– De bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage is bedoeld om tijdens het Nationaal Programma Onderwijs het werk op scholen met een groter risico op onderwijsachterstanden aantrekkelijker te maken. Om op die wijze het herstel van kansengelijkheid te bevorderen.

– Daarom is het de bedoeling dat de bekostiging wordt besteed aan een extra beloning voor al het personeel op die vestigingen waarvoor het schoolbestuur de extra bekostiging ontvangt voor een arbeidsmarkttoelage. Op de website van het NP Onderwijs is op te zoeken welke vestigingen dit zijn.

– Het is niet de bedoeling dat de middelen gaan naar personeel op vestigingen waarvoor OCW géén extra bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage heeft toegekend of naar andere doelen. Dit wordt geïllustreerd met het volgende voorbeeld:

Voorbeeld 1: Een schoolbestuur heeft twee vestigingen in dezelfde (achterstands)wijk. De ene vestiging komt in aanmerking voor extra bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage, de andere niet. Elke vestiging geeft les aan een verschillende groep leerlingen. Het is niet de bedoeling dat het schoolbestuur de extra bekostiging voor de toelage verdeelt over beide vestigingen.

-Het bevoegd gezag kan met instemming van de PGMR in het primair onderwijs en de PMR in het voortgezet onderwijs in specifieke situaties ervoor kiezen het bedrag net iets anders te verdelen over haar vestigingen. Doordat bekostiging op basis van het aantal fte niet mogelijk is, kan het immers voorkomen dat de arbeidsmarkttoelage niet optimaal aansluit bij een specifieke vestiging en haar personeel.

Voorbeeld 2: Een schoolbestuur heeft twee vestigingen. Beide vestigingen komen in aanmerking voor extra bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage: de ene kan met het verstrekte geld een toelage van 6% toekennen, de andere een toelage van 10%. Als de PGMR in het primair onderwijs  en de PMR in het voortgezet onderwijs instemt, kan het schoolbestuur 8% toekennen aan beide vestigingen die in aanmerking komen voor de arbeidsmarkttoelage.

Voorbeeld 3: Een schoolbestuur heeft twee vestigingen in hetzelfde gebouw. De ene vestiging komt in aanmerking voor extra bekostiging voor de arbeidsmarkttoelage, de andere niet. Personeel op beide vestigingen werkt met dezelfde groep leerlingen. Als de PGMR in het primair onderwijs en de PMR in het voortgezet onderwijs instemt, kan het schoolbestuur de extra bekostiging voor de toelage verdelen over beide vestigingen.