Voor het antwoord (ja…) moet je naar artikel 8.17 lid 10 CAO PO:

“De werkgever stemt in met een verzoek van de werknemer om het ouderschapsverlof niet op te nemen of niet voort te zetten vanwege onvoorziene omstandigheden, tenzij gewichtige redenen zich hiertegen verzetten. De werkgever beslist uiterlijk vier weken nadat het verzoek is gedaan, in voorkomend geval onder opgave van de gewichtige redenen. In het geval dat het ouderschapsverlof met toepassing van de eerste volzin na het tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, vervalt het recht op het overige deel van dat verlof tenzij het verlof wegens ziekt een/of zwangerschap- en bevallingsverlof van de werknemer van rechtswege wordt opgeschort.”

Als jouw medewerker, voordat het ouderschapsverlof (betaald dan wel onbetaald) is begonnen, jou als werkgever verzoekt om het verlof op te schorten wegens onvoorziene omstandigheden, en je stemt hiermee in, dan kan de werknemer op een later tijdstip opnieuw verlof aanvragen.

Als het ouderschapsverlof (betaald dan wel onbetaald) al loopt, kan de werknemer eveneens vragen om het verlof op te schorten. Als de aanleiding ziekte of zwangerschap/ bevalling is, kan het verlof op een later tijdstip verder gaan. In alle andere gevallen is de werknemer het restant van het verlof kwijt.

Uitgangspunt is dat je als werkgever instemt met een verzoek tenzij gewichtige redenen zich hiertegen verzetten. Maak je besluit kenbaar binnen vier weken nadat je het verzoek hebt ontvangen.