Relevante onderwerpen

Lees ook

  • Aanpassingen in lerarenbeurs

    Dat leerkrachten zich blijven ontwikkelen is van groot belang voor de school en daarmee ook voor de schoolleider. De Subsidieregeling Lerarenbeurs biedt hier al jaren ondersteuning voor. Voor het studiejaar 2026–2027 is de subsidieregeling aangepast met enkele belangrijke verbeteringen. Deze maken het nóg aantrekkelijker voor leerkrachten om zich verder te professionaliseren. De aanpassingen Het subsidieplafond is verhoogd, er is 59.100.000 euro beschikbaar voor alle aanvragen....

  • Spanningsvelden: wat raakt de schoolleider het meest?

    Het Schoolleidersregister PO – binnenkort Ascenda – brengt ieder jaar de belangrijkste spanningsvelden voor schoolleiders in het primair onderwijs in kaart. Dat zijn de tegenstrijdige verwachtingen waar je als schoolleider voortdurend mee te maken hebt. Aan de ene kant zijn er de eisen van OCW en de Inspectie, en de koers van je bestuur. Aan de andere kant spelen de wensen en behoeften van leerlingen, ouders en je team een grote rol. En daarachter klinkt ook nog de bredere stem van de...

  • Silhouet van een vrouw die een steile bergwand beklimt

    Ascenda: nieuwe naam Schoolleidersregister PO

    Vanaf 16 september 2025 verandert de naam van het Schoolleidersregister PO in Ascenda. Dat maakte de organisatie bekend op 2 september 2025. De nieuwe naam sluit beter aan bij wie ze zijn en wat ze doen volgens hun eigen berichtgeving heirover. Vanaf 16 september kun je als schoolleider terecht op www.ascenda.nl. Waarom deze naam? Ascenda ondersteunt schooldirecteuren bij het ontwikkelen van hun kennisbasis, het beoordelen van de kwaliteit van opleidingen en het zichtbaar maken van...

Al het nieuws over professionalisering

Veelgestelde vragen: Vragen

  • Hoe voer je het goede gesprek?

    Vaak lees je dat je met je team en/of met een individueel teamlid “het goede gesprek” moet voeren… Schoolleiders hebben doorgaans wel beeld bij wat hier wordt bedoeld, maar uit onderzoek van het Arbeidsplatform PO (AP-PO) blijkt dat dit voor leraren en onderwijsondersteuners niet zo vanzelfsprekend is. Opleidingen focussen met name op het voeren van gesprekken met leerlingen en ouders, maar het voeren van het goede (professionele) gesprek onderling en/of met jou als leidinggevende, roept bij medewerkers vaker twijfel en spanning op dan je zou verwachten. Het is daarom niet verkeerd om als schoolleider met je medewerkers aan dit onderwerp aandacht te besteden.

    Voor achtergrondinformatie kun je de verkenning over dit onderwerp, uitgevoerd door het Arbeidsmarktplatform PO in 2025, er eens bij pakken. Het AP-PO heeft bovendien een handige toolbox ontwikkeld die je kunt inzetten.

  • Welke professionaliseringsgelden zijn er voor jou als (adjunct-)directeur beschikbaar?

    Voor leidinggevenden in een A- en D-schaal is de professionalisering anders geregeld dan voor leraren (OP) en onderwijs ondersteunend personeel (OOP).

    Individueel scholingsbudget

    Elk directielid (dus jij ook!) beschikt over een bedrag van € 3.330 per jaar (sinds 1 augustus 2026). Dit bedrag is niet afhankelijk van de werktijdfactor, dus je hebt als (adjunct-)directeur recht op het volledige bedrag.

    Met jouw eigen leidinggevende maak je afspraken over jouw professionalisering in het kader van de door Ascenda (voorheen: Schoolleidersregister PO) vastgestelde bekwaamheidseisen. De afspraken zijn ook in lijn met de ontwikkelingsdoelen van de organisatie. Je kunt je budget bovendien besteden aan de doelen die in artikel 9.4 lid 5 CAO PO worden genoemd:

    • activiteiten die bijdragen aan het bijhouden van de vakbekwaamheid en professionele ontwikkeling;
    • activiteiten die helpen om ook op langere termijn het werk goed, gezond en met plezier te blijven doen;
    • activiteiten die bijdragen aan de (duurzame) inzetbaarheid van de werknemer, in de zin van breed inzetbaar en aantrekkelijk blijven voor de interne en externe arbeidsmarkt.

    Strikt genomen (uitgaande van Europese wetgeving d.d. 2 augustus 2022) kun je je individuele scholingsbudget voor andere zaken inzetten dan voor de verplichte (her)registratie bij Ascenda. Immers, scholing die wordt opgelegd door bijvoorbeeld een collectieve arbeidsovereenkomst (cao), zoals de (her)registratie, moet de werkgever sowieso vergoeden (BW7 artikel 611a).

    Terugbetalingsregelingen

    Besturen willen nog wel eens een terugbetalingsregeling opstellen voor professionaliseringsactiviteiten die worden betaald uit het individuele scholingsbudget voor (adjunct-)directeuren en voor professionaliseringsactiviteiten voor (her)registratie bij Ascenda. Maar dat kan niet!

    Bekostiging professionalisering en begeleiding startende leraren en schoolleiders

    Voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023, en de kalenderjaren 2023, 2024 en 2025 is de “Regeling bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders” van toepassing. Deze aanvullende bekostiging is bedoeld voor de professionalisering van personeel en de begeleiding van startende leraren én schoolleiders. De regeling is in de plaats gekomen van de bedragen in de Prestatiebox en loopt officieel tot 1 januari 2029. Een deel van dit geld wordt ingezet voor de Onderwijsregio’s.

    Voor alle duidelijkheid: dit geld is niet uitsluitend voor schoolleiders beschikbaar. Als schoolleider kan je wel het gesprek aangaan met je bestuur om de middelen op schoolniveau in te zetten . In de toelichting op de wet staat het volgende:

    “Professionalisering en begeleiding van startende leraren en schoolleiders moeten worden ingebed in het bredere (strategisch) personeelsbeleid van de school dat bijdraagt aan de professionele ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid van de medewerkers en aansluit op ontwikkelingen buiten de school en de wensen en behoeften binnen de organisatie. (…) Het is daarbij niet zo dat de middelen per se binnen de schoolomgeving moeten worden uitgegeven. Het kan zijn dat wordt besloten middelen op bestuursniveau in te zetten omdat zo meer bereikt kan worden op het gebied van professionalisering en begeleiding van startende leraren en schoolleiders. Daarbij geldt dat behoeftes en problemen voor elke school anders zijn en de mogelijkheid er moet zijn om de middelen op bestuursniveau te kunnen inzetten.”

  • Hoe kun je je (her)registreren bij Ascenda?

    Als directeur of adjunct-directeur in het primair onderwijs ben je sinds 1 februari 2013 verplicht om je in te schrijven en daarmee te registreren bij Ascenda*.

    Basisregistratie

    Door je te registreren als Registerdirecteur onderwijs (RDO), toon je aan dat je beschikt over de kwalificaties uit de beroepsstandaard voor schoolleiders in het PO (https://ascenda.nl/kennisbasis-beroepsstandaard). De beroepsstandaard wordt bepaald door de beroepsgroep zelf, vertegenwoordigd in Ascenda.

    Meer informatie over de basisregistratie vind je op https://ascenda.nl/schooldirecteuren-nog-niet-geregistreerd

    Herregistratie

    Eenmaal geregistreerd blijf je werken aan je professionele ontwikkeling. Alles wat aantoonbaar bijdraagt aan je ontwikkeling, kun je inzetten voor je herregistratie.

    Meer informatie: zie https://ascenda.nl/schooldirecteuren-herregistratie

    Nota bene. Je nieuwe herregistratiedatum wordt vastgesteld op de datum dat je je herregistreert (datum besluit commissie) plus het aantal jaren wat bij je behaalde punten behoort (zie tabel). Alleen diploma’s en certificaten gedateerd na de laatste (her-)registratiedatum kun je meenemen voor je (volgende) herregistratie.

    Herregistratiewaarde Nieuwe herregistratiedatum
    Tussen 60-79 punten3 jaar na de laatste (her-)registratiedatum
    Tussen 80-99 punten4 jaar na de laatste (her-)registratiedatum
    Tussen 100-119 punten5 jaar na de laatste (her-)registratiedatum
    Tussen 120-139 punten6 jaar na de laatste (her-)registratiedatum
    Vanaf 140 punten7 jaar na de laatste (her-)registratiedatum

    AVS Academie heeft prachtig scholingsaanbod

    Bij onze academie hebben we een mooi aanbod van opleidingen, leergangen en trainingen. Een doorlopende leerlijn voor startende directeuren en clusterdirecteuren, het middenkader en ervaren schoolleiders. Het scholingsaanbod van AVS Academie is te vinden op www.avs.nl/academie.

    Meer informatie

    Voor vragen over (her)registratie kun je terecht op de website van het Ascenda of bij onze eigen AVS Helpdesk (alleen voor leden). Heb je vragen over het AVS-aanbod? Neem dan contact op met een van de collega’s van de AVS Academie via ons algemene telefoonnummer 030 236 10 10 of via e-mail academie@avs.nl.

    * Ascenda is de nieuwe naam van het Schoolleidersregister PO

  • Hoe is de Lerarenbeurs geregeld?

    Wil een van je medewerkers (functiecategorie leraar) gebruikmaken van een Lerarenbeurs? Alle informatie vind je op https://duo.nl/particulier/lerarenbeurs/

  • Mag je werknemer zelf bepalen waaraan hij/zij het PDI-budget besteed, zowel binnen als buiten de school?

    Artikel 9.4 lid 2 CAO PO zegt het volgende: “De werknemer bepaalt na overleg met de leidinggevende hoe hij/zij het PDI-budget (geld en uren) inzet, passend bij de bestedingsdoelen genoemd in lid 5.”

    Nota bene. Dit geldt ook voor schoolleiders; het antwoord op deze vraag is dus ook op jou van toepassing.

    Regie

    De formulering in de CAO PO geeft aan dat de medewerker veel ruimte en verantwoordelijkheid krijgt om zelf regie te pakken over zijn of haar professionele ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid, en uiteindelijk bepaalt de werknemer (goed beargumenteerd) de inzet van het budget. De doelen, genoemd in artikel 9.4 lid 5, bevatten de criteria op basis waarvan je met elkaar de professionele dialoog voert. Vervolgens stem je af op welk tijdstip de uren worden benut, waarbij je de belangen van de werknemer en van de school goed afweegt.

    Doelen

    In lid 5 staat de volgende opsomming:

    • activiteiten die bijdragen aan het bijhouden van de vakbekwaamheid en professionele ontwikkeling;
    • activiteiten die helpen om ook op langere termijn het werk goed, gezond en met plezier te blijven doen;
    • activiteiten die bijdragen aan de (duurzame) inzetbaarheid van de werknemer, in de zin van breed inzetbaar en aantrekkelijk blijven voor de interne en externe arbeidsmarkt.

    Het is zaak om met elkaar de wensen van de medewerker (professionalisering, duurzame inzetbaarheid of beide) te bespreken en achteraf zeker ook de opbrengst van het budget te toetsen aan genoemde doelen: terugkoppeling, verantwoording én reflectie.

    Pijn en onbegrip

    De werknemer moet zich realiseren dat hij/zij het budget van 123 uur (naar rato van de werktijdfactor) moet realiseren náást de lesgebonden en/of behandeltaken, het voor- en nawerk en de overige taken. Voor de invulling ervan kan de OOP’er en de leraar geen vrijstelling van lesgeven krijgen. Het zijn uren waar je als werknemer voor wordt betaald en die gewoon vallen binnen je jaartaak, naast alle andere componenten van je jaartaak. Als je een kleine(re) werktijdfactor hebt, kan het voorkomen dat je deze uren invult op een dag die niet je reguliere werkdag is.

    AVS merkt dat hier soms pijn en onbegrip zit bij OOP’ers en leraren. Het kan (!) helpen als je uitlegt dat we uitgaan van een jaartaak van 1659 uren, een vijfdaagse werkweek en werkdagen van acht uren, maar dat een werkdag, na aftrek van de PDI-uren, in feite slechts 7,4 uren telt. Dit is een afgerond getal, verkregen door eerst de netto jaartaak te berekenen (1659 – 123 = 1536) en dat getal te delen door 207,5 werkdagen (1659 / 40 / 5 = 207,5).

    Tip: maak in de jaartaak duidelijk op welke dag(del)en je medewerker zijn of haar PDI-uren inzet. Daarvoor is het wel nodig dat je medewerker goed weet waarvoor, hoe en wanneer hij/zij de uren wil gebruiken.

    Spaarmogelijkheid

    De werknemer kan er ook voor kiezen om uren te sparen, maximaal drie jaar, om aan een bepaald doel te kunnen werken (artikel 9.4 lid 7). Afspraken hierover moet je altijd schriftelijk vastleggen!

    Factsheet

    Het Arbeidsplatform Primair Onderwijs (AP-PO) heeft een factsheet dat praktische handvatten biedt voor het gesprek over duurzame inzetbaarheid en behoud van medewerkers. Lees voor meer informatie over levens- en loopbaanfasebewust personeelsbeleid ook het rapport Levens- en loopbaanfasebewust HRM in het primair onderwijs van het AP-PO.

  • Kan ik het PDI-budget van mijn medewerkers inzetten voor teamscholing?

    Het antwoord op deze vraag luidt: dat mag niet.

    Professionele ontwikkeling

    Professionalisering is hartstikke belangrijk: dat blijkt uit artikel 9.1 over professionaliseringsbeleid. Lid 1 van dit artikel schrijft voor: “Doorlopend en op alle niveaus in de organisatie is aandacht voor professionele ontwikkeling. Dit betreft zowel door werkgever opgedragen professionalisering als professionalisering aansluitend bij de eigen behoefte van werknemer. Werkgever en werknemer spannen zich daartoe maximaal in.”

    Artikel 9.4 Individueel bepaalde PDI-activiteiten

    Artikel 9.4 van de CAO PO gaat onder andere over de hierboven genoemde “professionalisering aansluitend bij de eigen behoefte van werknemer”: individueel bepaalde PDI-activiteiten. PDI staat voor professionalisering en duurzame inzetbaarheid. Leraren en OOP’ers hebben allen recht op een PDI-budget dat bestaat uit 123 uur en 525 euro per jaar (naar rato van de werktijdfactor) (artikel 9.4 lid 3 en lid 4). Dit budget (in tijd en geld) is een persoonlijk budget en mag niet worden ingezet voor teamscholing.

    N.B. Hetzelfde geldt voor het persoonlijke scholingsbudget van de directeuren (3.150 euro, artikel 9.7 CAO PO). Dat mag op bestuursniveau niet worden ingezet voor teamscholing van de directeuren.

    Teamscholing

    Voor teamscholing moet je als directeur in je begroting een apart budget opnemen. Teamscholingsactiviteiten (en dan gaat het vooral om studiedagen) zijn meestal ‘verplichte kost’ en moet je daarom in de jaartaak apart vernoemen (in jaartaakprogramma’s vallen ze dan onder overige taken).

  • Wat staat er in de CAO PO over professionalisering van leraren en OOP?

    Artikel 9.4 van de CAO PO bepaalt sinds 1 oktober 2024 dat leraren en onderwijsondersteunend personeel (OOP) voor hun professionele ontwikkeling én duurzame inzetbaarheid jaarlijks beschikken over
    –  
    123 uren (deeltijders naar rato van hun werktijdfactor) en
    –   500 euro per jaar* (deeltijders naar rato van hun werktijdfactor).

    *Dit bedrag wordt geïndexeerd bij elke salarisverhoging. Uitgaande van de CAO PO 2025-2027 is er nu 555 euro beschikbaar (deeltijders naar rato van hun werktijdfactor).

    Leraren en OOP’ers kunnen het geld en de uren (samen het PDI-budget genoemd) inzetten voor activiteiten in het kader van professionalisering en/of duurzame inzetbaarheid. Zo kunnen ze ervoor kiezen het ene jaar het geld en alle PDI-uren in te zetten voor professionalisering, het jaar daarna deels voor professionalisering en deels voor activiteiten in het kader van duurzame inzetbaarheid, en een volgend jaar volledig voor duurzame inzetbaarheid.

    Dit vraagt wel wat van de medewerker en de schoolleider: jullie moeten tijdig met elkaar het professionele gesprek hierover voeren. De organisatorische consequenties verwerk je in de jaartaak van de individuele medewerker.

    Hoofdstuk 9 van de CAO PO 2024-2025 is helemaal gewijd aan professionalisering en duurzame inzetbaarheid.

  • Mag een werknemer het PDI-budget in één schooljaar voor meerdere doelen inzetten?

    Ja, dat mag.

    N.B. Dit geldt dus ook voor de directeur want die is zelf ook een werknemer!

    Als voorbeeld nemen we een werknemer die fulltime werkt en op jaarbasis beschikt over een urenbudget van 123 uur. Deze werknemer kan er voor kiezen om bijvoorbeeld gedurende drie jaar 50 uur per jaar te sparen (artikel 9.4 lid 7 CAO PO), en lopende het schooljaar 50 uur professionaliseringsactiviteiten te ondernemen alsook nog 23 uren in te zetten voor zijn of haar duurzame inzetbaarheid.

  • Mag je uren sparen uit het PDI-budget?

     Ja, dat mag.

    Werknemer en werkgever kunnen in overleg afspreken dat de werknemer (een deel van) het geld en/of de uren gedurende maximaal drie jaar spaart (artikel 9.4 lid 7 CAO PO). N.B. Directeuren mogen maximaal vier jaar sparen (artikel 9.7 lid 3).

    Voorheen schreef de cao voor dat dit met een bepaald doel moest. Dat staat niet meer in de tekst. AVS adviseert om dit desondanks wel vast te leggen zodat je er op kunt sturen.

    Artikel 9.4 lid 8 bepaalt dat leidinggevenden hun werknemers stimuleren om het PDI-budget te benutten. Datzelfde lid geeft aan dat de uren uit het PDI-budget die niet benut zijn, bij uitdiensttreding alleen worden uitbetaald als het gespaard budget betreft en de werknemer uit dienst gaat op initiatief van de werkgever.

  • Wie is er verantwoordelijk voor de professionalisering van de werknemer?

    Elke werknemer is verantwoordelijk voor zijn of haar eigen professionalisering – dat geldt zowel voor leraren en OOP’ers als voor schoolleiders. Elke werknemer maakt hierover jaarlijks afspraken met zijn of haar leidinggevende. De afspraken hierover worden vastgelegd, bijvoorbeeld in het verslag van een functioneringsgesprek of in een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP).

    Voorheen was hoofdstuk 9 van de CAO PO uitsluitend aan professionalisering gewijd. Sinds 1 oktober 2024 gaat hoofdstuk 9 over professionalisering én duurzame inzetbaarheid. Het budget dat daarvoor is vastgesteld (uren en geld) noemen we het PDI-budget.

    In het PDI-budget zijn de voormalige (uren)budgetten voor professionalisering en duurzame inzetbaarheid samengevoegd. Medewerkers kunnen flexibel met het geld en deze uren omgaan, en zo beter inspelen op hun behoeften: de ene periode kan de focus meer of helemaal liggen op professionalisering, in een andere periode kan de medewerker het geld en de uren meer of helemaal inzetten voor duurzame inzetbaarheid.

    Nota bene: voor schoolleiders (schaal A11 t/m A13 en D12 t/m D15) is een regeling opgenomen voor professionaliseringsmiddelen in geld die afwijkt van die van leraren en OOP’ers (zie artikel 9.7 CAO PO). Schoolleiders hebben dus geen geldbedrag beschikbaar voor duurzame inzetbaarheid.

    Om ervoor te zorgen dat dit gaat werken, is het nodig dat medewerker en leidinggevende jaarlijks een professionele dialoog voeren. Er moet echt ruimte zijn voor de wensen van de werknemer en tegelijkertijd moeten het geld en de uren bijdragen aan de doelen van het PDI-budget. Als medewerker moet je dus goed weten wat je nodig hebt en dat afstemmen met je leidinggevende.

    Voor leraren en OOP’ers geldt: de uren van het PDI-budget worden ingezet naast de lesgevende en/of behandeltaken, het voor- en nawerk en de overige taken. Voor schoolleiders geldt natuurlijk ook dat de PDI-uren onderdeel zijn van hun jaartaak, waarvan de omvang wordt bepaald door hun werktijdfactor.

    Heb je nog vragen? Neem contact op met de AVS Helpdesk.