De omvang van het leeraandeel is gelijk aan de omvang van het arbeidsdeel (artikel 3.23 lid 6 CAO PO).
Dit betekent dat een LIO die is benoemd voor een werktijdfactor van 1,000
– voor 0,500 in het arbeidsproces mag worden ingezet en
– voor 0,500 andere studiegerichte taken heeft.