Laatste veelgestelde vragen

  • Welke maatregelen gelden er nog in de scholen?

    Aan scholen is dringend geadviseerd om de basisregels en veiligheidsmaatregelen na te leven. Het gaat om de volgende regels:

    – Handen wassen, hoesten en niezen in je elleboog, goed ventileren, en een vaccin, booster- of herhaalprik halen.
    – Daarnaast doet iedereen met klachten een (zelf)test. Scholen kunnen hiervoor zelftesten aanvragen voor personeel een leerlingen. In de vragenmodule van CoTeRo vind je informatie over hoe je de zelftesten kan aanvragen.
    – Ben je positief getest op het coronavirus, dan ga je in isolatie. Meer informatie over isolatie staat hier.

  • Hoe zit het met het advies voor zwangere vrouwen om afstand te houden?

    Voor zwangere medewerkers in het onderwijs is het algemene advies vervallen om vanaf 28 weken 1,5 meter afstand te houden. Er gelden tot aan het zwangerschapsverlof geen beperkingen meer in de werkzaamheden die verricht kunnen worden vanwege het coronavirus. Wel blijft het van belang dat zwangere medewerkers goed voorgelicht worden over eventuele risico’s op het werk.

  • Wat is het Servicedocument funderend onderwijs?

    Het Servicedocument funderend onderwijs geeft antwoord op vragen rondom de huidige situatie van het coronavirus, gebaseerd op de bestaande wet- en regelgeving, inclusief de coronamaatregelen vanuit het kabinet en de RIVM-richtlijnen.

    Het ministerie van OCW bundelt de laatste stand van zaken van de landelijke maatregelen voor het funderend onderwijs in dit servicedocument. Het is nadrukkelijk geen vervanging maar een aanvulling op de diverse protocollen en richtlijnen. In het servicedocument wordt dan ook waar nodig naar diverse protocollen verwezen.

    Bekijk het nieuwste servicedocument

    De meest recente servicedocumenten

  • Werkdruktool voor schooljaar 2022–2023

    Ook voor het schooljaar 2022 – 2023 zijn er gelden beschikbaar voor de werkdrukvermindering. De bedragen voor genoemd schooljaar zijn:

    Soort onderwijsBedrag per leerling
    Basisonderwijs€ 260,76
    Speciaal basisonderwijs€ 391,14
    (Voortgezet) speciaal onderwijs€ 521,52

    Het bedrag per leerling voor personeel en arbeidsmarkt is, net zoals in schooljaar 2021–2022, verhoogd in verband met het versneld inzetten van de werkdrukmiddelen. Daarnaast zijn er ook middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs beschikbaar gekomen om de werkdrukmiddelen op peil te houden.

    Deze middelen zijn structureel en worden verstrekt via het budget personeels- en arbeidsmarktbeleid. Het ministerie van OCW maakt hiervoor elk jaar een tool, maar voor 2022-2023 is die nog niet beschikbaar.

    Dit budget wordt uitgekeerd als een bedrag per leerling op het niveau van BRIN. De leerlingen van een nevenvestiging worden daardoor toegerekend aan de hoofdlocatie.

    Hieronder de tool van 2022

    Downloads

  • Vragen over de besteding van de werkdrukmiddelen, die bij de sociale partners (PO-Raad en vakbonden) zijn binnen gekomen en door hen zijn beantwoord.

    Q Over welke werkdrukmiddelen kan mijn school in 2022-2023 beschikken?
    A Dit kunt u berekenen in de nieuwe geactualiseerde versie van de rekentool voor 2022. Vanaf 1 januari 2023 zullen schoolbesturen en samenwerkingsverbanden op grond van de nieuwe bekostigingssystematiek volledig op kalenderjaarbasis worden bekostigd. De bedragen in bijgevoegde tool voor werkdruk gelden daarom voor de periode augustus 2022 tot en met december 2022.

    Q Moet de PGMR of PMR instemmen met de bestedingsplannen uit het werkdrukakkoord?
    A De PMR heeft instemmingsrecht op het bestedingsplan, niet de PGMR.

    Q Waar staat dat de PMR instemmingsrecht heeft?
    A Dat hebben de vakbonden en PO Raad afgesproken met minister Slob in het akkoord. Dat de PMR instemmingsrecht heeft wordt ook opgenomen in de nieuwe cao po.

    Q Waar moeten we als team over praten als het gaat om het werkdrukakkoord?
    A Op iedere school moet een gesprek gevoerd worden over de knelpunten die werknemers ervaren en de oplossingen die zij hiervoor voorzien en bepalen. Dat vormt de basis voor het bestedingsplan.

    Q Wie maakt het bestedingsplan?
    A Het bestedingsplan wordt opgesteld door de schoolleider of het schoolbestuur op basis van het gesprek met het hele schoolteam (leerkrachten, schoolleider/directeur en overig personeel).

    Q Hoe weten wij op school achteraf of het geld inderdaad aan vermindering van de werkdruk is uitgegeven?
    A De P-MR van de school wordt na afloop van het schooljaar door de schoolleider/het
    schoolbestuur geïnformeerd over de besteding van de extra werkdrukmiddelen van hun school (BRIN-niveau) in het voorgaande schooljaar. Over de niet-bestede middelen worden door de schoolleider/het schoolbestuur in samenspraak met het team en de P-MR nadere bestedingsafspraken gemaakt conform de doelen en verwachtingen van het bestedingsplan.

    Q Op welk bedrag hebben wij recht?
    A Uw school krijgt een bedrag dat afhankelijk is van het leerlingaantal. Via de websites van de vakbonden en PO Raad kunt u via een rekentool nagaan welk bedrag uw school krijgt voor vermindering van werkdruk.

    Q Hoeveel geld is er in totaal beschikbaar?
    A Vanaf 1 augustus 2018 is er structureel € 237 miljoen per jaar beschikbaar. In 2020 is er een tussenevaluatie, afhankelijk van de uitkomst daarvan kan het bedrag vanaf  schooljaar 2021/2022 oplopen tot € 430 miljoen per jaar.

    Q Mag mijn bestuur bepalen hoe (een deel van) het geld besteed wordt?
    A Nee, uw bestuur mag dat niet. De extra middelen die het kabinet ter beschikking stelt voor de beheersing van werkdruk, komen ter beschikking aan teams in scholen. Zij kiezen zelf welke maatregelen er in hun school worden genomen om de werkdruk te verminderen.

    Q Mijn bestuur zegt dat het geld niet structureel beschikbaar is, klopt dat?
    A Nee, dat klopt niet. Tot schooljaar 2021/2022 is er per jaar structureel € 237 miljoen beschikbaar voor verlaging van de werkdruk. Vanaf schooljaar 2021/2022 zal dat zelfs op kunnen lopen tot € 430 miljoen, structureel, per jaar.

    Q Welke richtlijnen mag een schoolbestuur meegeven aan het team?
    A Een schoolbestuur mag niet bepalen waar het geld voor werkdrukverlaging aan wordt besteed, maar een schoolbestuur kan wel enkele richtlijnen meegeven. Het aannemen van personeel kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor kosten op de lange termijn. Een team mag natuurlijk kiezen voor het aannemen van personeel, maar een schoolbestuur mag wel bepalen onder welke voorwaarden dit kan gebeuren. Dat is nodig, want het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit maar ook voor de financiën op de langere termijn.

    Q Ons schoolbestuur krijgt te maken met bezuinigingen (krimp, onderwijsachterstandsmiddelen) en daardoor moeten er medewerkers worden ontslagen. Hoe verhoudt dit zich tot de werkdrukmiddelen?
    A Het team mag bepalen hoe de werkdrukmiddelen worden ingezet, natuurlijk mogen zij kiezen voor behoud van personeel. We zijn in gesprek met het Participatiefonds om ervoor te zorgen dat de werkdrukmiddelen geen effect hebben op ontslagmogelijkheden.

    Downloads

  • Wat betekent dit onderhandelaarsakkoord voor directeuren en adjunct-directeuren in het algemeen?
    Toename jaarinkomen (gewogen gemiddelde)% (gewogen gemiddelde)Variatie in toenamePerspectief stijgingLaatste trede te be-halen in jaren t.o.v. nu
    A10592410,38,9-14,91602 jaar eerder
    A11651610,58,1-15,25531 jaar later
    A12761810,88,4-15,26003 jaar eerder
    D11686010,65,7-17,91163 jaar later
    D12*804611,08,5-18,11333 jaar eerder
    D13*52276,65,1-21,41453 jaar eerder
    D1455686,95,3-19,15317 jaar eerder

    * Voor schoolleiders met een salarisperspectiefgarantie wijken genoemde bedragen en percentages af

    Dus het inkomen van een schoolleider in A12 neemt op jaarbasis tussen 8,4% en 15,3% toe, het perspectief (bedrag van de laatste trede van de nieuwe schaal – bedrag van de laatste treden van de huidige schaal) neemt met 600 euro per maand toe en het aantal treden in de schaal neemt met 3 af (dus de schoolleider groeit 3 jaar sneller toe naar een eindtrede die 600 euro hoger is dan hij/zij nu zou krijgen).

    Het inkomen van een schoolleider in D11 neemt op jaarbasis tussen 5,7% en 17,9% toe, het perspectief stijgt met 116 euro per maand en het aantal treden in de schaal neemt met 3 toe (dus de schoolleider doet er 3 jaar langer over om op het eindbedrag te komen dat 116 euro hoger is dan hij/zij nu zou krijgen).

    Het inkomen van een schoolleider in D13 neemt op jaarbasis tussen 5,1% en 21,5 % toe, het perspectief stijgt met 145 euro per maand en het aantal treden in de schaal neemt met 3 af (dus de schoolleider groeit 3 jaar sneller toe naar een eindtrede die 145 euro hoger ligt dan hij/zij nu zou krijgen).

  • Heeft het onderwijspersoneel voorrang bij het maken van een afspraak bij de teststraat?

    Nee. Bij klachten volstaat het doen van een zelftest. De noodzaak van een voorrangsstraat voor onderwijspersoneel bij de GGD is daarmee komen te vervallen. De voorrangsstraat wordt om die reden vanaf 11 april opgeheven.

  • Welke aanvullende maatregelen hoeven niet meer worden toegepast in het funderend onderwijs?

    – Het advies om preventief twee keer per week een zelftest te doen, is vervallen.
    – In het leerlingenvervoer van leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs en leerlingen van het speciaal (basis) onderwijs vervalt met ingang van 23 maart de verplichting om mondneusmaskers te dragen. Het protocol zorgvervoer kinderen en jongeren, zoals opgesteld door Koninklijk Nederlands Vervoer, vervalt eveneens met ingang van 23 maart 2022.
    – Het dringende advies om na een positieve zelftest een confirmatietest te doen bij de GGD is vervallen.

  • Welke afspraken zijn er gemaakt over professionalisering?

    Onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel hebben 2 klokuren per werkweek (deeltijd naar rato) voor hun professionele ontwikkeling beschikbaar. Daarnaast stelt de werkgever voor elke werknemer in genoemde categorieën € 500,- per jaar beschikbaar.

  • Wat is de positie van de Onderwijsconsulent in het kader van indicatiestelling?

    De Onderwijsconsulent is ingesteld door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) op verzoek van de Tweede Kamer, om ouders/verzorgers en scholen te adviseren en te begeleiden bij onderwijskwesties rond een kind met een handicap, ziekte of stoornis. Het gaat dan om problematiek rond plaatsing, schorsing, verwijdering, besteding van de rugzakgelden of onenigheid over het handelingsplan. Ook proberen onderwijsconsulenten oplossingen te vinden voor kinderen die langdurig thuiszitten zonder uitzicht op een onderwijsplaats.

    De Onderwijsconsulent is ingesteld door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) op verzoek van de Tweede Kamer, om ouders/verzorgers en scholen te adviseren en te begeleiden bij onderwijskwesties rond hun kind.

    Onderwijsconsulenten zijn onafhankelijke deskundigen met kennis en ervaring op het gebied van onderwijs aan kinderen met een handicap, ziekte of stoornis. De onderwijsconsulent helpt ouders/verzorgers ook als zij het niet eens zijn met een besluit van de school.

    Onderwijsconsulenten kunnen ouders, leerlingen en scholen helpen wanneer sprake is van minimaal één van de onderstaande situaties:

    – De leerling zit langer dan 4 weken thuis zonder uitzicht op een onderwijsplek. Bijvoorbeeld door een schorsing.

    – Er is extra ondersteuning of begeleiding nodig van een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte.

    – Er is hulp nodig bij het opstellen van het onderwijsprogramma voor een leerling.

    Voordat ouders/verzorgers een onderwijsconsulent kunnen inschakelen, moet er:

    – een gesprek zijn geweest met de leerkracht of met de directie van de school;

    – contact zijn geweest met het samenwerkingsverband passend onderwijs.

    Er zijn géén kosten verbonden aan het inschakelen van een onderwijsconsulent. Onderwijsconsulenten worden gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

    Er zijn géén kosten verbonden aan het inschakelen van een onderwijsconsulent. Onderwijsconsulenten worden gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
    Een advies van een onderwijsconsulent is niet bindend.  De school is niet tot overleg verplicht. Als ouders het er niet mee eens zijn, kunnen zij nog een oordeel vragen aan de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Ook de oordelen van de CGB zijn echter niet juridisch bindend. Als laatste mogelijkheid staat de weg naar de rechter open.

Meer veelgestelde vragen