De CAO PO stelt bepaalde voorwaarden aan het toekennen en beëindigen van lang buitengewoon verlof; dat staat in artikel 8.12. Bij het toekennen van lang buitengewoon verlof maken medewerker en werkgever onder andere afspraken over de duur van het verlof. Deze termijn moeten beide partijen in acht nemen. Toch kan het gebeuren dat een medewerker eerder dan de afgesproken termijn weer aan het werk wil gaan…
De werkgever kan, op verzoek van de medewerker, het verleende verlof opschorten dan wel intrekken en op een ander tijdstip opnieuw verlenen (artikel 8.12 lid 4 CAO PO). Dat kan als er sprake is van samenloop met andere vormen van verlof (niet zijnde vakantieverlof), bijvoorbeeld zwangerschapsverlof of ouderschapsverlof, en in “andere daarvoor in aanmerking komende gevallen”.
Wat er precies wordt bedoeld met andere daarvoor in aanmerking komende gevallen, staat nergens beschreven. Enkele voorbeelden…
– Een medewerker is er een half jaar tussenuit (verlof op grond van artikel 8.9) en komt twee maanden eerder terug dan gepland.
– Een medewerker heeft een jaar studieverlof genomen (verlof op grond van artikel 8.10) en stopt halverwege met zijn studie.
– Een medewerker heeft drie maanden verlof opgenomen om te gaan helpen in een land waar een vernietigende aardbeving heeft plaatsgevonden (verlof op grond van artikel 8.11). Hij kan het werk psychisch niet goed aan en besluit eerder terug te keren naar Nederland.