Scholen voor het basisonderwijs en speciaal onderwijs krijgen vanaf 1 januari 2023 een basisbedrag per leerling en school. Schoolbesturen kunnen dit geld naar eigen inzicht besteden. Ook wordt het volledige bedrag vanaf dat moment per kalenderjaar vastgesteld. Zodat de volledige bekostiging op hetzelfde moment bekend is.

Het doel van de vereenvoudiging van de bekostiging in het basisonderwijs onderwijs en speciaal onderwijs op een rijtje:

– duidelijker maken: scholen krijgen 1 basisbedrag per leerling en per school. Zij krijgen niet langer aparte budgetten voor personeel en materieel. Materieel is onder andere leermiddelen en onderhoud van de gebouwen.

– eenvoudiger maken: de 130 rekenregels moeten naar ongeveer 30 regels. Dat maakt de berekening en de verdeling van het geld eenvoudiger voor de scholen. Ook wordt het voor de medezeggenschapsraad of de Raad van Toezicht van de school eenvoudiger om de bekostiging te controleren.

– beter voorspelbaar maken: De bekostiging wordt per kalenderjaar (in plaats van schooljaar) vastgesteld. Zo krijgen scholen op hetzelfde moment inzicht in de volledige bekostiging. Het aantal leerlingen dat een school heeft, is belangrijk voor de hoogte van het bedrag dat scholen krijgen. De teldatum gaat naar 1 februari van het vorige kalenderjaar. Voorbeeld: het bedrag voor het kalenderjaar 2023 wordt vastgesteld met de teldatum op 1 februari 2022. 

De invoering van de vereenvoudiging bekostiging verandert de manier van berekenen van het geld dat een schoolbestuur krijgt. Door deze andere berekening kan een schoolbestuur vanaf 2023 iets meer of iets minder geld krijgen.
Voor de eerste 3 jaren is er een overgangsregeling. Hierdoor krijgen scholen de tijd om hun uitgaven aan te passen aan de nieuwe situatie. Met een rekenmodel kunnen scholen het nieuwe basisbedrag per school en per schoolbestuur berekenen.

Downloads