Met wederzijds goedvinden kan worden afgesproken dat een voltijd-werknemer (werktijdfactor 1) meer dan 940 uur aan lesgevende taken krijgt, met inachtneming van de totale 1659 uur. Dit is bepaald in artikel 2.3, lid 5, CAO PO 2019–2020.

Het uitgangspunt is normaal gesproken dat een leerkracht binnen de jaartaak van 1.659 uur op jaarbasis maximaal 940 uur lesgeeft. Het is echter mogelijk dat een leerkracht meer dan 940 uur per jaar lesgeeft, maar dat kan alleen met wederzijds goedvinden en moet jaarlijks schriftelijk vastgelegd worden. Hetzelfde geldt voor deeltijdleerkrachten, naar rato.

Als een leerkracht akkoord gaat, blijft er minder tijd over voor andere schooltaken. De leerkracht heeft immers ook tijd nodig voor voor- en nawerk. In onderstaande voorbeeldrekensom is hiervoor 40 procent aangehouden. Afspraken hierover moeten worden gemaakt in het werkverdelingsplan. Verder heeft de leerkracht recht op de duurzame inzetbaarheidsuren en de professionaliseringsuren.

Rekenvoorbeeld

Jaartaak1.659 uur
Lestijd1.000 uur –
Voor- en nawerk (40% van de lestijd)400 uur –
Professionalisering83 uur –
Duurzame inzetbaarheid40 uur –
Overblijvend voor schooltaken136 uur