Hoewel steeds meer mensen voor het onderwijs kiezen blijft het personeelstekort groeien. Landelijk is er een tekort is van ongeveer 9.100 fte aan leraren en ongeveer 1.100 fte aan schoolleiders. In verhouding is het tekort aan schoolleiders groter dan het tekort aan leraren (respectievelijk bijna 13 procent en 9,1 procent van de werkgelegenheid). Schoolleiders werken van alle functies veruit het meest in voltijd (circa 85 procent). Ondanks de hoge ervaren werkdruk in het po is het merendeel van het personeel tevreden over hun arbeidsomstandigheden en werk. Dit zijn enkele conclusies uit de Arbeidsmarktanalyse primair onderwijs 2022, een publicatie van Arbeidsmarktplatform PO waar de AVS partner van is.

Het tekort aan personeel in het primair onderwijs is een urgent probleem. Veel scholen hebben op dit moment grote moeite met het vervullen van hun vacatures. Landelijk is er een tekort van ongeveer 9.100 fte aan leraren en ongeveer 1.100 fte aan schoolleiders. Opvallend is dat, ondanks de afname in het aantal leerlingen en aantal scholen, de werkgelegenheid in het po stijgt. Het aanbod van nieuwe leraren, ondanks een stijging van het aantal aanmeldingen bij de pabo, is nog onvoldoende om in de vraag naar leraren te voorzien. De grootste tekorten komen voor in het westen van het land, in het speciaal onderwijs en op scholen met een hoge schoolweging. AVS-voorzitter Karin Straus: “Als we alleen naar de instroom vanuit de Pabo kijken, dan komen we de komende jaren tekort in de vervanging van alle medewerkers die met pensioen gaan. Er zullen dus andere maatregelen, bv. zij-instroom nodig zijn. Gelukkig zijn hier in de werkagenda bij het recente Onderwijsakkoord al nadere afspraken over gemaakt.”

Verjonging en feminisering

De afgelopen jaren is de samenstelling van het personeel veranderd. Vooral onder het directiepersoneel daalt het aantal 55-plussers. In 2021 is circa 23 procent van de werkenden (in fte) in de sector 55-plus. De instroom van jongeren neemt toe: in 2021 is circa 31,5 procent 35-min. Straus: “Het is interessant om te zien dat er een verjonging plaatsvindt. Dat zal zeker impact hebben op de leiderschapspraktijk.”

Het primair onderwijs is al jaren een sterk gefeminiseerde sector. Vooral onder het directiepersoneel steeg het aandeel vrouwen (in fte) aanzienlijk (circa 53 procent in 2017, ruim 62 procent in 2021).Ondanks deze stijging is het aandeel vrouwen in leidinggevende functies een stuk lager dan bij leraren en onderwijsondersteunend personeel.

Arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden

De gemiddelde deeltijdfactor in het po is de afgelopen jaren relatief stabiel gebleven. Het directiepersoneel kent, van alle werkenden in de sector, gemiddeld de hoogste deeltijdfactor: 0.9 fte in 2021.

Personeelsleden in het po, ook startende leraren, zijn overwegend tevreden over hun werk: 85 procent van het personeel oordeelt hier positief over. Wel blijft de ervaren werkdruk in de sector een serieus aandachtspunt, vooral ook onder het directiepersoneel (70 procent). Toch is verzuimpercentage is het laagst onder het directiepersoneel. Het personeel in het po is over het algemeen zeer te spreken over de sociale steun die zij ontvangen van hun leidinggevende en collega’s. Zo geven bijna negen op de tien werkenden aan dat hun leidinggevende oog heeft voor het welzijn van de medewerkers. “Oog en aandacht voor werkplezier van de medewerkers is niet het antwoord op alle vragen, maar is wel één van de belangrijkste factoren die een schoolleider kan inzetten voor het goed laten functioneren van het team”, aldus Straus.

Externe ontwikkelingen

Het rapport geeft aan dat in de omgeving diverse ontwikkelingen meespelen die gevolgen hebben voor de arbeidsmarkt. Dit zijn bijvoorbeeld de coronacrisis, de oorlog in Oekraïne, de krappe arbeidsmarkt en thema’s als kansengelijkheid, technologisering en de economische situatie in ons land. De ontwikkelingen volgen elkaar vaak in snel tempo op en liggen niet allemaal in de directe invloedssfeer van scholen en schoolbesturen, terwijl zij vaak wel met de gevolgen geconfronteerd worden. Dit vraagt het nodige van het absorptievermogen van de sector. In het Onderwijsakkoord, dat in april 2022 is gesloten, is onder andere de loonkloof tussen het primair en voortgezet onderwijs gedicht, en zijn in de bijbehorende werkagenda ook diverse investeringen in onderwijsarbeidsmarkt opgetekend.

Link

Bekijk het rapport

Gerelateerd nieuws