Veiligheid

De school moet leerlingen, ouders en onderwijspersoneel een plek bieden waar ze veilig zijn en waar ze zich veilig voelen. Veiligheid is meer dan de afwezigheid van geweld. Het is ook meer dan veilige speeltoestellen en een brandalarm - de fysieke veiligheid. In een veilig schoolklimaat worden veiligheidsrisico’s geminimaliseerd en incidenten zoveel mogelijk voorkomen. Omringende voorzieningen als maatschappelijk werk, jeugdzorg en justitie worden indien nodig bij de afstemming betrokken. Het Ministerie ondersteunt scholen bij het verbeteren van alle vormen van veiligheid, onder meer met campagnes als De veilige school, gericht op sociale veiligheid of Veiligheid op de basisschool: Werken aan een school zonder ongelukken, gericht op fysieke veiligheid op basisscholen. De overheid is degene die bekostiging van mensen en middelen voor op school mogelijk maakt:. Voor beiden, school en overheid, geldt dat veiligheid een eis van kwaliteit is, en dus een kwestie van beleid. Soms komt dat tot uiting in algemene regels en voorzieningen, vaak is daarvoor maatwerk aan de orde. De AVS zit samen met de andere onderwijsorganisaties in de klankbordgroep van het ministerie waarin zaken aangaande sociale veiligheid ter advies worden voorgelegd. Ook kan de klankbordgroep zelf met voorstellen komen. Deze klankbordgroep komt 4 keer per jaar bij elkaar. Meer informatie Website ministerie OCenW Website De Veilige School

Nieuws

Al het nieuws over veiligheid

Veelgestelde vragen

  • We willen camera’s laten plaatsen. Hoe zit het met de regels rond dit onderwerp?

    Op scholen hangen steeds vaker camera’s. Bijvoorbeeld om vernielingen of diefstal tegen te gaan. Maar de inbreuk op de privacy van leerlingen, leerkrachten en bezoekers is groot. Daarom mogen scholen alleen camera’s ophangen als zij aan een aantal voorwaarden voldoen. Ook moeten zij ervoor zorgen dat de inbreuk op de privacy zo klein mogelijk is. Een camera in bijvoorbeeld een toilet of kleedhokje gaat te ver, omdat mensen dan bloot in beeld kunnen komen.

    Gerechtvaardigd belang
    De school moet een gerechtvaardigd belang hebben voor het cameratoezicht. Bijvoorbeeld diefstal tegengaan of leerlingen, leerkrachten en bezoekers beschermen.

    Noodzaak cameratoezicht
    Het cameratoezicht moet noodzakelijk zijn. Dat wil zeggen dat de school het doel niet op een andere manier kan bereiken. Is er geen andere mogelijkheid, die minder ingrijpend is voor de privacy? Dat moet de school eerst nagaan.
    Ook mag het cameratoezicht niet op zichzelf staan. Het moet onderdeel zijn van een totaalpakket aan maatregelen.

    Privacytoets
    De school moet eerst een privacytoets uitvoeren. Dit betekent dat de school de belangen van de leerlingen, leerkrachten en bezoekers afweegt tegen het eigen belang.
    Ook moet de school de plannen vooraf met de medezeggenschapsraad bespreken.

    DPIA
    Zet de school grootschalig en/of systematisch cameratoezicht in om diefstal tegen te gaan of leerlingen, leerkrachten en bezoekers te beschermen? Dan moet de school een data protection impact assessment (DPIA) uitvoeren.
    Dit is bijvoorbeeld zo als de school structureel of gedurende een langere periode cameratoezicht inzet voor dit doel.
    Wil de school een verborgen camera (heimelijk cameratoezicht) inzetten? Dan moet de school hiervoor altijd een DPIA uitvoeren. Ook als het heimelijk cameratoezicht incidenteel is.

    Rechten leerlingen, leerkrachten en bezoekers
    De school moet ervoor zorgen dat de leerlingen, leerkrachten en bezoekers weten dat er een camera hangt en voor welk doel deze er hangt. Bijvoorbeeld door bordjes op te hangen.
    Daarnaast geeft de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) de volgende privacyrechten aan betrokkenen:

    • het recht om gegevens (camerabeelden) in te zien;
    • het recht om vergeten te worden;
    • het recht op beperking van de verwerking;
    • het recht om bezwaar te maken tegen het gebruik van persoonsgegevens.

    Bewaartermijn camerabeelden
    De school mag de camerabeelden niet langer bewaren dan noodzakelijk is. De richtlijn hiervoor is maximaal 4 weken.
    Maar is er een incident vastgelegd, zoals diefstal? Dan mag de school de betreffende beelden bewaren tot dit incident is afgehandeld.

    Mag een school een verborgen camera gebruiken?
    Nee, normaal gesproken mag dat niet. Maar heeft een school duidelijke vermoedens van bijvoorbeeld diefstal of fraude door leerlingen of leerkrachten? Dan kan de school onder bepaalde voorwaarden gebruikmaken van een verborgen camera (heimelijk cameratoezicht).

    Voorwaarden verborgen camera

    De school mag alleen een verborgen camera gebruiken als de school in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoet:

    • Het lukt de school niet, ondanks allerlei inspanningen, om een eind te maken aan de diefstal of fraude.
    • Het gebruik van de verborgen camera is tijdelijk (permanent heimelijk cameratoezicht is nooit toegestaan!).
    • De inbreuk op de privacy van de leerlingen, leerkrachten en bezoekers is zo klein mogelijk. Een camera op bijvoorbeeld het toilet gaat te ver, omdat mensen dan bloot in beeld kunnen komen.
    • De school heeft de leerlingen en leerkrachten er vooraf op gewezen dat verborgen camera’s in bepaalde situaties (diefstal of fraude) mogelijk zijn. Bijvoorbeeld in een reglement cameratoezicht.
    • De school informeert de betrokken leerlingen en leerkrachten achteraf over het gebruik van de verborgen camera.
    • De school heeft toestemming van de medezeggenschapsraad voor het gebruik van een verborgen camera.
    • De school heeft een data protection impact assessment (DPIA) uitgevoerd. Tenzij het gaat om bestaand beleid voor de inzet van heimelijk cameratoezicht. En de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) dit beleid in het verleden al heeft goedgekeurd en de verwerking in de tussentijd niet is veranderd.
    • Is uit de DPIA naar voren gekomen dat de beoogde inzet van (verborgen) camera’s een hoog privacyrisico oplevert? En lukt het de school niet om maatregelen te vinden om dit risico te beperken? Dan moet de school met de AP overleggen voordat hij met het cameratoezicht start. Dit wordt een voorafgaande raadpleging genoemd.

    Bron: Autoriteit Persoonsgegevens

  • Is een verklaring omtrent gedrag noodzakelijk voor onderwijspersoneel bij een IKC?

    Vanaf 1 maart 2018 moet iedereen die werkt of woont op een plek waar kinderen worden opgevangen, zich inschrijven in het personenregister kinderopvang. Op die manier kan de overheid vaste én tijdelijke medewerkers continu screenen. Zo wordt de kinderopvang veiliger gemaakt.

    Voor de registratie is onder andere een geldige verklaring omtrent gedrag nodig. Of dat ook noodzakelijk is voor onderwijspersoneel, dat samenwerkt met de kinderopvang, ligt aan de situatie. In principe hoeft enkel het personeel dat werkt in de kinderopvang zich in te schrijven in het register. Het wordt echter een ander verhaal als de leerkrachten (en overig personeel) van de school, werkzaamheden verrichten voor de kinderopvang. In dat geval moeten de leerkrachten(en overig personeel) die (deels) werkzaam zijn in of voor de kinderopvang zich wel inschrijven. Het gaat er om of het onderwijspersoneel “structureel aanwezig” is. De algemene richtlijn voor “structureel aanwezig” is iemand die minstens 1 keer in de 3 maanden minimaal een halfuur tijdens opvanguren op de locatie is.
     
    Als leerkrachten en overig personeel werkzaamheden verrichten voor de kinderopvang en zij zich dus wel moeten inschrijven in het Personenregister, kan het inderdaad kloppen dat het hen niet lukt om zich met een verklaring omtrent gedrag van na 1 maart 2013 in te schrijven in het Personenregister kinderopvang. Dit komt omdat zij werkzaam zijn voor een organisatie (onderdeel) buiten het Landelijk Register Kinderopvang, welke niet kon worden/werd meegenomen in de zogenaamde ‘bestandsopbouw’ die tot 1 maart 2018 de basis vormde voor de continue screening. Hierdoor zijn deze personen dus ook nooit continu gescreend en zullen zij, als ze zich wel moeten inschrijven in het Personenregister kinderopvang, dit moeten doen met een nieuwe verklaring omtrent gedrag.

    Voor meer informatie, zie: www.duo.nl/personenregisterkinderopvang en www.rijksoverheid.nl