De arbeidsmarkttoelage Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is inmiddels opgenomen in de CAO PO als Arbeidsmarkttoelage scholen met veel achterstandsleerlingen en in de CAO VO als Arbeidsmarkttoelage scholen met relatief veel kwetsbare leerlingen. De regels zijn vooralsnog dezelfde als de regels die golden voor de arbeidsmarkttoelage NPO. Zie CAO PO artikel 6.10a en CAO VO artikel 3.11.
Het schoolbestuur krijgt voor personeel op vestigingen met het grootste risico op onderwijsachterstanden extra bekostiging voor een arbeidsmarkttoelage. Dit doet het meeste recht aan het doel om de kansengelijkheid te bevorderen. Klik hier voor de Regeling aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage 2025.
De basis voor de verdeling is de relatieve achterstandsscore of het relatief hoogste aantal CUMI-leerlingen per vestiging. Deze indicatoren worden al gebruikt voor het verdelen van het geld voor onderwijsachterstanden. Scholen met een groter risico op onderwijsachterstanden krijgen namelijk meer geld, zowel binnen de reguliere bekostiging als binnen het NP Onderwijs.
In alle schoolsoorten wordt voor 15% van de vestigingen bekostiging ontvangen voor een arbeidsmarkttoelage. Dit geldt dus voor zowel het regulier onderwijs als het speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs.
Niet voor alle vestigingen (met een risico op onderwijsachterstanden) is er recht op bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage, maar uitsluitend voor de 15% vestigingen met het grootste risico op onderwijsachterstanden. Het verdelen van de middelen over een groter aantal vestigingen zou leiden tot een lagere toelage wat het lastiger zou maken om het doel van de arbeidsmarkttoelage te realiseren. Daarom is de keuze gemaakt voor een arbeidsmarkttoelage op vestigingen met een groter risico op onderwijsachterstanden, om in te zetten op herstel van kansengelijkheid voor alle leerlingen.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 4 augustus 2025