In crisissituaties vraag je van alle betrokken veel.  De (G)MR houdt zich aan de bepalingen, die gesteld worden in de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). De WMS is niet aangepast aan de coronamaatregelen, maar je mag wel enige flexibiliteit aan de leden van de (G)MR vragen. Als de (G)MR dit niet wil dan is het helaas zo.

Welke rol heeft de (G)MR in tijden van crisis? Het medezeggenschapswerk ligt zeker niet stil. Het is juist verstandig om de (G)MR te blijven betrekken bij besluiten. Zo bundel je de krachten en kom je tot de beste oplossingen die op draagvlak kunnen rekenen. Dat is van belang, zeker als het lastige besluiten betreft.

Bij een crisis van deze omvang is het van belang samen zo veel mogelijk op te trekken. Het komt aan op infomeren en communiceren. Maar overheidsmaatregelen vereisen soms zodanige spoed dat het niet altijd haalbaar is om eerst met de (P)(G)MR overleg te plegen. Maatregelen vanuit RIVM en/of regering genieten te allen tijde voorrang. Achteraf over maatregelen en gevolgen voor beleid informeren is dan de taak van de overlegpartner. Stel je als overlegpartner* de vraag: is dit een noodmaatregel of is dit beleid?

Het is duidelijke dat de snel veranderende omstandigheden in de bestrijding van het virus soms snelle besluitvorming noodzakelijk maakt. Het is van belang om de medezeggenschapsraad goed mee te nemen opdat zij het besluitvormingsproces kritisch kunnen volgen. Als overlegpartner kun je denken aan de volgende zaken:

– Bespreek soepel om te gaan met termijnen. Bewaak daarbij de balans tussen snelheid en zorgvuldigheid. Spreek af hoe de (G)MR bij de besluitvorming betrokken wordt. Betrek (de voorzitter van) de (G)MR zoveel mogelijk bij de interne discussies die worden gevoerd en bij beslissingen die genomen worden.

In de WMS staan verschillende artikelen waarop de (G)MR zich kan beroepen:
Het belangrijkste artikel is artikel 10.1.e,een instemmingsrecht van de hele (G)MR op de regelingen op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn. Ook artikel 11.1.f, een adviesrecht voor de hele MR over de organisatie van de school, speelt hier een rol.

Bij het vormgeven van het thuisonderwijs komt het beleid rondom de voorzieningen
voor leerlingen in beeld. In het primair onderwijs is dat een instemmingsbevoegdheid van de oudergeleding (artikel 13.1.d).

Ook kan om organisatorische redenen afwijkingen van het vastgestelde vakantierooster nodig zijn. Het is een adviesbevoegdheid van de (G)MR (artikel 11 l, regeling van de vakantie).