De arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is inmiddels opgenomen in de CAO PO als Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen en in de CAO VO als Arbeidsmarkttoelage scholen met relatief veel kwetsbare leerlingen. De regels zijn vooralsnog dezelfde als de regels die golden voor de arbeidsmarkttoelage NPO. Zie CAO PO artikel 6.10a en CAO VO artikel 3.11.
De bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage is bedoeld om het werk op scholen met een groter risico op onderwijsachterstanden aantrekkelijker te maken en om op die manier (het herstel van) kansengelijkheid te bevorderen.
De bekostiging, die wordt geregeld in de Regeling aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage 2025, is bedoeld voor een extra beloning voor al het personeel op die vestigingen waarvoor het schoolbestuur de extra bekostiging ontvangt voor een arbeidsmarkttoelage. Op de website van DUO is op te zoeken welke vestigingen dit zijn.
Het is niet de bedoeling dat de middelen gaan naar personeel op vestigingen waarvoor OCW géén extra bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage heeft toegekend of naar andere doelen.
Voorbeeld
Een schoolbestuur heeft twee vestigingen in dezelfde (achterstands)wijk. De ene vestiging komt in aanmerking voor extra bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage, de andere niet. Elke vestiging geeft les aan een verschillende groep leerlingen. Het is niet de bedoeling dat het schoolbestuur de extra bekostiging voor de toelage verdeelt over beide vestigingen.
Het bevoegd gezag kan met instemming van de PGMR in het primair onderwijs en de PMR in het voortgezet onderwijs in specifieke situaties ervoor kiezen het bedrag net iets anders te verdelen over haar vestigingen. Doordat bekostiging op basis van het aantal fte niet mogelijk is, kan het immers voorkomen dat de arbeidsmarkttoelage niet optimaal aansluit bij een specifieke vestiging en haar personeel.
Voorbeeld
Een schoolbestuur heeft twee vestigingen. Beide vestigingen komen in aanmerking voor extra bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage: de ene kan met het verstrekte geld een toelage van 6% toekennen, de andere een toelage van 10%. Als de PGMR in het primair onderwijs en de PMR in het voortgezet onderwijs instemt, kan het schoolbestuur 8% toekennen aan beide vestigingen die in aanmerking komen voor de arbeidsmarkttoelage.
Voorbeeld
Een schoolbestuur heeft twee vestigingen in hetzelfde gebouw. De ene vestiging komt in aanmerking voor extra bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage, de andere niet. Personeel op beide vestigingen werkt met dezelfde groep leerlingen. Als de PGMR in het primair onderwijs en de PMR in het voortgezet onderwijs instemt, kan het schoolbestuur de extra bekostiging voor de toelage verdelen over beide vestigingen.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 4 augustus 2025