Veelgestelde vragen – coronamaatregelen

Schoolleiders wilden heel graag duidelijkheid over richtlijnen van het RIVM.

De meest recente coronaprotocollen

Veelgestelde vragen coronamaatregelen

  • Waarom is er gekozen voor deze versoepelingen?

    Het kabinet vindt onderwijs erg belangrijk voor het cognitieve, emotionele en sociale welzijn van kinderen, adolescenten en jongvolwassenen. Daarom heeft het de hoogste prioriteit om het onderwijs voor alle leerlingen zoveel mogelijk fysiek door te laten gaan, met zo min mogelijk restricties. Vanaf 25 september vervallen vrijwel alle maatregelen die nu nog gelden binnen de onderwijsinstellingen, alleen de basisregels om verspreiding van het coronavirus te voorkomen en de inzet van preventieve zelftesten in het VO en in het PO (voor medewerkers) blijven gelden. Ook de Generieke Kaders (PO/KO en V(S)O)van het RIVM blijven in aangepaste vorm van kracht.

  • Welke coronabasismaatregelen gelden nog (wel)?

    We moeten nog steeds voorzichtig blijven. De basismaatregelen ten aanzien van hygiëne en gezondheid blijven wel van kracht. Dat houdt onder andere in:

    – Regelmatig en goed handen wassen;

    – Niezen en hoesten in de elleboog;

    – Bij klachten passend bij corona thuis blijven en jezelf laten testen bij de GGD;

    NB: deze basisregels gelden ook voor gevaccineerde personen.

    Daarnaast blijven de andere adviezen uit de generieke kaders van het RIVM voor kinderopvang en primair onderwijs en voor voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs gelden. Bijvoorbeeld als het gaat om ventilatie en samenwerking met de GGD bij bron- en contactonderzoek.

  • Wat is het beleid voor kinderen met lichte verkoudheidsklachten (de ‘snottebellenrichtlijn’)?

    Per 12 juli 2021 is de handreiking neusverkouden kinderen (de snottebellenrichtlijn) verruimd: bij verkoudheidsklachten zoals keelpijn of niezen mogen kinderen tot en met de basisschoolleeftijd naar school en naar de kinderopvang, en krijgen ze geen testadvies meer.

  • Wat is bron- en contactonderzoek?

    Wanneer iemand positief is getest op het coronavirus, doet de GGD een bron- en contactonderzoek om de verspreiding van het coronavirus te voorkomen. Een besmet persoon wordt gebeld door een GGD-medewerker. Samen gaan zij op zoek naar:

    – door wie de persoon is besmet (de bron);

    – met wie de besmette persoon in contact is geweest (de contacten);

    – welke mensen mogelijk zijn besmet met corona.

    Contacten worden geïnformeerd over hun besmettingsrisico en welke maatregelen zij moeten nemen. BCO is een belangrijk onderdeel van de bestrijding van de pandemie.

  • Hoe zit het met de quarantaine en het bron-en contactonderzoek (BCO) van de GGD?

    Het BCO in het primair onderwijs wordt met ingang van 20 september 2021 versoepeld. In het basisonderwijs en het speciaal onderwijs vervalt het quarantaineadvies voor de hele klas bij een besmette leerling. Het advies om je bij klachten te laten testen bij de GGD blijft gelden. Klasgenoten van het besmette kind kunnen dus in principe allemaal naar school. Eventueel geldt een uitzondering voor kinderen die in nauw contact zijn geweest in de privésfeer. De advisering hierover loopt altijd via de GGD. Bij uitbraken met meerdere besmettingen kan de GGD nog wel aanvullende adviezen geven, waaronder indien nodig een quarantaine- en testadvies voor de hele groep of klas. Het blijft wel van belang om leerlingen en hun ouders te informeren over de besmetting in de groep of klas, zodat in bijzondere omstandigheden, zoals een kwetsbare huisgenoot met een verhoogd risico op ernstig beloop, maatwerk geleverd kan worden in samenspraak met de GGD en eventueel de behandelaar van de huisgenoot.

  • Wat gebeurt er met de quarantaineregels voor leerlingen in het primair onderwijs en het speciaal (basis)onderwijs?

    Per 20 september vervalt het quarantaineadvies voor de hele klas bij een besmette leerling. Bij uitbraken met meerdere besmettingen in een groep kan de GGD nog wel aanvullende adviezen geven, waaronder indien nodig een quarantaineadvies voor de hele groep of klas en individuele nauwe contacten en samenhang met de privé situatie. Het blijft wel van belang om leerlingen en hun ouders te informeren over de besmetting in de groep of klas, zodat in bijzondere omstandigheden, zoals een kwetsbare huisgenoot met een verhoogd risico op ernstig beloop, maatwerk geleverd kan worden in samenspraak met de GGD en eventueel de behandelaar van de huisgenoot.

  • Wat betekenen de versoepelingen voor het besmettingsgevaar in de klassen?

    Het bron- en contactonderzoek (BCO) voor leerlingen is versoepeld. Als een leerling positief getest is, blijft het kind thuis in isolatie. Klasgenoten van de besmette leerling kunnen wel naar school. Ouders ontvangen een brief met het verzoek hun kind nauwlettend in de gaten te houden op het ontstaan van ziekteverschijnselen en te testen bij klachten die passen bij corona. Eventueel kunnen klasgenoten die in nauw contact zijn geweest in de privésfeer (bijvoorbeeld door een speelafspraak bij het besmette kind thuis) wel een quarantaineadvies krijgen. Ook bij een groter aantal besmettingen in de klas kan de GGD er eventueel toe overgaan toch een hele klas een quarantaine- en testadvies te geven. Dit is aan de professionele inschatting van de GGD.

  • Nu de quarantaineregels worden losgelaten zullen kinderen vaker besmet worden. Is de strategie groepsimmuniteit opbouwen?

    Nee. De gevolgen van de maatregel dat een hele klas in quarantaine moet als er één leerling besmet is, weegt in deze fase met een toenemende vaccinatiegraad niet meer op tegen de bescherming die het biedt. Elke dag niet op school, is er één te veel. Jonge kinderen worden niet of minder ernstig ziek: ze hebben een zéér mild ziekteverloop als ze besmet raken. Ook zijn ze minder besmettelijk dan volwassenen. En de meeste volwassenen om hen heen hebben de mogelijkheid gehad zich te laten vaccineren. Bovendien blijft het advies gelden dat kinderen met klachten (verkoudheidsklachten met koorts, benauwdheid en/of veel hoesten) zich laten testen bij de GGD en thuis de uitslag afwachten. Uiteraard blijven kinderen die corona hebben thuis tot ze, na minimaal 7 dagen na de test, 24 uur klachtenvrij zijn.

  • Waarom is het nu wel verantwoord om mogelijk besmette leerlingen naar school te laten gaan?

    Het risico dat een kind zelf ernstig ziek wordt is zeer gering. Jonge kinderen ondervinden over het algemeen nauwelijks ziekteverschijnselen van een besmetting. Daarnaast zijn kinderen minder besmettelijk, is het transmissierisico van kind op volwassene relatief beperkt en is het merendeel van de volwassenen inmiddels gevaccineerd.

  • Als slechts een enkele leerling in quarantaine gaat, blijft dan de verplichting tot het geven van afstandsonderwijs nog in stand?

    Nee. Scholen zijn niet verplicht om afstandsonderwijs te bieden aan een leerling die kortdurend ziek thuis is, dus ook niet aan een individuele leerling die door aan Covid-19 gerelateerde ziekte of quarantaine tijdelijk geen fysiek onderwijs kan volgen. Wel wordt van scholen verwacht dat zij zich inspannen de continuïteit van het onderwijsprogramma te borgen, bijvoorbeeld door huiswerkopdrachten mee te geven. Dit geldt anders voor leerlingen met een kwetsbare gezondheid: daar geldt wel een plicht tot het bieden van een volwaardig programma. Meer informatie hierover staat in het servicedocument voor primair onderwijs.

  • Wanneer wordt iemand als immuun gezien?

    Bij het BCO wordt eenpersoon als immuun voor SARS-CoV-2 beschouwd als deze:

    – 14 dagen of langer geleden een vaccinatieserie heeft afgerond van Comirnaty (Pfizer), Spikevax (Moderna) of Vaxzevria (AstraZeneca); OF

    – 14 dagen of langer geleden 1 dosis van een van deze vaccins heeft gekregen na een doorgemaakte SARS-CoV-2-infectie; OF

    – 28 dagen of langer geleden het Janssen-vaccin heeft gekregen; OF

    – COVID-19 heeft doorgemaakt minder dan 6 maanden geleden.

    Dit geldt in het kader van BCO voorlopig ook voor immuungecompromitteerde personen, totdat er specifiekere adviezen geformuleerd kunnen worden voor patiëntencategorieën waarbij vaccinatie onvoldoende beschermen effect blijkt te hebben.

    Iedereen die niet voldoet aan de criteria van immuun, wordt als niet-immuun beschouwd.

  • Moeten ouders van leerlingen die als ‘nauw contact’ uit BCO komen ook in quarantaine?

    Nee. Contacten van nauwe contacten hoeven niet zelf ook in quarantaine. Let wel op: als een kind dat nauw contact is zelf ook positief test, dan moeten de contacten van deze leerling mogelijk wél in quarantaine. Volg altijd de adviezen van de GGD.

  • Hoe lang duurt de quarantaine?

    Quarantaine duurt 10 dagen. Dat is gerekend vanaf het moment dat zij voor het laatst een tijd dicht in de buurt zijn geweest van degene met corona. In die 10 dagen kan een leerling niet naar school. Op of na dag 5 kunnen leerlingen en leraren zich laten testen bij de GGD. Bij een negatieve testuitslag (en geen klachten) kan de leerling/leraar weer naar school komen. Indien de leerling of leraar niet wordt getest, moeten de volledige 10 dagen thuisquarantaine worden afgemaakt.

  • Hoe lang duurt een isolatie van een besmet persoon?

    Na een besmetting kan een persoon weer naar school wanneer hij/zij 24 uur klachtenvrij is én minimaal 7 dagen zijn verstreken na start van de symptomen.

    Als een besmetting asymptomatisch was (zonder klachten) dan geldt dat niet-immune personen minimaal 5 dagen na de (positieve) testafname in quarantaine blijven; voor immune personen is dit 72 uur.

  • Wat gebeurt er met noodopvang als scholen/klassen in quarantaine gaan?

    Wanneer een leerling in quarantaine zit, kan deze leerling niet naar de noodopvang.

  • Hebben leerlingen in quarantaine recht op onderwijs?

    Als enkele leerlingen tijdelijk in quarantaine zitten, wordt scholen gevraagd om zo mogelijk continuïteit te bieden. Er geldt dan geen ‘recht op onderwijs’. Dit is vergelijkbaar met wanneer kinderen thuisblijven als ze kortdurend ziek zijn. De school is niet verplicht om hybride onderwijs aan te bieden, maar kan leerlingen bijvoorbeeld wel huiswerk meegeven of vragen om op afstand mee te doen, terwijl er op school aan andere leerlingen fysiek onderwijs wordt gegeven.

  • Kan een kind dat vanuit BCO een quarantaineadvies heeft door de school worden geweigerd als de ouders hem of haar alsnog naar school brengen?

    Ja, dit mag de school weigeren met een beroep op de zorgplicht voor een veilig schoolklimaat. Dit is ook het geval als een kind bijvoorbeeld waterpokken heeft. Maak goede afspraken met de medezeggenschap om verrassingen en mogelijke vervelende situaties te voorkomen.

  • Wat wordt er van scholen verwacht qua administratie? Moeten zij bijhouden wie met wie heeft gespeeld en samengewerkt, zodat bepaald kan worden wie in quarantaine moet bij een besmetting?

    De GGD bepaalt wie tot een nauw contact gerekend wordt, en doet dit vooral in samenspraak met de ouders van de besmette leerling. Dat kunnen dan ook klasgenoten zijn, als die bijvoorbeeld bij de besmette leerling thuis zijn geweest. Scholen hoeven hier geen administratie meer voor bij te houden.

  • Wat wordt er van een school verwacht bij BCO?

    Het is goed om al contact met de GGD te hebben vóórdat een positief geval wordt geconstateerd. Dit kan met het GGD-scholenteam, dat bij elke GGD is ingericht. De maatregelen die een school neemt om contact en het risico op verspreiding te beperken, kunnen worden doorgesproken, net als de juiste contactpersonen, hoe de school de GGD planmatig van informatie kan voorzien bij een besmetting.

    Het delen van deze gegevens valt binnen de privacyregels die in Nederland gelden, meer informatie daarover is hieronder te lezen. Het is van belang, met het oog op privacy, dat niet meer gegevens worden uitgewisseld dan strikt noodzakelijk. Het is ook daarom goed om van tevoren contact te hebben met de GGD over welke informatie nodig is. Het wordt aanbevolen om de functionaris gegevensbescherming (FG) goed te betrekken.

    Scholen wordt mogelijk gevraagd informatie te verstrekken zodat de GGD kan bepalen op welke dagen een besmettelijke leerling of personeelslid op school was, met wie hij/zij in contact was, en wat de gevolgen daarvan zijn. Het gaat uitsluitend om de volgende gegevens:

    – De naam van de leerling die mogelijk als categorie 2 of 3 wordt aangemerkt;

    – De geboortedatum van de leerling;

    – Het telefoonnummer en/of e-mailadres van de ouder(s) van de leerling;

    – Of de leerling op een of meerdere specifieke dagen op school aanwezig was (de presentielijst);

    Dit is een limitatieve lijst van persoonsgegevens, het uitwisselen van andere persoonsgegevens en bijzondere persoonsgegevens is hiermee uitgesloten.

    Het ministerie van OCW heeft vastgesteld dat een school bepaalde informatie mag geven over personen om de GGD te ondersteunen bij het bron- en contactonderzoek, zoals roosters, groepsvorming en presentie, met een beroep op een ‘gerechtvaardigd belang’ als grondslag. De gegevensverstrekking moet wel noodzakelijk en proportioneel zijn. Het gaat daarom om een limitatieve lijst van niet-bijzondere persoonsgegevens. Er is een handreiking vanuit OCW en GGD GHOR (i.s.m. het RIVM) beschikbaar om scholen en GGD’en te ondersteunen om deze uitwisseling op een effectieve manier vorm te geven. Deze handreiking bevat ook modelpassages die desgewenst gebruikt kunnen worden voor communicatie naar ouders.

    Het is raadzaam om contact te leggen met ouders en de medezeggenschap om hen te informeren over het proces van BCO, zodat ze weten wat ze kunnen verwachten. Er komen modelpassages beschikbaar voor een brief of mailing naar ouders. Mocht een ouder het niet eens zijn dat bepaalde informatie wordt verstrekt, dan kunnen ze bezwaar aantekenen.

    Het registreren en delen van besmettingen of welke leerling wegens besmetting in quarantaine zit is niet toegestaan. Ook is het niet toegestaan de vaccinatiestatus van personeel te registreren.

  • Kunnen kinderen gevaccineerd worden tegen corona?

    Sinds 2 juli jl. kunnen kinderen van 12 tot en met 17 jaar ervoor kiezen om zich te laten vaccineren tegen corona. De minimale leeftijd is 12 jaar. Vanaf deze leeftijd heeft het Europees geneesmiddelenbureau (EMA) het coronavaccin goedgekeurd en heeft het kabinet besloten dat kinderen vanaf 12 jaar zich kunnen laten vaccineren. Kinderen tot 12 jaar worden niet gevaccineerd.

  • Is het testen verplicht?

    Nee. Testen is nooit verplicht.

  • Welke leerlingen moeten zich laten testen en hoe vaak?

    Volg de adviezen van de GGD. Testen is altijd vrijwillig. Leerlingen en leraren die uit BCO komen, ontvangen per brief of telefonisch nadere informatie wat het testadvies is en hoe de testen snel kunnen worden ingepland. Heeft een leerling t/m 12 jaar (groep 8) verkoudheidsklachten in combinatie met koorts/en of benauwdheid? Dan is het advies om te testen bij de GGD en thuis te blijven tot de uitslag bekend is.

  • Wat als een ouder niet wil dat het kind getest wordt?

    Testen gebeurt op vrijwillige basis. Dan wordt er dus geen test afgenomen. Volg hierbij het advies van de GGD over wanneer het kind weer naar school mag.

  • Worden kinderen op school getest?

    Nee, kinderen worden niet op school getest.

  • Maakt het basisonderwijs gebruik van zelftesten?

    Ja, in het basisonderwijs zijn zelftesten beschikbaar voor niet-immuun onderwijspersoneel dat werkzaam is in het primaire proces, dus niet-immuun personeel dat direct in contact met leerlingen komt. Het doel is om de continuïteit van onderwijs te bevorderen.

    Vanwege de hoge vaccinatiegraad onder het personeel (waarschijnlijk boven de 85%) zult u voor de periode tot medio september geen aanvullende zelftesten voor het personeel ontvangen. Voor het personeel dat (nog) niet immuun is, maar wel gebruik wil maken van zelftesten, is de verwachting dat er nog afdoende voorraad beschikbaar is (binnen uw school of eventueel binnen uw bestuur) om aan die vraag te voldoen. Ook is het voor iedereen mogelijk om twee gratis zelftesten te bestellen via www.zelftestenbestellen.nl. Bij signalen dat ook dit onvoldoende is, is het eventueel mogelijk om een spoedbestelling te plaatsen via CoTeRo.Het gebruik van zelftesten is vrijwillig en in aanvulling op bestaande maatregelen om de verspreiding van het virus te beperken.

    Meer informatie over zelftesten in het onderwijs is te vinden via de website www.zelftesteninhetonderwijs.nl.

  • Maakt het basisonderwijs gebruik van zelftesten voor leerlingen?

    Nee, in het basisonderwijs zijn geen zelftesten beschikbaar voor leerlingen. Dit is wel het geval in het voortgezet (speciaal) onderwijs, voor leerlingen die als niet-immuun worden beschouwd.

  • Waarom komen kinderen niet in aanmerking voor zelftesten?

    Het zelftesten van kinderen onder de 12 jaar wordt nu niet nodig en ook niet wenselijk geacht. Kinderen zijn minder besmettelijk en het transmissierisico van kind op volwassene is relatief beperkt.

  • Hoe zit het met privacy bij zelftesten?

    De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de vertaling hiervan in de Nederlandse wet bepaalt dat zorgvuldig moet worden omgegaan met de registratie en verwerking van (bijzondere) persoonsgegevens, en dat dit alleen mag als er een goede grond voor is. Het wordt aanbevolen om de functionaris gegevensbescherming (FG) goed te betrekken

    Het ministerie van OCW heeft vastgesteld dat een school bepaalde informatie mag geven over personen om de GGD te ondersteunen bij het bron- en contactonderzoek, zoals roosters, groepsvorming en presentie, met een beroep op een ‘gerechtvaardigd belang’ als grondslag. De gegevensverstrekking moet wel noodzakelijk en proportioneel zijn. Het gaat daarom om een limitatieve lijst van niet-bijzondere persoonsgegevens. Er is een handreiking vanuit OCW en GGD GHOR (i.s.m. het RIVM) beschikbaar om scholen en GGD’en te ondersteunen om deze uitwisseling op een effectieve manier vorm te geven. Deze handreiking bevat ook modelpassages die desgewenst gebruikt kunnen worden voor communicatie naar ouders.

    Het is raadzaam om als school contact te leggen met ouders en de medezeggenschap om hen te informeren over het proces van het bron- en contactonderzoek, zodat ze weten wat ze kunnen verwachten. Desgewenst komen modelpassages beschikbaar voor een brief of mailing naar ouders. Mocht een ouder het niet eens zijn dat bepaalde informatie wordt verstrekt, dan kunnen ze hier bezwaar tegen aantekenen.

    Registratie en delen van besmettingen of quarantaine door een school is niet toegestaan, tenzij hier expliciete toestemming voor is gegeven door de ouders/verzorgers en/of de leerling zelf. Dit zijn medische persoonsgegevens, hiervoor gelden (nog) striktere voorwaarden.

  • Hoe weet de school dat een kind besmet is?

    De GGD heeft de taak om het bron- en contactonderzoek uit te voeren en informeert op basis daarvan de contacten rondom de besmette persoon. De GGD neemt ook contact op met de school, indien een kind in de besmettelijke periode op de school is geweest.

    Ouders zijn niet juridisch verplicht om een besmetting aan school te melden, dit valt binnen de privacyregels. De meeste ouders zijn hier echter wel toe bereid, dus vaak hoort de school via ouders van een besmetting. De school neemt vervolgens contact op met de GGD. Het is erg belangrijk dat iedereen meewerkt aan het bron- en contactonderzoek van de GGD om de verspreiding van het virus zoveel als mogelijk te beperken.

  • Mag een school om een bewijs van een negatieve coronatest vragen?

    Nee, dit mag niet. Kinderen hebben namelijk recht op onderwijs, ongeacht of zij zich hebben laten testen of niet.  
    (Nederland is partij in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.)

  • Mag een school om een vaccinatiebewijs vragen?

    Nee. Een leerling of personeelslid hoeft niet bekend te maken of deze gevaccineerd is.

  • Mag een school bijhouden welke leerlingen in quarantaine zitten, en hoe lang?

    Nee, tenzij leerling en ouders hier expliciete toestemming voor geven. In de meeste gevallen is dit ook niet wenselijk.

  • Moeten leerlingen met een kwetsbare gezondheid naar school?

    Wanneer een behandelend (kinder-)arts adviseert om een kind niet naar school te laten gaan, ook niet met eventueel extra beschermende maatregelen, moet worden aangesloten bij de bepalingen zoals deze ook gelden voor leerlingen die vanwege een medische aandoening niet naar school kunnen gaan. Voor specifiek deze leerlingen zijn scholen verplicht om een alternatief onderwijsaanbod te verzorgen. Afstandsonderwijs kan fungeren als alternatief onderwijsaanbod. Er is overleg tussen ouders, leerling en school nodig over wat daarin mogelijk is. Mochten ouders problemen ervaren in het overleg tussen school, ouders en leerling, dan kan door de ouders contact worden opgenomen met de Inspectie van het Onderwijs. Indien het verplichte onderwijsprogramma (deels) bestaat uit online- of afstandsonderwijs, en een leerling daar niet aan mee doet, dan moeten scholen het ongeoorloofd verzuim in dat geval ook melden; de leerplichtambtenaar kan vervolgens contact zoeken met de ouders/verzorgers.

  • Wat als een leerling door de versoepelingen niet meer naar school kan?

    Door de versoepelingen kan bij sommige leerlingen de vraag ontstaan of het voor hen verstandig is om naar school te gaan, omdat zij zelf meer risico lopen op ernstige gevolgen van een coronabesmetting of omdat zij een huisgenoot hebben met een kwetsbare gezondheid. In de servicedocumenten voor funderend onderwijs wordt beschreven hoe een school met een dergelijke situatie om kan gaan. Extra tips, vragen en antwoorden en handreikingen staan in een handelingskader voor wanneer leerlingen (willen) thuisblijven omwille van corona; dit is ontwikkeld door de raden, OCW en andere partners.

  • Wat moet een school doen als een leerling niet op school komt, bijvoorbeeld vanwege zorgen om de gezondheid door corona?

    Het oplopen van achterstanden bij leerlingen moet worden voorkomen. Alhoewel er formeel geen verplichting is voor scholen om in het geval van bijvoorbeeld zorgen om de gezondheid vanwege corona een alternatief onderwijsprogramma aan te bieden, is het belangrijk om waar mogelijk te zorgen voor onderwijs. In de servicedocumenten voor funderend onderwijs wordt beschreven hoe een school met een dergelijke situatie om kan gaan. Extra tips en handreikingen staan in een handelingskader voor wanneer leerlingen (willen) thuisblijven omwille van corona; dit is ontwikkeld door de raden, OCW en andere partners.

    Wanneer de school en ouders het met elkaar eens zijn over een alternatief onderwijsprogramma, wordt de leerling geacht dat programma daadwerkelijk te volgen. In dat geval is er geen reden voor een school om een verzuimmelding te doen. Mocht blijken dat de leerling het alternatieve onderwijsprogramma niet zoals afgesproken volgt, dan moet de school het ongeoorloofd verzuim op de reguliere manier melden.

  • Kunnen Veilig Thuis-meldingen worden gedaan in dit geval?

    Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat Veilig Thuis wordt gebruikt om druk uit te oefenen op ouders die zich in zorgen maken over de gezondheid van hun kind of familie. Het inschakelen van Veilig Thuis is geen oplossing voor een impasse tussen school, leerling en ouder. Extra tips en handreikingen staan in een handelingskader voor wanneer leerlingen (willen) thuisblijven omwille van corona; dit is ontwikkeld door de raden, OCW en andere partners.

    Het is wel de taak van scholen en leerplichtambtenaren om te signaleren en bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling een melding hiervan doen. Hiertoe is de verbeterde meldcode professionals ontwikkeld. Aan de hand van een stappenplan bepalen professionals of ze een melding moeten doen bij Veilig Thuis en of er voldoende hulp kan worden ingezet. Het juist doorlopen van de verbeterde meldcode en de rol van de leerplichtambtenaar hierbij zijn belangrijke instrumenten om escalatie te voorkomen.

  • Hoe gaan we om met onderwijspersoneel dat tot een risicogroep behoort?

    Werknemers die tot een risicogroep behoren, komen werken – mits het een controleerbare omgeving betreft, eventueel met aanvullende maatregelen. Dat kan betekenen dat voor deze werknemers aanvullende afspraken gelden, zoals het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen of aanpassing van de werkzaamheden. Werknemers uit de risicogroepen of werknemers met gezinsleden uit de risicogroep hebben de keuze van dit uitgangspunt af te wijken in overleg met de werkgever (al dan niet met betrokkenheid van de bedrijfs- of arbo-arts). 

    Bron: Vragen over rechten personeel (lesopafstand.nl)

  • Zijn er uitzonderingen waardoor een school niet open is?

    De school is open voor fysiek onderwijs, tenzij:

    – het advies van de GGD over besmettingen op school en beperking van het verspreidingsrisico hier aanleiding toe geeft, of

    – de school organisatorisch geen andere mogelijkheid heeft dan te sluiten, omdat teveel personeelsleden ziek zijn of in quarantaine moeten, en geen vervanging beschikbaar is.

  • Moet een school het bij de inspectie melden als de school moet sluiten?

    Ja. Een schoolbestuur meldt een volledige schoolsluiting bij de inspectie via het Internet School Dossier (ISD).

  • Als een school toch dicht moet vanwege quarantaine of organisatorische redenen, wordt er dan op een andere manier onderwijs gegeven?

    Wanneer een school onverhoopt tijdelijk moet sluiten vanwege quarantaine of organisatorische redenen, dan wordt overgeschakeld naar onderwijs op afstand. Scholen hebben in deze situaties bijzondere aandacht voor leerlingen in een kwetsbare positie. Wanneer er sprake is van sluiting omdat de school in quarantaine moet, kunnen ook deze groepen niet naar school komen. Een school meldt een tijdelijke schoolsluiting bij de Onderwijsinspectie via het meldpunt.

  • Moet een school het ook bij de inspectie melden als er één groep naar huis wordt gestuurd?

    Nee. Een schoolbestuur meldt alleen een volledige schoolsluiting bij de inspectie via het Internet School Dossier (ISD).

  • Is er noodopvang wanneer een groep naar huis wordt gestuurd?

    – Wanneer een groep naar huis wordt gestuurd vanwege organisatorische redenen, komen leerlingen in een kwetsbare positie en leerlingen van ouders in een cruciaal beroep wel zoveel als mogelijk naar school.

    – Wanneer de school moet sluiten vanwege quarantaine, mogen ook deze leerlingen niet naar school. Een school meldt een tijdelijke schoolsluiting bij de Inspectie van het onderwijs via het meldpunt.

    – Wanneer een groep naar huis wordt gestuurd vanwege quarantaine, mogen ook deze leerlingen niet naar school. De school hoeft hiervan geen melding te maken bij de Inspectie van het onderwijs.

  • Moet de school voor noodopvang zorgen tijdens studiedagen of vakantie?

    Nee, dat hoeft niet omdat de informatie over de studiedagen en de schoolvakanties voor de zomervakantie in de schoolgids zijn opgenomen. De ouders kunnen rekening houden met het feit dat hun kind dan geen school heeft.

  • Wat is er geregeld voor ouders die plotseling hun kinderen moeten ophalen en weer thuis moeten opvangen vanwege corona in de klas/op school?

    Dat is heel vervelend, maar het kan inderdaad gebeuren. We roepen werkgevers op om begrip te tonen voor medewerkers die hun kinderen van school moeten halen, omdat de klas/groep in quarantaine gaat.

  • Wat is de rol van de inspectie in deze periode?

    Van scholen in primair onderwijs en speciaal (basis)onderwijs wordt verwacht dat ze volledig open zijn. Als dit niet het geval is, gaat de inspectie in gesprek met de school en het bestuur. Scholen wordt gevraagd om een (tijdelijke) sluiting van een gehele school of vestiging te melden bij het meldpunt Schoolsluiting bij de inspectie.

  • Moet een school alle maatregelen geïmplementeerd hebben?

    In het servicedocument po wordt een onderscheid gemaakt tussen verplichte en noodzakelijke maatregelen, en adviezen. Als het niet lukt om alle maatregelen te implementeren, raden we scholen aan om prioriteit geven aan de verplichte en noodzakelijke maatregelen.

  • Zijn de versoepelingen wel verantwoord voor onderwijspersoneel?

    De besmettingscijfers onder onderwijspersoneel zijn gedurende de hele pandemie lager geweest dan het landelijk gemiddelde. Er worden momenteel ook minder testen afgenomen onder onderwijspersoneel en de vaccinatiegraad is hoog onder docenten (peiling CNV-Onderwijs: boven de 90%). Het is belangrijk dat leerkrachten die zich zorgen maken met het schoolbestuur hierover in gesprek blijven.

  • Welke maatregelen worden getroffen om risico op besmetting te verminderen?

    Beperking van de verspreiding van het coronavirus wordt bereikt door verschillende maatregelen voor personeel, leerlingen en ouders:

    – medewerkers doen dagelijks voor aanvang van hun werkzaamheden een gezondheidscheck;

    – het bron- en contactonderzoek (BCO), testbeleid, quarantaine en isolatie ;

    – de handreiking neusverkouden kinderen van het RIVM (de ‘snottebellenrichtlijn) bepaalt wanneer kinderen t/m 12 jaar naar school mogen komen (alleen bij lichte verkoudheidsklachten) of thuis moeten blijven en moeten testen;

    – hygiënemaatregelen;

    – voldoende ventilatie;

  • Wat als leraren zich niet (meer) veilig voelen?

    De afgelopen maanden wijzen uit dat het percentage positieve testen onder onderwijspersoneel telkens lager was dan het landelijk gemiddelde en in veel andere contactberoepen. Dit was ook het geval tijdens de periode dat de scholen open waren, maar de rest van de samenleving grotendeels op slot was. Ook ligt het vaccinatietempo hoog. Van iedereen boven de 12 jaar is op dit moment 77,4% volledig gevaccineerd. Het blijft daarbij van groot belang dat alle aanwezigen op school zich blijven houden aan de geldende coronamaatregelen. Mochten leraren zich desalniettemin niet veilig voelen, dan is het zaak om hierover met de school in gesprek te gaan en samen oplossingen te zoeken en te kijken naar wat wél kan. Hierover zijn afspraken gemaakt door de sociale partners. Zie ook het protocol voor basisonderwijs.

  • Welke mogelijkheden zijn er om toch thuis te werken voor onderwijspersoneel?

    Als een personeelslid in een risicogroep valt of aanleiding ziet om thuis te werken, dan bespreekt hij of zij dit met de school. De bedrijfsarts kan hierbij uiteraard ook een rol spelen.

    In goed overleg kan dan bijvoorbeeld worden gekeken welke werkzaamheden het personeelslid wel kan vervullen. Dit zal meestal maatwerk zijn.

  • Moet er iedere werkdag een gezondheidscheck plaatsvinden? Wordt dat vastgelegd in de vragenlijst?

    Iedere werkdag dienen medewerkers eerst zelf een gezondheidscheck te doen, voordat ze naar school komen. De vragenlijst hiervoor staat op de website van het RIVM. Indien het antwoord op één van de vragen ‘ja’ is, gaat de medewerker niet naar school. De antwoorden op de vragenlijst worden niet vastgelegd of bijgehouden.

  • Kan voor leerlingen van groep 7 en 8 in het primair onderwijs nog steeds overwogen worden om hen een mondneusmasker te laten dragen in de gangen?

    Dit wordt niet geadviseerd, aangezien de contactbeperkende maatregelen in het PO zijn vervallen.

  • Betekenen de versoepelingen ook meer risico op besmettingsgevaar voor ouders?

    De versoepelingen betekenen inderdaad een verhoging van het risico van besmetting bij ouders. Het OMT heeft advies uitgebracht en gelet op de hoge vaccinatiegraad van volwassenen en de verminderde besmettelijkheid van kinderen wordt dat risico aanvaardbaar geacht.

  • Mogen ouders/verzorgers weer de school in, nu de 1,5 meter regel is vervallen?

    De maatregel om 1,5 meter afstand te houden komt met ingang van 25 september te vervallen. Scholen hebben hiermee de mogelijkheid om ouders/verzorgers weer meer toe te laten in de school, om bijvoorbeeld hun kind bij het klaslokaal op te halen en voor ouderavonden. Scholen kunnen wat betreft contact met ouders weer terug naar hun ‘oude’ beleid, stemmen dit af met de medezeggenschapsraad en communiceren hier zelf over richting de ouders/verzorgers.

  • Mogen groep 8’ers bij wijze van kennismaken op een middelbare school komen?

    Ja, zij mogen met hun ouders kennismaken op een middelbare school.

  • Mag een school een ingeschreven leerling, die binnenkort 4 jaar wordt, weigeren en/of pas later laten instromen vanwege de coronamaatregelen?

    Nee, dit mag niet. Een leerling die is ingeschreven bij een school en de vierjarige leeftijd bereikt, moet de gelegenheid krijgen om te wennen en is vervolgens welkom op de school vanaf het moment dat hij/zij vier jaar wordt. Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van scholen en schoolbesturen om het onderwijs zo goed mogelijk te organiseren en ervoor te zorgen dat elk kind onderwijs kan blijven volgen. Wanneer vierjarigen pas later op school mogen beginnen, kunnen ouders hierdoor in de problemen komen met bijvoorbeeld kinderopvang. Wanneer ouders zich hierover zorgen maken of andere problemen rondom de coronamaatregelen ervaren, dan kunnen zij terecht bij de directie of het bestuur van de school.

  • Waar moeten we rekening mee houden als personeel, ouders en leerlingen terugkomen van vakantie in het buitenland?

    Iedereen met reisplannen naar het buitenland wordt geadviseerd om eerst het reisadvies voor dat land te controleren op www.nederlandwereldwijd.nl. Ouders/verzorgers, docenten en onderwijspersoneel voor wie een quarantaine-advies geldt na een verblijf in het buitenland, mogen niet op school of op het schoolplein komen.

  • Mogen achtstegroepers musicals opvoeren voor toeschouwers? En hoe zit dat met diploma-uitreikingen of overige vieringen?

    Ja, dat is mogelijk.

  • Mogen ouders/verzorgers komen kijken bij sportdagen en andere sportieve evenementen binnen of buiten?

    Ja, publiek is weer toegestaan bij amateursport.

  • Mogen schoolreisjes, schoolkampen en excursies weer? En welke maatregelen gelden er dan?

    Scholen mogen weer met hun leerlingen op schoolreisje, schoolkamp of excursie. Volg voor het vervoer de regels en adviezen die daarvoor gelden, bijvoorbeeld het advies om buiten de spits te reizen. Volg voor de bestemming de maatregelen die op die bestemming gehanteerd worden.

    Begeleiding mag mee.

  • Wanneer komt de regeling voor internetoplossingen voor leerlingen die hier thuis niet over beschikken te vervallen?

    Eerder dit jaar hebben schoolbesturen via SIVON een aanvraag kunnen doen voor het leveren van internetverbindingen voor leerlingen die thuis niet over een goede internetverbinding beschikten en deze wel nodig hadden voor het volgen van onderwijs op afstand. Deelnemende besturen hebben via SIVON SIM kaarten en mobiele wifi-routers geleverd gekregen. Deze zijn vergoed vanuit de door OCW verstrekte subsidie voor devices en internetconnectiviteit ten tijde van corona. De SIM-kaarten zijn bij levering door SIVON voorzien van een abonnement van 12 april t/m 12 oktober 2021. Op 12 oktober aanstaande loopt het abonnement dus af. Dit betekent dat de SIM-kaarten vanaf dat moment niet meer te gebruiken zijn. Deelnemende scholen zijn via SIVON hierover geïnformeerd en ontvangen in de week van 13 september nogmaals bericht hierover. Scholen kunnen zelf besluiten of en op welke manier zij de betreffende leerlingen informeren over het aflopen van het abonnement. SIVON beschikt niet over de gegevens van de leerlingen die de SIM-kaarten hebben ontvangen en kan deze leerlingen hier dus ook niet over informeren. De via SIVON ontvangen mobiele wifi-routers zijn bij levering eigendom van uw schoolbestuur geworden en hoeven niet aan SIVON te worden geretourneerd. Schoolbesturen kunnen zelf besluiten of zij de betreffende leerlingen vragen om de routers in te leveren, zodat zij deze mogelijk een andere bestemming binnen hun schoolbestuur kunnen geven.

  • Moeten leerlingen en onderwijspersoneel bij een educatieve culturele onderwijsactiviteit (zoals een voorstelling of een workshop) een Coronatoegangsbewijs (CTB) laten zien?

    Indien de educatieve culturele onderwijsactiviteit onderdeel is van het schoolprogramma (curriculum), geldt dat deze zijn vrijgesteld van CTB (net als andere onderwijsactiviteiten), ook als deze buiten de onderwijsinstelling/school plaatsvindt. Indien het een bezoek aan een reguliere publieksactiviteit betreft, geldt het CTB voor alle toeschouwers.

  • Moeten de ouders/verzorgers en onderwijspersoneel een Coronatoegangsbewijs (CTB) laten zien als er een activiteit vanuit school wordt georganiseerd, zoals een viering of een musical?

    Nee dat is niet nodig als het een onderwijsactiviteit betreft.

  • Is inzichtelijk hoe de besmetting per leeftijdscategorie er uit ziet?

    Ja. Het RIVM heeft een factsheet gemaakt met de gegevens van besmettingen per leeftijdscategorie. De meest recente informatie is te vinden in de download.

    Download

    Factsheet COVID-besmettingen 31 augustus

  • Waar moeten we rekening mee houden als personeel, ouders en leerlingen terugkomen van vakantie in het buitenland? Wat als er een quarantaine-advies of quarantaineplicht is voor een leerling na afloop van de zomervakantie (VO)/VSO)?

    Iedereen met reisplannen naar het buitenland wordt geadviseerd om eerst het reisadvies voor dat land te controleren op www.nederlandwereldwijd.nl. Ouders/verzorgers, leerlingen, docenten en onderwijspersoneel voor wie een quarantaine-advies of quarantaineplicht geldt na een verblijf in het buitenland, mogen niet op of rondom school komen. Een school hoeft dit niet te controleren.

    Leerlingen in het voortgezet onderwijs hebben aan het einde van afgelopen schooljaar vier zelftesten meegekregen, zodat zij zich tweemaal kunnen testen na terugkeer van vakantie uit het buitenland én tweemaal bij de start van hun nieuwe schooljaar. Elk huishouden kan daarnaast twee zelftesten bestellen op zelftestenbestellen.nl.

  • Wanneer moeten leerlingen en medewerkers een mondneusmasker op (VO/VSO)?

    • Leerlingen en medewerkers zijn verplicht om bij verplaatsingen binnen de school een mondneusmasker te dragen. Ook dragen zij een mondneusmasker bij verplaatsing tussen de school en de fietsenstalling of in het leerlingenvervoer.

    • Bij het gebruik van mondneusmaskers is goede instructie over goed gebruik en een goede toepassing van handhygiëne van belang.

    • Leerlingen en medewerkers hoeven geen mondneusmasker te dragen, als zij zich op een vaste zit- of staplaats bevinden.

    • Docenten hoeven geen mondneusmasker te dragen als zij door de klas lopen of een vaste zit of staanplaats hebben. Wel moeten zij ook in de klas steeds 1,5 meter afstand houden ten opzichte van leerlingen. Personeel mag ook een gezichtsscherm (faceshield) dragen.

    • De verplichting om een mondneusmasker te dragen geldt niet voor personen die vanwege een beperking of een ziekte geen mondneusmasker kunnen dragen of opzetten of daarvan ernstig ontregeld kunnen raken.

    • In de klas kan een docent een mondneusmasker of gezichtsscherm dragen, bijvoorbeeld in die uitzonderingsgevallen waar geen 1,5 meter afstand kan worden gehouden of ter aanvulling op de eigen veiligheid, zoals eerder omschreven in dit document voor vso, pro en vmbo. Een leerling kan in die uitzonderingsgevallen ook een mondneusmasker dragen in de klas.

  • Is het dragen van mondneusmaskers verplicht voor leerlingen in het v(s)o (VO/VSO)?

    Ja. Leerlingen dragen binnen de school een mondneusmasker, behalve op een vaste (zit)plaats. Dit betekent dat het dragen van mondneusmaskers voor alle leerlingen verplicht is wanneer zij zich verplaatsen in het gebouw. Bij het gebruik van mondneusmaskers is goede instructie over goed gebruik en een goede toepassing van handhygiëne van belang.

    De verplichting om een mondneusmasker te dragen geldt niet voor leerlingen die vanwege een beperking of een ziekte geen mondneusmasker kunnen dragen, opzetten of daarvan ernstig ontregeld raken.

  • Blijft de wettelijke verplichting om mondkapjes te dragen in het v(s)o in stand (VO/VSO)?

    Ja, de wettelijke verplichting blijft van kracht, omdat het met name in de gangen niet altijd lukt om de 1,5 meter afstandsregel tussen leerlingen en onderwijspersoneel in acht te nemen

  • Wat zijn de uitzonderingen op de afstandsregel tussen personeel en leerlingen?

    • In het vso, pro en praktijkgerichte lessen in het vmbo is de 1,5 meter afstand tussen personeel en leerlingen ook de norm. Hier kan alleen in specifieke situaties van afgeweken worden, bijvoorbeeld als het gaat om praktijkgerichte lessen waarbij afstand een risico oplevert, of bij onderwijsondersteunende zorg. Personeel en leerlingen kunnen in deze situaties ook in de klas persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken, zolang dat haalbaar is en/of het de veiligheid in de praktijkgerichte lessen niet in gevaar brengt.

    • Indien leerlingen en docenten zich door het schoolgebouw bewegen is het niet altijd mogelijk om 1,5 meter afstand te houden. In deze situatie geldt dat zo veel als mogelijk 1,5 meter afstand wordt gehouden en geldt de verplichting om een mondneusmasker te dragen.

  • Moeten leerlingen nog steeds 1,5 meter afstand houden van docenten (VO/VSO)?

    Ja. Leerlingen moeten nog steeds 1,5 meter afstand houden van onderwijspersoneel en het onderwijspersoneel moet onderling 1,5 meter afstand blijven houden van elkaar. Leerlingen hoeven onderling geen 1,5 meter afstand te houden.

  • Wat betekent het loslaten van de 1,5 meter tussen leerlingen onderling in het VO sinds juni 2021 voor het bron- en contactonderzoek? Moeten er nu meer leerlingen in quarantaine na een besmetting (VO/VSO)?

    Dat kan inderdaad het geval zijn. Het loslaten van de 1,5 meter tussen leerlingen zal in de meeste gevallen als gevolg hebben dat er meer leerlingen in een klas zitten. Bij een besmetting in de klas zullen daarom vermoedelijk meer leerlingen door de GGD gezien worden als nauw contact (categorie 2) van de besmette persoon. Niet-immune nauwe contacten krijgen een quarantaine– en testadvies. Met een oplopende vaccinatiegraad hoeven er naar verwachting steeds minder leerlingen in quarantaine.

  • Hoe ziet het bron- en contactonderzoek (BCO) voor het v(s)o eruit (VO/VSO)?

    • Per juli 2021, nu de vaccinatiegraad toeneemt en meer mensen immuun zijn, zijn de regels voor BCO in de samenleving versoepeld. In het onderwijs gelden die ook vanaf het nieuwe schooljaar, nu ook steeds meer leerlingen gevaccineerd zijn.

    • Contacten die niet-immuun zijn en die gelden als ‘nauw contact’ of huisgenoot zijn van een besmette leerling moeten 10 dagen in thuisquarantaine en laten zich na 5 dagen bij de GGD testen. Nauwe contacten die immuun zijn hoeven niet meer in quarantaine en krijgen geen testadvies meer, behalve als ze klachten ontwikkelen.

    • ‘Overige contacten’ (zowel immune als niet-immune) hoeven niet in quarantaine of te testen op dag 5. Daarmee is het risicogericht testen van de klas na een besmetting op school vervallen. Zij worden wel geïnformeerd en geadviseerd bij klachten een test te laten doen bij de GGD. Testen is altijd vrijwillig.

    • De GGD kan van deze regels afwijken bij een grotere uitbraak. Volg hierin altijd de adviezen van de GGD op.

  • Hoe werkt zelftesten (VO/VSO)?

    In het voortgezet onderwijs en speciaal (voortgezet)onderwijs zijn scholen van zelftesten voorzien, zodat niet-immuun onderwijspersoneel de mogelijkheid heeft om zich 2 keer per week thuis preventief te testen. Scholen hebben voldoende zelftesten, zodat ook niet-immune leerlingen zich thuis twee keer per week preventief kunnen testen. De zelftesten zijn vrijwillig. Het gebruik van zelftesten kan helpen om een besmetting eerder te signaleren en een mogelijke uitbraak te voorkomen of sneller op te sporen. Zo kan het fysieke onderwijs op school zoveel mogelijk doorgaan.

    Meer informatie over zelftesten in het onderwijs is te vinden via www.zelftesteninhetonderwijs.nl.

  • Waarom is zelftesten in combinatie met vaccineren nog van belang (VO/VSO)?

    Uit onderzoek van het UMC Utrecht blijkt dat een relatief lage vaccinatiegraad (35% eerste prik en 15% volledig gevaccineerd) van scholieren al een flinke reductie van ca 60% op de besmettingskansen binnen de schoolcontext heeft. Dit betekent dat de situatie in het nieuwe schooljaar substantieel gunstiger is dan eerder. Ook bleek uit dit onderzoek dat preventief testen effectief is in het voorkomen van virusoverdracht op school, ook bij een vrij lage deelname aan zelftesten (20-30%). Zolang leerlingen nog niet (volledig) als immuun worden beschouwd, is het dus van belang dat zij zichzelf tweemaal per week blijven zelftesten.

  • Is het gebruik van zelftesten verplicht om op school te mogen komen VO/VSO)?

    Het gebruik van zelftesten, die door het ministerie van OCW beschikbaar zijn gesteld, is niet verplicht. Wel is het volgens het OMT van het grootste belang dat (nog) niet-immune leerlingen en personeelsleden twee keer per week gebruik maken van zelftesten.

Meer veelgestelde vragen