Gemeenten en scholen krijgen geld van de Rijksoverheid om voorschoolse (kinderopvang) en vroegschoolse (onderwijs) educatie aan te bieden. De overheid gaat er bij de verdeling van het geld van uit dat het risico op onderwijsachterstanden te maken heeft met de omgeving waarin het kind opgroeit.

Onderwijsachterstandenindicator

Sinds de jaren zeventig voert Nederland beleid om de onderwijskansen voor kinderen uit achterstandsmilieus te vergroten. Tot 2019 werd er gewerkt met de zogenaamde gewichtenregeling. Sinds 2019 verdeelt het ministerie de middelen over scholen in het primair onderwijs en gemeenten aan de hand van achterstandsscores per school en gemeente. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekent deze scores – die de verwachte achterstandenproblematiek op scholen en gemeenten uitdrukken – met behulp van een onderwijsachterstandenindicator.

Alle informatie over de onderwijsachterstandenindicator vind je op de website van het CBS. Hier vind je de meest recente cijfers.

De achterstandsscores kunnen fluctueren. Wil je wat meer weten over hoe dat in mekaar zit, lees dan de brochure Fluctuaties achterstandsscores scholen primair onderwijs.

Financiering voorschoolse educatie

De Rijksoverheid geeft gemeenten geld voor voorschoolse educatie op de kinderopvang.

Financiering vroegschoolse educatie en onderwijsachterstand op de basisschool

De Rijksoverheid geeft scholen geld voor vroegschoolse educatie en gebruikt sinds 1 augustus 2019 een nieuwe methode die fouten van scholen voorkomt en minder administratieve lasten met zich meebrengt.

De nieuwe methode gaat uit van een vast bedrag. Dit bedrag is jaarlijks beschikbaar voor scholen en gemeenten voor onderwijsachterstandenbeleid. De overheid verdeelt de bedragen tussen de scholen. Op basis van data over achtergrondkenmerken van ouders berekent het CBS hoeveel risico op achterstand elke basisschoolleerling loopt. Scholen met voldoende kinderen die behoren tot de groep met de grootste risico op onderwijsachterstand, komen op basis van hun achterstandsscores in aanmerking voor extra geld. Dat extra geld neemt toe naarmate de school meer kinderen heeft met een groot risico op achterstanden, en naarmate het risico zelf ook groter is.

Vijf kenmerken bepalen het risico op een onderwijsachterstand in de onderwijsachterstandenregeling:
– het opleidingsniveau van beide ouders;
– het herkomstland van de moeder;
– de verblijfsduur van de moeder in Nederland;
– het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school;
– of de ouders in de schuldsanering zitten.