Laatste veelgestelde vragen

  • Hoe dient omgegaan te worden met uitbesteding van werkzaamheden aan externe en/of commerciële bureaus bij besteding van de gelden Nationaal Programma Onderwijs?

    Externe inhuur mag alleen in aanvulling op en ter ondersteuning van uw eigen aanpak, en moet beperkt, tijdelijk en doelgericht zijn. Hiervoor is de Handreiking voor scholen bij inhuur van externe partijen voor het Nationaal Programma Onderwijs opgesteld.

    Inhuur van externe partijen. Handreiking voor scholen bij inhuur van externe partijen voor het Nationaal Programma Onderwijs

  • Hoe is de bekostiging van het personeel PO geregeld?

    Op 6 juli 2021 heeft de minister van OCW zowel de Tweede

    Downloads

  • Overgangsregeling wet schooltijden versie 2021-2022

    Hierbij de aangepaste versie van het Instrument overgangsregeling wet schooltijden versie 2021-2022 van juli 2021, inclusief de nieuwe bedragen die in de regeling van OCW bekend zijn gemaakt.

    (hierin zijn de bedragen vanuit de Tweede Regeling bekostiging personeel PO 2021–2022 gepubliceerd in de Staatscourant 2021 nr. 34185 06 juli 2021 opgenomen.)

    Downloads

  • Mag het schoolbestuur middelen uit het NP Onderwijs afromen voor bovenschoolse uitgaven?

    Nee, dat is uitdrukkelijk niet de bedoeling. Het bestuur kan, in samenspraak met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR), een deel van de middelen bovenschools op bestuursniveau inzetten, maar alleen als de medezeggenschapsraad (MR) op schoolniveau vooraf aangeeft welke deel van de schoolmiddelen daarvoor in aanmerking komt en ermee instemt dat deze middelen bovenschools worden ingezet. Over de wijze van bovenschools inzetten van de middelen heeft de GMR instemmingsrecht.

  • Wanneer vindt Decentraal Georganiseerd Overleg (DGO) plaats?

    Bij krimp van het leerlingenaantal, om bedrijfseconomische redenen of het fuseren van scholen kan dit gevolgen hebben voor de werkgelegenheid.

    Bij invoering van de CAO PO 2019 – 2020 geldt alleen nog werkgelegenheidsbeleid. Het bepaalde in Hoofdstuk 10 is van toepassing.

    Gaat dat door omstandigheden niet lukken om de werkgelegenheid te garanderen, dan dient het schoolbestuur hierover Decentraal Georganiseerd Overleg (DGO) te voeren. Hiervoor moeten de vakbonden AOb/FNV Overheid, AVS, CNV Onderwijs, onderdeel van CNV Connectief en FvOv uitgenodigd worden.

    Tijdens het DGO beschrijft het bestuur de problemen en wordt bepaald of er een sociaal plan moet komen. Is dat het geval, dan wordt dit opgesteld in verschillende fases. De eerste fase is de vrijwillige fase. Namens het bestuur worden middelen beschikbaar gesteld om reductie van het personeelsbestand te bewerkstelligen. Als het eindresultaat niet het gewenste effect heeft, dan worden afspraken gemaakt in gedwongen fasen.

    Het voeren van DGO is een voorwaarde van het Participatiefonds.

  • Is de aanvullende bekostiging voor schooljaar 2022-2023 ook al bekend

    Voor het schooljaar 2022-2023 is minimaal € 500 per leerling beschikbaar. Het definitieve bedrag hangt onder andere af van de uitkomsten van de landelijke implementatiemonitor en de ontwikkeling van achterstanden die daaruit kan worden opgemaakt. Aan het begin van 2022 worden de inzet en verdeling van het beschikbare geld over de scholen herijkt. Dit gebeurt op basis van de implementatiemonitor en andere onderzoeken.

  • Welke rol speelt de medezeggenschap in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs?

    Op 17 mei 2021 werd een webinar gehouden door Sterk Medezeggenschap, met medewerking van de sociale partners, waaronder de AVS. De webinar ging in op de (mogelijk) opgelopen achterstanden en de rol van de medezeggenschap bij het Nationaal Programma Onderwijs.

    Klik op deze link om het webinar terug te kijken.

    Over de Dialoogkaart
    De Dialoogkaart

  • Wat zijn de extra bedragen voor scholen in het primair onderwijs met veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand

    Deze scholen ontvangen daarom een extra bijdrage. Hoe groter het risico oponderwijsachterstanden op de school is, hoe hoger de extra bijdrage. Zo houden we rekening met de verschillende opgaven waar scholen voor staan.

    De bijdrage wordt berekend op basis van de CBS-indicator voor onderwijsachterstanden. Er wordt aangesloten bij de reeds bestaande systematiek zoals gehanteerd voor de verdeling van de onderwijsachterstandsmiddelen. Per eenheid achterstandsscore krijgt uw basisschool € 251,16.

    Voor speciale scholen voor basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs wordt aangesloten bij de bestaande systematiek van de CUMI-regeling. Scholen krijgen € 548,56 per CUMI-leerling boven het aantal van 4. Ook cluster 1 en 2 lopen mee in deze bekostiging. U ontvangt het bedrag vanaf september 2021 in maandelijkse termijnen. In de eerste maand krijgt u ook de bekostiging voor augustus.

    Bedrag onderwijsachterstanden Schooljaar 2021-2022  Per achterstandsscore/ CUMI-leerling >4    Betaalmoment
    CBS-indicator po€ 251,16Maandelijks vanaf september 2021
    CUMI-regeling€ 548,56Maandelijks vanaf september 2021    

    Met de informatietool kunt u zien hoeveel middelen uw school voor het schooljaar 2021-2022 ontvangt vanuit het NP Onderwijs. De informatietool geeft de bedragen weer voor de aanvullende bekostiging per school (voor alle leerlingen een bedrag per leerling) en voor de middelen voor scholen met veel leerlingen met risico op onderwijsachterstand. De middelen voor nieuwkomers en samenwerkingsverbanden zijn niet opgenomen in deze informatietool. U ontvangt van DUO een Overzicht financiële beschikkingen (Ofb) van de definitieve aanvullende bekostiging. Dit kan beperkt afwijken van het totaalbedrag dat u in de tool aantreft.

    Download de informatietool .

  • Welke bedragen komen voor NP Onderwijs als aanvullende bekostiging voor het primair onderwijs beschikbaar?

    Scholen krijgen aanvullende bekostiging in de vorm van een bedrag per leerling om het schoolprogramma uit te voeren. In de tabel hieronder vindt u voor het schooljaar 2021-2022 het bedrag per leerling per schooltype en het betaalmoment. Het schooljaar loopt vanaf augustus 2021 tot en met juli 2022.

    Bedrag per leerling naar schooltype Schooljaar 2021-2022    Per leerling    Betaalmoment
    basisonderwijs€ 701,16Maandelijks vanaf september 2021
    speciaal basisonderwijs€ 1.051,74Maandelijks vanaf september 2021
    (voortgezet) speciaal onderwijs€ 1.402,31Maandelijks vanaf september 2021


    Vanaf woensdag 30 jun 2021i staat er voor u een informatietool op de website van het Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs) waarmee u de aanvullende bekostiging voor uw school kunt inzien.

    Download de informatietool .

  • Is het mogelijk om een werknemer in twee functies te benoemen?

    De mogelijkheid om een werknemer in twee functies te benoemen is geregeld in artikel 5.2 CAO PO 2019 -2020 en luidt als volgt: 5.2 Benoeming in een functie

    1. De werknemer wordt benoemd in een van de functies in het functiegebouw.
    2. In afwijking van het eerste lid kan een werknemer worden benoemd in twee onderwijsondersteunende functies of een onderwijsondersteunende en een onderwijsgevende functie, indien er een verschil van meer dan drie schalen is tussen de bij die functies behorende maximumschalen.
    3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan een werknemer met een arbeids-ongeschiktheidspercentage van minder dan 35% worden benoemd in twee onderwijsondersteunende functies of een onderwijsondersteunende en een onderwijsgevende functie, waarvan het verschil tussen de bij die functies behorende maximum-schalen drie schalen of minder is.
    4. In afwijking van het eerste en tweede lid kan een werknemer worden benoemd in twee onderwijsgevende functies, indien die functies bestaan uit een functie leraar in het regulier basisonderwijs en een functie leraar in het speciaal (basis) onderwijs.
    5. Indien de functiebeschrijving van een werknemer wordt aangepast, brengt de werkgever de werknemer hiervan schriftelijk op de hoogte. De bepaling van artikel 6.16 van deze cao is hierop van toepassing.

    Voor de combinatie van een onderwijsgevende en een onderwijsondersteunende functie zijn de situaties waarin sprake kan zijn van een benoeming in 2 functies, in onderstaande tabel uitgeschreven. Bij elke in kolom 1 opgenomen onderwijsgevende functie is in kolom 2 aangegeven met welke onderwijsondersteunende functies een benoeming in die onderwijsgevende functie gecombineerd kan worden.

    Kolom 1 Kolom 2
    Onderwijsgevende functie bij een functie behorende maximumschaal Onderwijsondersteunende functie bij een functie behorende maximumschaal
    L10 1 t/m 6 en 14 t/m 16
    L11 1 t/m 7 en 15 t/m 16
    L12 1 t/m 8 en 16
    L13 1 t/m 9
    L14 1 t/m 10

    Ad 3: Deze uitzondering is gemaakt om belemmeringen weg te nemen voor de voortzetting van het dienstverband van de werknemer die minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

    Ad 4: In lid 4 artikel 5.2 van de CAO PO 2019 – 2020 wordt nog een uitzondering aangegeven, namelijk voor een werknemer die benoemd is in 2 onderwijsgevende functies, die bestaan uit een normfunctie leraar basisonderwijs in schaal L10 en een normfunctie leraar speciale school voor basisonderwijs in schaal L11. Dit zijn meestal vakleerkrachten gymnastiek, die op beide schoolsoorten lesgeven. Een onderwijsassistent (schaal 4) mag ook benoemd worden als maatschappelijk deskundige (schaal 8). Een ID-er of een werknemer benoemd in een Participatiebaan (schaal 1) mag ook benoemd worden als technisch assistent (schaal 5). Een directeur mag niet in twee functies benoemd worden, omdat deze regeling alleen maar geldt voor onderwijsondersteunende en onderwijsgevende werknemers en niet voor directiefuncties. Ook mag een onderwijsassistent (schaal 4) niet benoemd worden in combinatie met de functie van leraarondersteuner (schaal 7).

Meer veelgestelde vragen