In artikel 13 lid 1 van de Regeling ziekte- en arbeidsongeschiktheid primair onderwijs (ZAPO, bijlage XVII van de CAO PO) en in artikel 13 onder b van de Ziekte- en arbeidsongeschikheidsregeling voortgezet onderwijs (Zavo, bijlage 11 CAO VO), wordt arbeid op therapeutische basis als volgt bepaald:
1. de activiteiten moeten binnen een van tevoren aangegeven periode uitgevoerd worden;
2. de periode mag niet langer dan zes weken zijn;
3. de werkzaamheden moeten deel uitmaken van een opbouwend re-integratietraject;
4. het mag geen bestaande functie zijn die in de CAO staat omschreven;
5. het moet een gecreëerde functie zijn;
6. er moet te allen tijde begeleiding aanwezig zijn;
7. de persoon moet op elk moment weg kunnen gaan.
Het gaat, kort samengevat, om activiteiten zonder loonwaarde die over een beperkte periode plaatsvinden. Formeel blijft sprake van ziekteverlof. In de praktijk is het lastig om de re-integratieactiviteit aan alle genoemde voorwaarden te laten voldoen, en is er dus zelden sprake van arbeid op therapeutische basis!
Als het wel om arbeid op therapeutische basis gaat, dan valt dat werk onder de condities van het ziekteverlof zoals die gelden op het moment van de uitvoering van de werkzaamheden. Zoals hierboven reeds gesteld, is er meestal geen sprake van arbeid op therapeutische basis en moet je werknemer gewoon weer 100% salaris ontvangen en beter worden gemeld voor de uren die hij of zij werkt.
Op de AVS helpdesk merken we dat directeuren medewerkers maandenlang laten werken zogenaamd op arbeidstherapeutische basis, omdat betermelding leidt tot minder inkomsten voor de vervanging… Begrijpelijk, maar zo werkt het dus niet.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 31 juli 2025