In het eerste ziektejaar ontvangt elke zieke medewerker 100% van zijn of haar salaris, dus ook de vrouwelijke medewerker die ten gevolge van bevalling en/of zwangerschap langdurig ziek is.
Om in het tweede ziektejaar de hoogte te bepalen van de uitkering van een vrouwelijke medewerker die arbeidsongeschikt is na haar zwangerschaps- en bevallingsverlof, en bij wie de arbeidsongeschiktheid een gevolg is van de zwangerschap en/of bevalling, geldt het volgende:
1. Uitgangspunt: zij ontvangt 100% van haar dagloon.
2. Als haar dagloon hoger is dan het maximumdagloon (UWV), dan ontvangt ze 100% van het maximumdagloon.
3. Als 70% van haar salaris hoger is dan 100% van het maximumdagloon, dan ontvangt ze gewoon 70% van haar salaris.
Wie arbeidsongeschikt is door ziekte, heeft gedurende 104 weken recht op 70% van zijn of haar loon. Gedurende week 1 t/m 52 mag het uitgekeerde bedrag niet lager zijn dan het wettelijk minimumloon (artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek).
De CAO PO regelt dit beter voor de werknemers in het primair onderwijs. Op grond van artikel 4 lid 1 van de Regeling Ziekte en arbeidsongeschiktheid primair onderwijs (ZAPO, bijlage XVII van de CAO PO), hebben werknemers recht op 100% doorbetaling gedurende het eerste ziektejaar. Daarna ontvangt de medewerker 70% (niet gemaximeerd) van zijn of haar salaris en 100% voor uren waarin de medewerker re-integratiewerkzaamheden* verricht, en voor opgenomen vakantieverlof.
*Ter informatie: zie ook het antwoord op de veelgestelde vraag “Wat wordt onder arbeid op therapeutische basis verstaan?”
We zoomen nu in op de vrouwelijke medewerker die na haar zwangerschaps- en bevallingsverlof arbeidsongeschikt is, en bij wie de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van de zwangerschap en/of de bevalling. Voor deze werkneemster regelt de Ziektewet extra bescherming (artikel 29a lid 4). De medewerkster heeft in dit geval namelijk gedurende 104 weken recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon. Voor medewerkers die vallen onder de CAO PO, is dit dus in het tweede ziektejaar van belang (zie: Het korte antwoord)!
Met dagloon wordt bedoeld: het sv-loon (zie hieronder) van één jaar gedeeld door 261 (= het gemiddelde aantal dagloondagen in één jaar). Het bedrag van het dagloon is altijd hoger dan de 70% van het salaris, genoemd in artikel 4 lid 1 van de ZAPO. Maar… het UWV maximeert het dagloon! Lees verder.
Het UWV hanteert het zogenaamde maximumdagloon. Als het dagloon van de medewerkster hoger is dan het maximumdagloon, dan ontvangt ze daarom een lager bedrag dan haar dagloon. Het maximumdagloon wordt door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid elk jaar in januari en juli opnieuw vastgesteld op basis van de algemene loonontwikkeling in Nederland.
Met ingang van 1 juli 2026 bedraagt het maximum dagloon € 309,91 bruto (inclusief vakantiegeld). Voor het meest actuele maximumdagloon kun je terecht op de website van het UWV. Daar wordt ook uitgelegd hoe het maximum dagloon tot stand komt.
Het sv-loon (sociaal verzekeringsloon) bepaalt hoe hoog de uitkering is (in dit geval op basis van de Ziektewet) als iemand werkloos, ziek of arbeidsongeschikt is. Het sv-loon is het deel van het inkomen waarover de werkgever belastingen en sociale premies betaalt. Meer informatie over het sv-loon vind je op de website van het UWV.
Neem dan contact op met de AVS Helpdesk.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 17 oktober 2026