Geregeld krijgt de helpdesk van de AVS vragen over de medezeggenschap en de rol van schooldirecteuren hierin. In artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) wordt duidelijk gemaakt welke personeelsleden uitgesloten zijn voor lidmaatschap van de medezeggenschapsraad.

Lid 7: “Geen lid van de medezeggenschapsraad kunnen zijn degenen die deel uitmaken van het bevoegd gezag.”
Dit houdt in dat een bestuurder noch een directeur-bestuurder in de medezeggenschapsraad kan zitten.

Lid 8: “Een personeelslid dat is opgedragen om namens het bevoegd gezag op te treden in besprekingen met de medezeggenschapsraad kan niet tevens lid zijn van de medezeggenschapsraad.”
Duidelijk is dat een directeur van een school, die gemandateerd is door het bestuur om overleg te voeren met de medezeggenschapsraad, zelf geen lid kan zijn van de medezeggenschapsraad. De directeur vervult dan namelijk een bestuurlijke rol.

Een directeur is echter ook een werknemer… en in die hoedanigheid kan hij formeel dus wel zitting nemen in de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR).

Dit kan de schoolleider echter wel in een lastige positie brengen en het wordt helemaal ingewikkeld als het directeurenoverleg als geheel of de schoolleiders zelf, vanuit het managementstatuut, bepaalde taken en bevoegdheden hebben die niet verenigbaar zijn met lidmaatschap van de GMR. Immers, wanneer de schoolleiding qua taken en bevoegdheden deels tot het bestuur behoort, is zitting in de GMR niet echt passend. Ook wanneer een vraagstuk over een bepaalde school of scholen in de GMR wordt besproken, is de positie van een schoolleider ten aanzien van die school/scholen, toch weer een andere dan die van de ouders of de medewerkers.

Belangrijk is dat de GMR het gesprek aangaat met de directeuren – of omgekeerd – als er zaken spelen die specifiek het werknemerschap van de schoolleider raken. Op die manier kan de GMR de werknemersbelangen van leidinggevenden behartigen.

Managementstatuut

Anno 2024 wordt er over de zeggenschap en de medezeggenschap van de schoolleider nagedacht. AVS vindt dat de schoolleider een stevige positie moet hebben om goed te kunnen acteren in de steeds complexer wordende context van de school. Het managementstatuut is momenteel het instrument bij uitstek om de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van (adjunct-)directeuren te verankeren: zie artikel 30a en artikel 31 van de Wet op het primair onderwijs (WPO). Het managementstatuut wordt vastgesteld na overleg met de directeuren (artikel 31 lid 1 WPO). De GMR heeft adviesrecht met betrekking tot de vaststelling of wijziging van het managementstatuut (artikel 11 lid 1 sub i WMS).