is bepaald dat een fulltime leerkracht maximum 940 uur per schooljaar lesgeeft (artikel 2.3 lid 6 CAO PO) (deeltijders naar rato van hun werktijdfactor). In datzelfde artikellid staat dat een medewerker in overleg meer uren mag lesgeven (deeltijders naar rato van hun werktijdfactor). Afspraken hierover maak je met de individuele medewerker.
Het aantal schoolweken varieert per jaar en per regio door de vakantiespreiding. Als je uitgaat van een gemiddelde onderwijstijd, dan is de lestijd ieder jaar gelijk. Ga je uit van de daadwerkelijke onderwijstijd, dan is de lestijd afhankelijk van aantal schoolweken in het jaar.
AVS heeft een rekentooltje ontwikkeld voor de berekening van de onderwijstijd. Leden kunnen dit rekentooltje verkrijgen via de AVS helpdesk. Voor de berekening van de lestijd van een medewerker, heb je een jaartaak rekeninstrument nodig, waarin de afspraken verwerkt zijn die jij samen met je team en de MR hebt vastgelegd in het werkverdelingsplan.
Voor alle ins & outs over dit onderwerp: download de Handreiking Werkverdelingsplan en jaartaak PO in onze webshop (prijs € 12,95, maar gratis voor leden – houd je lidnummer bij de hand). Leden kunnen ook contact opnemen met onze Helpdesk.
Dit item is geactualiseerd op 1 juni 2026
In de Wet op de Expertisecentra (WEC) staat in artikel 12 de uitgangspunten vermeld. Leerlingen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar dienen in een tijdvak van 8 schooljaren tenminste 7520 uren onderwijs te ontvangen, waarvan in de eerste 4 schooljaren tenminste 3520 uur en in de laatste 4 schooljaren tenminste 3760 uur. Het onderwijs aan leerlingen jonger dan 4 jaar omvat tenminste 880 uur per schooljaar. Aan de leerlingen in de laatste 6 schooljaren wordt ten hoogste 7 weken van het schooljaar 4 dagen per week onderwijs gegeven, die evenwichtig zijn verdeeld over het schooljaar, bij een schoolweek van in beginsel niet minder dan 5 dagen onderwijs.
De inspectie kan op aanvraag van het bevoegd gezag ermee instemmen dat om lichamelijke of psychische redenen voor individuele leerlingen wordt afgeweken van het bovenstaande. Ook is deze wet vastgelegd hoeveel uur les in het voortgezet speciaal onderwijs gegeven moet worden. Binnen het voortgezet speciaal onderwijs geldt een urennorm voor de verschillende onderwijsprofielen. Deze zijn:
– uitstroomprofiel vervolgonderwijs: hetzelfde aantal uren als voor het gewone voortgezet onderwijs per opleiding;
– arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel: 1.000 uren onderwijs per leerjaar;
– uitstroomprofiel dagbesteding: 1.000 uren onderwijs per leerjaar.
Voor de Inspectie van het Onderwijs gelden de volgende aandachtspunten bij de berekening: het voortgezet speciaal onderwijs wordt sinds de Wet kwaliteit (v)so op dezelfde manier behandeld als het reguliere voortgezet onderwijs. Dit heeft gevolgen voor de berekening van de onderwijstijd.
1. Het pauzekwartier in de ochtend telt niet meer mee als onderwijstijd. Dit geldt voor alle uitstroomprofielen;
2. Het meetellen van een schrikkeldag is niet meer toegestaan.
Voor verdere informatie: zie www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/onderwijstijd/onderwijstijd-in-het-speciaal-onderwijs
Tot 1 augustus 2006 was het wettelijk vastgesteld aantal uren onderwijs voor de onderbouw (1 t/m 4) 880 per leerjaar en voor de bovenbouw (5 t/m 8) 1000 uur. Scholen die er voor kiezen om voortaan gemiddeld 940 uren onderwijs per leerjaar te geven, zullen hiervoor een meerjarenplanning moeten maken. Dit komt omdat anders niet alle leerlingen over een periode van 8 jaar het minimum aantal uren van 7520 hebben ontvangen.
Zie onderstaand rekenvoorbeeld.

De oudergeleding in de medezeggenschapsraad heeft instemmingsrecht bij het vaststellen of wijzigen van de schooltijden.
Voorafgaand aan de vaststelling (of wijziging) van de schooltijden in de medezeggenschapsraad worden alle ouders hierover geraadpleegd. Een wijziging kan pas plaatsvinden als de meningen van de ouders zijn gepeild. Dit om te voorkomen dat ouders en kinderen onvoorziene problemen krijgen door veranderingen in de schooltijden.
Nee, we hebben het over dagonderwijs. Onder lestijd wordt het reguliere lesrooster verstaan. Ook een werkweek telt als zodanig niet als extra lestijd.
De school is vrij vakantieweken in te roosteren, als voldaan wordt aan het wettelijke minimum aantal uren onderwijstijd. Het ministerie OCW geeft voor vakanties adviesdata. Scholen bepalen zelf in samenspraak met de MR wanneer de vakantieweken (adviesrecht MR) zijn.
Het verdient aanbeveling om de vastgestelde vakanties in de schoolgids op te nemen, zodat alle ouders op de hoogte zijn van de vakantiedata. De zomervakantie vormt een uitzondering hierop. De zomervakantie is een verplichte vakantie van 6 weken. Volgens de ‘Regeling spreiding zomervakanties’ kan deze niet worden opgerekt, anders dan 2 dagen onmiddellijk voor, of 2 dagen onmiddellijk na het einde van de voorgeschreven begin- of einddata.
De Wet op het Primair Onderwijs (WPO) kent geen groep 0. Op het moment dat een 4-jarige naar school gaat, valt de leerling onder de WPO. Deze wet kent geen groep 0, alleen groep 1 t/m 8. Alle 4-jarige leerlingen stromen in leerjaar 1 in. Een deel van de leerlingen zal in augustus doorstromen naar groep 2 en een ander deel zal mogelijk nog deel uitmaken van leerjaar 1. In een instroomgroep moeten dus evenveel uren gemaakt worden als in groep 1. Sommige leerlingen zullen niet aan de 7520 uur komen over 8 leerjaren, andere leerlingen zullen meer uren krijgen. Verder staat duidelijk in artikel 8 van de WPO dat het onderwijs zodanig wordt ingericht dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het dient afgestemd te worden op de voorgang in de ontwikkeling van de leerlingen.
De school hoeft niet voor elke leerling afzonderlijk het aantal uren bij te houden. De schooltijden worden vastgesteld voor groepen leerlingen. Voor een leerling die tussentijds instroomt, hoeft de onderwijstijd niet apart te worden geregistreerd.