‘Oehoe, oehoe. OOEHOE, OEHOE!’ Daar stond hij, de grote jongen uit groep 4, op zijn tenen en met zijn armen gestrekt een toekan uit te beelden. Althans, dat dacht hij te doen. De kinderen uit zijn klas kraakten hun hersenen over wat dit nou toch voor een vreemde vogel kon zijn. Een uil? Een papegaai? Een roofvogel misschien?

Er was iets hilarisch en tegelijk iets pijnlijks en treffends aan het beeld van de jongen die zo zijn best deed om deze unieke vogel uit te beelden, maar door niemand begrepen werd. Willen niet alle kinderen worden gezien om wie ze zijn, met hun eigen roep en kleur? En hoe goed zijn we hier in het onderwijs toe in staat, met een systeem dat probeert om kinderen zoveel mogelijk op dezelfde manier te benaderen? Het triggerde me op een bepaalde manier.

De jongen was er inmiddels klaar mee en gaf het op. ‘Het was een TOEKAN’, riep hij alsof we allemaal even wakker moesten worden geschud en volledig hadden gemist wat hij aan het doen was. De kinderen en ik knikten schuldbewust. Missen we niet ontzettend veel van wat kinderen ons willen zeggen doordat we ons vooral richten op wat wij willen en vinden dat kinderen zouden moeten leren? Sluiten we wel voldoende aan op hún belevingswereld en op wat een veranderende maatschappij van mensen vraagt? Allemaal vragen die mij richting geven in de keuze die ik ga maken voor een nieuwe school. Misschien zegt het, zo’n twee jaar nadat ik de overstap maakte en zij-instromend schoolleider werd, vooral veel over hoe ik zelf tegen het onderwijs aankijk. Ik vind het dus blijkbaar belangrijk om ruimte te geven aan toekans, die misschien niet helemaal aan een standaard voldoen. Ik vind het belangrijk dat kinderen hun eigen geluid laten horen. Ik wil dat kinderen echt worden gezien.

Ik vroeg de jongen of hij misschien nog een poging wilde wagen, terwijl zo’n tien andere kinderen hun vinger opstaken in de klas omdat zij ook graag aan de beurt wilden komen. Ik verwachtte een teleurgesteld ‘nee’. Maar hij zei: ‘Ja, ik weet wel een ander dier!’ Hij ging opnieuw voor de klas staan, rechtte zijn rug en gaf vervolgens een enorme brul. Meteen begonnen de andere kinderen te roepen: ‘ik weet het, ik weet het! Een leeuw, een LEEUW!’ Trots keek de jongen naar de klas en vervolgens naar mij. Er verscheen een dikke glimlach op zijn gezicht.

De bel ging en de kinderen renden allemaal naar buiten. Ik maakte nog even snel de tafels schoon en keek naar het schoolplein, waar alle kinderen inmiddels aan het spelen waren. En wat ik zag was een jungle met heel veel verschillende dieren, kleuren, geluiden en bewegingen!

Deze column is gepubliceerd in KADER 3. Update! Jawel, Jonneke heeft een nieuwe baan en is sinds 1 januari directeur van basisschool de Windroos in Wijk bij Duurstede.