Hoofdstuk 8A van de CAO PO ging helemaal over duurzame inzetbaarheid. Dat hoofdstuk is met ingang van de CAO PO 2024-2025 opgegaan in het nieuwe hoofdstuk 9 Professionalisering en duurzame inzetbaarheid (PDI).

Werknemers hebben vanaf hun 57ste recht op het zogenaamd PDI-budget oudere werknemers van 130 extra uur per jaar (naar rato van de werktijdfactor). Artikel 9.6 in de CAO PO gaat hierover. In de praktijk is er weinig veranderd ten opzichte van de eerdere regeling voor oudere werknemers.

Leraren en OOP’ers minder inzetbaar!

Allereerst betekent dit dat jouw medewerkers van 57 jaar en ouder 130 uur minder inzetbaar zijn dan hun jongere collega’s (naar rato van hun werktijdfactor).

Immers, standaard is een fulltime medewerker 1659 uur (bruto jaartaak) – 123 (PDI-budget) = 1536 uur inzetbaar voor 1) lesgevende en/of behandeltaken, 2) voor- en nawerk en 3) overige taken.
Uitgangspunt daarbij is dat deze fulltime medewerker 940 uur onderwijs verzorgt, en voldoende tijd heeft voor het voor- en nawerk (ook wel de opslagfactor* genoemd) en voor overige taken.

Medewerkers van 57 jaar en ouder zijn 1659 (bruto jaartaak) – 123 (PDI-budget) – 130 (budget oudere werknemers) = slechts 1406 uur inzetbaar. Het totaalbudget voor professionalisering en duurzame inzetbaarheid (PDI) bedraagt voor hen immers (123 + 130 =) 253 uur.

Artikel 9.6 lid 6 bepaalt dat de oudere werknemer, die leraar is of OOP’er met lesgevende en/of behandeltaken, en die het extra PDI-budget opneemt voor verlof, minder inzetbaar is in de klas.

Uit de CAO PO blijkt niet duidelijk of dit ook geldt voor de oudere medewerker die zijn/haar extra PDI-budget niet in verlof opneemt. Deze medewerker kan dus nog steeds 940 uur lesgeven maar zal dan minder ingezet kunnen worden voor overige taken. De hamvraag is: wat sluit het beste aan bij de behoeften van de oudere OOP’er of leraar; hoe blijft die vitaal & inzetbaar? Realiseer je dat bepaalde keuzes van invloed kunnen zijn op je formatie!

N.B. Iedere medewerker van 57 jaar en ouder heeft dus recht op het extra budget van 130 uur (naar rato van de werktijdfacto). Het is aan de medewerker zelf of hij/zij gebruikmaakt van dit recht. Leg goed vast als de medewerker besluit af te zien van zijn of haar recht.

*Het begrip opslagfactor is in 2019 uit de cao gehaald. Momenteel wordt  het functioneren van het werkverdelingsplan onderzocht en het begrip opslagfactor is meegenomen in het onderzoek. Logisch, want jaartaakprogramma’s werken met bepaalde percentages die in feite niets meer en niets minder dan een opslagfactor zijn…  De resultaten van het onderzoek worden wellicht in de CAO PO 2025-2026 verwerkt.

En hoe zit het met schoolleiders?

Ook schoolleiders zijn werknemers en hebben dus recht op het bijzonder PDI-budget voor oudere werknemers als zij 57 jaar of ouder zijn. Bespreek met je bestuurder wat dit voor jou en voor de school betekent! In principe ben je 130 uur (naar rato van je werktijdfactor) minder beschikbaar… Wie gaat een deel van jouw werk opvangen? Is daar (voldoende) geld voor gereserveerd?

Doelen

Dit bijzonder budget kun je grofweg op twee manieren inzetten:

1. Je zet het in voor de doelen die staan vermeld in artikel 9.4 lid 5 CAO PO:
– activiteiten die bijdragen aan het bijhouden van de vakbekwaamheid en professionele ontwikkeling;
– activiteiten die helpen om ook op langere termijn het werk goed, gezond en met plezier te blijven doen;
-activiteiten die bijdragen aan de (duurzame) inzetbaarheid van de werknemer, in de zin van breed inzetbaar en aantrekkelijk blijven voor de interne en externe arbeidsmarkt.

2. Het extra budget van 130 uren (naar rato van de werktijdfactor) mag de medewerker ook inzetten voor verlof (bijvoorbeeld een sabbatical, extra zorgverlof, recuperatieverlof enz.). Hij of zij betaalt dan wel een eigen bijdrage (40% voor OOP’ers t/m schaal 8; 50% voor OOP’ers in schaal 9 en hoger, voor leraren en directeuren). Als je medewerker alle uren van het bijzonder budget opneemt als verlof, mag hij/zij maximaal 40 uren (naar rato van de werktijdfactor) aan het bijzonder budget toevoegen – hiervoor geldt géén eigen bijdrage. In totaal kan je oudere medewerker dus jaarlijks 170 uur verlof (naar rato van de werktijdfactor) opnemen.

Sparen

De 130 uren (naar rato van de werktijdfactor) van het bijzonder budget en 40 uur (naar rato van de werktijdfactor) van het PDI-budget kun je gedurende vijf jaar sparen. Je medewerker moet dit van tevoren kenbaar maken aan jou en moet daarbij ook aangeven hoe en wanneer hij/zij de uren opneemt, zodat jij hiermee in je begroting rekening kunt houden. (Dat geldt natuurlijk ook voor jou richting je bestuur.)

Nota bene

1. Als medewerkers ervoor kiezen om door te werken nadat ze de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, dan vervalt het recht op dit verlof (artikel 9.6 lid 5).
2. Als het recht op het PDI-budget oudere werknemers lager is dan 45 uur, dan vervalt het recht op deze uren (artikel 9.6 lid 9).
3. Je kunt het extra budget ook gedeeltelijk sparen (artikel 9.6 lid 10).

Wat kan AVS voor je betekenen?

De AVS Helpdesk krijgt veel vragen over dit onderwerp (alle aspecten van professionalisering en duurzame inzetbaarheid). Heb je zelf vragen en ben je lid van AVS? Neem dan gerust contact op met de AVS Helpdesk (gratis)!