De Tweede Kamer sprak woensdag 27 mei uitgebreid over de toekomst van passend en inclusief onderwijs. Hoewel meerdere fracties het streven naar inclusiever onderwijs ondersteunen, klonken er stevige zorgen over de haalbaarheid en de randvoorwaarden die nodig zijn om de ambitie richting 2035 waar te maken. Die zorgen sluiten aan bij de brandbrief die AVS eerder samen met andere onderwijsorganisaties naar de Tweede Kamer stuurde.
In die brief benadrukten de organisaties dat inclusief onderwijs noodzakelijk én wenselijk is, maar alleen kan slagen wanneer overheid en onderwijssector samen verantwoordelijkheid nemen voor een zorgvuldig en realistisch transitieproces.
Hoewel meerdere fracties positief zijn over inclusief onderwijs, twijfelen zij of het plan kan slagen zonder goede randvoorwaarden, zoals kleinere klassen en voldoende ondersteuning. Tijdens het debat wezen verschillende Kamerleden ook op de hardnekkige problemen binnen het passend onderwijs, dat in 2014 werd ingevoerd. Zij vroegen zich af waarom inclusief onderwijs wel zou lukken, terwijl het huidige systeem nog steeds vastloopt.
Kamerlid Caroline van der Plas (BBB) stelde dat passend onderwijs eerst op orde moet zijn voordat verdere stappen richting inclusief onderwijs gezet kunnen worden. “Dan kunnen we in Den Haag wel zeggen dat we inclusief bezig zijn, ondertussen laten we de leerlingen, ouders en leraren gewoon spartelen.”
Ook Sandra Beckerman (SP) sprak haar zorgen uit. Zij waarschuwde dat mooie beleidsdoelen onvoldoende zijn wanneer de praktijk achterblijft. Volgens Beckerman dreigt inclusief onderwijs zonder stevige ondersteuning juist extra problemen te veroorzaken.
D66 ziet inclusief onderwijs juist als noodzakelijke volgende stap. “We kunnen plakband blijven plakken op een systeem dat niet werkt of we kunnen eerlijk zijn. Passend onderwijs in zijn huidige vorm schiet tekort en D66 wil toewerken naar echt inclusief onderwijs” alsdus kamerlid Ilana Rooderkerk (D66). Ze benadrukte daarnaast dat scholen voor speciaal onderwijs niet hoeven te verdwijnen binnen een inclusiever stelsel.
Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA) betwijfelt of het doel voor 2035 haalbaar is zonder een concreet uitvoeringsplan van staatssecretaris Judith Tielen. Zij pleitte voor duidelijke monitoring en regelmatige evaluaties om tijdig te kunnen bijsturen.
AVS en de andere onderwijsorganisaties vragen de politiek om duidelijke keuzes en langdurige investeringen. Volgens hen kan inclusief onderwijs alleen slagen als scholen kunnen rekenen op voldoende ondersteuning, realistische randvoorwaarden en duidelijke regie vanuit de overheid.
Voor schoolleiders is het daarbij essentieel dat zij de ruimte, mensen en middelen krijgen om deze grote verandering in de praktijk goed vorm te geven. Zonder structurele investeringen neemt de druk op scholen verder toe.
“Het onderwijs ziet de noodzaak en is gemotiveerd om stappen te zetten richting inclusief onderwijs”, schrijven de organisaties in hun brief aan de Kamer. “Alleen dan kan de sector stappen zetten in de transitie naar een nieuw stelsel.”