Op scholen hangen steeds vaker camera’s, bijvoorbeeld om vernielingen of diefstal tegen te gaan. Maar de inbreuk op de privacy van leerlingen, leerkrachten en bezoekers is groot. Daarom mag je alleen camera’s ophangen als je aan een aantal voorwaarden voldoen. Je moet er onder andere voor zorgen dat de inbreuk op de privacy zo klein mogelijk is. Zo gaat het ophangen van een camera in bijvoorbeeld een toilet of kleedhokje veel te ver, ook al worden daar wel eens vernielingen of diefstallen gepleegd!
De school moet een gerechtvaardigd belang hebben voor het cameratoezicht. Het cameratoezicht moet noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld om diefstal tegen te gaan of leerlingen, leerkrachten en bezoekers te beschermen. Cameratoezicht is een uiterste middel, je moet allereerst nagaan of je je doel niet op een andere, minder ingrijpende manier bereiken. Ook mag het cameratoezicht niet op zichzelf staan. Het is altijd een onderdeel van een totaalpakket aan maatregelen.
Je moet eerst een privacytoets uitvoeren. Dit betekent dat je de belangen van de leerlingen, leerkrachten en bezoekers afweegt tegen het belang van de school. Ook moet je de plannen vooraf met de medezeggenschapsraad bespreken.
Scholen moeten volgens de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) privacyrisico’s in kaart brengen bij het gebruik van persoonsgegevens. Bij nieuwe software, grote updates of nieuwe samenwerkingen is een risicobeoordeling, een zogeheten DPIA verplicht. Met een pre-DPIA kun je als school vooraf vaststellen of er sprake is van een hoog privacyrisico. Als dat het geval is, dan moet je een volledige DPIA uitvoeren.
Zet je systematisch cameratoezicht in om diefstal tegen te gaan of leerlingen, leerkrachten en bezoekers te beschermen? Dan moet je sowieso een DPIA uitvoeren.
Een verborgen camera mag normaal gesproken niet. Maar is er bijvoorbeeld vaak sprake van diefstal of fraude op het werk? Dan mag je als werkgever onder strenge voorwaarden een verborgen camera gebruiken. Een DPIA is dan altijd verplicht. Ook als het heimelijk cameratoezicht incidenteel is.
De school moet ervoor zorgen dat de leerlingen, leerkrachten en bezoekers weten dat er een camera hangt en voor welk doel deze er hangt, bijvoorbeeld door bordjes op te hangen. De AVG kent de volgende privacyrechten toe aan betrokkenen:
– het recht om gegevens (camerabeelden) in te zien;
– het recht om vergeten te worden;
– het recht op beperking van de verwerking;
– het recht om bezwaar te maken tegen het gebruik van persoonsgegevens.
Je mag de camerabeelden niet langer bewaren dan nodig. De richtlijn hiervoor is maximaal vier weken. Maar is er een incident vastgelegd, bijvoorbeeld een diefstal? Dan mag je de betreffende beelden bewaren tot dit incident is afgehandeld.
Wil je meer informatie? De website van de Autoriteit Persoonsgegevens heeft een aparte themapagina over cameratoezicht. Heb je een (zeer) specifieke vraag? Neem dan contact op met de AVS Helpdesk (alleen voor leden).
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 3 september 2025