Laatste veelgestelde vragen

  • Mogen werkgevers de arbeidsmarkttoelage voor leraren in het voortgezet speciaal onderwijs ook anders verdelen?

    In artikel 6.15a, lid 1, van de opengebroken en verlengde CAO PO 2019-2020 is bepaald dat leraren die lesgebonden en/of behandeltaken verrichten met leerlingen met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs in het voortgezet speciaal onderwijs (vso), recht hebben op een arbeidsmarkttoelage. Deze toelage geldt per 1 augustus 2020.

    In de praktijk blijkt dat diverse werkgevers een onderscheid tussen leraren in het vso op basis van het uitstroomprofiel van leerlingen onwenselijk vinden. Hiervoor is in genoemd artikel (6.15a, lid 1 van de CAO PO 2019-2020) voorzien.

    Afwijken van de toelage zoals beschreven in artikel 6.15a, lid 1, kan alleen in overleg met de vakbonden in het DGO (het decentraal georganiseerd overleg als bedoeld in artikel 38 van de WEC) en zal vooral betrekking hebben op een andere verdeling van het beschikbare budget onder de leraren van het vso. Deze afspraken kunnen gemaakt worden per instelling en hebben minimaal betrekking op de doelgroep, de hoogte van de toelage en de berekeningswijze. Ook wordt afgesproken hoe lang de afspraken gaan gelden, hoe de afspraak zal worden geëvalueerd en wanneer opnieuw overleg plaatsvindt indien aanpassing gewenst is.

    Kijk voor meer informatie over het voeren van DGO in Bijlage XIII B van de CAO PO 2019 –2020.

  • Welke regels gelden er bij het testen van leerlingen tot en met 12 jaar?

    Aanpassing van het testbeleid voor kinderen t/m 12 jaar

    • Het testbeleid voor kinderen t/m 12 jaar wordt in beperkte mate aangepast: kinderen t/m 12 jaar laten zich testen bij klachten passend bij COVID-19. Neusverkouden kinderen t/m 12 jaar mogen naar de noodopvang, zie verder de 4e bullet. 
    • Kinderen die getest worden, blijven thuis totdat de uitslag bekend is.
    • Testen van kinderen t/m 12 jaar blijft dringend geadviseerd als:
      • de klachten niet (alleen) bestaan uit verkoudheidsklachten (bijv. als er ook sprake is van hoesten, koorts en/of benauwdheid), of anderszins ernstig ziek is,
      • er een indicatie is in het kader van een bron- en contactonderzoek,
      • het kind deel uitmaakt van een uitbraakonderzoek.
    • Kinderen t/m 12 jaar met alleen verkoudheidsklachten mogen naar de noodopvang (en straks weer naar school), maar moeten thuisblijven bij verergering van deze klachten met hoesten, koorts en/of benauwdheid of als zij getest gaan worden en/of in afwachting van het testresultaat.
    • Het RIVM heeft het gewijzigde testbeleid toegevoegd aan de Handreiking bij neusverkouden kinderen.
  • Wanneer gaat mijn AOW-gerechtigde leeftijd in?

    Het overzicht van de AOW-gerechtigde leeftijd ziet er als volgt uit:

    U bent geboren: U krijgt AOW in: Uw AOW-leeftijd AOW:
    na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954 2020 66 + 4 maanden
    Na 31 augustus 1954 en voor 1 september 1955 2021 66 + 4 maanden
    Na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956 2022 66 + 7 maanden
    Na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957 2023 66 + 10 maanden
    Na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958 2024 67
    Na 31 december 1957 en voor 1 januari 1958 2025 67
    Na 31 december 1958 en voor 1 januari 1960 2026 67

    5 jaar van te voren wordt aangegeven wanneer u AOW krijgt.

  • Wat is het advies met betrekking tot mondkapjes?

    Met ingang van 1 december 2020 wordt het gebruik van mondneusmaskers binnen het schoolgebouw in het voortgezet (speciaal) onderwijs verplicht.

  • Wat verandert er voor het voorgezet (speciaal) onderwijs voor mondkapjes na het in werking treden van de COVID-19 wet?

    Op dit moment geldt voor situaties buiten de klas in het schoolgebouw het dringende advies om een mondkapje te dragen. Na inwerkingtreding van de COVID19-wet wordt dit omgezet in een verplichting. Dit geeft scholen, ouders en leerlingen helderheid dat er geen discussie mogelijk is over de plicht tot het dragen van een mondkapje in deze situaties.

  • Wat moet het voortgezet (speciaal) onderwijs regelen voor de mondkapjesplicht bij ingang van de COVID-19 wet?

    De school heeft een zorgplicht om voorzieningen te treffen dat aanwezigen in de school zich aan de Coronaregels kunnen houden.

  • Welke regels gelden er als een leerling in het voortgezet (speciaal) onderwijs geen mondkapje draagt?

    – Indien een leerling niet aanwezig is op school, ongeacht of dit te maken heeft met het niet willen dragen van een mondneusmasker, gelden de regels zoals deze ook in de normale situatie gelden:

    – De school zal eerst het gesprek aangaan met de leerling over het verzuim. Dit kan leiden tot een verzuimmelding.
    – De school is in ieder geval verplicht om vanaf 16 uur in vier weken een melding van ongeoorloofd verzuim te doen via het verzuimregister bij de leerplichtambtenaar.
    – De leerplichtambtenaar werkt dan volgens de Methodische Aanpak Schoolverzuim en zal een onderzoek instellen.
    – In dit geval ligt de keuze om niet op school te komen bij de leerling.

    – Als een leerling wel op school verschijnt, maar wil geen mondkapje dragen (en dan niet vanwege medische redenen), dan is het op dat moment aan de school om eerst te bepalen wat er gaat gebeuren.
    – De school stelt zelf maatregelen op en gaat zelf over de sancties. Hierbij zorgt de school voor instemming met de (G)MR bij wijziging van het gezondheid- en veiligheidsbeleid.
    – De school kan ervoor kiezen om de volgende stappen te volgen:

    – In overleg te treden met leerling en ouder
    – Een waarschuwing te geven aan de leerling
    – De leerling te schorsen
    – Indien de leerling na schorsing, alsnog weigert tot het dragen van een mondkapje, volgt er een gesprek met de leerplichtambtenaar
    – De casus wordt overgedragen naar de leerplichtambtenaar

  • Waar moet ik op letten als ik het besluit over mijn nieuwe functiebeschrijving en -waardering ontvang en (hoe) kan ik eventueel bezwaar maken?

    Op grond van de CAO PO is de werkgever verplicht voor 1 november 2020 zijn functiegebouw te actualiseren voor de functies in de categorieën directie en onderwijsondersteunend personeel (OOP).

    De werkgever moet overwegen of nieuwe functiebeschrijvingen nodig zijn. Zo ja, dan wordt besloten welke functiebeschrijvingen worden gehanteerd. De werkgever kan kiezen voor de voorbeeldfuncties uit de CAO PO of zelf functies laten beschrijven door een SPO-gecertificeerde adviseur. Hierbij kunnen de voorbeeldfuncties als basis dienen voor het beschrijven en waarderen van de werkzaamheden door de SPO-gecertificeerde adviseur.

    Juiste weergave

    De functiebeschrijving is de basis voor de waardering. Dit betekent dat eerst kritisch moet worden bekeken of de opgedragen werkzaamheden juist zijn weergegeven in de beschrijving. Als dat zo is, dan is de volgende stap om na te gaan of de waardering juist is op basis van deze functiebeschrijving. Als de waardering juist is, dan volgt daar automatisch een inschaling uit in een A- of D-schaal.

    Bezwaar maken

    Als een adjunct-directeur of directeur het besluit van het schoolbestuur over welke functiebeschrijving en -waardering van

    toepassing is heeft ontvangen en hij is het er niet mee eens, staat de mogelijkheid van bezwaar open. Heeft het bestuur een interne bezwarencommissie, dan dient het bezwaar daar te worden ingediend.

    Is deze er niet, dan kan hij bij de externe bezwarencommissie terecht. Een werkgever is in ieder geval verplicht aangesloten bij een landelijke externe bezwarencommissie, waarbij de adjunctdirecteur of directeur zijn bezwaar kan indienen.

    De adjunct-directeur of directeur kan bezwaar maken tegen de beschrijving van zijn functie in relatie tot de hem opgedragen taken en/of tegen de waardering van zijn functie. Het bezwaar bij de interne bezwarencommissie moet worden ingediend binnen zes weken, te rekenen vanaf de dag dat het besluit is ontvangen.

    De interne bezwarenprocedure is opgenomen in Bijlage V van de CAO PO 2019-2020. Het bezwaar bij de externe bezwarencommissie moet worden ingediend binnen zes weken, gerekend vanaf de dag na de dag waarop het besluit waartegen de adjunct-directeur of directeur bezwaar wil maken is verzonden of uitgereikt. Indien binnen deze zes weken geen bezwaar wordt gemaakt, dan staan de beschrijving en waardering vast.

    Indien bezwaar is gemaakt bij de bezwarencommissie, wordt de werkgever in de gelegenheid gesteld hierop schriftelijk te reageren.

    Daarna vindt een hoorzitting bij de bezwarencommissie plaats.

    Tijdens de hoorzitting kunnen werknemer en werkgever nog een toelichting geven op hun standpunt en zal de commissie vragen stellen om een goed beeld van het geschil te krijgen. De commissie toetst of de werkgever in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen waartegen het bezwaar is gericht. De interne bezwarencommissie brengt een advies uit aan de werkgever op basis waarvan de werkgever een nieuw besluit neemt. De adjunct-directeur of directeur kan na het doorlopen van de interne bezwarenprocedure tegen het besluit nog in bezwaar bij de externe bezwarencommissie.

    De externe bezwarencommissie doet een uitspraak die bindend is voor werkgever en werknemer.

    Leden van de AVS kunnen juridische ondersteuning krijgen om bezwaar te maken tegen de nieuwe functiebeschrijving en/of -waardering.

    Heeft u vraagtekens bij de beschrijving en/of waardering, neem dan eerst contact op met de AVS Helpdesk.

  • Hoe werkt de nieuwe wijze van certificeren Schoolleidersregister PO voor het aanbod van de AVS Academie?

    Tot voorheen kon jij je als schoolleider laten herregistreren door het behalen van 3 verschillende professionaliseringsthema’s. Dit is per 17 november veranderd. Voor herregistratie heb je vanaf nu 100 punten nodig. Er is geen verplicht keuze pad via professionaliseringsthema’s meer. Je mag dus meerdere keren een leergang met hetzelfde professionaliseringsthema volgen. De leergangen van de AVS Academie hebben nu een herregistratiewaarde uitgedrukt in een percentage. 35 % herregistratiewaarde is bijvoorbeeld gelijk aan 35 punten. Zo kan je zelf een keuze maken in ons aanbod om aan je herregistratieplicht te voldoen. Bekijk ook onze opleidingslijn. Kijk voor meer informatie op de website van het Schoolleidersregister PO, www.schoolleidersregisterpo.nl

  • Welke professionaliseringsgelden zijn er voor de directiefunctie beschikbaar?

    De gelden voor professionalisering worden via de lumpsumbekostiging beschikbaar gesteld. Allereerst zijn er gelden voor de individuele professionalisering opgenomen in de CAO PO 2019-2020.
    Het gaat om een bedrag van t 3.000 per jaar per directielid in de A- of D-schaal en is niet afhankelijk van de werktijdfactor. Dat is vastgelegd in artikel 9.6, lid 3. Voor de kalenderjaren 2020 en 2021 is dit bedrag verhoogd met t 100 per jaar voor de uitvoering van het ‘Convenant extra geld voor werkdrukverlichting en tekorten onderwijspersoneel in het funderend onderwijs 2020-2021’ van 1 november 2019. Zodat in totaal een bedrag van t 3.100 beschikbaar is. Dat is geregeld in artikel 9.8.
    Daarnaast zijn voor alle personeelsleden professionaliseringsgelden beschikbaar, dus ook voor directieleden. Deze gelden zijn opgenomen in het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid.
    Dit is geld voor algemene scholing.
    Verder zijn er gelden voor scholingstrajecten in het zogenoemde Herfstakkoord van 2013 opgenomen. Deze gelden zijn niet geoormerkt en konden ook voor andere onderdelen worden gebruikt. De herfstgelden zijn inmiddels opgenomen in de lumpsumbekostiging.
    Tot slot is in de Prestatiebox een bedrag opgenomen voor professionalisering van de directie. Hierover zijn in 2014 afspraken gemaakt in het sectorakkoord, die doorlopen tot 1 augustus 2021. Het betreft een bedrag per school, waarbij onderscheid in bedragen wordt gemaakt tussen basisonderwijs en speciaal onderwijs en speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs.
    Een en ander staat los van de opgedragen professionaliseringsactiviteiten zoals genoemd in artikel 9.4 van de CAO PO 2019-2020.
    De kosten hiervan komen volledig voor rekening van de werkgever.

Meer veelgestelde vragen