In onze wet- en regelgeving (onder andere onderwijswetgeving en cao’s) zijn de bevoegdheden voor instemming en advies neergelegd bij de medezeggenschapsraad. Als er geen medezeggenschapsraad is, dan kan het bestuur niet besturen en kun je dus ook op schoolniveau geen beleid maken en besluiten nemen.
Elke school moet een medezeggenschapsraad hebben (artikel 3 lid 1 WMS). Strikt genomen betekent dit dat per instellingscode (voorheen BRIN-nummer) een medezeggenschapsraad verplicht is. Deze verplichting geldt niet voor een nevenvestiging of dislocatie. Overigens kan voor een nevenvestiging dan wel een dislocatie een zogenaamde deelraad ingesteld worden (artikel 20 lid 1 WMS).
Het kan zijn dat door omstandigheden of onenigheid een geleding van de medezeggenschapsraad onvolledig is of zelfs ontbreekt. Het is dan in eerste instantie aan de geleding zelf (personeel, ouders en in het VO ook leerlingen) om aan de wettelijke verplichting te voldoen. Dat kan door middel van het uitschrijven van nieuwe verkiezingen.
Is er helemaal geen vertegenwoordiging in de medezeggenschapsraad, dan dient het bestuur alles in het werk te stellen om zo snel mogelijk weer een medezeggenschapsraad te hebben. Het bestuur dient dan zowel personeelsleden als ouders (en in het VO leerlingen) op te roepen en te stimuleren om zitting te nemen in de medezeggenschapsraad.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 2 december 2025