Elk kind heeft recht op goed onderwijs. Ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Inclusief onderwijs beoogt dat zo veel mogelijk leerlingen regulier onderwijs kunnen volgen. Want zo worden ze het best voorbereid op een vervolgopleiding en doen ze zo goed mogelijk mee in de samenleving. Het speciaal onderwijs verdwijnt niet. Kinderen die het echt nodig hebben, kunnen nog steeds naar het speciaal onderwijs.


Relevante onderwerpen

Lees ook

  • Schoolleiders: “tekorten zetten inclusief onderwijs onder druk”

    Hoewel veel scholen stappen zetten richting inclusief onderwijs, ervaren schoolleiders knelpunten in financiering, personeel en huisvesting. Dat blijkt uit de peiling Passend en Inclusief Onderwijs van AVS, ingevuld door 186 schoolleiders. Voldoende financiële middelen, meer deskundige ondersteuning in de school en kleinere klassen zijn onmisbaar om inclusief onderwijs te realiseren. Voor veel schoolleiders is inclusief onderwijs een belangrijk thema, maar het staat zelden bovenaan de...

  • Ondersteuning bij inclusief onderwijs

    De beweging naar inclusief onderwijs is zichtbaar in steeds meer scholen. Schoolleiders staan daarbij voor de opgave om leerlingen met uiteenlopende ondersteuningsbehoeften een passende plek te bieden. Dat vraagt om keuzes in de organisatie, nieuwe vormen van samenwerking en aandacht voor de ontwikkeling van het team. Tegelijkertijd roept het vaak ook vragen op: waar begin je, welke stappen zijn passend voor jouw school en hoe pak je dat aan? AVS wil schoolleiders hierbij ondersteunen....

  • Passend en inclusief onderwijs

    OPP niet áltijd nodig, goede uitleg wel

    De Geschillencommissie Passend Onderwijs heeft opnieuw verduidelijkt dat een ontwikkelingsperspectief (OPP) niet standaard nodig is voor iedere leerling die ondersteuning ontvangt. Dit blijkt uit een recent behandeld geschil in het primair onderwijs. Voor schoolleiders is vooral belangrijk: een OPP is alleen verplicht bij een extra ondersteuningsbehoefte. Tegelijk blijft duidelijke communicatie met ouders over aanpak, doelen en opbrengsten essentieel. School krijgt gelijk In de zaak...

Al het nieuws over inclusief onderwijs

Veelgestelde vragen: Vragen

  • ​Waar moet ik aan denken bij de wet Passend onderwijs en de rol van de MR?

    Voor informatie over dit onderwerp kun je terecht op de website van het Steunpunt Passend onderwijs en op de website van Sterk Medezeggenschap.

  • Wat zijn de do’s en de don’ts met betrekking tot medische handelen op school?

    Soms wordt aan scholen gevraagd om medische handelingen bij leerlingen uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan het verzorgen van een wond, het controleren van de bloedsuikerspiegel, het toedienen van medicatie en zelfs het geven van een prik.

    Onder welke voorwaarden mogen leerkrachten medische handelingen verrichten? Zijn ze daartoe verplicht? Hoe regelen scholen dat zorgvuldig en welke protocollen moeten er bestuurlijk vastgelegd worden? Hoe zit het met aansprakelijkheid?

    Voor antwoorden op al die vragen kun je terecht op meerdere websites:

    De informatie op deze websites is vergelijkbaar, maar ze benaderen het onderwerp elk vanuit hun eigen perspectief en ze hebben soms net een paar andere stappenplannen, voorbeeldprotocollen enz.

  • Wat is de positie van de Onderwijsconsulent in het kader van indicatiestelling?

    Onderwijsconsulenten werkt in opdracht van de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Onderwijsconsulenten kan ouders/verzorgers, scholen en samenwerkingsverbanden adviseren en begeleiden bij onderwijskwesties, met name als ouders, school en/of samenwerkingsverband er samen niet dreigen uit te komen. Het gaat dan om problematiek rond plaatsing, schorsing, verwijdering of een passend ondersteuningsplan c.q. onderwijsaanbod.

    Onderwijsconsulenten kunnen ouders, leerlingen en scholen helpen wanneer sprake is van minimaal één van de onderstaande situaties:

    – De leerling zit langdurig thuis (langer dan vier weken en zonder uitzicht op een onderwijsplek op korte termijn).
    – Het lukt niet om een geschikte onderwijsplek te vinden voor een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte, zoals gedrags-, leer- of gezondheidsproblemen.
    – Het lukt de school niet om de juiste ondersteuning of begeleiding te bieden aan een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte, zoals gedrags-, leer- of gezondheidsproblemen.
    – Bij vragen over de bekostiging rond de inzet van medische zorg op school.

    Er zijn géén kosten verbonden aan het inschakelen van een onderwijsconsulent.

    Een advies van een onderwijsconsulent is niet bindend.

    Meer informatie: www.onderwijsconsulenten.nl

  • Welke specifieke bepalingen gelden voor het (voortgezet) speciaal onderwijs?

    In de Wet op de Expertisecentra (WEC) staat in artikel 12 de uitgangspunten vermeld. Leerlingen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar dienen in een tijdvak van 8 schooljaren tenminste 7520 uren onderwijs te ontvangen, waarvan in de eerste 4 schooljaren tenminste 3520 uur en in de laatste 4 schooljaren tenminste 3760 uur. Het onderwijs aan leerlingen jonger dan 4 jaar omvat tenminste 880 uur per schooljaar. Aan de leerlingen in de laatste 6 schooljaren wordt ten hoogste 7 weken van het schooljaar 4 dagen per week onderwijs gegeven, die evenwichtig zijn verdeeld over het schooljaar, bij een schoolweek van in beginsel niet minder dan 5 dagen onderwijs.

    De inspectie kan op aanvraag van het bevoegd gezag ermee instemmen dat om lichamelijke of psychische redenen voor individuele leerlingen wordt afgeweken van het bovenstaande. Ook is deze wet vastgelegd hoeveel uur les in het voortgezet speciaal onderwijs gegeven moet worden. Binnen het voortgezet speciaal onderwijs geldt een urennorm voor de verschillende onderwijsprofielen. Deze zijn:

    – uitstroomprofiel vervolgonderwijs: hetzelfde aantal uren als voor het gewone voortgezet onderwijs per opleiding;
    – arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel: 1.000 uren onderwijs per leerjaar;
    – uitstroomprofiel dagbesteding: 1.000 uren onderwijs per leerjaar.

    Voor de Inspectie van het Onderwijs gelden de volgende aandachtspunten bij de berekening: het voortgezet speciaal onderwijs wordt sinds de Wet kwaliteit (v)so op dezelfde manier behandeld als het reguliere voortgezet onderwijs. Dit heeft gevolgen voor de berekening van de onderwijstijd.

    1. Het pauzekwartier in de ochtend telt niet meer mee als onderwijstijd. Dit geldt voor alle uitstroomprofielen;
    2. Het meetellen van een schrikkeldag is niet meer toegestaan.

      Voor verdere informatie: zie www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/onderwijstijd/onderwijstijd-in-het-speciaal-onderwijs

    1. Wat betekent het aflopen van het tripartiete akkoord personele gevolgen invoering Passend onderwijs voor de (niet) gemaakte afspraken?

      De AVS Helpdesk krijgt regelmatig vragen over wat te doen nu het tripartiete akkoord over de personele gevolgen van Passend onderwijs per 1 augustus 2017 afgelopen is. Het akkoord is omgezet in wet- en regelgeving. Dat betekent niet dat alle afspraken komen te vervallen. In een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) staat hoe samenwerkingsverbanden vanaf 1 augustus 2017 om moeten gaan met personeel van bijvoorbeeld (v)so-besturen en de voormalige rec’s, dat nog geen passend werk heeft gevonden. Zij moeten op overeenstemming gericht overleg (oogo) voeren met de werkgevers van deze personeelsleden. De laatste fase (verplicht oogo over resterend personeel) is geregeld in artikel 28 van de AMvB Passend onderwijs (zie hieronder). Dat artikel vervalt niet per 1 augustus 2017 en blijft dus van kracht.

      Overleg over niet herplaatst personeel

      Artikel 28 van de AMvB Passend onderwijs zegt hierover: 1. Het samenwerkingsverband is gehouden om, wanneer een bevoegd gezag of personeelsorganisatie daarom verzoekt, met dat bevoegd gezag en de personeelsorganisaties een op overeenstemming gericht overleg te voeren over het personeel dat in het derde schooljaar waarin artikel 77a van de wet is vervallen, nog niet zal zijn herplaatst en dat niet als gevolg van natuurlijk verloop zal zijn uitgestroomd op of voor 1 augustus 2016.

      2. Een bevoegd gezag als bedoeld in het eerste lid is, het bevoegd gezag van een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een centrale dienst of een school die het budget ten behoeve van aanvullende zorg voor leerlingen in het samenwerkingsverband ontving (bedoeld in artikel 77, vierde lid van de wet), waarbij het personeel in schooljaar 2014/2015 in dienst is.

      3. Het personeel, bedoeld in het eerste lid, is het personeel dat op 1 mei 2012 als ambulant begeleider in dienst was bij een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een regionaal expertisecentrum als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, of een centrale dienst.

      4. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van personeel, niet zijnde ambulant begeleiders, dat op 1 mei 2012 is dienst was bij een samenwerkingsverband als bedoeld in de wet, een school die het budget ten behoeve van aanvullende zorg voor leerlingen in het samenwerkingsverband ontving (bedoeld in artikel 77, vierde lid van de wet) of een regionaal expertisecentrum als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en dat in het eerste schooljaar waarin artikel 77a van de wet is vervallen, niet zal zijn herplaatst.

      (bron: Staatsblad 2014 95 16)

    2. Wat is de procedure voor het verwijderen van leerlingen van school in het kader van het Passend onderwijs?

      Het stelsel van Passend onderwijs, waarbij iedere leerling een plaats verdient binnen het onderwijs, behoort ertoe te leiden dat de school, die door het fysieke gedrag en het leergedrag van de leerling handelingsverlegen dreigt te worden, allereerst dient te komen tot onderzoek en bijstelling van het ontwikkelingsperspectief van de leerling. Zonder een dergelijk onderzoek kan niet langer direct worden gekozen voor verwijdering van school.

      De volgende zaken zijn van belang  wil een verwijdering gegrond zijn:
      –      Er moet rekening gehouden worden met de richting van onderwijs die de ouders willen;
      –      In de verwijderingsbeslissing moet inzichtelijk gemaakt worden dat er overleg (op overeenstemming) met de ouders is gevoerd;
      –      Er moet een inventarisatie gedaan zijn van scholen met een ondersteuningsprofiel dat overeenstemt met de ondersteuningsbehoefte van de leerling;
      –      De reistijd naar de nieuwe school moet zijn benoemd.