Tot de 24ste week (de eerste 23 weken)

Als het kindje van een medewerker tijdens de eerste 23 weken van haar zwangerschap levenloos geboren wordt, of er wordt besloten tot een abortus, dan kan de medewerker zich ziekmelden. De medewerker bepaalt, in samenspraak jou als directeur, hoe lang ze ziek thuisblijft. Waak ervoor dat een medewerker te gauw weer aan de slag gaat – een miskraam of abortus kan niet alleen fysiek ongemak maar ook (groot) psychisch leed veroorzaken. Schakel de bedrijfsarts in en voorkom dat je medewerker weer naar school gaat, terwijl het nog helemaal niet goed met haar gaat. Is ze voldoende (fysiek en psychisch) hersteld, dan kan ze weer aan het werk.

Vanaf de 24ste week

Als het kindje in de 24ste week of daarna levenloos geboren wordt, dan heeft de medewerker recht op in totaal zestien weken verlof. Net als bij een volledig doorlopen zwangerschap, wordt het salaris doorbetaald. Als het niet lukt om na die zestien weken aan het werk te gaan, kan ze zich ziekmelden.

Verlof voor de partner

Voor de partner van de vrouw wiens kindje levenloos geboren wordt tijdens de eerste 23 weken van de zwangerschap, is niets specifieks geregeld. De partner kan in elk geval, met behoud van salaris, gebruikmaken van
– calamiteitenverlof (twee weken naar rato van de werktijdsfactor; artikel 8.7 CAO PO).
– kortdurend zorgverlof conform de Wet arbeid en zorg (WAZO) artikel 5.1 en 5.2 (tweemaal de arbeidsduur per week; artikel 8.6 lid 1 sub i CAO PO).

Als het kindje na 23 weken levenloos geboren wordt, kan de partner een beroep doen op de volgende verlofvormen (met behoud van salaris):
– verlof om aanwezig te kunnen zijn bij de bevalling (artikel 8.6 lid 1 sub k CAO PO);
– overlijdensverlof (vier dagen; artikel 8.6 lid 1 sub j CAO PO);
– geboorteverlof (één week, naar rato van de werktijdfactor; artikel 8.6 lid 1 sub l CAO PO);
– aanvullend geboorteverlof (vijf weken, naar rato van de werktijdfactor; artikel 8.6 lid 1 sub m CAO PO).

Rouwverlof

Rouwverlof is in Nederland nog niet wettelijk geregeld. Los van de ’technische kant van de zaak’ zijnde de vraag: “Welke verlofregeling zet ik in?” is het vreselijk belangrijk dat je als werkgever oog hebt voor het verdriet van de medewerker, of die nu de vrouw is wiens kindje door geboren werd, of de partner. Ieder mens reageert anders. Onderzoek samen met je medewerker waar de behoeftes liggen en wat er nodig is om – op termijn – weer aan gezond het werk te kunnen gaan.