Een precies antwoord op deze vraag is niet te geven, enerzijds omdat de wet- en regelgeving geen harde normen hanteert, anderzijds omdat veel afhangt van de omstandigheden op jouw school (denk aan isolatie, airco, luchtverversing, grootte van de lokalen, stedelijke of landelijke omgeving enzovoort).
Dit is wat het Arbeidsomstandighedenbesluit zegt over de temperatuur (artikel 6.1).
1. Rekening houdend met de aard van de werkzaamheden die door de werknemers worden verricht en de fysieke belasting die daar het gevolg van is, veroorzaakt de temperatuur op de arbeidsplaats geen schade aan de gezondheid van de werknemers.
2. Indien door de temperatuur op de arbeidsplaats of door ongunstige weersomstandigheden toch schade aan de gezondheid van de werknemers kan ontstaan, worden persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking gesteld. Indien de ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen schade aan de gezondheid niet kunnen voorkomen, wordt de duur van de arbeid in een zodanige mate beperkt of wordt de arbeid met een zodanige frequentie afgewisseld door een tijdelijk verblijf op een plaats waar een temperatuur heerst als bedoeld in het eerste lid, dat geen schade aan de gezondheid ontstaat.
Ook in de Arbocatalogus PO is er aandacht voor de temperatuur in het klaslokaal. Daar vind je meer wet- en regelgeving, maar ook allerlei praktische informatie. Opvallend is dat voorheen een temperatuur van 30 graden werd genoemd. Nu zegt de Arbocatalogus dat werken in een temperatuur van boven de 25 graden al een negatief effect heeft… Op warme dagen met vijfentwintig ‘kacheltjes’ van 37 graden in een klaslokaal, kom je daar al gauw!
Bij een te hoge temperatuur moet je wel degelijk maatregelen nemen om de belasting voor leerlingen en leraren zo laag mogelijk te houden. Een tropenrooster is dan een optie. Een tropenrooster houdt in dat je de schooltijden naar voren haalt, bijvoorbeeld door een uur eerder te beginnen (en dus ook een uur eerder te eindigen).
Je kunt, in overleg met je bestuur, zelf besluiten om een tropenrooster in te stellen bij extreem warm zomerweer. Hou wel in de gaten dat je je moet houden aan het minimum aantal lesuren per schooljaar (artikel 8.7 WPO, verplichte onderwijstijd). De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de onderwijstijd.
Andere mogelijke maatregelen zijn:
– kortere dagen (let op onderwijstijd),
– zo veel mogelijk aaneengesloten werken (let op verplichte pauzetijd werknemers),
– pauzeren in koele ruimtes,
– extra ventilatie en
– extra drinken ter beschikking stellen.
De school stelt de maatregelen op met instemming van de medezeggenschapsraad (MR).
– In het primair onderwijs heeft de oudergeleding van de MR (OMR) instemmingsbevoegdheid met betrekking tot de onderwijstijd en de invulling hiervan (artikel 13 lid 1 sub h WMS). Een protocol over hoe om te gaan met warme temperaturen hoort daarom ter instemming aan de OMR te worden voorgelegd als het invloed heeft op de onderwijstijd.
– In het voortgezet onderwijs heeft de MR adviesbevoegdheid met betrekking tot het lesrooster, waar ook het tropenrooster onder valt (artikel 11 lid 1 sub a WMS).
– Wijzigingen van het veiligheids-, gezondheids- en welzijnsbeleid vallen onder het instemmingsrecht voor de MR als geheel (artikel 10 sub e WMS).
Informeer de ouders zo snel mogelijk, als je een tropenrooster overweegt. Hebben de ouders geen opvang voor hun kinderen? Dan moet je als school een alternatief programma (opvang) aanbieden tijdens de uren waarop de lessen vervallen.
Heb je als school beleid met betrekking tot een tropenrooster? Neem hierover een stukje op in je schoolgids.
Tot slot. Om te voorkomen dat je ad hoc een besluit moet nemen, is het handig om in goed overleg met alle partijen helder beleid te maken (en daarover iets te melden in je schoolgids). Kijk daarbij ook uitdrukkelijk naar de mogelijkheden om te voorkomen dat je met een tropenrooster moet gaan werken, bijvoorbeeld door aanpassingen te doen aan het gebouw (denk aan zonwering, klimaatbeheersing enzovoort). Voor informatie en met vragen kun je terecht bij Ruimte OK, een onafhankelijke, uitvoerende kennisorganisatie voor scholen en gemeenten als het gaat om de financiering en de huisvesting van scholen.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 31 maart 2026