De gelden voor professionalisering worden via de lumpsumbekostiging beschikbaar gesteld. Allereerst zijn er gelden voor de individuele professionalisering opgenomen in de CAO PO 2019-2020. Het gaat om een bedrag van € 3.000 per jaar per directielid in de A- of D-schaal en is niet afhankelijk van de werktijdfactor. Dat is vastgelegd in artikel 9.6, lid 3.

Voor de kalenderjaren 2020 en 2021 is dit bedrag verhoogd met € 100 per jaar voor de uitvoering van het ‘Convenant extra geld voor werkdrukverlichting en tekorten onderwijspersoneel in het funderend onderwijs 2020-2021’ van 1 november 2019. Zodat in totaal een bedrag van € 3.100 beschikbaar is. Dat is geregeld in artikel 9.8.

Daarnaast zijn voor alle personeelsleden professionaliseringsgelden beschikbaar, dus ook voor directieleden. Deze gelden zijn opgenomen in het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid. Dit is geld voor algemene scholing. Verder zijn er gelden voor scholingstrajecten in het zogenoemde Herfstakkoord van 2013 opgenomen. Deze gelden zijn niet geoormerkt en konden ook voor andere onderdelen worden gebruikt. De herfstgelden zijn inmiddels opgenomen in de lumpsumbekostiging.

Voor de schooljaren 2021 – 2022 en 2022 – 2023 is de “Regeling bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders” van 31 maart 2021 van toepassing. Deze regeling is in de plaats gekomen van de bedragen in de Prestatiebox. Het bedrag per leerling voor het schooljaar 2021 – 2022 is € 94,20.
Een en ander staat los van de opgedragen professionaliseringsactiviteiten zoals genoemd in artikel 9.4 van de CAO PO 2019-2020. De kosten hiervan komen volledig voor rekening van de werkgever.