
Inclusief onderwijs dreigt vast te lopen. AVS en zeven onderwijsorganisaties hebben gezamenlijk een brandbrief opgesteld en op 21 mei ’26 naar de Tweede Kamer gestuurd. De brief is hier te lezen.
Prima brief overigens.
Ergens las ik dat inclusief onderwijs alleen zal slagen als er ondubbelzinnig voor gekozen wordt. Ik moest het een paar keer lezen. Toen snapte ik wat daar eigenlijk stond. Het lukt pas als je echt wilt.
En daar zit-ie.
In een verdeeld land waar ‘inclusie’ voldoende reden is om strijdvlaggen op te pakken en in opstand te komen tegen alles wat anders is, waar ‘inclusie’ een electoraal risico is, waart een tijdsgeest rond die vooral exclusie predikt.
We roepen al jaren in het onderwijs dat elk kind erbij hoort, maar handelen daar niet naar. Laat staan dat we ons verdiepen in wat het kind eigenlijk van ons vraagt. We zijn onvoldoende toegerust om inclusief onderwijs vorm te geven, omdat we er gedeelde beelden van hebben, nauwelijks weet hebben omdat het ons onzeker maakt. En omdat we er eigenlijk geen zin in hebben – onder invloed van heersende opvattingen, gevangen in adem van de tijdsgeest.
We wijzen dan naar grote klassen, naar het tekort aan onderwijsmensen. We vinden dat leerlingen steeds meer van ons vragen. Of hun ouders. We wijzen naar gebouwen die ongeschikt zijn voor inclusief onderwijs.
Jongens, als we willen kunnen we in de oude schuur van mijn opa nog goed lesgeven. Als we werkelijk willen. En stofnesten weghalen.
Als we werkelijk willen slagen in inclusief onderwijs, zijn ‘draconische’ maatregelen nodig. We moeten de muren uit onze gesloten systemen slopen, eigen drempels weghalen en bouwen aan schuren scholen waarin werkelijk elk kind welkom is – ongeacht afkomst, kleur, twee vaders of religie.
Ik maak er geen vrienden mee, maar kijk ook eens naar Artikel 23.*
Hoewel het artikel gaat over vrijheid van onderwijs, is de uitwerking ervan dat niet. Op basis van dit artikel worden nog te veel kinderen uitgesloten en hebben we veel te veel gebouwen nodig. Er zijn dorpen waar drie schoolgebouwen op een half voetbalveld staan, alle drie met eigen signatuur en alle drie met tekorten op het gebied van personeel.
De kinderen van deze drie scholen gaan wel naar dezelfde voetbalclub, hun ouders doen boodschappen in dezelfde supermarkt.
De grootste belemmering voor het slagen van inclusief onderwijs is de doctrine van Artikel 23. Maak alles openbaar, maak alles toegankelijk voor iedereen.
We kunnen wel samen picknicken in het park, een kinderboerderij bezoeken, Koningsdag vieren, een goede wijn halen bij de enige slijterij in het dorp, maar het onderwijs houden we klem in een verzuild kaste-systeem – daar waar we gelijkheid pretenderen, maar het niet doen.
In de brief staat het al: het lukt pas als we het echt willen.
Ik stel voor dat deze brandcolumn als PS aan de brief wordt toegevoegd.
* Om het artikel nog eens te lezen: Artikel 23: Het openbaar en bijzonder onderwijs | De Nederlandse Grondwet