Schoolleiders: “tekorten zetten inclusief onderwijs onder druk”

Hoewel veel scholen stappen zetten richting inclusief onderwijs, ervaren schoolleiders knelpunten in financiering, personeel en huisvesting. Dat blijkt uit de peiling Passend en Inclusief Onderwijs van AVS, ingevuld door 186 schoolleiders. Voldoende financiële middelen, meer deskundige ondersteuning in de school en kleinere klassen zijn onmisbaar om inclusief onderwijs te realiseren.

Voor veel schoolleiders is inclusief onderwijs een belangrijk thema, maar het staat zelden bovenaan de prioriteitenlijst blijkt uit de peiling. Onderwijskwaliteit en pedagogisch klimaat worden duidelijk als belangrijker gezien.

Onlangs debatteerde de Tweede Kamer over inclusief onderwijs, vooraf stuurde AVS samen met andere onderwijsorganisaties een brief met aandachtspunten voor de invoering hiervan. Lees de uitkomsten hier.

Grootste knelpunten: expertise, geld en schoolgebouw

Als het gaat om wat schoolleiders nodig hebben om inclusief onderwijs beter vorm te geven, steekt één antwoord er met kop en schouders bovenuit: meer expertise en extra handen in de school.

  • 63 procent vraagt om beter opgeleid en gekwalificeerd personeel
  • 51 procent ziet ondersteuning in de klas als cruciaal voor leraren
  • 49 procent noemt scholing en specialisten in de school als essentieel
  • 47 procent wil structureel meer budget en middelen

Met name gedragsspecialisten, orthopedagogen, extra leerkrachten en onderwijsassistenten zijn hard nodig. Zonder deze ondersteuning dreigt de druk op leraren verder toe te nemen. Schoolleiders maken zich vooral zorgen over de vraag of hun teams over voldoende vaardigheden beschikken om alle leerlingen goed te begeleiden.

Ook financiering, grote klassen en de beschikbaarheid van zorgpartners worden vaak genoemd als grote belemmeringen. Bijna 60 procent van de schoolleiders geeft aan onvoldoende financiële middelen te hebben om deskundige ondersteuning in de school te organiseren. Dat zorgt voor spanning tussen de ambities rondom inclusie en wat scholen feitelijk kunnen bieden.

Daar komt bij dat meer dan de helft van de schoolleiders het eigen schoolgebouw niet voldoende geschikt vindt voor inclusief onderwijs. Gebrek aan ruimte, rustplekken en aangepaste voorzieningen maakt het lastig om leerlingen met diverse ondersteuningsbehoeften goed op te vangen.

Draagvlak is er, vooral bij bestuurders

Bij bijna driekwart van de schoolorganisaties is er wél draagvlak voor inclusief onderwijs. Dat draagvlak is het grootst bij besturen: 86 procent van de schoolleiders ziet daar voldoende tot groot draagvlak. Ook binnen teams en bij ouders is een meerderheid positief, al geeft ongeveer een kwart van de schoolleiders aan dat het draagvlak bij teams en ouders beperkt of afwezig is. Schoolleiders benadrukken dat het meenemen van ouders en collega’s tijd en aandacht vraagt, zeker wanneer verwachtingen over ondersteuning en onderwijskwaliteit uiteenlopen.

Bij een opvallende minderheid (een kwart) heeft inclusie nauwelijks of zelfs geen prioriteit. Toch heeft 61 procent van de schoolleiders al ambities op het gebied van inclusief onderwijs opgenomen in het schoolplan of de meerjarenvisie. Dat laat zien dat inclusie wel degelijk leeft in scholen, maar dat de vertaalslag naar de dagelijkse praktijk niet vanzelf gaat.

Duidelijke boodschap aan de politiek

Over één punt zijn schoolleiders vrijwel eensgezind: inclusief onderwijs kan niet zonder extra middelen vanuit de rijksoverheid. Maar liefst 90 procent verwerpt de stelling dat inclusie gerealiseerd kan worden binnen de huidige bekostiging. Ook ziet 65 procent kleinere klassen als een noodzakelijke voorwaarde.

Daarnaast vinden acht op de tien schoolleiders dat zij zelf een sleutelrol hebben in het stimuleren van inclusie binnen hun school. Daarbij is het wel belangrijk dat er een helder beeld is vanuit de overheid van wat inclusief onderwijs nu eigenlijk is.

De oproep van schoolleiders is helder: maak inclusief onderwijs transparant en haalbaar – niet alleen wenselijk. Zonder structurele investeringen in mensen, middelen en huisvesting dreigen inclusieve ambities vast te lopen.