Artikel 9.4 lid 2 CAO PO zegt het volgende: “De werknemer bepaalt na overleg met de leidinggevende hoe hij/zij het PDI-budget (geld en uren) inzet, passend bij de bestedingsdoelen genoemd in lid 5.”
Nota bene. Dit geldt ook voor schoolleiders; het antwoord op deze vraag is dus ook op jou van toepassing.
Regie
De formulering in de CAO PO geeft aan dat de medewerker veel ruimte en verantwoordelijkheid krijgt om zelf regie te pakken over zijn of haar professionele ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid, en uiteindelijk bepaalt de werknemer (goed beargumenteerd) de inzet van het budget. De doelen, genoemd in artikel 9.4 lid 5, bevatten de criteria op basis waarvan je met elkaar de professionele dialoog voert. Vervolgens stem je af op welk tijdstip de uren worden benut, waarbij je de belangen van de werknemer en van de school goed afweegt.
Doelen
In lid 5 staat de volgende opsomming:
- activiteiten die bijdragen aan het bijhouden van de vakbekwaamheid en professionele ontwikkeling;
- activiteiten die helpen om ook op langere termijn het werk goed, gezond en met plezier te blijven doen;
- activiteiten die bijdragen aan de (duurzame) inzetbaarheid van de werknemer, in de zin van breed inzetbaar en aantrekkelijk blijven voor de interne en externe arbeidsmarkt.
Het is zaak om met elkaar de wensen van de medewerker (professionalisering, duurzame inzetbaarheid of beide) te bespreken en achteraf zeker ook de opbrengst van het budget te toetsen aan genoemde doelen: terugkoppeling, verantwoording én reflectie.
Pijn en onbegrip
De werknemer moet zich realiseren dat hij/zij het budget van 123 uur (naar rato van de werktijdfactor) moet realiseren náást de lesgebonden en/of behandeltaken, het voor- en nawerk en de overige taken. Voor de invulling ervan kan de OOP’er en de leraar geen vrijstelling van lesgeven krijgen. Het zijn uren waar je als werknemer voor wordt betaald en die gewoon vallen binnen je jaartaak, naast alle andere componenten van je jaartaak. Als je een kleine(re) werktijdfactor hebt, kan het voorkomen dat je deze uren invult op een dag die niet je reguliere werkdag is.
AVS merkt dat hier soms pijn en onbegrip zit bij OOP’ers en leraren. Het kan (!) helpen als je uitlegt dat we uitgaan van een jaartaak van 1659 uren, een vijfdaagse werkweek en werkdagen van acht uren, maar dat een werkdag, na aftrek van de PDI-uren, in feite slechts 7,4 uren telt. Dit is een afgerond getal, verkregen door eerst de netto jaartaak te berekenen (1659 – 123 = 1536) en dat getal te delen door 207,5 werkdagen (1659 / 40 / 5 = 207,5).
Tip: maak in de jaartaak duidelijk op welke dag(del)en je medewerker zijn of haar PDI-uren inzet. Daarvoor is het wel nodig dat je medewerker goed weet waarvoor, hoe en wanneer hij/zij de uren wil gebruiken.
Spaarmogelijkheid
De werknemer kan er ook voor kiezen om uren te sparen, maximaal drie jaar, om aan een bepaald doel te kunnen werken (artikel 9.4 lid 7). Afspraken hierover moet je altijd schriftelijk vastleggen!
Factsheet
Het Arbeidsplatform Primair Onderwijs (AP-PO) heeft een factsheet dat praktische handvatten biedt voor het gesprek over duurzame inzetbaarheid en behoud van medewerkers. Lees voor meer informatie over levens- en loopbaanfasebewust personeelsbeleid ook het rapport Levens- en loopbaanfasebewust HRM in het primair onderwijs van het AP-PO.
Dit antwoord is geactualiseerd op 13 oktober 2026