Als je overweegt om andere schooltijden in te voeren, is een aantal stappen nodig, en moet je rekening houden met wet- en regelgeving. Een goede voorbereiding en doorlopende communicatie met ouders en medewerkers zijn belangrijke succesfactoren!

Stappenplan

Stap één: de oriëntatie
Het is van belang om je ambitie te formuleren (waarom willen we dit eigenlijk?), de startsituatie in kaart te brengen (hoe is het nu?) en een visie te formuleren (waar willen we heen?).

Stap twee: de voorbereiding
Je zet een werkgroep op, organiseert informatiebijeenkomsten, peilt de behoeften en wensen van ouders en medewerkers (zie ook kopje Wettelijke bepalingen), je maakt een keuze voor een van de schooltijdmodellen en je werkt een plan uit waarin je aandacht besteedt aan organisatie, personeel, huisvesting en financiering.

Stap drie: besluitvorming
Vervolgens moet er besluitvorming plaatsvinden. In deze stap kun je overwegen een pilot uit te voeren. Deze stap rond je af met een plan van aanpak voor de invoering, waarbij je doorlopend investeert in draagvlak bij ouders en werknemers.

Stap vier: invoering
De laatste stap betreft de daadwerkelijke invoering: de nieuwe schooltijden zijn een feit. Vergeet niet tussentijds te evalueren en zo nodig bij te stellen. Voer na verloop van tijd een tevredenheidonderzoek uit en houd ouders en werknemers op de hoogte van de voortgang en resultaten. In een volgend schooljaar kun je indien nodig aanpassingen doorvoeren.

Wettelijke bepalingen

De Wet op het primair onderwijs (WPO) verplicht de school haar leerlingen 7.520 uur onderwijs te bieden in een periode van acht schooljaren. Daarbij kun je het verschil tussen onder- en bovenbouw laten vervallen (= gelijke schooldagen en 940 uur les per schooljaar, voor alle kinderen). Bij een keuze voor een verschillend aantal uren in onder- en bovenbouw moet je het zó regelen dat leerlingen in de eerste vier leerjaren ten minste 3.520 uren onderwijs krijgen en in de laatste vier schooljaren ten minste 3.760 uren.

De Wet medezeggenschap op scholen (WMS) geeft de oudergeleding van de medezeggenschapraad (OMR) instemmingsbevoegdheid (artikel 13 lid 1 sub h WMS), echter niet voordat alle ouders over de nieuwe schooltijden hun mening hebben kunnen geven (verplichte ouderraadpleging, artikel 15 lid 3 WMS). De wet schrijft niet voor wie de ouderraadpleging moet houden: dat kan de OMR zijn, maar je kunt ook als schoolleiding het initiatief naar je toetrekken. Of je doet het samen: schoolleiding + OMR.

Als de aanpassing van de schooltijden gevolgen heeft voor de werk- en rusttijdenregeling, is instemming nodig van de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad (PMR) (artikel 12 lid 1 sub f WMS).

Overgangsregeling

Om te voorkomen dat kinderen onderwijsuren tekort komen, is er bijna altijd een overgangsregeling nodig. Deze duurt gemiddeld vier schooljaren, afhankelijk van de reeds opgebouwde uren in voorgaande jaren op het moment van invoering. Hou daar rekening mee in je (personeels- en financiële) planning en wees hier heel duidelijk over in je communicatie.

Heb je hulp nodig of wil je gewoon even sparren? Bel gerust de AVS Helpdesk (alleen voor leden). Onze adviseurs denken graag met je mee.