Vraag van de maand

  • Hoe dient omgegaan te worden met uitbesteding van werkzaamheden aan externe en/of commerciële bureaus bij besteding van de gelden Nationaal Programma Onderwijs?

    Externe inhuur mag alleen in aanvulling op en ter ondersteuning van uw eigen aanpak, en moet beperkt, tijdelijk en doelgericht zijn. Hiervoor is de Handreiking voor scholen bij inhuur van externe partijen voor het Nationaal Programma Onderwijs opgesteld.

    Inhuur van externe partijen. Handreiking voor scholen bij inhuur van externe partijen voor het Nationaal Programma Onderwijs

  • Hoe is de bekostiging van het personeel PO geregeld?

    Op 6 juli 2021 heeft de minister van OCW zowel de Tweede

    Downloads

  • Overgangsregeling wet schooltijden versie 2021-2022

    Hierbij de aangepaste versie van het Instrument overgangsregeling wet schooltijden versie 2021-2022 van juli 2021, inclusief de nieuwe bedragen die in de regeling van OCW bekend zijn gemaakt.

    (hierin zijn de bedragen vanuit de Tweede Regeling bekostiging personeel PO 2021–2022 gepubliceerd in de Staatscourant 2021 nr. 34185 06 juli 2021 opgenomen.)

    Downloads

  • Mag het schoolbestuur middelen uit het NP Onderwijs afromen voor bovenschoolse uitgaven?

    Nee, dat is uitdrukkelijk niet de bedoeling. Het bestuur kan, in samenspraak met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR), een deel van de middelen bovenschools op bestuursniveau inzetten, maar alleen als de medezeggenschapsraad (MR) op schoolniveau vooraf aangeeft welke deel van de schoolmiddelen daarvoor in aanmerking komt en ermee instemt dat deze middelen bovenschools worden ingezet. Over de wijze van bovenschools inzetten van de middelen heeft de GMR instemmingsrecht.

  • Wanneer vindt Decentraal Georganiseerd Overleg (DGO) plaats?

    Bij krimp van het leerlingenaantal, om bedrijfseconomische redenen of het fuseren van scholen kan dit gevolgen hebben voor de werkgelegenheid.

    Bij invoering van de CAO PO 2019 – 2020 geldt alleen nog werkgelegenheidsbeleid. Het bepaalde in Hoofdstuk 10 is van toepassing.

    Gaat dat door omstandigheden niet lukken om de werkgelegenheid te garanderen, dan dient het schoolbestuur hierover Decentraal Georganiseerd Overleg (DGO) te voeren. Hiervoor moeten de vakbonden AOb/FNV Overheid, AVS, CNV Onderwijs, onderdeel van CNV Connectief en FvOv uitgenodigd worden.

    Tijdens het DGO beschrijft het bestuur de problemen en wordt bepaald of er een sociaal plan moet komen. Is dat het geval, dan wordt dit opgesteld in verschillende fases. De eerste fase is de vrijwillige fase. Namens het bestuur worden middelen beschikbaar gesteld om reductie van het personeelsbestand te bewerkstelligen. Als het eindresultaat niet het gewenste effect heeft, dan worden afspraken gemaakt in gedwongen fasen.

    Het voeren van DGO is een voorwaarde van het Participatiefonds.

  • Is de aanvullende bekostiging voor schooljaar 2022-2023 ook al bekend

    Voor het schooljaar 2022-2023 is minimaal € 500 per leerling beschikbaar. Het definitieve bedrag hangt onder andere af van de uitkomsten van de landelijke implementatiemonitor en de ontwikkeling van achterstanden die daaruit kan worden opgemaakt. Aan het begin van 2022 worden de inzet en verdeling van het beschikbare geld over de scholen herijkt. Dit gebeurt op basis van de implementatiemonitor en andere onderzoeken.

  • Welke rol speelt de medezeggenschap in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs?

    Op 17 mei 2021 werd een webinar gehouden door Sterk Medezeggenschap, met medewerking van de sociale partners, waaronder de AVS. De webinar ging in op de (mogelijk) opgelopen achterstanden en de rol van de medezeggenschap bij het Nationaal Programma Onderwijs.

    Klik op deze link om het webinar terug te kijken.

    Over de Dialoogkaart
    De Dialoogkaart

  • Wat zijn de extra bedragen voor scholen in het primair onderwijs met veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand

    Deze scholen ontvangen daarom een extra bijdrage. Hoe groter het risico oponderwijsachterstanden op de school is, hoe hoger de extra bijdrage. Zo houden we rekening met de verschillende opgaven waar scholen voor staan.

    De bijdrage wordt berekend op basis van de CBS-indicator voor onderwijsachterstanden. Er wordt aangesloten bij de reeds bestaande systematiek zoals gehanteerd voor de verdeling van de onderwijsachterstandsmiddelen. Per eenheid achterstandsscore krijgt uw basisschool € 251,16.

    Voor speciale scholen voor basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs wordt aangesloten bij de bestaande systematiek van de CUMI-regeling. Scholen krijgen € 548,56 per CUMI-leerling boven het aantal van 4. Ook cluster 1 en 2 lopen mee in deze bekostiging. U ontvangt het bedrag vanaf september 2021 in maandelijkse termijnen. In de eerste maand krijgt u ook de bekostiging voor augustus.

    Bedrag onderwijsachterstanden Schooljaar 2021-2022  Per achterstandsscore/ CUMI-leerling >4    Betaalmoment
    CBS-indicator po€ 251,16Maandelijks vanaf september 2021
    CUMI-regeling€ 548,56Maandelijks vanaf september 2021    

    Met de informatietool kunt u zien hoeveel middelen uw school voor het schooljaar 2021-2022 ontvangt vanuit het NP Onderwijs. De informatietool geeft de bedragen weer voor de aanvullende bekostiging per school (voor alle leerlingen een bedrag per leerling) en voor de middelen voor scholen met veel leerlingen met risico op onderwijsachterstand. De middelen voor nieuwkomers en samenwerkingsverbanden zijn niet opgenomen in deze informatietool. U ontvangt van DUO een Overzicht financiële beschikkingen (Ofb) van de definitieve aanvullende bekostiging. Dit kan beperkt afwijken van het totaalbedrag dat u in de tool aantreft.

    Download de informatietool .

  • Welke bedragen komen voor NP Onderwijs als aanvullende bekostiging voor het primair onderwijs beschikbaar?

    Scholen krijgen aanvullende bekostiging in de vorm van een bedrag per leerling om het schoolprogramma uit te voeren. In de tabel hieronder vindt u voor het schooljaar 2021-2022 het bedrag per leerling per schooltype en het betaalmoment. Het schooljaar loopt vanaf augustus 2021 tot en met juli 2022.

    Bedrag per leerling naar schooltype Schooljaar 2021-2022    Per leerling    Betaalmoment
    basisonderwijs€ 701,16Maandelijks vanaf september 2021
    speciaal basisonderwijs€ 1.051,74Maandelijks vanaf september 2021
    (voortgezet) speciaal onderwijs€ 1.402,31Maandelijks vanaf september 2021


    Vanaf woensdag 30 jun 2021i staat er voor u een informatietool op de website van het Nationaal Programma Onderwijs (NP Onderwijs) waarmee u de aanvullende bekostiging voor uw school kunt inzien.

    Download de informatietool .

  • Is het mogelijk om een werknemer in twee functies te benoemen?

    De mogelijkheid om een werknemer in twee functies te benoemen is geregeld in artikel 5.2 CAO PO 2019 -2020 en luidt als volgt: 5.2 Benoeming in een functie

    1. De werknemer wordt benoemd in een van de functies in het functiegebouw.
    2. In afwijking van het eerste lid kan een werknemer worden benoemd in twee onderwijsondersteunende functies of een onderwijsondersteunende en een onderwijsgevende functie, indien er een verschil van meer dan drie schalen is tussen de bij die functies behorende maximumschalen.
    3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan een werknemer met een arbeids-ongeschiktheidspercentage van minder dan 35% worden benoemd in twee onderwijsondersteunende functies of een onderwijsondersteunende en een onderwijsgevende functie, waarvan het verschil tussen de bij die functies behorende maximum-schalen drie schalen of minder is.
    4. In afwijking van het eerste en tweede lid kan een werknemer worden benoemd in twee onderwijsgevende functies, indien die functies bestaan uit een functie leraar in het regulier basisonderwijs en een functie leraar in het speciaal (basis) onderwijs.
    5. Indien de functiebeschrijving van een werknemer wordt aangepast, brengt de werkgever de werknemer hiervan schriftelijk op de hoogte. De bepaling van artikel 6.16 van deze cao is hierop van toepassing.

    Voor de combinatie van een onderwijsgevende en een onderwijsondersteunende functie zijn de situaties waarin sprake kan zijn van een benoeming in 2 functies, in onderstaande tabel uitgeschreven. Bij elke in kolom 1 opgenomen onderwijsgevende functie is in kolom 2 aangegeven met welke onderwijsondersteunende functies een benoeming in die onderwijsgevende functie gecombineerd kan worden.

    Kolom 1 Kolom 2
    Onderwijsgevende functie bij een functie behorende maximumschaal Onderwijsondersteunende functie bij een functie behorende maximumschaal
    L10 1 t/m 6 en 14 t/m 16
    L11 1 t/m 7 en 15 t/m 16
    L12 1 t/m 8 en 16
    L13 1 t/m 9
    L14 1 t/m 10

    Ad 3: Deze uitzondering is gemaakt om belemmeringen weg te nemen voor de voortzetting van het dienstverband van de werknemer die minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

    Ad 4: In lid 4 artikel 5.2 van de CAO PO 2019 – 2020 wordt nog een uitzondering aangegeven, namelijk voor een werknemer die benoemd is in 2 onderwijsgevende functies, die bestaan uit een normfunctie leraar basisonderwijs in schaal L10 en een normfunctie leraar speciale school voor basisonderwijs in schaal L11. Dit zijn meestal vakleerkrachten gymnastiek, die op beide schoolsoorten lesgeven. Een onderwijsassistent (schaal 4) mag ook benoemd worden als maatschappelijk deskundige (schaal 8). Een ID-er of een werknemer benoemd in een Participatiebaan (schaal 1) mag ook benoemd worden als technisch assistent (schaal 5). Een directeur mag niet in twee functies benoemd worden, omdat deze regeling alleen maar geldt voor onderwijsondersteunende en onderwijsgevende werknemers en niet voor directiefuncties. Ook mag een onderwijsassistent (schaal 4) niet benoemd worden in combinatie met de functie van leraarondersteuner (schaal 7).

  • Hoe is de opbouw van het vakantieverlof geregeld?

    In de CAO PO 2014 – 2015  is per 1 augustus 2015 is een wijziging aangebracht als het gaat om het vakantieverlof: de werknemer heeft recht op 428 uur vakantieverlof, inclusief de algemeen erkende feestdagen (deeltijder naar rato).
    Er wordt onderscheid gemaakt tussen onderwijsgevend personeel en onderwijsondersteunend personeel met les- en/of behandeltaken en onderwijsondersteunend personeel zonder les- en/of behandeltaken.

    Onderwijsgevend personeel en onderwijsondersteuend personeel met les- en/of behandeltaken:
    De opbouw van het vakantieverlof voor onderwijsgevend personeel en onderwijsondersteunend personeel vindt plaats van 1 oktober tot en met 30 september. Hiervan mag met instemming van de personeelsgeleding van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad afgeweken worden. De schoolvakanties en vrije dagen vallen allemaal binnen 1 oktober – 1 oktober. Het verlof bestaat uit wettelijke vakantieverlof van vier keer de wekelijkse arbeidsduur (160 uur). De overige uren zijn bovenwettelijk vakantieverlof *.
    Het verlof wordt in de schoolvakanties verleend.

    Onderwijsondersteunend personeel zonder les- en/of behandeltaken:
    De vakantie-uren voor onderwijsondersteunend personeel zonder lesgebonden en/of behandeltaken wordt opgebouwd in een kalenderjaar**. Het verlof wordt bij voorkeur in de schoolvakantie verleend.
    Als er meer uren verlof zijn om in schoolvakanties op te nemen, dan wordt het restant van de verlofuren in overleg op andere momenten opgenomen. Dit kan voorkomen als er nog vakantieverlof resteert uit het vorige jaar.

    * Zie CAO PO 2019 -2020, artikel 8.1
    ** Zie CAO PO 2019 – 2020, artikel 1.1 onder Jaar en artikel 8.3

  • Wat betekent het voor scholen dat de maatregelen uit de generieke kaders ten aanzien van contactbeperking voor het funderend onderwijs en de kinderopvang komen te vervallen per 26 juni?

    Tot 26 juni gelden adviezen om contacten te beperken op school; die zijn vastgelegd in de generieke kaders van het RIVM voor kinderopvang en primair onderwijs(0-12 jaar) en voor voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (13-18 jaar) onder het kopje “Beperken van het aantal contacten op (opvang en) school”. Vanaf 26 juni hoeven scholen deze maatregelen niet meer te nemen. In de vragen en antwoorden die hierna volgen, beschrijven we wat dit betekent voor specifieke situaties.

  • Welke regels gelden straks nog wel?

    We moeten nog steeds voorzichtig blijven. De basismaatregelen ten aanzien van hygiëne en gezondheid blijven wel van kracht. Dat houdt onder andere in:

    – Regelmatig en goed handen wassen;
    – Niezen en hoesten in de elleboog;
    – Bij klachten thuis blijven en jezelf laten testen;
    – Personeel houdt onderling 1,5 meter afstand en in het voortgezet onderwijs houden leerlingen 1,5 meter afstand van personeel;
    – In het voortgezet onderwijs blijft de mondkapjesplicht in stand in de gangen, omdat daar niet altijd anderhalve meter afstand kan worden gehouden.

    NB: deze basisregels gelden ook voor gevaccineerde personen. Daarnaast blijven de andere adviezen uit de generieke kaders van het RIVM voor kinderopvang en primair onderwijs en voor voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs gelden. Bijvoorbeeld als het gaat om ventilatie en samenwerking met de GGD bij bron- en contactonderzoek.

  • Zijn scholen verplicht de versoepelingen door te voeren met ingang van 26 juni?

    Met de verdere versoepelingen van 26 juni wordt er nog meer mogelijk voor scholen, maar scholen kunnen er voor kiezen om in goed overleg met de medezeggenschap deze versoepelingen pas in het nieuwe schooljaar door te voeren.

  • Hoe zit het met de cohorteringsmaatregelen, zoals het indelen van leerlingen in kleine groepjes of vaste koppels en het bijhouden van plattegronden?

    Deze adviezen zijn onderdeel van de contactbeperkende maatregelen om het aantal contacten tussen volwassenen en tussen kinderen te voorkomen. Deze maatregelen vervallen vanaf 26 juni.

  • Hoe zit het met het melden van besmettingen aan de GGD, bron- en contactonderzoek (BCO), test- en quarantaineadviezen?

    De richtlijnen van het RIVM voor de test- en quarantaineadviezen voor contacten van een positief getest persoon blijven gelden. Blijf bekende besmettingen melden. Volg altijd de adviezen van de GGD op, en verstrek de gevraagde informatie aan de GGD. Bij een positief geval op school wordt zo door de GGD bepaald welke (nauwe) contacten in quarantaine moeten en wie zich moet laten testen.

  • Blijven de regels voor wanneer neusverkouden kinderen thuis moeten blijven (de ‘snottebellenrichtlijn’) van kracht?

    Ja, deze blijft nu nog van kracht. Een eventuele aanpassing hiervan in de komende periode wordt op dat moment helder gecommuniceerd aan scholen en kinderopvanglocaties.

  • Is de tussenschoolse opvang (TSO) met a) gemengde groepen en/of b) inzet van extern personeel dan ook weer toegestaan?

    Ja

  • Is er nog steeds noodopvang op school wanneer een school moet sluiten?

    Wanneer er sprake is van sluiting vanwege organisatorische redenen, komen leerlingen in een kwetsbare positie en leerlingen van ouders in een cruciaal beroep zoveel als mogelijk naar school. Wanneer de school moet sluiten vanwege quarantaine, mogen deze leerlingen niet naar school. Een school meldt een tijdelijke schoolsluiting bij de Inspectie van het onderwijs via het meldpunt.

  • Mag het personeel weer bij elkaar komen?

    Ja, maar de 1,5 meter afstandsmaatregel tussen personeel blijft. Houd daar rekening mee, bijvoorbeeld in de personeelskamer of bij teamvergaderingen. De grootte van de ruimte bepaalt hoeveel medewerkers bij elkaar kunnen komen.

  • Moeten we ergens extra op letten bij de inzet van invallers en vakleerkrachten?

    Een school hoeft geen aparte maatregelen meer te nemen voor de inzet van inval- of vakleerkrachten. Zij komen, net als het andere onderwijspersoneel, ook in aanmerking voor zelftesten om preventief te gebruiken.

  • Mogen externen weer op school komen? Onder welke voorwaarden?

    Ja. Zij volgen daarbij de basismaatregelen, waaronder 1,5 meter afstand houden tussen volwassenen en ook van leerlingen in het voortgezet (speciaal) onderwijs. Mondkapjes worden gebruikt waar het niet altijd lukt on 1,5 meter afstand te houden, zoals op de gangen.

  • Kan voor leerlingen van groep 7 en 8 in het primair onderwijs nog steeds overwogen worden om hen een mondneusmasker te laten dragen in de gangen?

    Dit wordt niet geadviseerd, maar het kan wel overwogen worden door een school. Dit verandert dus niet ten opzichte van de situatie voor 26 juni.

  • Blijft de wettelijke verplichting om mondkapjes te dragen in het v(s)o in stand?

    Ja, de wettelijke verplichting blijft van kracht, omdat het met name in de gangen niet altijd lukt om de 1,5 meter afstandsregel tussen leerlingen en onderwijspersoneel in acht te nemen.

  • Mogen ouders/verzorgers weer op school komen? Onder welke voorwaarden?

    Ja, maar houd er rekening mee dat de 1,5 meter afstand tussen volwassenen en – in het vo – tussen leerlingen en volwassenen nog steeds geldt, en dat de grootte van de ruimte bepaalt hoeveel personen bij elkaar kunnen komen. Dit kan bijvoorbeeld lastig zijn als ouders/verzorgers aan het begin van de dag op hetzelfde tijdstip de school in zouden komen om hun kind naar de klas te brengen. Als de ruimte het niet toelaat dat volwassenen 1,5 meter afstand van elkaar houden, dan kan een school ervoor kiezen dat ouders/verzorgers op dat moment niet (gelijktijdig) de school in mogen komen, of kunnen looproutes worden gehanteerd. Voor oudergesprekken over een individuele leerling zou het houden van 1,5 meter afstand meestal geen probleem hoeven te zijn.

  • Mogen groep 8’ers op hun nieuwe middelbare school komen? Onder welke voorwaarden?

    Ja. Houd er wel rekening mee dat volwassenen wel 1,5 meter afstand moeten houden en dat de grootte van de ruimte bepaalt hoeveel personen bij elkaar kunnen komen. Mochten ouders bijvoorbeeld mee komen, zorg dan dat ze 1,5 meter afstand houden van elkaar. Als de ruimte er niet is, overweeg dan om ouders beperkt of niet mee te laten komen. Houd er ook rekening mee dat in het voortgezet (speciaal) onderwijs de mondkapjesplicht van kracht blijft bij verplaatsingen. Met het oog op de handhaafbaarheid geldt dit ook voor achtstegroepers en hun ouders, als ze op hun nieuwe school komen.

  • Is het nog nodig om te werken met gespreide pauzes, begin- en eindtijden?

    Nee, dat advies vervalt. Blijf er wel alert op dat ook ouders/verzorgers 1,5 meter afstand moeten houden, ook op het schoolplein.

  • Mogen schoolreisjes, schoolkampen en excursies weer? En welke maatregelen gelden er dan?

    Scholen mogen weer met hun leerlingen op schoolreisje, schoolkamp of excursie. Volg voor het vervoer de regels en adviezen die daarvoor gelden, bijvoorbeeld het advies om buiten de spits te reizen. Volg voor de bestemming de maatregelen die op die bestemming gehanteerd worden. Begeleiding mag mee, maar houd wel rekening met de 1,5 meter afstand tussen volwassenen, en ook tussen volwassenen en leerlingen in het voortgezet (speciaal) onderwijs, ook in het vervoer. Gebruik mondkapjes als het niet gegarandeerd kan worden dat er altijd 1,5 meter afstand kan worden gehouden.

  • Mogen achtstegroepers musicals opvoeren voor toeschouwers? En hoe zit dat met diploma-uitreikingen?

    Ja. Houd daarbij rekening met de basisregels voor gezondheid en hygiëne. Volwassenen dienen onderling 1,5 meter afstand te houden. De grootte van de ruimte bepaalt hoeveel toeschouwers kunnen komen kijken. Houd er ook rekening mee dat het registreren van aanwezigen en een gezondheidscheck verplicht zijn als mensen een vaste zitplek hebben en er geen doorstroom plaatsvindt.

  • Mogen ouders/verzorgers komen kijken bij sportdagen en andere sportieve evenementen binnen of buiten?

    Ja, publiek is weer toegestaan bij amateursport. Zij moeten wel 1,5 meter afstand van elkaar houden.

  • Wat als een leerling door de versoepelingen toch niet naar school kan?

    Door de versoepelingen die vanaf 26 juni mogelijk zijn, kan bij sommige leerlingen de vraag ontstaan of het voor hen verstandig is om naar school te gaan, omdat zij zelf meer risico lopen op ernstige gevolgen van een coronabesmetting of omdat zij een huisgenoot hebben met een kwetsbare gezondheid. In de servicedocumenten voor funderend onderwijs wordt beschreven hoe een school met een dergelijke situatie om kan gaan. Extra tips en handreikingen staan in een handelingskader voor wanneer leerlingen (willen) thuisblijven omwille van corona; dit is ontwikkeld door de raden, OCW en andere partners.

  • Waar moeten we rekening mee houden als personeel, ouders en leerlingen terugkomen van vakantie in het buitenland? Wat als er een quarantaine-advies is voor een leerling na afloop van de zomervakantie?

    Iedereen met reisplannen naar het buitenland wordt geadviseerd om eerst het reisadvies voor dat land te controleren op www.nederlandwereldwijd.nl. Ouders/verzorgers, docenten en onderwijspersoneel voor wie een quarantaine-advies geldt na een verblijf in het buitenland, mogen niet op school of op het schoolplein komen. Een school hoeft dit niet te controleren. Leerlingen in het voortgezet onderwijs krijgen aan het einde van dit schooljaar zelftesten mee, zodat zij zich kunnen testen na terugkeer van vakantie uit het buitenland én bij de start van hun nieuwe schooljaar in het vervolgonderwijs.

  • Waarom is het nog nodig om zelftesten te gebruiken in het funderend onderwijs en de kinderopvang?

    Tot in de zomer wordt nog gebruik gemaakt van zelftesten in het funderend onderwijs en de kinderopvang. In deze periode is namelijk nog niet iedereen gevaccineerd. Zelftesten blijven in deze overgangsfase een belangrijke rol spelen om het virus tijdig te signaleren en daarmee verspreiding te voorkomen. Daarom is het nodig om de zelftesten preventief en risicogericht te blijven gebruiken. Daarbij heeft het OMT het belang van preventief zelftesten door personeel en leerlingen in het voortgezet onderwijs benadrukt bij het laten vervallen van de 1,5 meter afstandsmaatregel tussen leerlingen.

  • Hoe kunnen besluiten genomen worden zonder (voltallige) medezeggenschapsraad?

    De afgelopen weken ontvingen wij meermaals de vraag hoe gehandeld moet worden als er geen (voltallige) medezeggenschapsraad is. Allereerst gelden de wettelijke bepalingen. Elke school (BRINnummer) dient een medezeggenschapsraad te hebben. Dat is bepaald in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). De medezeggenschapsraad bestaat uit personeelsleden, ouders en in het voortgezet onderwijs ook leerlingen van dertien jaar of ouder.

    Het kan zijn dat door omstandigheden of onenigheid (een gedeelte van) de medezeggenschapsraad ontbreekt. Wiens taak is het dan om aan de wettelijke verplichting te voldoen? Als een geleding van de medezeggenschapsraad niet compleet is op grond van het medezeggenschapsreglement, dan is het aan deze geleding om te zorgen dat deze weer volledig is. Dat kan door middel van het uitschrijven van verkiezingen.

    Is er helemaal geen vertegenwoordiging in de medezeggenschapsraad, dan dient het bestuur alles in het werk te stellen om zo snel mogelijk weer een medezeggenschapsraad te hebben. Het bestuur dient dan zowel personeelsleden als ouders en in het voorgezet onderwijs ook de leerlingen te stimuleren en/of op te roepen zitting te nemen in de medezeggenschapsraad.

    In de wettelijke bepalingen zoals de onderwijswetgeving en in de cao’s zijn bevoegdheden voor instemming en advies neergelegd bij de medezeggenschapsraad. Als deze er niet is, dan kan het bestuur ook niet besturen.

  • Waar kan ik informatie vinden over de steunpakketten jeugd van het Nationaal Programma Onderwijs?

    In het bedrag van € 8,5 miljard is ook een bedrag opgenomen voor gemeenten en samenwerkingsverbanden om de gevolgen van corona voor de jeugd op te vangen.

    Gemeenten en onderwijs staan voor de opgave om jongeren goed te laten van herstellen van de impact van corona en om hen perspectief te bieden. Hiervoor ontvangen zij steun vanuit het kabinet. In korte tijd moet er veel gebeuren. Om daarbij te helpen, heeft het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) een stappenplan gemaakt.

    Het stappenplan en bijbehorende werkbladen helpen scholen en gemeenten om tot een gezamenlijke aanpak te komen én die aanpak te verbinden aan bestaand beleid.

    Het stappenplan en de werkbladen zijn te downloaden via https://www.nji.nl/nl/coronavirus/Gemeenten/Stappenplan-samenhang-corona-steunpakketten-jeugd.

    Voor meer informatie:

    • De VNG en het Nederlands Jeugdinstituut organiseren twee webinars over een gezamenlijke aanpak van gemeenten en onderwijs voor de corona-steunpakketten voor de jeugd. De webinars zijn op 24 juni en 8 september. 
    • De VNG en het NJi organiseren samen met onder meer het Steunpunt Passend Onderwijs een netwerkbijeenkomst op 16 juni over dit thema, voor bestuurders en beleidsmedewerkers onderwijs en jeugd van gemeenten, en voor leidinggevenden van samenwerkingsverbanden, hun schoolbesturen en staffunctionarissen.