Hiervoor moeten we kijken naar artikel 8.19 CAO PO, en meer specifiek naar lid 3, lid 4 en lid 5 van dit artikel.

Lid 3

Als jouw werknemer binnen een jaar nadat hij/zij betaald ouderschapsverlof heeft genoten, ontslag neemt, dan moet hij/zij het salaris terugbetalen dat op grond van artikel 8.19 CAO PO is ontvangen in een periode van twee jaar voor het ontslag. Dat geldt ook bij ontslagen worden op grond van artikel 7:669 lid 1 en lid 3 sub e of sub i BW.

Wat zegt het Burgerlijk Wetboek (BW)?

Artikel 669:7 lid 1 BW zegt dat je als werkgever de arbeidsovereenkomst kunt opzeggen als daar een redelijke grond voor is (en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt). Lid 3 sub e en sub i vullen het begrip “redelijke grond” nader in voor wat artikel 8.19 lid 3 CAO PO betreft:
– verwijtbaar handelen of juist het nalaten daarvan;
– een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer van de gronden, zijnde (sub c) ziekte of gebreken van de werknemer met voor de bedrijfsvoering onaanvaardbare gevolgen, (sub d) slecht functioneren, (sub e) verwijtbaar handelen of juist het nalaten daarvan, (sub g) een verstoorde arbeidsverhouding en (sub h) andere, ernstige omstandigheden dan de hiervoor genoemde.

Uit het bovenstaande volgt dat verwijtbaar handelen of juist het nalaten daarvan op zich al een redelijke grond voor ontslag is die impact heeft op de terugbetalingsregeling voor het ouderschapsverlof!

Disclaimer: de gronden hierboven zijn vereenvoudigd weergegeven, voor de precieze formulering verwijzen we naar het Burgerlijk Wetboek zelf!

Uitzondering

Let op, er is een uitzondering: het gedeelte van het betaald ouderschapsverlof dat na 1 augustus 2022 is opgenomen en valt in het eerste levensjaar van het kind, hoeft niet te worden terugbetaald.

Lid 4

Als jouw werknemer binnen zes maanden nadat hij/zij betaald ouderschapsverlof heeft genoten, op eigen verzoek minder uren gaat werken dan hij/zij direct voorafgaande aan het ouderschapsverlof deed, dan moet hij/zij een deel van het salaris (verschil tussen oude en nieuwe werktijdfactor) terugbetalen.

Uitzondering

Ook hier geldt: het gedeelte van het betaald ouderschapsverlof dat na 1 augustus 2022 is opgenomen en valt in het eerste levensjaar van het kind, hoeft niet te worden terugbetaald.

Lid 5

Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing als je werknemer ontslag neemt of zijn/haar werktijdfactor verlaagt omdat hij/zij een betrekking aanvaardt bij een andere onderwijsinstelling die door de Rijksoverheid wordt bekostigd.

Uit deze formulering volgt dat de terugbetalingsregeling dus altijd van kracht is als je je werknemer ontslaat.