In de CAO VO is het kortdurend zorgverlof geregeld in artikel 15.1.a. De werknemer krijgt dit verlof volledig doorbetaald. Het verlof bedraagt in elke periode van twaalf achtereenvolgende maanden ten hoogste tweemaal de arbeidsduur van een week.
Een medewerker met een werktijdfactor van 0,600 heeft dus recht op zes verlofdagen. Stel dat de eerste verlofdag wordt opgenomen op 15 maart, dan is 15 maart meteen ook de start van de hoger genoemde periode van twaalf achtereenvolgende maanden.
Als de voortdurende aanwezigheid van de werknemer bij de zieke gedurende een langere termijn noodzakelijk is, zegt lid 2 van art. 15.1a van de CAO VO dat het verlof kan worden verlengd. Het verlof kan evenwel niet verlengd worden voor het verplegen van de zieke (dat moet dan anders worden geregeld) en de werknemer moet een geneeskundige verklaring voorleggen. Meestal speelt dit als iemand op sterven ligt en het sterfproces langer duurt dan verwacht…
Deze veelgestelde vraag is geactualiseerd op: 4 augustus 2025