Relevante onderwerpen
Belangrijke downloads

Alle cao-partijen, PO-Raad, AOB, CNV, FVOV en AVS hebben hun ledenraadplegingen afgerond en hebben instemming op de gemaakte afspraken in het onderhandelaarsakkoord van 5 november. Partijen hebben vandaag de CAO PO 2025-2027 ondertekend en daarmee is deze nu definitief, met als officiële ingangsdatum 01-11-2025. In de komende week zal de laatste hand worden gelegd aan het gereed maken van de nieuwe teksten. De belangrijkste afspraken nogmaals op een rij: De nieuwe cao krijgt een...
De leden van AVS hebben ingestemd met het voorgelegde onderhandelaarsakkoord. 85% van de leden heeft voor gestemd en 15% procent tegen. Wanneer ook de andere cao-partijen de uitslagen van hun ledenraadpleging binnen hebben, zullen we de nieuwe CAO definitief gaan ondertekenen en gaat de CAO met terugwerkende kracht in per 1 november 2025. In de ledenraadpleging is zowel door de voor- als tegenstemmers feedback gegeven aan de onderhandelaren en zijn...
Frank Koelen en Leonie Oude Essink hebben op 5 november namens AVS het onderhandelaarsakkoord getekend voor een nieuwe CAO PO. “Er komt een mooie indexatie van de lonen. We hebben ook een stapje gezet in de verbetering van de reiskosten en de professionaliseringsmiddelen worden zoals eerder afgesproken geïndexeerd”, zegt Koelen. Wat betekent dit voor jou? We zetten de belangrijkste afspraken uit het onderhandelaarsakkoord voor je op een rijtje. Laat je ons weten wat je ervan vindt?...
AVS ondersteunt jou als schoolleider bij het werken met de geactualiseerde kerndoelen op je school. Samen met de PO-Raad organiseren we bijeenkomsten, zoals roadshows en masterclasses. Ook delen we handreikingen en inspirerende voorbeelden uit de praktijk. Het Ministerie van OCW is opdrachtgever van de geactualiseerde kerndoelen. SLO heeft de kerndoelen ontwikkeld.
De vorige kerndoelen stammen uit 2006 en worden door onderwijsprofessionals als te breed en vaag gezien. De geactualiseerde kerndoelen zijn concreter, en zijn onderverdeeld in aanbods-, beheersings- en ervaringsdoelen. Wil je meer lezen over de veranderingen? Lees de interviews op de website van SLO.
Dit is aan de scholen zelf, maar de verwachting van de AVS is dat de geactualiseerde kerndoelen een impuls geven aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit. De kerndoelen zijn een mooi startpunt om het gesprek te voeren over de visie op goed onderwijs. Deze visie is vervolgens de basis voor het ontwikkelen van een curriculum waar de kerndoelen voor ongeveer 70% onderdeel van uitmaken. De overige 30% kunnen scholen invullen op een manier die aansluit bij de eigen visie.
Het handhavend toezicht start in het schooljaar 2031/2032. Schoolorganisaties hebben dus nog een aantal jaar om de geactualiseerde kerndoelen te implementeren. Scholen die op tijd beginnen, profiteren daar later in het proces van. Zij hebben de tijd om eerst rustig te experimenteren met de geactualiseerde kerndoelen.
De CAO PO 2025-2027 gaat in op 1 november 2026 en loopt tot 1 maart 2027. Hieronder vind je de links naar de actuele versie van onze cao en de bijbehorende salaristabellen (die overigens ook achterin de cao staan).
AVS geeft de CAO PO 2025-2027 ook uit op papier. Binnenkort kan je de hardcopy versie bestellen via onze webwinkel! Houd onze website en de nieuwsbrief in de gaten voor meer informatie.
Downloads
Wil je meer achtergrondinformatie? Lees deze documenten:
Deze veelgestelde vraag is geactualiseerd op: 30 januari 2026
De CAO PO geldt voor alle werkgevers en werknemers die onder deze cao vallen. Bij medezeggenschap denk je in de eerste plaats aan de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). Echter ook in de CAO PO zijn afspraken opgenomen die raken aan de medezeggenschap! We zetten ze hieronder voor je op een rij.
In een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) worden de arbeidsvoorwaarden afgesproken die gelden voor een specifieke bedrijfstak, sector of onderneming. Deze afspraken zijn een aanvulling op de wet en op de individuele arbeidsovereenkomst, en gelden voor alle werknemers die onder de werkingssfeer van de betreffende cao vallen.
In de cao voor het primair onderwijs (CAO PO) staat echter ook een groot aantal afspraken over de verhouding tussen de werkgever en het personeelsdeel van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad: de P(G)MR. Zo kun je in de CAO PO lezen wat de minimale faciliteiten moeten zijn voor het personeelsdeel van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad (P(G)MR), zoals het aantal beschikbare uren voor overleg en scholing. Ook staat in de CAO PO dat een werkgever bepaalde keuzes mag maken die voor alle personeelsleden gelden, nadat hij eerst instemming heeft verkregen van de P(G)MR. De P(G)MR in het primair onderwijs heeft op basis van de CAO PO op meer dan dertig onderwerpen instemmingsbevoegdheid!
In de CAO PO 2025-2027 zijn twee nieuwe opties voor regelingen opgenomen
De PGMR heeft instemmingsbevoegdheid voor beide regelingen.
| Onderwerp | Bevoegdheid MR | Artikel CAO |
| Afwijkingen standaardbepalingen voor zover de CAO PO dit toestaat | instemming PGMR | 1.7 lid 3 |
| Meerjarenformatiebeleid | instemming P(G)MR | 2.1 lid 1 |
| Bestuursformatieplan | instemming P(G)MR | 2.1 lid 1 |
| Regeling introductie en begeleiding van startende werknemers | instemming P(G)MR | 2.1 lid 4 |
| Kaders vervangingsbeleid | instemming P(G)MR | 2.1 lid 4 |
| Werkverdelingsplan | instemming PMR | 2.2 lid 11 |
| Functiegebouw | instemming PGMR | 5.1 lid 2 |
| Invulling functiegebouw schoolniveau | instemming PMR | 5.1 lid 3 |
| Bovenschoolse functies | instemming PGMR | 5.1 lid 4 |
| Inrichting, samenstelling en reglement interne bezwarenprocedure functiewaardering | instemming PGMR | 5.4 lid 1 en 2 |
| Beloningsbeleid (o.a. periodieke verhogingen) | instemming P(G)MR | 6.1 lid 9 |
| Toekenning arbeidsmarkttoelage aan andere scholen | instemming PGMR | 6.10 lid 3 |
| Bedragen/percentages arbeidsmarkttoelage | instemming PGMR | 6.10 lid 5 |
| Gratificaties en toelagen | instemming PGMR | 6.15 lid 2 |
| Vergoedingsregeling verhuiskosten | instemming PGMR | 7.1 lid 1 |
| Keuze voor andere routeplanner dan die zijn opgenomen in CAO | instemming PGMR | 7.2 lid 4 |
| Vergoedingsregeling woon-werkverkeer beter dan CAO | instemming PGMR | 7.2 lid 13 |
| Reis- en verblijfkostenregeling | instemming PGMR | 7.3 lid 1 |
| Vergoedingsregeling woon-werkverkeer voor werknemers die gebruik maken van leasefietsregeling | instemming PGMR | 7.6 lid 3 |
| Regeling aflossen eigen studieschuld | instemming PGMR | 7.8 lid 1 |
| Andere opbouw vakantieverlof dan 1 oktober – 1 oktober | instemming PGMR | 8.1 lid 2 sub a |
| Andere opbouw vakantieverlof dan 1 januari – 1 januari (alleen voor OOP zonder lesgebonden en/of behandeltaken) | instemming PGMR | 8.3 lid 5 |
| Andere wijze opnemen vakantieverlof justitiële inrichting en pilotscholen | instemming PGMR | 8.4 lid 1 |
| Regeling volgorde honoraria ingediende verzoeken spaarverlof | instemming PGMR | 8.20 |
| Meerjarig professionaliseringsbeleid (MJPB) | instemming PGMR | 9.1 lid 2 |
| Verantwoording MJPB schoolniveau, inclusief resultaten en besteding budget | ter informatie PMR | 8.1 lid 3 |
| Regeling gesprekkencyclus | instemming PGMR | 9.2 |
| Begeleiding starters (leraren en schoolleiders) | instemming PGMR | 9.5 lid 2 |
| Gezonde en veilige werkomgeving | instemming PGMR | 11.5 lid 1 |
| Benoeming preventiemedewerker(s) | instemming PGMR | 11.6 |
| Plan van aanpak voortvloeiend uit RI&E | instemming PMR instemming P(G)MR | 11.6 11.7 |
| Regeling facilitering personeelsleden P(G)MR | instemming P(G)MR | 13.3 lid 5 |
| Lager aantal uren spaarverlof | instemming PGMR | Bijlage IX artikel 1 lid 2 |
| Benoeming lid bezwarencommissie FUWA PO | Recht op bindende voordracht PGMR | Bijlage V artikel 2 lid 2 |
| Taken P(G)MR conform CAO PO | ||
| Vóór 1 mei voorafgaand aan volgend schooljaar de werkgever op de hoogte stellen over het besluit inzet uren facilitering medezeggenschap | ||
| Verantwoording besteding faciliteiten na afloop schooljaar |
Wil je weten of berekenen hoeveel budget jouw school heeft voor
dan kun je het best navigeren naar de website van de PO-Raad.
De verdeling van de werkdrukmiddelen en de inzet van de scholingsgelden voor basisvaardigheden zijn onderdeel van het werkverdelingsplan (artikel 2.2 lid 7 9de en 11de gedachtestreepje CAO PO).
Artikel 9.3a CAO PO gaat over de professionalisering gericht op de basisvaardigheden van leerlingen, op grond van het Onderwijsakkoord Samen voor het beste Onderwijs (2022).
Artikel 9.7 CAO PO gaat over het professionaliseringsbudget (en de registratie bij Ascenda v/h Schoolleidersregister PO) van directeuren en adjunct-directeuren.
Informatie over de introductie en begeleiding van startende leraren en schoolleiders vind je in artikel 9.5 CAO PO.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 16 november 2025
Dit onderwerp speelde in 2020 toen de CAO PO 2019-2020 een herziening van het functiehuis voor leidinggevenden voorschreef, en met het van kracht worden van de CAO PO 2024-2025 is een antwoord op deze vraag opnieuw actueel.
Het korte antwoord is: je mag er nooit op achteruitgaan! Wil je wat meer informatie? Lees dan verder.
In het toenmalige onderhandelaarsakkoord stond dat er – na een uitgebreide veldconsultatie – nieuwe voorbeeldfunctiebeschrijvingen voor leidinggevende functies waren opgesteld. De voorbeeldfuncties dienden ter ondersteuning van de dialoog over de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de schooldirecteur. Het gebruik was niet verplicht. Eigen functievorming en -beschrijving conform artikel 5.1 bleef bestaan. Schoolbesturen die zelf maatwerkfuncties hadden gemaakt, konden die blijven gebruiken. Alle schoolbesturen moesten hun functiegebouw voor de directiefuncties wel herijken.
Er werden ook D-numerieke schalen ingevoerd. Net als bij de leraren werden eventuele toeslagen in de salarisschaal opgenomen. Inschaling in de nieuwe salarisschalen werd gekoppeld aan de zwaarte van de functie zoals vastgesteld op basis van FUWA PO. Bij de inschaling in de nieuwe D-schalen werden directeuren ingeschaald in het naasthogere bedrag (daarbij rekening houdend met eventuele toelagen). Leidde inschaling in de nieuwe D-schaal tot een lager salaris dan in de oude D-schaal, dan behield de directeur het oude salaris (inclusief uitzicht).Voor adjunct-directeuren golden dezelfde afspraken.
Artikel 5.6 lid 8 van de CAO PO 2019-2020 ging over het behoud van het huidige salaris (inclusief toelagen), het uitzicht op hogere periodieken en toekomstige indexatie, volgens de oude inschaling. Lid 8 was van toepassing als de nieuwe functiebeschrijving en de daaraan gekoppelde inschaling tot een lager salaris of tot een lager uitzicht leiden. Hierover moesten voor 1 augustus 2020 (later verlengd tot 1 november 2020) afspraken worden gemaakt. Deze afspraken moesten worden vastgelegd in een addendum, behorende bij de arbeidsovereenkomst.
De AVS Helpdesk kreeg destijds veel vragen over dit onderwerp. Als het goed is, is dat nu voor iedereen netjes geregeld.
Inmiddels zijn we alweer toe aan een volgende herziening van de functiebeschrijvingen en de daaraan gekoppelde functiezwaarte en dus beloning: zie CAO PO 2024-2025 artikel 5.6 (Implementatie FUWA PO 2024 en invoering nieuwe voorbeeldfuncties).
Lid 6 van dit artikel luidt als volgt: “Indien een nieuwe waardering leidt tot een lagere salarisschaal, behoudt de werknemer het salaris en het uitzicht op hogere periodieken en de bij deze oude schaal behorende bindingstoelage en arbeidsmarkttoelage, voor zo lang als deze toelagen aanwezig zijn.”
Dus ook nu geldt: je kunt er niet op achteruitgaan!
Heb je nog vragen en ben je lid van AVS? Neem dan contact op met de AVS Helpdesk!
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 13 november 2025
In bijlage IE van de CAO PO vind je de voorrangsbepalingen waaraan je je als werkgever moet houden als je vacatureruimte hebt.
1. Bij de vraag of er sprake is van vacatureruimte en bij het aanbieden van vacatures hanteert de werkgever de onderstaande volgorde:
a. werknemers die voor minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn verklaard door UWV waarbij aanpassing van het dienstverband nodig is;
b. eigen wachtgelders in de zin van artikel 138 en 139 WPO respectievelijk artikel 132 en 133 WEC (aftrekposten bekostiging);
c. werknemers benoemd voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.1 lid 2;
d. werknemers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst ten behoeve van vervanging op grond van artikel 3.1 lid 3 en/of lid 4;
e. deeltijders.
2. De werkgever kan vacatures ook invullen door het benoemen van werknemers die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet. In dat geval hoeft de benoemingsvolgorde vermeld in artikel 1 van deze bijlage, vanaf e. of de voorkeursbepaling van deeltijders niet gevolgd te worden.
Jouw gedeeltelijk afgekeurde medewerker komt niet in aanmerking voor een uitkering in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) als hij/zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is bevonden. Je kunt deze medewerker na afloop van de loondoorbetalingtermijn (twee jaar) niet ontslaan uit zijn/haar betrekking op grond van arbeidsongeschiktheid – tenzij sprake is van een zwaarwegend dienstbelang. Bij voortzetting van het dienstverband maak je met deze medewerker afspraken over de inhoud van de functie en de daarbij behorende beloning. Deze afspraken leg je schriftelijk vast. Het eventuele verschil tussen het oude en nieuwe salaris wordt gedurende een periode van vijf jaar voor 65% gecompenseerd.
Dit lid is niet langer van toepassing en zal wellicht in de volgende CAO PO verdwijnen.
Werknemers die voor het eerst bij jou (jouw bestuur) in dienst treden met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, met uitzicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, krijgen voorrang bij de vervulling van een vacature.
Werknemers met een tijdelijke benoeming ten behoeve van vervanging hebben ook een voorrangspositie.
De volgende (en laatste) op de lijst van voorrangsbenoemingen zijn je vaste medewerkers die in deeltijd werken, en die om uitbreiding van uren vragen.
Let wel: je mag deeltijders ‘overslaan’ als je iemand in dienst wilt nemen die behoort tot de doelgroep van de Participatiewet.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 3 november 2025.
In artikel 8.1 lid 2 sub a van de CAO PO is bepaald, dat de vakantieopbouw plaatsvindt in de periode van 1 oktober tot 1 oktober. Het bestuur mag hiervan afwijken (door bijvoorbeeld te kiezen voor een opbouw van 1 augustus tot 1 augustus). Hiervoor is de instemming nodig van de P(G)MR!
Voor onderwijsondersteunend personeel zonder lesgebonden en/of behandeltaken geldt een aparte bepaling. Zij bouwen vakantieverlof op van 1 januari tot 1 januari (artikel 8.3 CAO PO).
Een fulltime medewerker heeft recht op 428 uur vakantieverlof (artikel 8.1 lid 1 CAO PO), een parttimer heeft recht op evenveel uren naar rato van zijn of haar werktijdfactor (artikel 8.1 lid 6 CAO PO). Officiële feestdagen, zoals ze in de CAO PO genoemd worden bij de begripsbepalingen (artikel 1.1), maken deel uit van de genoemde 428 uur (artikel 8.1 lid 1 sub a CAO PO). Het vakantieverlof wordt in de schoolvakanties verleend (artikel 8.1 lid 1 sub b CAO PO).
In bijzondere gevallen (met name als het vakantieverlof is opgeschort, zoals bijvoorbeeld gebeurt bij een medewerker die bevallingsverlof heeft opgenomen) heeft een werknemer meer vakantie-uren dan er schoolvakanties zijn. In dat geval maak je met je medewerker afspraken om het restant van de verlofuren op andere momenten (= onder schooltijd) op te nemen (artikel 8.1 lid 1 sub b CAO PO).
Bij de opname van verlof ga je uit van de uren die een medewerker is ingeroosterd. In het geval van een leraar of een OOP’er met lesgebonden en/of behandeltaken bedoelen we daarmee niet alleen de lestijd, maar de hele werkdag (meestal 8 uur).
Goed om te beseffen: leerlingen hebben meer vrije dagen dan medewerkers. Het is dus volstrekt normaal dat medewerkers soms moeten werken terwijl de leerlingen vrijaf hebben.
Nota bene. Er gelden aanvullende bepalingen voor onderwijsondersteunend personeel zonder lesgebonden en/of behandeltaken. Dat zijn onder andere je conciërge en je administratief medewerker. Zij hebben meer vakantieverlof, zij bouwen vakantieverlof op van 1 januari tot 1 januari en zij mogen hun vakantieverlof deels opnemen buiten de schoolvakanties. TIP: neem artikel 8.3 van de CAO PO goed door, daarin staan alle aanvullende bepalingen genoemd, soms met toelichting.
Iedere Nederlandse werknemer heeft recht op minimaal vier weken vakantieverlof (artikel 7:634 lid 1 BW). Dit noemen we het wettelijk vakantieverlof. Voor een fulltimer is dit 160 uur. De overige uren (428 – 160 = 268) noemen we bovenwettelijk vakantieverlof. Die uren zijn in de CAO PO geregeld.
Je bouwt elke maand die je werkt 1/12 deel wettelijk vakantieverlof op en 1/12 deel bovenwettelijk verlof. Bij het opnemen van vakantieverlof, worden eerst de wettelijke vakantie-uren van het opgebouwde saldo afgeschreven (artikel 8.1 lid 1 sub d CAO PO).
Als een werknemer slechts een deel van het jaar in dienst is, heeft hij of zij recht op een evenredig deel van de 428 vakantie-uren (artikel 8.1 lid 2 sub c CAO PO).
In bepaalde situaties kan het onderscheid tussen wettelijk en bovenwettelijk van belang zijn, bijvoorbeeld als een medewerker langdurig ziek is (zie artikel 8.1 lid 3, lid 4 en lid 5 CAO PO).
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 30 oktober 2025
Een startende leraar is een leraar die zijn of haar bevoegdheid heeft behaald, en minder dan drie jaar werkzaam is als leraar in het primair onderwijs (artikel 9.5 lid 1 CAO PO). Dit geldt voor alle leraren, dus ook voor zij-instromers.
– Besturen dienen beleid te maken (instemmingsbevoegdheid PGMR) met betrekking tot de begeleiding van startende leraren (en schoolleiders) (artikel 9.5 lid 2 CAO PO).
– Een startende leraar (en schoolleider) heeft recht op een coach. Dit mag niet de direct leidinggevende zijn (artikel 9.5 lid 3 CAO PO).
– Startende leraren beschikken over een extra PDI-budget van 40 uur (naar rato van de werktijdfactor) (artikel 9.5 lid 4 CAO PO). Dit noemen we het inductiebudget. Dit is een persoonlijk budget en kan dus niet ingezet worden door het bestuur. Schoolleider en startende leraar maken hierover in overleg afspraken (artikel 9.5 lid 5 CAO PO).
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 30 oktober 2025
Artikel 9.5 lid 4 van de CAO PO schrijft voor dat startende leraren bovenop het PDI-budget een extra budget krijgen van 40 uur per jaar (deeltijders naar rato). Dit budget noemen we het inductiebudget. De startende leraar maakt afspraken met jou als leidinggevende over de inzet van het inductiebudget (lid 5). Het is de bedoeling dat de regie bij de startende leraar ligt (binnen de grenzen van wat mogelijk is).
Een starter is een leraar die minder dan drie jaar werkzaam is als leraar in het primair onderwijs (lid 1). Een starter kan iemand zijn die van de pabo komt, maar het kan ook een zij-instromer zijn.
Het bestuur stelt met instemming van de PGMR het beleid vast over de begeleiding van starters en de daarbij te bereiken doelen en in te zetten instrumenten (lid 2). Een startende leraar heeft recht op een coach (lid 3). Het inductiebudget wordt niet ingezet voor het uitvoeren van dit beleid maar draagt wel bij aan het behalen van de doelen ervan. Het inductiebudget is een persoonlijk budget. Het bijzonder budget voor startende leerkrachten kan niet gespaard worden of ingezet worden voor vrij opneembaar verlof.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 28 oktober 2025
Geboorteverlof is voor de partner van de moeder. Je bent de partner van de moeder:
– als je met haar getrouwd bent;
– als je haar geregistreerde partner bent;
– als je ongehuwd met haar samenwoont;
– als je haar kind erkent.
Dit verlof wordt geregeld in artikel 8.6 (Kort buitengewoon verlof (imperatief)) van de CAO PO. Het geboorteverlof valt in drie delen uiteen.
Allereerst heeft de partner recht op verlof tijdens de bevalling van de echtgenote (artikel 8.6 lid sub k).
Na de bevalling heeft de partner recht op geboorteverlof “voor eenmaal de arbeidsduur per week gedurende een tijdvak van vier weken te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling” (artikel 8.6 lid 1 sub l).
Een voorbeeld. De partner van jouw medewerker (of jouw eigen partner) bevalt op 1 juni 2025. De werktijdfactor van jouw medewerker (of jezelf) is 0,800. Dat komt overeen met 32 uur. Deze 32 uur kan de medewerker (kun je zelf) als verlof – aaneengesloten of gespreid – opnemen in de vier weken na 1 juni 2025 (dus vanaf 2 juni tot en met 29 juni). Maak hierover zodra het kan goede afspraken (in verband met het regelen van vervanging).
Je medewerker (of jijzelf) heeft bovendien recht op aanvullend geboorteverlof (artikel 8.6 lid 1 sub m). Het aanvullend geboorteverlof bedraagt ten hoogste vijf weken, gebaseerd op de arbeidsduur per week. Het dient opgenomen te worden binnen zes maanden, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling, nadat eerst het ‘standaard’ geboorteverlof is opgenomen. Als je medewerker (of jijzelf) aanvullend geboorteverlof wil opnemen, moet hij/zij/jij dat minimaal vier weken van tevoren schriftelijk bij de werkgever kenbaar maken. In het onderwijs wordt het salaris voor 100 procent doorbetaald (artikel 8.6 lid 1 sub m).
In ons voorbeeld kan de medewerker (of jij zelf) aanvullend geboorteverlof opnemen tot en met 1 januari van het jaar erop. Het betreft 5 x 32 uur = 160 uur = 20 dagen. Het verlof kan aaneengesloten worden opgenomen (dan is de medewerker (of jijzelf) vijf weken achter mekaar afwezig) of gespreid (bijvoorbeeld gedurende twintig weken één dag per week). Ook hier geldt: maak zo gauw het kan, goede afspraken.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 28 oktober 2025
De werkverdeling op jouw school vindt plaats binnen de kaders van het meerjarenformatiebeleid en het bestuursformatieplan, documenten die door het bevoegd gezag worden opgesteld. Vervolgens moet de werkverdeling op schoolniveau invulling krijgen.
Wettelijk is de organisatie van het werk (lees: de werkverdeling) een werkgeversverantwoordelijkheid. Als schoolleider heb je in de praktijk vrijwel altijd het mandaat om de werkverdeling op school vorm te geven. Dit is – als het goed is – vastgelegd in het managementstatuut.
Hoofdstuk 2 van de CAO PO (Arbeidsduur en formatiebeleid) is leidend bij het opstellen van het werkverdelingsplan. Dat hoofdstuk biedt in feite een stappenplan. Behalve met de CAO PO heb je rekening te houden met wetgeving, onder andere de Arbeidstijdenwet en de Wet medezeggenschap op scholen.
Dit artikel beschrijft je rol als werkgever en dus als schoolleider.
Voorbereiding op het gesprek over de werkverdeling door de werkgever
1. De werkgever brengt voorafgaand aan het teamgesprek de werkzaamheden voor het volgende schooljaar in kaart, waaronder het aantal groepen, het aantal (zorg)leerlingen, overige werkzaamheden en geplande scholingen. De kaders, werkzaamheden en strategische doelen die zijn vastgesteld door de werkgever, zijn hierbij leidend.
2. De werkgever zorgt ervoor dat de teamleden tijdig op de hoogte zijn gesteld van vergaderingen over de werkverdeling, zodat alle teamleden in de gelegenheid zijn daarbij aanwezig te zijn. De werkgever houdt daarbij rekening met werknemers die op verschillende scholen werken.
3. De werkgever zorgt ervoor dat het team kennisneemt van ten minste de werkzaamheden als bedoeld in lid 1, het meerjarenformatiebeleid en het bestuursformatieplan en de regelingen ten aanzien van startende werknemers en indien van toepassing kaders van het vervangingsbeleid.
Als schoolleider zorg je er dus voor dat ál je medewerker (onderwijzend en onderwijs ondersteunend) beschikken over voldoende informatie om mee te praten. Vervolgens ligt de nadruk met name op het voeren van het goede gesprek met elkaar. Ook daarin heb je als schoolleider een cruciale rol. Als de gesprekken zijn gevoerd, ben je als schoolleider weer aan de beurt.
Concept-werkverdelingsplan
8. De werkgever maakt op basis van het teamgesprek een schriftelijk concept-werkverdelingsplan. De werkgever houdt rekening met competenties, kwaliteiten, belastbaarheid, wensen en mogelijkheden van individuele werknemers en de noodzakelijke tijd voor professionalisering.
9. De werkgever legt het op schrift gestelde concept-werkverdelingsplan voor aan het team. Werkgever en PMR hebben de gelegenheid om vast te stellen of er voldoende draagvlak is voor het concept-werkverdelingsplan.
Werkverdelingsplan vaststellen
10. De werkgever legt het concept-werkverdelingsplan voor aan de PMR. De PMR heeft instemmingsrecht op het werkverdelingsplan op school. De PMR toetst tevens of de procedure tot vaststelling van het plan goed is doorlopen en of het plan draagvlak geniet onder de teamleden. Bij het vaststellen of het werkverdelingsplan voldoende draagvlak geniet, hanteert de PMR de uitgangspunten die volgens lid 4 door het team zijn vastgesteld.
Dit artikel gaat over de inzet van de individuele medewerker, waarbij de afspraken die in het werkverdelingsplan zijn gemaakt, het uitgangspunt vormen.
Je bespreekt met elke medewerker vóór de zomervakantie de inzet in het volgende schooljaar. Je stelt samen de werkzaamheden en werkdagen van de medewerker in het volgende schooljaar vast.
Als werkgever span je je in om deeltijders zo veel mogelijk aangesloten in te roosteren, waarbij je zo veel mogelijk rekening houdt met verplichtingen die je medewerker elders heeft (dat kan gaan om verplichtingen bij een andere werkgever maar ook om sommige verplichtingen in de privésfeer).
Tijdens dat gesprek worden er ook afspraken gemaakt over de inzet van budget en uren voor professionalisering en duurzame inzetbaarheid.
Het overleg is gericht op overeenstemming tussen werkgever en werknemer. Indien geen overeenstemming wordt bereikt en er een onwerkbare situatie ontstaat op school, dan stelt de werkgever de inzet van de werknemer voor het volgende schooljaar vast.
De verantwoordelijkheid voor het goed functioneren van je school rust op jouw schouders. Daarbij moet je altijd alle belangen goed afwegen. De goede afloop van het hele proces rond het werkverdelingsplan, valt en staat met het goed informeren van je team (wat moeten we? wat willen we? wat kan wel, wat kan niet?) en het faciliteren van het goede gesprek. Neem je team mee, zorg niet voor (onaangename) verrassingen… Als puntje bij paaltje komt, neem jij als directeur uiteindelijk een besluit. Uiteraard valt je besluit altijd binnen de kaders van de CAO PO en van relevante wetgeving, en – we herhalen – heb je alle belangen goed afgewogen.
Worstel je met je werkverdelingsplan? Neem contact op met de AVS Helpdesk (gratis, voor leden). Onze medewerkers denken graag met je mee.
AVS geeft een uitgebreide handreiking uit. Leden kunnen die gratis bestellen, niet-leden betalen een kleine vergoeding. Te bestellen via onze webshop.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 23 oktober 2025
Of je in aanmerking komt voor buitengewoon verlof (artikel 8.6 lid 1 CAO PO), en zo ja op hoeveel verlof je recht hebt, wordt mede bepaald door je familierelatie.
Bloedverwantschap is de relatie tussen personen met een gemeenschappelijke voorouder, terwijl aanverwantschap de relatie is met de bloedverwanten van iemands echtgenoot of geregistreerde partner. De graad van aanverwantschap is gelijk aan de bloedverwantschap tussen de partner en zijn of haar bloedverwant.
Bloedverwantschap ontstaat door:
– geboorte;
– afstamming van dezelfde voorvader;
– erkenning;
– gerechtelijke vaststelling van het vaderschap;
– adoptie.
| Eerste graad | Tweede graad | Derde graad | Vierde graad |
| (Adoptie)ouders | Grootouders | Overgrootouders | Betovergrootouders |
| (Adoptie)kinderen | Kleinkinderen | Achterkleinkinderen | |
| Broers en zusters | Neven en nichten (kinderen van broers of zussen) | ||
| Ooms en tantes (broers of zussen van de ouders) |
Aanverwantschap ontstaat door een huwelijk of een geregistreerd partnerschap. Aanverwantschap vervalt niet na een scheiding of het beëindigen van een geregistreerd partnerschap.
Nota bene: er ontstaat geen aanverwantschap door het sluiten van een samenlevingscontract.
| Eerste graad | Tweede graad | Derde graad | Vierde graad |
| (Adoptie)ouders partner | Grootouders partner | Overgrootouders partner | Betovergrootouders partners |
| (Adoptie)kinderen partner | Kleinkinderen partner | Achterkleinkinderen partner | Achterneven en achternichten (kleinkinderen van broers of zussen) partner |
| Partner (adoptie)kinderen (schoonzoon of schoondochter) | Broers en zusters partner | Neven en nichten partner(kinderen van broers of zussen) | Neven en nichten (kinderen van broers of zussen) partner |
| Ooms en tantes partners (broers of zussen van de ouders) | Oudooms en oudtantes (oom of tante van ouders) partner |
Deze informatie vind je ook op de website van de Rijksoverheid. Handig om met je team te delen als een verzoek op basis van artikel 8.6 lid 1 CAO PO aan de orde is.
Het antwoord op deze vraag is gecheckt op 23 oktober 2025
Artikel 7.5 CAO PO schrijft voor dat je als werkgever je werknemers in de gelegenheid stelt om deel te nemen aan een fiscale fietsprivéregeling. Je kunt je werknemer op vrijwillige basis ook een leasefietsregeling aanbieden.
Meer informatie vind je:
– op de website van de Rijksoverheid
– op de website van de Belastingdienst (handige informatie voor je werknemer)
– op de website van het Ondernemersplein van de Overheid
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 20 oktober 2025
Nee, niet meer.
Sinds 2019 ben je niet meer verplicht om een EHBO-toelage te verstrekken. Echter, EHBO’ers die een toelage ontvangen, behouden die. De toelage hoeft niet geïndexeerd te worden en werkt door in alle grondslagen (uitgezonderd de structurele eindejaarsuitkering – zie tabel op pagina 203 van de CAO PO pdf). De toelichting op artikel 11.5 lid 3b aan geeft aan dat er voor nieuwe EHBO’ers en/ of bedrijfshulpverleners (bhv’ers), via de P(G)MR, voor je werknemers afspraken moet maken over de facilitering (een toelage kán daarbij van toepassing zijn).
Kijk voor meer informatie bij artikel 11.5 van de CAO PO (Veiligheid en het voorkomen van seksuele intimidatie, racisme, agressie en geweld). Of bel de AVS Helpdesk (gratis, alleen voor leden).
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 20 oktober 2025
Ja, dat kan, en het wordt geregeld in artikel 5.2 lid 2 van de CAO PO. Lid 3 tot en met 6 gaan in op bijzondere situaties.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 20 oktober 2025
Nee, dat kan niet meer. Artikel 8.21 is met ingang van de CAO PO 2022-2023 vervallen. Wil je toch nog informatie over deze regeling? Dan moet je oudere cao’s raadplegen!
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 20 oktober 2025
De schalen en functies A10 en D11 zijn geschrapt. Hiermee geeft de CAO PO 2024-2025 een duidelijk signaal af dat het niet wenselijk is een adjunct te benoemen op niveau 10 (A10) of een directeur op niveau 11 (D11). Deze zijn niet passend.
Schoolleiders die zich uitsluitend bezig houden met het jaarlijkse beleid en hier leiding aan geven (niveau 11), dragen niet de volledige verantwoordelijkheid van een directeur. In dergelijke gevallen is in feite sprake van een andere leidinggevende functie, bijvoorbeeld adjunct-directeur of locatieleider, en is de D-reeks niet passend!
Voor de enkele adjunct-directeur die op dit moment nog is ingeschaald in A10, zou kunnen gelden dat dit een leidinggevende in de school is, die op geen enkele manier aan beleidsontwikkeling doet. Bijzonder… Een adjunct-directeur voert immers per definitie beleidsontwikkelende werkzaamheden uit. Beleidsontwikkelende werkzaamheden zijn het essentiële verschil tussen niveau 10 en 11. Toepassing van de aangepaste FUWA-kenmerken brengt voor deze selecte groep adjunct-directeuren met zich mee dat zij ingeschaald moeten worden op A11 niveau.
Doet een adjunct-directeur echt geen beleidsontwikkelende werkzaamheden? Dan is de typering van de functie als adjunct-directeur een onjuiste en daarom is de A-reeks niet passend! Het betreft hier dan waarschijnlijk een onderwijs ondersteunende functie op niveau 10 (OOP10).
Bij twijfel: neem contact op met de AVS Helpdesk (gratis, alleen voor leden)
In het kader van de decentralisatie van de arbeidsvoorwaardenmiddelen (door het ministerie van OCW) zijn afspraken gemaakt over de inning van
– de sectorale arbeidsmarktmiddelen primair onderwijs en
– de zgn. GOVAK-middelen (GOVAK staat voor Georganiseerd Overleg en VAKbonden).
De vergoeding voor deze middelen werd tot 1 januari 2018 rechtstreeks door het ministerie vergoed aan de Stichting Financiering Structureel Vakbondsverlof Onderwijs (SFSVO) en de Stichting Arbeidsmarktplatform primair onderwijs (AP-PO), maar dat is veranderd. De middelen worden nu door het ministerie van OCW gestort in de lumpsumvergoeding. Met ingang van 1 januari 2022 doet WW+ de inning van de gelden bij de schoolbesturen.
Om een en ander te realiseren wordt een zogenaamde kop-cao Arbeidsmarktmiddelen PO en G.O. en Vakbondsfaciliteiten afgesloten. De meest recente versie van de kop-cao is hieronder te downloaden.
– Regeling G.O.- en vakbondsfaciliteiten 2005
– Convenant decentralisatie arbeidsvoorwaardenvorming in de sector primair onderwijs
– Kop-CAO Arbeidsmarktmiddelen PO en G.O.- en vakbondsfaciliteiten 2023
– Zie ook CAO PO hoofdstuk 14
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 4 augustus 2025
Op deze pagina vind je een aantal niet-meer-actuele teksten van de CAO PO – versies dus die niet meer rechtsgeldig zijn. N.B. Dat kunnen ook oudere versies zijn van de lopende CAO PO!
Beschouw het als een archief dat je kunt raadplegen als er vragen opduiken waarvoor je een oude cao moet raadplegen. De salaristabellen vind je achteraan in elke cao.
2024-2025
CAO PO 2024-2025 versie 2025-01
CAO PO 2024-2025 versie 2024-10-01
2023-2024
CAO PO 2023-2024 versie 2024-01-29
CAO PO 2023-2024 versie 2024-01-01
CAO PO 2023-2024 versie 2023-10-20 b
CAO PO 2023-2024 versie 2023-10-20 a
CAO PO 2023-2024 versie 2023-10-16
2022-2023
CAO PO 2022-2023 versie 2022-11
CAO PO 2022-2023 versie 2022-07
2022
CAO PO 2022! (gelijkschakeling salarissen PO-VO)
2021
CAO PO 2021 versie 2021-11
2019-2020
CAO PO 2019-2020 versie 2020-01-01
2018-2019
CAO PO 2018-2019 versie 2018-08-01
2016-2027
CAO PO 2016-2017 versie 2017-01-01
CAO PO 2016-2017 versie 2016-07-01
2014-2015
CAO PO 2014-2015 versie 2014-07-01
2013
CAO PO 2013 versie 2014-01-01
CAO PO 2013 versie 2013-01-01
2009
CAO-PO-2009-versie-2009-01-01
2006-2008
CAO PO 2006-2008 versie 2006-08-01
Bijgewerkt op 31 januari 2025
Lid 1 van artikel 5.6 van de CAO PO 2024-2025 luidt als volgt: “De werkgever herwaardeert de directiefuncties en de functies van gedragswetenschapper en logopedist op basis van het per 1 oktober 2024 aangepaste FUWA PO. Na overleg met de functiehouders overweegt hij of nieuwe functiebeschrijvingen nodig zijn. Indien nieuwe functiebeschrijvingen nodig zijn, kan gebruik worden gemaakt van de nieuwe voorbeeldfuncties die sociale partners hebben vastgesteld. Vervolgens vindt herwaardering plaats op basis van de geactualiseerde versie van FUWA PO. Besluiten, waaronder ook een besluit dat geen nieuwe functiebeschrijvingen nodig zijn, worden genomen met instemming van de PGMR.“
Stap 1 is dus om met elkaar, werkgever én functiehouders (= (adjunct-)directeuren, gedragswetenschappers en logopedisten), te overleggen of de huidige functiebeschrijvingen nog actueel en passend zijn. Vervolgens bepaalt de werkgever wat er volgens hem nodig is. De PGMR heeft hier ook nog iets in te brengen (zie ook kopje Medezeggenschap).
Als vast komt te staan dat jouw functiebeschrijving geen aanpassingen behoeft, dan moet zij wel opnieuw gewaardeerd worden op basis van de geactualiseerde versie van FUWA PO (2024). Als dit leidt tot een hogere somscore en dus een hogere waardering (salarisschaal), dan kom je met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 in de nieuwe salarisschaal. Je krijgt dan in de betreffende salarisschaal het naasthogere bedrag. Bij deze inpassing worden ook eventuele bestaande toelagen in zowel de oude als de nieuwe schaal meegenomen om te voorkomen dat je er als werknemer op achteruitgaat (zie ook kopje Salarisperspectiefgarantieregeling).
Dit geldt ook als er een nieuwe functiebeschrijving is gemaakt met een hogere somscore en dus een hogere waardering (salarisschaal).
Als de herwaardering leidt tot een lagere salarisschaal, dan behoud je het salaris en het uitzicht op hogere periodieken, alsook de bij deze oude schaal behorende bindingstoelage en arbeidsmarkttoelage, voor zo lang als deze toelagen aanwezig zijn.
Bij een enkel bestuur kan het gebeuren dat het proces van herwaardering al vóór 1 januari 2025 is afgerond. Dan gaat de loonsverhoging ook eerder in.
Een aantal directeuren krijgt maandelijks een zogenaamde salarisperspectiefgarantietoelage. Als er sprake is van een generieke salarisverhoging (indexatie), dan stijgt het toelagebedrag in verhouding mee. Gaat je salaris echter omhoog omdat de herwaardering van je (geactualiseerde) functiebeschrijving leidt tot een hoger salaris, dan zal er een verrekening plaatsvinden met je salarisperspectiefgarantietoelage. Je mag er NOOIT op achteruitgaan.
Kort gezegd:
– Nieuw salarisbedrag > huidige salaris+garantietoelage => toelage vervalt.
– Nieuw salarisbedrag < huidige salaris+garantietoelage => recht op toelage blijft bestaan, toelage zal wel lager uitvallen.
De PGMR heeft ter zake instemmingsbevoegdheid. Oók als het om jouw functiebeschrijving als (adjunct-)directeur gaat. Zorg ervoor dat de PGMR goed weet wat er onder de (adjunct-)directeuren leeft zodat de PGMR een goed besluit kan nemen waarmee recht wordt gedaan aan jullie, de (adjunct-)directeuren!
In de nieuwe CAO PO 2024-2025 is opgenomen dat je werkgever (het bestuur) verplicht is vóór 1 juli 2025 het functiegebouw te actualiseren; het betreft de functies (adjunct-)directeur, gedragswetenschapper en logopedist. Je werkgever onderzoekt of nieuwe functiebeschrijvingen nodig zijn en doet dat door de professionele dialoog te voeren met de directeuren (logopedisten, gedragswetenschappers). Zo ja, dan besluit je werkgever welke functiebeschrijvingen hij voortaan hanteert. Als basis (of beter: inspiratie) hiervoor kan je werkgever de voorbeeldfunctiebeschrijvingen gebruiken die de sociale partners hebben vastgesteld. Als jij (als werknemer) in een hogere schaal komt, vindt de inschaling (eventueel met terugwerkende kracht) per 1 januari 2025 plaats.
Wat kun je zelf doen om te bepalen of jouw functiebeschrijving aangepast moet worden?
De procedure die je hierbij kunt volgen:
– Bepaal welke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden door jouw werkgever zijn opgedragen en je dus moet uitvoeren.
– Neem de bestaande functiebeschrijving erbij en check deze op de opgedragen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Uitgangspunt hierbij is: wat doe je wel, wat doe je niet? Pas aan waar nodig.
– Streef naar een beleidsrijke functiebeschrijving die recht doet aan de betreffende functie!
– Zorg voor congruentie met het managementstatuut! Zie ook artikel 31 WPO!
Er zijn nu twee scenario’s mogelijk:
1. De huidige functiebeschrijving dekt nog steeds de lading. Weet dat ook in dat geval de functiebeschrijvingen voor (adjunct-)directeuren (logopedisten, gedragswetenschappers) opnieuw moeten worden gewaardeerd op basis van de vernieuwde kenmerkscores uit FUWA PO 2024. Let goed op of deze stap door het bestuur wel wordt gezet! Daarna stelt de PGMR het functiegebouw opnieuw vast (let wel: dit is iets wat jaarlijks moet gebeuren, zie artikel 5.1 lid 2 CAO PO).
2. De huidige functiebeschrijving voldoet niet meer en wordt aangepast, waarna deze wordt gewaardeerd. Voor het opnemen van wijzigingen in de functiebeschrijving moet je gebruik maken van een door Stichting Personeelsinstrument Onderwijs gecertificeerde adviseur (voor meer informatie plus het register van gecertificeerde adviseurs: zie https://spo3.nl/). Het functiegebouw op bestuursniveau vereist instemming van de PGMR. Dit betreft het geheel aan functies naar soort en niveau (artikel 5.1 lid 2 CAO PO). Artikel 12 lid 1 sub i WMS schrijft voor dat bij vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot functiedifferentiatie instemming van de PGMR nodig is. Dit is echter dubbelop, omdat dit ook in de cao po is geregeld, middels instemming op het functiegebouw.
(Mede)zeggenschap van directeuren en de rol van de PGMR
Het is zo belangrijk dat werkgevers en werknemers, in dit geval jij en je bestuurder, met elkaar het goede gesprek voeren en dat jullie streven naar beleidsrijke functiebeschrijvingen die recht doen aan de functie. De voorbeeldfunctiebeschrijvingen zijn in feite precies wat ze zijn: voorbeelden, ter inspiratie.
Je zit als directeur zelden in de PGMR, hoewel jijzelf wel degelijk een werknemer bent. Wat jouw positie ingewikkeld maakt, is dat je gemandateerd bent om werkgeverstaken uit te voeren. Het verdient daarom aanbeveling dat de PGMR overleg voert met (een delegatie van) de directeur(en) en pas instemt met de nieuwe functiebeschrijvingen als de directeuren zijn gehoord!
Dat laatste geldt uiteraard ook voor de eventueel aangepaste functiebeschrijvingen van de gedragswetenschapper en de logopedist.
Hoofdstuk 8A van de CAO PO ging helemaal over duurzame inzetbaarheid. Dat hoofdstuk is met ingang van de CAO PO 2024-2025 opgegaan in het nieuwe hoofdstuk 9 Professionalisering en duurzame inzetbaarheid (PDI).
Werknemers hebben vanaf hun 57ste recht op het zogenaamd PDI-budget oudere werknemers van 130 extra uur per jaar (naar rato van de werktijdfactor). Artikel 9.6 in de CAO PO gaat hierover. In de praktijk is er weinig veranderd ten opzichte van de eerdere regeling voor oudere werknemers.
Allereerst betekent dit dat jouw medewerkers van 57 jaar en ouder 130 uur minder inzetbaar zijn dan hun jongere collega’s (naar rato van hun werktijdfactor).
Immers, standaard is een fulltime medewerker 1659 uur (bruto jaartaak) – 123 (PDI-budget) = 1536 uur inzetbaar voor 1) lesgevende en/of behandeltaken, 2) voor- en nawerk en 3) overige taken.
Uitgangspunt daarbij is dat deze fulltime medewerker 940 uur onderwijs verzorgt, en voldoende tijd heeft voor het voor- en nawerk (ook wel de opslagfactor* genoemd) en voor overige taken.
Medewerkers van 57 jaar en ouder zijn 1659 (bruto jaartaak) – 123 (PDI-budget) – 130 (budget oudere werknemers) = slechts 1406 uur inzetbaar. Het totaalbudget voor professionalisering en duurzame inzetbaarheid (PDI) bedraagt voor hen immers (123 + 130 =) 253 uur.
Artikel 9.6 lid 6 bepaalt dat de oudere werknemer, die leraar is of OOP’er met lesgevende en/of behandeltaken, en die het extra PDI-budget opneemt voor verlof, minder inzetbaar is in de klas.
Uit de CAO PO blijkt niet duidelijk of dit ook geldt voor de oudere medewerker die zijn/haar extra PDI-budget niet in verlof opneemt. Deze medewerker kan dus nog steeds 940 uur lesgeven maar zal dan minder ingezet kunnen worden voor overige taken. De hamvraag is: wat sluit het beste aan bij de behoeften van de oudere OOP’er of leraar; hoe blijft die vitaal & inzetbaar? Realiseer je dat bepaalde keuzes van invloed kunnen zijn op je formatie!
N.B. Iedere medewerker van 57 jaar en ouder heeft dus recht op het extra budget van 130 uur (naar rato van de werktijdfacto). Het is aan de medewerker zelf of hij/zij gebruikmaakt van dit recht. Leg goed vast als de medewerker besluit af te zien van zijn of haar recht.
*Het begrip opslagfactor is in 2019 uit de cao gehaald. Momenteel wordt het functioneren van het werkverdelingsplan onderzocht en het begrip opslagfactor is meegenomen in het onderzoek. Logisch, want jaartaakprogramma’s werken met bepaalde percentages die in feite niets meer en niets minder dan een opslagfactor zijn… De resultaten van het onderzoek worden wellicht in de CAO PO 2025-2026 verwerkt.
Ook schoolleiders zijn werknemers en hebben dus recht op het bijzonder PDI-budget voor oudere werknemers als zij 57 jaar of ouder zijn. Bespreek met je bestuurder wat dit voor jou en voor de school betekent! In principe ben je 130 uur (naar rato van je werktijdfactor) minder beschikbaar… Wie gaat een deel van jouw werk opvangen? Is daar (voldoende) geld voor gereserveerd?
Dit bijzonder budget kun je grofweg op twee manieren inzetten:
1. Je zet het in voor de doelen die staan vermeld in artikel 9.4 lid 5 CAO PO:
– activiteiten die bijdragen aan het bijhouden van de vakbekwaamheid en professionele ontwikkeling;
– activiteiten die helpen om ook op langere termijn het werk goed, gezond en met plezier te blijven doen;
-activiteiten die bijdragen aan de (duurzame) inzetbaarheid van de werknemer, in de zin van breed inzetbaar en aantrekkelijk blijven voor de interne en externe arbeidsmarkt.
2. Het extra budget van 130 uren (naar rato van de werktijdfactor) mag de medewerker ook inzetten voor verlof (bijvoorbeeld een sabbatical, extra zorgverlof, recuperatieverlof enz.). Hij of zij betaalt dan wel een eigen bijdrage (40% voor OOP’ers t/m schaal 8; 50% voor OOP’ers in schaal 9 en hoger, voor leraren en directeuren). Als je medewerker alle uren van het bijzonder budget opneemt als verlof, mag hij/zij maximaal 40 uren (naar rato van de werktijdfactor) aan het bijzonder budget toevoegen – hiervoor geldt géén eigen bijdrage. In totaal kan je oudere medewerker dus jaarlijks 170 uur verlof (naar rato van de werktijdfactor) opnemen.
De 130 uren (naar rato van de werktijdfactor) van het bijzonder budget en 40 uur (naar rato van de werktijdfactor) van het PDI-budget kun je gedurende vijf jaar sparen. Je medewerker moet dit van tevoren kenbaar maken aan jou en moet daarbij ook aangeven hoe en wanneer hij/zij de uren opneemt, zodat jij hiermee in je begroting rekening kunt houden. (Dat geldt natuurlijk ook voor jou richting je bestuur.)
1. Als medewerkers ervoor kiezen om door te werken nadat ze de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, dan vervalt het recht op dit verlof (artikel 9.6 lid 5).
2. Als het recht op het PDI-budget oudere werknemers lager is dan 45 uur, dan vervalt het recht op deze uren (artikel 9.6 lid 9).
3. Je kunt het extra budget ook gedeeltelijk sparen (artikel 9.6 lid 10).
De AVS Helpdesk krijgt veel vragen over dit onderwerp (alle aspecten van professionalisering en duurzame inzetbaarheid). Heb je zelf vragen en ben je lid van AVS? Neem dan gerust contact op met de AVS Helpdesk (gratis)!
Het antwoord op deze vraag is gecheckt op 28 oktober 2025
Onze sector gebruikt sinds 2006 het FUWA PO-systeem van functiewaardering. Het toepassen hiervan is voorbehouden aan gecertificeerde adviseurs – opgenomen in het register van Stichting Personeelsinstrumenten Onderwijs (zie www.spo3.nl). Hieronder geven we chronologisch weer hoe de inschaling van directiefuncties binnen het functiewaarderingssysteem verloopt.
Binnen FUWA PO worden functies beschreven en gewaardeerd op basis van veertien kenmerken. Op basis van de beschrijving van deze veertien kenmerken vindt een weging plaats die een somscore oplevert. Deze somscore is bepalend voor het functieniveau. De inschaling vindt vervolgens plaats naar de in de CAO PO opgenomen functies en salarisschalen. In de CAO PO is de toepassing van FUWA-PO vastgelegd in hoofdstuk 5 (Functie en functiewaardering).
De normfunctiebeschrijvingen voor leidinggevenden zijn per 1 augustus 2015 vervallen en vervangen door FUWA-PO. Op 1 oktober 2024 is FUWA PO geactualiseerd. Werkgevers kunnen gebruik maken van de voorbeeldfunctiebeschrijvingen die binnen FUWA PO 2024 voor de leidinggevende functies zijn gemaakt. Deze beschrijvingen zijn echt bedoeld als voorbeeld, ter inspiratie. Het is de bedoeling dat elk bestuur zelf functiebeschrijvingen opstelt die recht doen aan de invulling van de functie in de context van de organisatie!
Als werkgevers de voorbeeldbeschrijvingen toch ongewijzigd toepassen, dan is de waardering geldend zoals die in de voorbeeldfunctiebeschrijving is opgenomen. De inschaling vindt dan plaats volgens de salarisschalen, zoals deze in de CAO PO zijn opgenomen. Als er sprake is van aanpassingen in de functiebeschrijvingen, moet een FUWA-gecertificeerd adviseur elke aangepaste functiebeschrijving opnieuw waarderen.
In de voorbeeldfunctiebeschrijvingen van leidinggevenden is gekeken naar de functiezwaarte, waarbij het uiteindelijk gaat om de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken en de vraag of deze substantieel en structureel van aard zijn.
Bij wijziging van de (inschaling van) directie- en managementfuncties die worden opgenomen in het functieboek, is het verplicht dat deze beschreven en gewaardeerd moeten zijn door een gecertificeerd FUWA-adviseur (als deze afwijken van de voorbeeldbeschrijvingen) en dat deze met P(G)MR zijn afgesproken (instemmingsrecht).
De huidige CAO PO kent drie functiecategorieën (artikel 5.1 lid 1):
Leraren
niveau 10 = LB
niveau 11 = LC
niveau 12 = LD
niveau 13 = LE
Directeuren
Adjunct-directeuren
niveau 11 = A11
niveau 12 = A12
niveau 13 = A13
Directeuren
niveau 12 = D12
niveau 13 = D13
niveau 14 = D14
niveau 15 = D15
Onderwijs ondersteunend personeel (OOP)
niveau 01 = OOP01
tot en met
niveau 16 = OOP16
Soms kiest een schoolbestuur ervoor om directeuren een numerieke schaal toe te kennen. Dit kan niet, omdat de numerieke schalen onderwijsondersteunend personeel en leraren betreffen, en dus geen directieschalen zijn.
Als een bestuur hiervoor kiest, handelt het in strijd met de Wet op het primair onderwijs en/of de Wet op de expertisecentra (WEC) die voorschrijven dat aan élke basisschool een directeur is verbonden. Artikel 9.2 lid 4 CAO PO bepaalt dat het dan gaat om een leidinggevende die door het bestuur is gemandateerd om functionerings- en beoordelingsgesprekken te voeren. In de beleving van AVS is dat altijd een directeur (D-functie).
Bovendien heeft dit rechtspositionele consequenties. Indeling in een numerieke schaal betekent dat er noch recht bestaat op de voor jou als directeur geldende toelagen, noch op het scholingsbudget voor (adjunct-)directeuren! Een OOP-functie is geen directiefunctie, omdat het een onderwijsondersteunende functie is. Weet ook dat registratie in schoolleidersregister niet mogelijk is als je niet werkt in een A- of D-functie.
1 oktober 2024
In het onderwijs is ervoor gekozen te werken met het functiewaarderingssysteem FUWASYS. Voor het primair onderwijs heet dit systeem FUWA-PO. De PO-Raad is de eigenaar van dit systeem.
Functiebeschrijvingen worden opgesteld volgens de systematiek van FUWA PO. Hierbij overweegt de werkgever welke functiebeschrijvingen er nodig zijn voor het behalen van de doelen van de onderwijsorganisatie. Voor de functiebeschrijvingen kunnen werkgevers als basis de voorbeeldfunctiebeschrijvingen gebruiken die de sociale partners hebben vastgesteld en die te vinden zijn op de website van de PO-Raad en van AVS.
Bij (een actualisering van) het functiegebouw is het van belang kennis te hebben van een aantal begrippen met een specifieke betekenis binnen FUWA PO. Soms hebben begrippen in FUWA PO een net iets andere betekenis dan bijvoorbeeld binnen instellingen of in het gewone taalgebruik. Daarom is een begrippenlijst samengesteld met de meest voorkomende begrippen en de definities. Hieronder lichten we enkele begrippen toe.
Het (college van) bestuur verstrekt een mandaat voor een deel van de bestuurlijke verantwoordelijkheid, laat de medewerker de werkzaamheden uitvoeren en hierover verantwoording afleggen. De verantwoordelijkheid van de feitelijk uitgevoerde werkzaamheden ligt in dat geval bij de betreffende medewerker. Dit laat onverlet dat de eindverantwoordelijkheid op het bestuurlijk niveau kan liggen.
De complexiteit van het werk heeft betrekking op de moeilijkheidsgraad van het werk, de ingewikkeldheid van de onderwerpen of zaken die behandeld moeten worden, en de aard van de problemen die zich bij de werkuitvoering kunnen voordoen.
De toevoeging ‘complex’ gebruik je in vergelijkende zin. Complexiteitsaanduiding is altijd relatief ten opzichte van een andere functie en zegt niets over de complexiteit in absolute zin.
Opmerking: de caseload (de hoeveelheid van het werk) betekent binnen FUWASYS geen ‘verzwaring’ van het functieniveau; de complexiteit (de ingewikkeldheid) van het werk wel. Als er heel veel werk te doen is, dan zijn er meer functionarissen nodig op hetzelfde functieniveau en niet één functionaris op een hoger functieniveau.
Onder complexe onderwijsorganisatie wordt verstaan een vereniging of stichting in het primair onderwijs met een verscheidenheid aan schoolsoorten (basisonderwijs, SBO, SO en/of VSO) en onderwijsconcepten.
Van externe gerichtheid (voorbeeld functiebeschrijving D13) is sprake als de directeur degene is die het gesprek voert en onderhandelt met externe partijen over vraag en aanbod voor het onderwijs of de onderwijsondersteuning en de uitkomsten hiervan vertaalt naar de organisatie en inrichting van de eigen school. Deze directeur onderhandelt zelfstandig met ketenpartners over operationele en beleidsmatige zaken en vertaalt de resultaten van deze onderhandelingen naar de (nieuwe) inrichting van de schoolorganisatie.
Functies waarbij de eindverantwoordelijkheid is belegd voor
– de primaire processen (inclusief de strategiebepaling van de organisatie),
– de realisatie van de producten/diensten van een organisatie en
– de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de zogenaamde PIOFACH-taken (= taken op het gebied van Personeel, Informatie, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie en Huisvesting).
Onder leidinggeven wordt verstaan de structurele en hiërarchische aansturing van medewerkers waarbij de gehele personeelszorg (werving, selectie, benoeming en beoordeling, begeleiding en toepassing rechtspositie) tot de verantwoordelijkheid behoort.
Het uitwisselen van kennis en ervaring met andere werkterreinen of vakdisciplines en het integreren van de uitkomsten in het eigen werk.
Een grote stad, een stad of een verspreidingsgebied van meerdere locaties en/of wijken, een stad met enkele omringende gemeenten of een aantal kleinere gemeenten zoals voorkomt in de regionale indeling van de samenwerkingsverbanden of een regio van vergelijkbare indeling/omvang.
De op een geheel aan maatschappelijke, politiek-bestuurlijke en/of (technisch) inhoudelijke beginselen gebaseerde langetermijnvisie op de (realisatie van de) te bereiken langetermijnresultaten van de organisatie. Een en ander is richtinggevend voor het functioneren van de organisatie en essentieel voor de continuïteit daarvan.
Het geheel aan activiteiten dat je binnen een functie moet uitvoeren. Onder activiteit wordt hier verstaan: onderdeel van de werkzaamheden van een functie.
Bron: Begrippenlijst Fuwasys voor het primair onderwijs (Leeuwendaal, 2024) uitgezonderd het begrip Externe gerichtheid dat omschreven is in de leeswijzer bij de functiereeks directeuren (Leeuwendaal, 2024).
1 oktober 2024
Let op: deze informatie hoort bij de CAO PO 2022!
| Toename jaarinkomen (gewogen gemiddelde) | % (gewogen gemiddelde) | Variatie in toename | Perspectief stijging | Laatste trede te be-halen in jaren t.o.v. nu | |
| A10 | 5924 | 10,3 | 8,9-14,9 | 160 | 2 jaar eerder |
| A11 | 6516 | 10,5 | 8,1-15,2 | 553 | 1 jaar later |
| A12 | 7618 | 10,8 | 8,4-15,2 | 600 | 3 jaar eerder |
| D11 | 6860 | 10,6 | 5,7-17,9 | 116 | 3 jaar later |
| D12* | 8046 | 11,0 | 8,5-18,1 | 133 | 3 jaar eerder |
| D13* | 5227 | 6,6 | 5,1-21,4 | 145 | 3 jaar eerder |
| D14 | 5568 | 6,9 | 5,3-19,1 | 531 | 7 jaar eerder |
* Voor schoolleiders met een salarisperspectiefgarantie wijken genoemde bedragen en percentages af
Dus het inkomen van een schoolleider in A12 neemt op jaarbasis tussen 8,4% en 15,3% toe, het perspectief (bedrag van de laatste trede van de nieuwe schaal – bedrag van de laatste treden van de huidige schaal) neemt met 600 euro per maand toe en het aantal treden in de schaal neemt met 3 af (dus de schoolleider groeit 3 jaar sneller toe naar een eindtrede die 600 euro hoger is dan hij/zij nu zou krijgen).
Het inkomen van een schoolleider in D11 neemt op jaarbasis tussen 5,7% en 17,9% toe, het perspectief stijgt met 116 euro per maand en het aantal treden in de schaal neemt met 3 toe (dus de schoolleider doet er 3 jaar langer over om op het eindbedrag te komen dat 116 euro hoger is dan hij/zij nu zou krijgen).
Het inkomen van een schoolleider in D13 neemt op jaarbasis tussen 5,1% en 21,5 % toe, het perspectief stijgt met 145 euro per maand en het aantal treden in de schaal neemt met 3 af (dus de schoolleider groeit 3 jaar sneller toe naar een eindtrede die 145 euro hoger ligt dan hij/zij nu zou krijgen).
29 april 2022
Deze vraag betreft het saldo van gespaarde BAPO-uren op 30 september 2014. Het is uiterst twijfelachtig of er nog medewerkers zijn die over dergelijke gespaarde BAPO-uren beschikken.
In bijlage X van de CAO PO (Overgangsregeling BAPO) wordt hier nog wel iets over gezegd: zie lid 5.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 28 oktober 2025
Afspraken over de inzet van deze uren worden geconcretiseerd in de gesprekscyclus. De CAO noemt hiervoor geen concrete datum. De werknemer legt achteraf verantwoording af over de feitelijke besteding van de uren in relatie tot de afgesproken inzet. Indien de uren na een jaar niet zijn ingezet, worden afspraken gemaakt over hoe de uren alsnog kunnen worden gebruikt.