Relevante onderwerpen
Wil je als schoolleider extra activiteiten – zoals excursies of sportdagen – voor álle leerlingen mogelijk houden? Met een bovenschools fonds verdeel je vrijwillige ouderbijdrage eerlijker tussen scholen. De handreiking Bovenschools fonds voor de vrijwillige ouderbijdrage helpt je op weg met praktische tips en herkenbare voorbeelden. De meerwaarde De handreiking is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van OCW en laat zien wanneer zo’n fonds echt meerwaarde heeft. Of het...
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) stelt dit jaar maar liefst €11,2 miljoen beschikbaar om scholen te ondersteunen in het integreren van financiële educatie. Een belangrijke kans die jij als schoolleider niet mag missen, want jij draagt de verantwoordelijkheid voor het creëren van een leeraanbod dat niet alleen passend is, maar ook toekomstgericht. De aanvraagperiode voor deze subsidie loopt van 5 maart tot en met 12 mei 2025. De subsidieregeling financiële...
AVS heeft deze week, samen met twaalf andere partijen, een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin we oproepen om de ouderbijdrage definitief af te schaffen. De vrijwillige ouderbijdrage is al langere tijd onderwerp van gesprek. In augustus 2021 werd de initiatiefwet van Kwint en Westerveld in werking gesteld, waardoor kinderen niet langer mochten worden uitgesloten van schoolactiviteiten wanneer er geen ouderbijdrage is betaald. Dit om te voorkomen dat de verschillen tussen scholen...
Wil je een grote opdracht verstrekken? Dan is de kans groot dat je Europees moet aanbesteden. Als de geraamde waarde van een opdracht evenveel of meer is dan het Europese drempelbedrag, dan is Europees aanbesteden verplicht. De Europese Commissie stelt elke twee jaar nieuwe drempelwaarden vast. Wil je weten wat de meest recente drempelwaarden zijn? Ga dan naar de website van PIANOo en voer de zoekterm “Nieuwe drempelwaarden” in.
PIANOo is het Expertisecentrum Aanbesteden van het ministerie van Economische Zaken.
26 november 2025
Gemeenten en scholen krijgen geld van de Rijksoverheid om voorschoolse (kinderopvang) en vroegschoolse (onderwijs) educatie aan te bieden. De overheid gaat er bij de verdeling van het geld van uit dat het risico op onderwijsachterstanden te maken heeft met de omgeving waarin het kind opgroeit.
Sinds de jaren zeventig voert Nederland beleid om de onderwijskansen voor kinderen uit achterstandsmilieus te vergroten. Tot 2019 werd er gewerkt met de zogenaamde gewichtenregeling. Sinds 2019 verdeelt het ministerie de middelen over scholen in het primair onderwijs en gemeenten aan de hand van achterstandsscores per school en gemeente. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekent deze scores – die de verwachte achterstandenproblematiek op scholen en gemeenten uitdrukken – met behulp van een onderwijsachterstandenindicator.
Alle informatie over de onderwijsachterstandenindicator vind je op de website van het CBS. Hier vind je de meest recente cijfers.
De achterstandsscores kunnen fluctueren. Wil je wat meer weten over hoe dat in mekaar zit, lees dan de brochure Fluctuaties achterstandsscores scholen primair onderwijs.
De Rijksoverheid geeft gemeenten geld voor voorschoolse educatie op de kinderopvang.
De Rijksoverheid geeft scholen geld voor vroegschoolse educatie en gebruikt sinds 1 augustus 2019 een nieuwe methode die fouten van scholen voorkomt en minder administratieve lasten met zich meebrengt.
De nieuwe methode gaat uit van een vast bedrag. Dit bedrag is jaarlijks beschikbaar voor scholen en gemeenten voor onderwijsachterstandenbeleid. De overheid verdeelt de bedragen tussen de scholen. Op basis van data over achtergrondkenmerken van ouders berekent het CBS hoeveel risico op achterstand elke basisschoolleerling loopt. Scholen met voldoende kinderen die behoren tot de groep met de grootste risico op onderwijsachterstand, komen op basis van hun achterstandsscores in aanmerking voor extra geld. Dat extra geld neemt toe naarmate de school meer kinderen heeft met een groot risico op achterstanden, en naarmate het risico zelf ook groter is.
Vijf kenmerken bepalen het risico op een onderwijsachterstand in de onderwijsachterstandenregeling:
– het opleidingsniveau van beide ouders;
– het herkomstland van de moeder;
– de verblijfsduur van de moeder in Nederland;
– het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school;
– of de ouders in de schuldsanering zitten.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 16 november 2025
Wil je weten of berekenen hoeveel budget jouw school heeft voor
dan kun je het best navigeren naar de website van de PO-Raad.
De verdeling van de werkdrukmiddelen en de inzet van de scholingsgelden voor basisvaardigheden zijn onderdeel van het werkverdelingsplan (artikel 2.2 lid 7 9de en 11de gedachtestreepje CAO PO).
Artikel 9.3a CAO PO gaat over de professionalisering gericht op de basisvaardigheden van leerlingen, op grond van het Onderwijsakkoord Samen voor het beste Onderwijs (2022).
Artikel 9.7 CAO PO gaat over het professionaliseringsbudget (en de registratie bij Ascenda v/h Schoolleidersregister PO) van directeuren en adjunct-directeuren.
Informatie over de introductie en begeleiding van startende leraren en schoolleiders vind je in artikel 9.5 CAO PO.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 16 november 2025
Op 1 januari 2023 is de Wet vereenvoudiging grondslagen bekostiging ingevoerd. Scholen voor basisonderwijs en gespecialiseerd onderwijs krijgen vanaf die datum een basisbedrag per leerling en per school toegekend. Schoolbesturen kunnen dit geld naar eigen inzicht besteden (allocatiebeleid!!). Het volledige budget wordt sinds die tijd per kalenderjaar vastgesteld. Doel was en is om de bekostiging eenvoudiger, duidelijker en meer inzichtelijk te maken.
– Jouw school ontvangt één basisbedrag per leerling en per school. Je krijgt niet langer aparte budgetten voor personeel en materiële instandhouding. Onder materieel wordt onder meer verstaan leermiddelen, meubilair en onderhoud van de gebouwen.
– De honderddertig rekenregels die golden voor het maken van het financieel plan zijn teruggebracht naar ongeveer dertig regels. Dat maakt de berekening en de verdeling van het budget eenvoudiger. Ook kan de medezeggenschapsraad of de Raad van Toezicht de bekostiging makkelijker controleren. Nadeel: voor een aantal onderwerpen (bijvoorbeeld je werkdrukgelden) wordt het lastiger om de bedragen terug te vinden.
– Het kostenplaatje wordt per kalenderjaar in plaats van per schooljaar vastgesteld. Zo krijg je als school gelijk inzicht in het volledige financiële overzicht.
– Het aantal leerlingen dat een school heeft, was en blijft belangrijk voor de hoogte van het bedrag dat jouw school ontvangt. De teldatum is nu 1 februari van het vorige kalenderjaar (T-1). Voorbeeld: het bedrag voor het kalenderjaar 2026 wordt vastgesteld met als teldatum 1 februari 2025.
– De invoering van deze nieuwe manier van bekostiging kan betekenen dat een schoolbestuur vanaf 2023 iets meer of iets minder te besteden heeft. Voor de eerste drie jaren geldt een overgangsregeling. Daarmee krijg je als school(bestuur) de tijd om je uitgaven aan te passen aan de nieuwe situatie. De overgangsregeling loopt af op 1 januari 2026.
• Download de brochure Vereenvoudiging bekostiging PO via deze link.
• Bel of mail met de AVS Helpdesk (gratis voor leden).
Voor informatie over dit onderwerp verwijzen we je door naar de Belastingdienst: actuele informatie over de btw-vrijstelling.
Het antwoord op deze vraag is gecontroleerd op 19 december 2024
Q Waar vind ik het Werkdrukakkoord 2018?
A Je kunt het hier downloaden.
Q Moet de PGMR of PMR instemmen met de bestedingsplannen uit het Werkdrukakkoord 2018?
A De PMR heeft instemmingsrecht op het bestedingsplan, niet de PGMR. Werkdrukmiddelen zijn dus een schoolse aangelegenheid. Dat laatste is trouwens een van de uitgangspunten van het Werkdrukakkoord 2018 (zie 2. Uitgangspunten van de aanpak, blz. 2 Werkdrukakkoord 2018).
Q Waar staat dat de PMR instemmingsrecht heeft?
A Dat lees je in de CAO PO (artikel 2.2 lid 7 negende gedachtestreepje, en lid 10).
Q Waar moeten we als team over praten als het gaat om het werkdrukakkoord?
A Als directeur voer je het gesprek over de knelpunten die medewerkers ervaren en over de oplossingen die zij hiervoor voorzien en bepalen. Dat vormt de basis voor het bestedingsplan.
Q Wie maakt het bestedingsplan?
A Als directeur stel jij het bestedingsplan op. De input wordt geleverd door het hele schoolteam inclusief jezelf want de werkdrukgelden zijn er ook voor directeuren.
Q Hoe weten wij op school achteraf of het geld inderdaad aan vermindering van de werkdruk is uitgegeven?
A Als directeur informeer je na afloop van het schooljaar de PMR van je school (BRIN-niveau) over de besteding van de extra werkdrukmiddelen. Over middelen die (nog) niet zijn besteed, maak je met het team en de PMR nadere afspraken aansluitend bij de doelen en verwachtingen van het bestedingsplan.
Q Op welk bedrag hebben wij recht?
A Je school krijgt een bedrag dat afhankelijk is van het leerlingenaantal. Op de website van de PO-Raad vind je een rekentool waarmee je kunt nagaan welk bedrag jouw school krijgt voor de vermindering van werkdruk. Je kunt ook kijken in de Staatscourant waarin de Regeling bekostiging wordt gepubliceerd: de bedragen voor de werkdrukmiddelen (bedrag per leerling) worden genoemd in de Toelichting op de regeling (bijvoorbeeld voor de bekostiging 2025: zie Staatscourant 2024 nr. 34584, pagina 19).
Q Mag mijn bestuur bepalen hoe (een deel van) het geld besteed wordt?
A Nee, dat mag het bestuur niet. De middelen die het kabinet ter beschikking stelt voor de beheersing van werkdruk, komen ter beschikking aan teams in scholen. Zij kiezen zelf welke maatregelen er in hun school worden genomen om de werkdruk te verminderen.
Q Mijn bestuur zegt dat het geld niet structureel beschikbaar is, klopt dat?
A Nee, dat klopt niet. De werkdrukmiddelen zijn structurele middelen. Ze zijn wel onderdeel van de lumpsum.
Q Welke richtlijnen mag een schoolbestuur meegeven aan het team?
A Een schoolbestuur mag niet bepalen waar het geld voor werkdrukverlaging aan wordt besteed, maar een schoolbestuur kan wel enkele richtlijnen meegeven. Het in dienst nemen van personeel kan leiden tot verplichtingen (vast dienstverband) en dus gevolgen hebben voor kosten op de lange termijn. Een team mag natuurlijk kiezen voor het aannemen van personeel, maar een schoolbestuur mag bepalen onder welke voorwaarden dit kan gebeuren. Dat is nodig, want het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit maar ook voor de financiën op de langere termijn.
Q Ons schoolbestuur krijgt te maken met bezuinigingen (krimp, onderwijsachterstandsmiddelen) en daardoor moeten er medewerkers worden ontslagen. Hoe verhoudt dit zich tot de werkdrukmiddelen?
A Het team mag bepalen hoe de werkdrukmiddelen worden ingezet, natuurlijk mogen zij kiezen voor behoud van personeel.
Q Waar vind ik het Eindrapport onderzoek werkdrukakkoord (december 2024)?
A Je kunt het rapport hier vinden.
Het antwoord op deze vraag is gecontroleerd op 18 december 2024
Wil je een nieuwe school stichten? Ben je bang dat je school te weinig leerlingen heeft en onder de opheffingsnorm komt?
Artikel 76 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) gaat over de stichtingsnorm. Je leest er onder andere het volgende (lid 2): “Bij ministeriële regeling wordt voor elke gemeente een stichtingsnorm vastgesteld welke 10/6 bedraagt van de voor de gemeente geldende opheffingsnorm berekend op grond van artikel 140. De uitkomst wordt afgerond, waarbij de decimalen worden verwaarloosd indien het eerste cijfer achter de komma kleiner is dan 5 en de decimalen worden verwaarloosd en het getal verhoogd met 1 indien het eerste cijfer achter de komma gelijk is aan of groter is dan 5. De stichtingsnorm bedraagt minimaal 200.”
In artikel 140 WPO staat dat voor iedere gemeente een opheffingsnorm wordt vastgesteld op basis van de leerlingdichtheid in die gemeente, en aan de hand van de in het artikel genoemde formule.
Voor de meest recente cijfers (normen) moet je de Regeling aanpassing van de stichtings- en opheffingsnormen voor het basisonderwijs in 2023 raadplegen. Die is op 28 oktober 2022 in de Staatscourant gepubliceerd. De volgende regeling wordt in 2027-2028 verwacht. De regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2023 en vervalt met ingang van 1 augustus 2028.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 17 juni 2025
Met de Wet vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen van 28 oktober 2020 wordt de bekostiging van het voortgezet onderwijs vereenvoudigd. De wet is in werking getreden op 1 oktober 2021, met dien verstande dat artikel I, onderdelen C en F, artikel II, onderdeel D, en artikel III, onderdelen D en F, voor het eerst toepassing vonden met betrekking tot de berekening van de bekostiging over het kalenderjaar 2022.
De vereenvoudiging van de bekostiging leidt tot een andere verdeling van de beschikbare middelen in de bekostiging van het voortgezet onderwijs, wat leidt tot herverdeeleffecten.
Wet-vereenvoudiging-grondslagen-bekostiging-vo.pdf
Regeling overgangsbekostiging-vo.pdf
Het antwoord op deze vraag is gecontroleerd op 16 november 2025
Ja. Indien een vrouwelijke medewerker ziek is als gevolg van haar zwangerschap, dan komt zij in aanmerking voor een uitkering op grond van de Ziektewet. In deze wet is het volgende bepaald:
Nadat het recht op uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, derde lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg is geëindigd, heeft de vrouwelijke verzekerde, indien zij aansluitend ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap, recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon, zolang die ongeschiktheid duurt, doch ten hoogste gedurende 104 aaneengesloten weken. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag nadat het recht op uitkering, bedoeld in de eerste zin, is geëindigd.
Op grond van het bepaalde in artikel 4 van de Regeling Ziekte en arbeidsongeschiktheid primair onderwijs (ZAPO), Bijlage XVI CAO PO 2019 – 2020, hebben personeelsleden recht op 100% doorbetaling gedurende het eerste ziektejaar. Daarna wordt het salaris met 30% gekort over de ziekte-uren.
In lid 3 van genoemd artikel wordt de uitzondering voor ziekte, zwangerschaps- en bevallingsverlof nader beschreven.
Het in 2019 verlopen sponsorconvenant is na een uitgebreide evaluatie in september 2020 vernieuwd. De geüpdatete afspraken zijn een handreiking om scholen te helpen bij het nemen van zorgvuldige en transparante beslissingen over het aangaan van sponsorovereenkomsten. In het Sponsorconvenant 2020 – 2022 zijn enkele spelregels geformuleerd die scholen helpen om sponsorovereenkomsten op een zo positief mogelijke manier in te zetten.
Belangrijke uitgangspunten bij sponsoring in het onderwijs:
– de samenwerking mag de ontwikkeling van kinderen niet schaden;
– de onderwijsinhoud mag niet worden beïnvloed;
– het uitvoeren van de kernactiviteiten van de school mag niet afhankelijk van sponsoring worden;
– de medezeggenschapraad moet ingestemd hebben met de sponsorovereenkomst. Dit is ook geregeld bij wet.
Voor het Sponsorconvenant is ook een handige factsheet gemaakt (zie downloads).