Deze handreiking is speciaal voor jou als schoolleider in het primair onderwijs. Jij speelt een sleutelrol bij het opstellen van een werkverdelingsplan voor je school. Volgens hoofdstuk 2 van de CAO PO moet je dit plan jaarlijks samen met je team maken. Deze gids helpt je daarbij en geeft veel achtergrondinformatie.
De handreiking is nu te bestellen in onze webwinkel.
Let op! Leden van AVS kunnen een gratis exemplaar aanvragen
Onderzoeks- en adviesbureau Oberon onderzoekt in opdracht van OCW hoe het is gesteld met de ontwikkeling van de werkdruk in het primair onderwijs en de rol van het Werkdrukakkoord daarin. Een steekproef van schoolleiders heeft begin maart een uitnodiging gekregen om een (korte) vragenlijst in te vullen.AVS wijst op het belang van dit onderzoek: als je de vragenlijst hebt ontvangen, vul deze dan voor 21 april in en geef deze ook door aan je team. Met het Werkdrukakkoord tussen...
Onderzoek Werkdrukakkoord primair onderwijs Schoolleiders geven prioriteit aan de werkdruk van hun team. Ze cijferen zichzelf daarbij weg. En dat is alarmerend, want een op de vijf schoolleiders geeft aan dat hun werkdruk en de emotionele belasting is toegenomen. AVS-voorzitter Karin Straus: “Vanuit AVS willen we aandacht vragen voor deze stijging van de werkdruk van de schooldirecteur. Er is een stevig schoolleiderstekort, dat volgens recente cijfers ook weer is toegenomen (13,6%). De...
Tweede meting De middelen uit het convenant ‘aanpak lerarentekorten en werkdrukverlichting’ zijn in het vo vooral besteed aan maatregelen voor werkdrukverlichting (81 procent), ontwikkeltijd (54 procent), onderwijsinnovatie (54 procent) en begeleiding van zij-instromers of startende leraren (47 procent). Dat blijkt uit de tweede monitor van het proces en besteding van de convenantsmiddelen, uitgevoerd door Voion. Deze tweede meting laat aan de hand van de jaarverslagen en interviews...
De werkverdeling op jouw school vindt plaats binnen de kaders van het meerjarenformatiebeleid en het bestuursformatieplan, documenten die door het bevoegd gezag worden opgesteld. Vervolgens moet de werkverdeling op schoolniveau invulling krijgen.
Wettelijk is de organisatie van het werk (lees: de werkverdeling) een werkgeversverantwoordelijkheid. Als schoolleider heb je in de praktijk vrijwel altijd het mandaat om de werkverdeling op school vorm te geven. Dit is – als het goed is – vastgelegd in het managementstatuut.
Hoofdstuk 2 van de CAO PO (Arbeidsduur en formatiebeleid) is leidend bij het opstellen van het werkverdelingsplan. Dat hoofdstuk biedt in feite een stappenplan. Behalve met de CAO PO heb je rekening te houden met wetgeving, onder andere de Arbeidstijdenwet en de Wet medezeggenschap op scholen.
Dit artikel beschrijft je rol als werkgever en dus als schoolleider.
Voorbereiding op het gesprek over de werkverdeling door de werkgever
1. De werkgever brengt voorafgaand aan het teamgesprek de werkzaamheden voor het volgende schooljaar in kaart, waaronder het aantal groepen, het aantal (zorg)leerlingen, overige werkzaamheden en geplande scholingen. De kaders, werkzaamheden en strategische doelen die zijn vastgesteld door de werkgever, zijn hierbij leidend.
2. De werkgever zorgt ervoor dat de teamleden tijdig op de hoogte zijn gesteld van vergaderingen over de werkverdeling, zodat alle teamleden in de gelegenheid zijn daarbij aanwezig te zijn. De werkgever houdt daarbij rekening met werknemers die op verschillende scholen werken.
3. De werkgever zorgt ervoor dat het team kennisneemt van ten minste de werkzaamheden als bedoeld in lid 1, het meerjarenformatiebeleid en het bestuursformatieplan en de regelingen ten aanzien van startende werknemers en indien van toepassing kaders van het vervangingsbeleid.
Als schoolleider zorg je er dus voor dat ál je medewerker (onderwijzend en onderwijs ondersteunend) beschikken over voldoende informatie om mee te praten. Vervolgens ligt de nadruk met name op het voeren van het goede gesprek met elkaar. Ook daarin heb je als schoolleider een cruciale rol. Als de gesprekken zijn gevoerd, ben je als schoolleider weer aan de beurt.
Concept-werkverdelingsplan
8. De werkgever maakt op basis van het teamgesprek een schriftelijk concept-werkverdelingsplan. De werkgever houdt rekening met competenties, kwaliteiten, belastbaarheid, wensen en mogelijkheden van individuele werknemers en de noodzakelijke tijd voor professionalisering.
9. De werkgever legt het op schrift gestelde concept-werkverdelingsplan voor aan het team. Werkgever en PMR hebben de gelegenheid om vast te stellen of er voldoende draagvlak is voor het concept-werkverdelingsplan.
Werkverdelingsplan vaststellen
10. De werkgever legt het concept-werkverdelingsplan voor aan de PMR. De PMR heeft instemmingsrecht op het werkverdelingsplan op school. De PMR toetst tevens of de procedure tot vaststelling van het plan goed is doorlopen en of het plan draagvlak geniet onder de teamleden. Bij het vaststellen of het werkverdelingsplan voldoende draagvlak geniet, hanteert de PMR de uitgangspunten die volgens lid 4 door het team zijn vastgesteld.
Dit artikel gaat over de inzet van de individuele medewerker, waarbij de afspraken die in het werkverdelingsplan zijn gemaakt, het uitgangspunt vormen.
Je bespreekt met elke medewerker vóór de zomervakantie de inzet in het volgende schooljaar. Je stelt samen de werkzaamheden en werkdagen van de medewerker in het volgende schooljaar vast.
Als werkgever span je je in om deeltijders zo veel mogelijk aangesloten in te roosteren, waarbij je zo veel mogelijk rekening houdt met verplichtingen die je medewerker elders heeft (dat kan gaan om verplichtingen bij een andere werkgever maar ook om sommige verplichtingen in de privésfeer).
Tijdens dat gesprek worden er ook afspraken gemaakt over de inzet van budget en uren voor professionalisering en duurzame inzetbaarheid.
Het overleg is gericht op overeenstemming tussen werkgever en werknemer. Indien geen overeenstemming wordt bereikt en er een onwerkbare situatie ontstaat op school, dan stelt de werkgever de inzet van de werknemer voor het volgende schooljaar vast.
De verantwoordelijkheid voor het goed functioneren van je school rust op jouw schouders. Daarbij moet je altijd alle belangen goed afwegen. De goede afloop van het hele proces rond het werkverdelingsplan, valt en staat met het goed informeren van je team (wat moeten we? wat willen we? wat kan wel, wat kan niet?) en het faciliteren van het goede gesprek. Neem je team mee, zorg niet voor (onaangename) verrassingen… Als puntje bij paaltje komt, neem jij als directeur uiteindelijk een besluit. Uiteraard valt je besluit altijd binnen de kaders van de CAO PO en van relevante wetgeving, en – we herhalen – heb je alle belangen goed afgewogen.
Worstel je met je werkverdelingsplan? Neem contact op met de AVS Helpdesk (gratis, voor leden). Onze medewerkers denken graag met je mee.
AVS geeft een uitgebreide handreiking uit. Leden kunnen die gratis bestellen, niet-leden betalen een kleine vergoeding. Te bestellen via onze webshop.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 23 oktober 2025
Bij het bespreken van de data voor teamvergaderingen en studiedagen kreeg een schoolleider van een medewerker te horen: “Hey! Die studiedagen vallen niet op mijn werkdag. Dan kan ik dus niet komen.” Helaas… zo werkt het niet helemaal.
Je kunt hoofdstuk 2 van de CAO PO lezen als een stappenplan! Bij de bespreking van het werkverdelingsplan staat de jaarplanning op de agenda, en leg je de data en tijdstippen vast van teamoverleg, studiedagen, vieringen enz. In het werkverdelingsplan maak je samen met je team afspraken over de aanwezigheid tijdens al deze activiteiten. Het overleg over het werkverdelingsplan (en dus de jaarplanning) vindt ruim vóór de zomervakantie plaats.
Als schoolleider voer je, eveneens vóór de zomervakantie, met iedere individuele medewerker een gesprek over zijn of haar inzet. Daarin neem je de afspraken uit het werkverdelingsplan mee. En dus ook de data en tijden waarop de medewerker – buiten de reguliere werkdagen waarop hij of zij is ingeroosterd – op school wordt verwacht. Alle werkzaamheden moeten passen binnen de jaartaak van de medewerker. Het aantal te werken uren wordt bepaald door de werktijdfactor.
Voorbeeld: iemand met een werktijdfactor van 0,400 is 663 uur inzetbaar (1659*0,4=663). Alle werkzaamheden moeten binnen die 663 uur passen, dus ook het bijwonen van teamoverleg, studiedagen enzovoort.
Bij invoering van de CAO PO 2019-2020 is het zogenoemde inzetbaarheidsschema verlaten. Dat schema bepaalde hoeveel dagdelen een werknemer bij een bepaalde werktijdfactor maximaal kon worden ingezet. Je medewerkers kunnen zich dus niet meer beroepen op het inzetbaarheidsschema!
Nu het schema niet meer bestaat, moet je als schoolleider rekening te houden met de bepalingen over deeltijders (CAO PO artikel 2.3 lid 3). Dat betekent
– dat je de medewerker zoveel mogelijk aaneengesloten inroostert als hij of zij dit wenst en
– dat je rekening houdt met afspraken bij een andere werkgever of in de privésfeer.
Het is natuurlijk lastig te bepalen wanneer omstandigheden in de privésfeer zwaarder wegen dan de belangen van de school. Verplichtingen bij een andere werkgever wegen in elk geval zwaar. Uit jurisprudentie blijkt dat in een aantal gevallen ook mantelzorgtaken als zwaarwegend kunnen worden aangeduid. Het niet geregeld krijgen van kinderopvang is geen zwaarwegend privébelang. Roostertechnische problemen zijn haast nooit een grond om als zwaarwegend bedrijfsbelang in te brengen!
Uit jurisprudentie blijkt dat je als werkgever in elk geval diepgaand de belangen van je werknemer moet onderzoeken en meewegen!
Je vraagt wel wat van je medewerker als je verwacht dat die opeens op andere dagen/-tijden gaat werken. Voer het gesprek hierover tijdig, zodat je medewerker in de gelegenheid is om bijvoorbeeld de kinderopvang anders te regelen.
De jaartaak bestaat voor leraren grofweg gezegd uit de volgende componenten:
– lesgebonden tijd (lestijd, contacttijd),
– voor- en nawerk (voorbereiden van lessen, het nakijken van toetsen en opdrachten waaronder begrepen de administratieve verwerking daarvan),
– professionalisering en duurzame inzetbaarheid (PDI-budget) en
– overige schooltaken.
Voor onderwijsondersteunende medewerkers (OOP’ers) met lesgebonden en/of behandeltaken gelden dezelfde componenten, maar wellicht hanteer je andere verhoudingen (bijvoorbeeld minder tijd voor voor- en nawerk en dus meer tijd voor schooltaken).
Voor OOP’ers zonder lesgebonden en/of behandeltaken geldt dat zij recht hebben op hun PDI-budget (tijd & geld) en daarnaast hebben zij een duidelijke taakomschrijving. N.B. Deze medewerkers hebben ook een afwijkende vakantieregeling: zie artikel 8.3 CAO PO (aanvullende bepalingen voor onderwijsondersteunend personeel zonder lesgebonden en/of behandeltaken, met toelichting achterin de CAO).
Enkele cao’s geleden werd het begrip opslagfactor gebruikt, maar dat begrip is inmiddels weer uit de CAO PO verdwenen. De term sloeg op de werkzaamheden die – buiten de lestijd zelf – verband hielden met het werk in de klas, en wat je daar als schoolleiding en team onder verstond.
In de huidige CAO PO (artikel 2.2 lid 7 derde gedachtestreepje) staat dat je afspraken moet maken over de tijd die leraren nodig hebben voor:
– het voorbereiden van lessen,
– het nakijken van toetsen en opdrachten, en
– de administratieve verwerking daarvan kan vallen.
Dat is in feite een smalle invulling van het oude cao-begrip ‘opslagfactor’. Nergens in de CAO PO lees je echter dat je als schoolleiding en team niet met een ‘opslagfactor’ mag werken. Jaartaakrekenprogramma’s vragen trouwens nog steeds om een percentage in te stellen dat is gerelateerd aan de lesgebonden en/of behandeltaken. Een ‘opslagfactor’ dus.
Binnen dat percentage (‘opslagfactor’) valt in elk geval het hierboven genoemde voor- en nawerk, maar je kunt daar – in goed overleg met je medewerkers – meer werkzaamheden in onderbrengen. Maak van dat percentage geen overvolle verzamelbak en beperk je in elk geval tot items die een-op-een aan de werktijdfactor zijn te linken. Teamoverleg en teamscholing onderbrengen bij het voor- en nawerk is onhandig en in feite not done.
Aan de oude opslagfactor was een (advies)percentage gekoppeld: 35 tot 45% van de lesgebonden tijd. Dat percentage is destijds al losgelaten. AVS pleit ervoor om met realistische percentages te werken die recht doen aan de tijd die medewerkers nodig hebben voor hun voor- en nawerk. Stop je méér taken en activiteiten in de ‘opslagfactor’? Dan gaat het percentage omhoog en blijft er minder tijd over voor schooltaken – en omgekeerd ook (waterbedeffect)!
OOP’ers hebben ook recht op tijd voor voor- en nawerk (denk aan overlegtijd, voorbereiden van activiteiten, verslaglegging enz.). Hun ‘opslagfactor’ zal wellicht lager liggen dan die van de leraren…
AVS heeft een handige Handreiking werkverdelingsplan en jaartaak PO gepubliceerd. Je kunt deze handreiking bestellen in onze webwinkel (gratis voor leden).
Deze veelgestelde vraag is geactualiseerd op: 7 augustus 2025
Q Waar vind ik het Werkdrukakkoord 2018?
A Je kunt het hier downloaden.
Q Moet de PGMR of PMR instemmen met de bestedingsplannen uit het Werkdrukakkoord 2018?
A De PMR heeft instemmingsrecht op het bestedingsplan, niet de PGMR. Werkdrukmiddelen zijn dus een schoolse aangelegenheid. Dat laatste is trouwens een van de uitgangspunten van het Werkdrukakkoord 2018 (zie 2. Uitgangspunten van de aanpak, blz. 2 Werkdrukakkoord 2018).
Q Waar staat dat de PMR instemmingsrecht heeft?
A Dat lees je in de CAO PO (artikel 2.2 lid 7 negende gedachtestreepje, en lid 10).
Q Waar moeten we als team over praten als het gaat om het werkdrukakkoord?
A Als directeur voer je het gesprek over de knelpunten die medewerkers ervaren en over de oplossingen die zij hiervoor voorzien en bepalen. Dat vormt de basis voor het bestedingsplan.
Q Wie maakt het bestedingsplan?
A Als directeur stel jij het bestedingsplan op. De input wordt geleverd door het hele schoolteam inclusief jezelf want de werkdrukgelden zijn er ook voor directeuren.
Q Hoe weten wij op school achteraf of het geld inderdaad aan vermindering van de werkdruk is uitgegeven?
A Als directeur informeer je na afloop van het schooljaar de PMR van je school (BRIN-niveau) over de besteding van de extra werkdrukmiddelen. Over middelen die (nog) niet zijn besteed, maak je met het team en de PMR nadere afspraken aansluitend bij de doelen en verwachtingen van het bestedingsplan.
Q Op welk bedrag hebben wij recht?
A Je school krijgt een bedrag dat afhankelijk is van het leerlingenaantal. Op de website van de PO-Raad vind je een rekentool waarmee je kunt nagaan welk bedrag jouw school krijgt voor de vermindering van werkdruk. Je kunt ook kijken in de Staatscourant waarin de Regeling bekostiging wordt gepubliceerd: de bedragen voor de werkdrukmiddelen (bedrag per leerling) worden genoemd in de Toelichting op de regeling (bijvoorbeeld voor de bekostiging 2025: zie Staatscourant 2024 nr. 34584, pagina 19).
Q Mag mijn bestuur bepalen hoe (een deel van) het geld besteed wordt?
A Nee, dat mag het bestuur niet. De middelen die het kabinet ter beschikking stelt voor de beheersing van werkdruk, komen ter beschikking aan teams in scholen. Zij kiezen zelf welke maatregelen er in hun school worden genomen om de werkdruk te verminderen.
Q Mijn bestuur zegt dat het geld niet structureel beschikbaar is, klopt dat?
A Nee, dat klopt niet. De werkdrukmiddelen zijn structurele middelen. Ze zijn wel onderdeel van de lumpsum.
Q Welke richtlijnen mag een schoolbestuur meegeven aan het team?
A Een schoolbestuur mag niet bepalen waar het geld voor werkdrukverlaging aan wordt besteed, maar een schoolbestuur kan wel enkele richtlijnen meegeven. Het in dienst nemen van personeel kan leiden tot verplichtingen (vast dienstverband) en dus gevolgen hebben voor kosten op de lange termijn. Een team mag natuurlijk kiezen voor het aannemen van personeel, maar een schoolbestuur mag bepalen onder welke voorwaarden dit kan gebeuren. Dat is nodig, want het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit maar ook voor de financiën op de langere termijn.
Q Ons schoolbestuur krijgt te maken met bezuinigingen (krimp, onderwijsachterstandsmiddelen) en daardoor moeten er medewerkers worden ontslagen. Hoe verhoudt dit zich tot de werkdrukmiddelen?
A Het team mag bepalen hoe de werkdrukmiddelen worden ingezet, natuurlijk mogen zij kiezen voor behoud van personeel.
Q Waar vind ik het Eindrapport onderzoek werkdrukakkoord (december 2024)?
A Je kunt het rapport hier vinden.
Het antwoord op deze vraag is gecontroleerd op 18 december 2024
Deze periode zijn schooldirecteuren in het primair onderwijs onder andere druk bezig met het komen tot een werkverdelingsplan. De AVS heeft hiervoor onlangs een handreiking verspreid en de helpdesk krijgt hierover verschillende vragen. Een daarvan is: welke kaders zijn leidend voor werkzaamheden die zijn vastgesteld door het schoolbestuur? (zie artikel 2.2 Werkverdeling op schoolniveau)
Waar moet je dan aan denken?
De kaders voor de werkzaamheden zijn:
1. De jaartaak van 1.659 uur die bestaat uit de componenten: lesgeven (lestijd), (lesgebonden) tijd voor en na het werk (opslagfactor), duurzame inzetbaarheid, professionalisering en overige taken;
2. Waar de werkzaamheden plaatsvinden met daarbij afspraken over niet plaats- en tijdgebondenheid op school;
3. Het jaarlijks vastleggen van de afspraken over de werkzaamheden vanuit het werkverdelingsplan, toegespitst op iedere afzonderlijke collega, rekening houdend met privé- en organisatiebelang;
4. De werkzaamheden moeten binnen de gestelde werktijd mogelijk zijn en de verdeling van taken gebeurt jaarlijks als onderdeel van het werkverdelingsplan.
| Onderwerp | Artikel (nieuw) | Artikel (oud) |
| Meerjarenformatieplan | 2.1.1/2.1 lid 2 | 2.15 |
| Bestuursformatieplan | 2.1.1/2.1 lid3 | 2.15 |
| Begeleiding startende medewerkers | 2.1 lid 4 | 2.7 lid 2 |
| In kaart brengen | 2.2 lid 1 | 2.7 meerdere leden |
| Tijdig op de hoogte stellen | 2.2 lid 2 | 2.9 lid 2/2.14 lid 2 |
| Draagvlak | 2.2 lid 4 | – |
| Voor zomervakantie team in gesprek | 2.2 lid 5 | – |
| Werkverdeling | 2.2 lid 7 | 2.9/2.14 |
| Conceptverdelingsplan maken | 2.2 lid 8 | – |
| Voorleggen aan team/PMR | 2.2 lid 9 | – |
| Inzet werknemer | 2.3 leden 1 t/m 5 | 2.9/2.14 |
Overzicht verschillen Hoofdstuk 2 per 1 augustus 2018 en
Hoofdstuk 2 per 1 augustus 2019 (CAO PO)
Meer weten?
Handreiking Werkverdelingsplan: Werkverdelingsplan – handreiking (versie maart 2021)
Onderwijstijd is de tijd die kinderen in een schooljaar onderwijs genieten. Onderwijstijd is dus een leerlinggebonden begrip.
Lestijd is de tijd die de leerkracht in het jaar les geeft en is dus medewerkergebonden. Lestijd is een onderdeel van de jaartaak. In de CAO PO is bepaald dat een fulltime leerkracht maximum 940 uur per schooljaar lesgeeft (artikel 2.3 lid 6 CAO PO) (deeltijders naar rato van hun werktijdfactor). In datzelfde artikellid staat dat een medewerker in overleg meer uren mag lesgeven (deeltijders naar rato van hun werktijdfactor). Afspraken hierover maak je met de individuele medewerker.
Het aantal schoolweken varieert per jaar en per regio door de vakantiespreiding. Als je uitgaat van een gemiddelde onderwijstijd, dan is de lestijd ieder jaar gelijk. Ga je uit van de daadwerkelijke onderwijstijd, dan is de lestijd afhankelijk van aantal schoolweken in het jaar.
AVS heeft een rekentooltje ontwikkeld voor de berekening van de onderwijstijd. Leden kunnen dit rekentooltje verkrijgen via de AVS helpdesk. Voor de berekening van de lestijd van een medewerker, heb je een jaartaak rekeninstrument nodig, waarin de afspraken verwerkt zijn die jij samen met je team en de MR hebt vastgelegd in het werkverdelingsplan.
Voor alle ins & outs over dit onderwerp: download de Handreiking Werkverdelingsplan en jaartaak PO in onze webshop (prijs € 12,95, maar gratis voor leden – houd je lidnummer bij de hand). Leden kunnen ook contact opnemen met onze Helpdesk.
Dit item is geactualiseerd op 1 juni 2026
Met ingang van 1 augustus 2019 treedt het werkverdelingsplan in werking in het primair onderwijs. Schoolbesturen en scholen moeten het plan voor schooljaar 2019/2020 gereed en besproken hebben met de individuele medewerkers in verband met hun inzet op de school. De vraag is of het werkverdelingsplan in de plaats komt van eerder gemaakt beleidsdocumenten zoals het taakbeleid, de arbeids- en rusttijden, et cetera. Het antwoord op deze vraag is ‘nee’.
In de Wet Medezeggenschap op Scholen (WMS) is bepaald dat de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad instemmingsrecht heeft op bepaalde beleidsdocumenten die met name genoemd worden. Wettelijk gezien zijn deze beleidsdocumenten niet van tafel. Deze documenten hoeven niet ook benoemd te worden in de cao.
Leidt het werkverdelingsplan tot andere inzichten met betrekking tot de bestaande beleidsdocumenten, dan dient eerst de procedure gevolgd te worden voor wijziging hiervan. Na instemming van de personeelsgeleding van de MR kan wijziging pas daadwerkelijk doorgevoerd worden.
Op 1 augustus 2019 werd het maken van een werkverdelingsplan verplicht zoals dat in de CAO PO 2018-2019 (versie maart 2019) was vastgelegd. Sindsdien maken alle basisscholen jaarlijks een werkverdelingsplan. Hoofdstuk 2 van de CAO PO reikt hiervoor als het ware een stappenplan aan.
De vakbonden – waaronder de AVS – en de PO-Raad hebben destijds een infographic laten ontwikkelen door het Arbeidsmarktplatform PO. De infographic geeft aan op welke manier de gesprekken over de werkverdeling gevoerd moeten worden. Het schematisch overzicht kan gebruikt worden bij het invullen van de afspraken. Uitgangspunt hierbij is de dialoog op schoolniveau!
AVS heeft voor schoolleiders in 2019 een Handreiking werkverdelingsplan gemaakt. De handreiking geeft stap voor stap aan hoe je samen met je bestuur en je team tot een werkverdelingsplan voor jouw school komt. In 2021 is die handreiking bijgewerkt. Het is nu nodig om de versie van 2021 opnieuw te actualiseren. Daar wordt momenteel aan gewerkt.
Wil je de versie 2021 van de Handreiking werkverdelingsplan toch gebruiken? Leden kunnen deze versie aanvragen bij de AVS Helpdesk.