Veelgestelde vragen – coronamaatregelen

Schoolleiders wilden heel graag duidelijkheid over richtlijnen van het RIVM.

De meest recente coronaprotocollen

Veelgestelde vragen coronamaatregelen

  • Mogen scholen hun onderwijstijden wijzigen?

    Het uitgangspunt is dat scholen hun reguliere schooltijden aanhouden. Hierbij houden zij rekening met gespreide tijden om kinderen te brengen en halen. Dit is om het verspreidingsrisico onder ouders en verzorgers zoveel als mogelijk te beperken. Let op: de school is verantwoordelijk voor goede aansluiting van de kinderopvang op de schooltijden. De school en zal dit dus met de kinderopvang moeten afstemmen. De kinderopvang zal dit ook moeten afstemmen met de eigen oudercommissie, zeker gezien het feit dat extra opvanguren tot extra kosten leiden voor ouders.

  • Mag een school een ingeschreven leerling, die binnenkort 4 jaar wordt, weigeren en/of pas later laten instromen vanwege de coronamaatregelen?

    Nee, dit mag niet. Een leerling die is ingeschreven bij een school en de vierjarige leeftijd bereikt, moet de gelegenheid krijgen om te wennen en is vervolgens welkom op de school vanaf het moment dat hij/zij vier jaar wordt. Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van scholen en schoolbesturen om het onderwijs zo goed mogelijk te organiseren en ervoor te zorgen dat elk kind onderwijs kan blijven volgen. Wanneer vierjarigen pas later op school mogen beginnen, kunnen ouders hierdoor in de problemen komen met bijvoorbeeld kinderopvang. Wanneer ouders zich hierover zorgen maken of andere problemen rondom de coronamaatregelen ervaren, dan kunnen zij terecht bij de directie of het bestuur van de school.

  • Is het altijd nodig dat de hele klas in thuisquarantaine gaat bij een besmetting?

    Soms, maar niet altijd. De GGD bepaalt dit. Hiervoor gebruikt de GGD de informatie van de positief geteste persoon en nadere informatie, die de school kan leveren.

    • Kinderen tot en met 12 jaar kunnen volgens de RIVM-richtlijnen aangemerkt worden als ‘nauwe contact’ als zij langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter afstand in contact waren met een besmet persoon, of als dit niet kan worden uitgesloten.

    • Wanneer iemand op school positief wordt getest, gaat in principe de hele klas als ‘nauw contact’ voor 10 dagen in thuisquarantaine. Na 5 dagen kunnen deze leerlingen getest worden via de GGD. Bij een negatieve testuitslag mag een kind de volgende dag weer naar school. Indien het kind niet wordt getest, zal het de volledige 10 dagen thuisquarantaine moeten volmaken.

    • Als een school heeft georganiseerd dat kinderen alleen contact hebben met een deel van de klas, bijvoorbeeld door vaste, kleinere groepen te vormen (cohortering), dan kan in overleg met de GGD bekeken worden of een deel van de leerlingen beschouwd kan worden als ‘overige contacten’ (categorie 3) waarvoor geen quarantaine nodig is.

  • Moeten ouders van leerlingen die als ‘nauw contact’ uit BCO komen ook in quarantaine?

    Nee. Nauwe contacten van nauwe contacten hoeven niet zelf ook in quarantaine. Let wel op: als een kind dat nauw contact is zelf ook positief test, dan moeten de nauwe contacten van deze leerling wél in quarantaine. Volg altijd de adviezen van de GGD.

  • Hoe lang duurt de quarantaine?

    Quarantaine duurt 10 dagen. In die tijd kan een leerling niet naar school. Op of na dag 5 kunnen leerlingen en leraren zich laten testen. Bij een negatieve test kan de leerling/leraar weer naar school komen.

  • Wat als een positief geteste leerling/leraar in meerdere klassen of groepen zit?

    Als een besmette leerling/leraar in meerdere klassen of groepen zit, en er is geen sprake van afstand of cohortering, dan kan de GGD bepalen dat meerdere klassen of groepen in quarantaine moeten.

  • Wat gebeurt er met noodopvang als scholen/klassen in quarantaine gaan?

    Wanneer een leerling in quarantaine zit, kan deze leerling niet naar de noodopvang.

  • Hebben leerlingen in quarantaine recht op les?

    Als enkele leerlingen tijdelijk in quarantaine zitten, wordt scholen gevraagd om zo mogelijk continuïteit te bieden. Er geldt dan geen ‘recht op les’. Dit is vergelijkbaar met wanneer kinderen thuisblijven als ze kortdurend ziek zijn. De school is niet verplicht om hybride onderwijs aan te bieden, maar kan leerlingen bijvoorbeeld wel huiswerk meegeven of vragen om op afstand mee te doen, terwijl er op school aan andere leerlingen fysiek onderwijs wordt gegeven.

  • Kan een leerling met corona, of een leerling die vanuit BCO een quarantaineverplichting heeft door de school worden geweigerd als de ouders hem of haar alsnog naar school brengen?

    Ja, dit mag de school weigeren met een beroep op de zorgplicht voor een veilig schoolklimaat. Dit is ook het geval als een kind bijvoorbeeld waterpokken heeft. Een school mag ziekte en quarantaine van leerlingen niet registreren, leerlingen en ouders hoeven deze informatie ook niet te delen. In de praktijk kan dit dus ingewikkelde of vervelende situaties opleveren. Maak goede afspraken met de medezeggenschap om dit zoveel als mogelijk te voorkomen.

  • Hoe weet de school dat een kind besmet is?

    • De GGD heeft de taak om het bron- en contactonderzoek uit te voeren en informeert op basis daarvan de contacten rondom de besmette persoon.

    • Ouders zijn niet juridisch verplicht om een besmetting aan school te melden. Dit valt binnen de privacyregels. Het kan dus voorkomen dat een school niet weet of een kind besmet is, of dat de school weet dat er een besmetting was, maar niet de specifieke leerling die positief getest is.

    • Het is erg belangrijk dat iedereen meewerkt aan het bron- en contactonderzoek van de GGD om de verspreiding van het virus zoveel als mogelijk te beperken.

  • Mag een school om een bewijs van een negatieve coronatest vragen?

    Nee, dit mag niet.

  • Mag een school bijhouden welke leerlingen in quarantaine zitten, en hoe lang?

    Nee, tenzij leerling en ouders hier expliciete toestemming voor geven.

  • Is het testen verplicht?

    Nee. Testen is nooit verplicht.

  • Welke leerlingen moeten zich laten testen en hoe vaak?

    • Volg de adviezen van de GGD. Testen is altijd vrijwillig. Leerlingen en leraren die uit BCO komen, ontvangen per brief of telefonisch nadere informatie wat het testadvies is en hoe de testen snel kunnen worden ingepland.

    • Huisgenoten van de besmette persoon (categorie 1) (bijvoorbeeld broertjes of zusjes van een besmette leerling) gaan 10 dagen in quarantaine. Zij hebben zo min mogelijk contact met de persoon die corona heeft. Huisgenoten laten zich testen op corona, ook zonder klachten.

    • Leerlingen die door de GGD zijn aangemerkt als ‘nauw contact’ (categorie 2) gaan 10 dagen in quarantaine vanaf het laatste contact met de besmette persoon. Na 5 dagen quarantaine kunnen ze zich laten testen. Let op: dit is anders dan leerlingen vanaf 13 jaar en volwassenen

    • Leerlingen die door de GGD zijn aangemerkt als ‘overig contact’ (categorie 3) hoeven niet in quarantaine. Zij kunnen zich zo snel mogelijk laten testen. Na 5 dagen quarantaine kunnen ze zich opnieuw laten testen.

    • Als een leerling klachten ontwikkelt of opnieuw klachten ontwikkelt, is het advies direct (nogmaals) te testen, en thuis te blijven als dat nog niet geval was.

  • Wat als een ouder niet wil dat het kind getest wordt?

    Testen gebeurt op vrijwillige basis. Dan wordt er dus geen test afgenomen.

  • Worden kinderen op school getest?

    Nee, kinderen worden niet op school getest.

  • Maakt het basisonderwijs gebruik van zelftesten?

    • Ja, in het basisonderwijs zijn zelftesten beschikbaar voor onderwijspersoneel dat werkzaam is in het primaire proces, dus personeel dat direct in contact met leerlingen komt. Het doel is om de continuïteit van onderwijs te bevorderen.

    • Onderwijspersoneel kan zich tweemaal per week preventief testen. Dit gebeurt thuis.

    • Het gebruik van zelftesten is vrijwillig en in aanvulling op bestaande maatregelen om de verspreiding van het virus te beperken.

    • Meer informatie over zelftesten in het onderwijs is te vinden via de website www.zelftesteninhetonderwijs.nl.

  • Maakt het basisonderwijs gebruik van zelftesten voor leerlingen?

    Nee, in het basisonderwijs zijn geen zelftesten beschikbaar voor leerlingen en leerlingen worden niet getest op school. Dit is wel het geval in het voortgezet onderwijs.

  • Waarom komen kinderen vooralsnog niet in aanmerking voor zelftesten?

    Het sneltesten van kinderen onder de 12 jaar wordt nu niet proportioneel geacht. Kinderen zijn minder besmettelijk en het transmissierisico van kind op volwassene is relatief beperkt. Daarnaast zijn andere maatregelen genomen, zoals het aangescherpte beleid voor neusverkoudheid onder kinderen (de ‘snottebellenrichtlijn’).

  • Hoe zit het met privacy bij bron- en contactonderzoek?

    • De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de vertaling hiervan in de Nederlandse wet bepaalt dat zorgvuldig moet worden omgegaan met de registratie en verwerking van (bijzondere) persoonsgegevens, en dat dit alleen mag als er een goede grond voor is. Het wordt aanbevolen om de functionaris gegevensbescherming (FG) goed te betrekken.
    • Scholen wordt mogelijk gevraagd informatie te verstrekken zodat de GGD kan bepalen op welke dagen een besmettelijke leerling of personeelslid op school was, met wie hij/zij in contact was, en wat de gevolgen daarvan zijn. Het gaat uitsluitend om de volgende gegevens:
    — De geboortedatum van de leerling;
    — Het telefoonnummer en/of e-mailadres van de leerling (of van diens ouders als de leerling jonger is dan 16 jaar);
    — Of de leerling op een of meerdere specifieke dagen op school aanwezig was (de presentielijst);
    — Waar de leerling in de klas zat tijdens een of meerdere lessen (de plattegrond van de klas);
    — Of sprake was van groepsvorming/cohortering en contactbeperking conform de RIVM-richtlijnen.

    Dit is een limitatieve lijst van persoonsgegevens. Het uitwisselen van andere persoonsgegevens en bijzondere persoonsgegevens is hiermee uitgesloten.

    • Het ministerie van OCW heeft vastgesteld dat scholen deze niet-bijzondere persoonsgegevens mogen bijhouden en mogen delen. Er is een handreiking beschikbaar om scholen te ondersteunen om deze uitwisseling op een effectieve manier vorm te geven. waarbij oog is voor privacy en waarborgen. Deze handreiking bevat ook modelpassages die desgewenst gebruikt kunnen worden voor communicatie naar ouders.
    • Het is van belang, met het oog op privacy, dat niet meer gegevens worden uitgewisseld dan strikt noodzakelijk.
    • Het is raadzaam om contact te leggen met ouders en de medezeggenschap om hen te informeren over het proces van het bron- en contactonderzoek, zodat ze weten wat ze kunnen verwachten. Mochten ouders niet willen dat bepaalde informatie wordt verstrekt, dan kunnen ze bezwaar aantekenen. In de bovengenoemde handreiking is ook een modelbrief opgenomen om ouders te informeren.
    • Het registreren en delen van besmettingen, of welke leerling wegens besmetting in quarantaine zit, bijvoorbeeld omdat andere ouders dit vragen, is niet toegestaan, tenzij hier expliciete toestemming voor is gegeven door de ouders/verzorgers. NB: scholen zullen deze informatie ook niet hoeven te delen met de GGD, omdat deze informatie al bij de GGD bekend is.

  • Waar moeten scholen rekening mee houden bij de inzet van invalleerkrachten?

    Uitgangspunt is dat de contacten tussen leraren en leerlingen, net als leerlingen onderling, liefst zoveel mogelijk beperkt worden. Scholen dienen dit uitgangspunt ook zoveel mogelijk te hanteren voor de inzet van invalleerkrachten. Een school dient tevens te zorgen voor een registratie van de inzet van invalleerkrachten om een mogelijk bron- en contactonderzoek te vergemakkelijken. Een school kan eventueel ook aanvullende maatregelen overwegen, zoals anderhalve meter afstand van de leraar tot de leerlingen en/of het gebruik van een mondneusmasker of face shield. De dagelijkse gezondheidscheck geldt ook voor invalleerkrachten.

    AVS Helpdesk

    Neem contact op met de AVS Helpdesk
    Vermeld altijd je lidmaatschapsnummer als je contact opneemt met de Helpdesk.

    Leden van de AVS kunnen de Helpdesk bellen met uiteenlopende vragen over vakgerelateerde zaken.

    helpdesk@avs.nl | Bel: 030-2361010

  • Waar moeten scholen rekening mee houden bij de inzet van vakleerkrachten?

    Het uitgangspunt is hier dat de contacten tussen leraren en leerlingen, net als leerlingen onderling, liefst zoveel mogelijk beperkt worden. Scholen dienen dit uitgangspunt ook zoveel mogelijk te hanteren voor de inzet van vakleerkrachten . Een school kan overwegen om de leraar die verschillende groepen lesgeeft zoveel als mogelijk 1,5 meter afstand van de leerlingen te laten houden en eventueel een mondneusmasker of face-shield te laten gebruiken. De dagelijkse gezondheidscheck geldt ook voor vakleerkrachten.

    AVS Helpdesk

    Neem contact op met de AVS Helpdesk
    Vermeld altijd je lidmaatschapsnummer als je contact opneemt met de Helpdesk.

    Leden van de AVS kunnen de Helpdesk bellen met uiteenlopende vragen over vakgerelateerde zaken.

    helpdesk@avs.nl | Bel: 030-2361010
  • Hoe moeten scholen omgaan met gymles (bewegingsonderwijs)?

    Bij de gymles gelden dezelfde regels als in de klas. Als een school de klas heeft ingedeeld in kleinere groepen (cohortering), worden die ook aangehouden bij de gymles. Buiten is minder kans op besmetting, dat geldt voor buiten spelen, maar ook voor buiten sporten en gymmen. Hierom hoeft bij bewegingsonderwijs dat buiten plaatsvindt eventuele cohortering niet te worden aangehouden. Nadere informatie over bewegingsonderwijs kan worden gevonden in het protocol bewegingsonderwijs voor basisonderwijs en speciaal onderwijs van de KVLO. Let op: voor po en vo gelden deels andere regels. De zwemles kan weer doorgaan, neem daarbij wel de richtlijnen in acht.

    AVS Helpdesk

    Neem contact op met de AVS Helpdesk
    Vermeld altijd je lidmaatschapsnummer als je contact opneemt met de Helpdesk.

    Leden van de AVS kunnen de Helpdesk bellen met uiteenlopende vragen over vakgerelateerde zaken.

    helpdesk@avs.nl | Bel: 030-2361010
  • Kunnen schoolkampen en schoolreizen doorgaan?

    Nee, dit wordt nog steeds afgeraden. Het OMT adviseert om de maatregelen in schoolverband in stand te houden om contacten en het verspreidingsrisico te beperken. Het uitgangspunt hierbij is dat er op school alleen onderwijs plaatsvindt en andere activiteiten, waarbij niet noodzakelijke contacten kunnen ontstaan, zoveel mogelijk worden beperkt. In dit kader is niet verstandig om schoolkampen en schoolreizen doorgang te laten vinden.

    AVS Helpdesk

    Neem contact op met de AVS Helpdesk
    Vermeld altijd je lidmaatschapsnummer als je contact opneemt met de Helpdesk.

    Leden van de AVS kunnen de Helpdesk bellen met uiteenlopende vragen over vakgerelateerde zaken.

    helpdesk@avs.nl | Bel: 030-2361010
  • Hoe moet een school omgaan met vieringen en musicals?

    Bij groepsactiviteiten in de school, zoals vieringen en musicals, dienen de richtlijnen en maatregelen uit het servicedocument in acht te worden genomen: hou klassen gescheiden, en organiseer deze bijeenkomsten met enkel de aanwezigheid van leerlingen en personeel.

    AVS Helpdesk

    Neem contact op met de AVS Helpdesk
    Vermeld altijd je lidmaatschapsnummer als je contact opneemt met de Helpdesk.

    Leden van de AVS kunnen de Helpdesk bellen met uiteenlopende vragen over vakgerelateerde zaken.

    helpdesk@avs.nl | Bel: 030-2361010

  • Waarom hoeven leerlingen in het voortgezet onderwijs geen 1.5 meter afstand meer te bewaren (VO/VSO)?

    Fysiek onderwijs is het beste voor de cognitieve ontwikkeling en het welbevinden van leerlingen. De huidige afstandsmaatregel tussen leerlingen zorgt ervoor dat op de meeste scholen niet alle leerlingen tegelijkertijd op school kunnen zijn en in de praktijk gemiddeld zo’n 2 a 2,5 dag in de week naar school gaan.

    Het OMT heeft in het advies van 22 mei aangegeven dat het loslaten van de afstandsmaatregel tussen leerlingen een geringe extra druk geeft op de zorg en een beperkte impact zal hebben op het aantal opnames en de bezetting van ziekenhuizen en IC. Op basis van onderzoeksresultaten van het UMCU geeft het OMT aan dat een actief testbeleid – het door docenten en leerlingen twee keer per week preventief testen – en met goede naleving van de geldende maatregelen (inclusief gevolg geven aan testuitslag) het aantal besmettingen bij leerlingen en leraren op school na volledige opening van het voortgezet onderwijs bijna volledig kan reduceren. Het kabinet heeft op basis van het OMT-advies van 22 mei jl. besloten dat vanaf 31 mei 2021 de afstandsmaatregel tussen leerlingen mag komen te vervallen en dat vanaf 7 juni dit echt van scholen wordt verwacht. Alle overige maatregelen en adviezen blijven van kracht. Daarnaast zijn scholen inmiddels bevoorraad met zelftesten, zodat alle leerlingen en docenten zich twee maal in de week preventief kunnen testen. Hiermee komt de afstandsmaatregel voor leerlingen weer in lijn met de situatie buiten school waar deze leeftijdsgroep al geen 1,5 meter afstand hoeft te houden. Hiermee wordt het mogelijk om leerlingen weer elke dag van de week naar school te laten gaan.

  • Gelden de overige corona basismaatregelen nog (wel) (VO/VSO)?

    Alle overige corona basismaatregelen, zoals goede handhygiëne, thuis blijven bij klachten (of een positieve zelftest) en je laten testen en het dragen van mondneusmaskers waar dat moet, blijven gelden. Het blijft van groot belang dat deze maatregelen worden opgevolgd en gehandhaafd, om verspreiding van het virus op school te voorkomen. Daarnaast is het van belang dat alle leerlingen en personeelsleden twee keer per week een preventieve zelftest uitvoeren. Zo kan het onderwijs op school zoveel mogelijk door blijven gaan.

  • Blijven de huidige adviezen rondom zelftesten op school gelden (VO/VSO)?

    Ja, leerlingen en medewerkers worden geadviseerd thuis twee keer per week preventief een zelftest te doen. Bij klachten passend bij corona, quarantaine door contact met een persoon met corona, een melding van de Coronamelder-app of terugkomst uit een hoog risicogebied kan een zelftest niet worden gebruikt en moet er een testafspraak worden gemaakt bij de GGD. Daarnaast vindt ook het risicogericht testen plaats na een besmetting op school.

    Via zijn brief van 12 mei 2021 heeft de directeur voortgezet onderwijs bericht op welke wijze de leerlingen in het voortgezet (speciaal) onderwijs de zelftest corona kunnen uitvoeren.

    Downloads

  • Moeten leerlingen nog steeds 1,5 meter afstand houden van docenten (VO/VSO)?

    Ja. Leerlingen moeten nog steeds 1,5 meter afstand houden van onderwijspersoneel en het onderwijspersoneel moet onderling 1,5 meter afstand blijven houden van elkaar.

  • Is het gebruik van zelftesten verplicht om op school te mogen komen VO/VSO)?

    Het gebruik van zelftesten is niet verplicht. Wel is het volgens het OMT van het grootste belang dat leerlingen en personeelsleden twee keer per week gebruik maken van zelftesten. Een actief zelftestbeleid bij leerlingen en personeel, in combinatie met goede naleving van de geldende regels, kan het aantal besmettingen bij leerlingen en leraren op school na volledige opening van het voortgezet onderwijs bijna volledig reduceren. Bij 50% deelname aan zelftesten wordt het risico voor leraren om besmet te raken niet groter geacht dan in de situatie waarin er wel een afstandsmaatregel tussen leerlingen gold. Om besmettingen zoveel mogelijk te voorkomen, worden alle scholen, leerlingen en personeelsleden opgeroepen om gebruik te maken van de zelftesten die door het ministerie beschikbaar zijn gesteld en zich tweemaal per week preventief te testen.

  • Is cohortering (het indelen van leerlingen in subgroepen en beperken van contact tussen de subgroepen) nog steeds wenselijk nu de 1,5 meter maatregel tussen leerlingen niet meer geldt (VO/VSO)?

    Ja, als scholen voldoende ruimte hebben op school om te cohorteren, terwijl alle leerlingen naar school komen, dan wordt cohortering geadviseerd. Cohortering in vaste groepen draagt bij aan het tegengaan van de verspreiding van het coronavirus. Wanneer een groep leerlingen op school wordt opgedeeld in vaste subgroepen, hoeft bij een besmetting op een school mogelijk niet de hele klas of school in quarantaine, maar alleen de relevante subgroep. Als een besmetting bekend wordt, bepaalt de GGD wie er in quarantaine moet. Bij cohortering is een accurate registratie van subgroepen van groot belang. Scholen maken zelf de afweging op welke manier dit georganiseerd wordt. Als cohortering (vaste groepen of koppels) organisatorisch niet mogelijk is, is dit geen reden om alle leerlingen niet naar school te laten komen. Het gevolg is wel dat bij een besmetting meer leerlingen en personeel risicogericht getest moeten worden en/of mogelijk een quarantaine-advies krijgen.

  • Wat betekent het loslaten van de 1,5 meter voor het aangescherpte bron- en contactonderzoek? Moeten er nu meer leerlingen in quarantaine na een besmetting VO/VSO)?

    Dat kan inderdaad het geval zijn. Het loslaten van de 1,5 meter tussen leerlingen zal in de meeste gevallen als gevolg hebben dat er meer leerlingen in een klas zitten. Bij een besmetting in de klas zullen daarom vermoedelijk meer leerlingen door de GGD gezien worden als nauw contact (categorie 2) van de besmette persoon en geadviseerd worden om in quarantaine te gaan. Het beleid van risicogericht testen blijft van kracht.

  • Wat is de impact van het loslaten van de afstandsmaatregel tussen leerlingen op examenkandidaten (VO/VSO)?

    Het eerste tijdvak van het centraal examen eindigt op 1 juni. Veel leerlingen hebben op 31 mei de examens al afgerond. Vanwege de bijzondere omstandigheden is het tweede tijdvak (normaal 

    gesproken alleen voor herkansingen) uitgebreid, zodat leerlingen het centraal examen voor alle vakken ook in het tweede tijdvak mogen afleggen.

    Eindexamenleerlingen die in quarantaine zitten kunnen het centraal examen niet afleggen. De inhaalmogelijkheden buiten de reguliere tijdvakken zijn zeer beperkt en daarom is het van belang dat de bijzondere aandacht die scholen tot nu toe steeds hebben gehad voor examenleerlingen gehandhaafd blijft na het loslaten van de afstandsmaatregel tussen leerlingen.

  • Moeten leerlingen en docenten de zelftesten preventief gebruiken om de afstandsmaatregel tussen leerlingen los te laten (VO/VSO)?

    Het gebruik van zelftesten, die door het ministerie van OCW ter beschikking zijn gesteld, is op vrijwillige basis. Het is geen voorwaarde om naar school te komen; het testen komt ook niet in de plaats van de overige maatregelen. Wel is het volgens het OMT van het grootste belang dat personeelsleden en leerlingen twee keer per week gebruik maken van zelftesten. Een actief testbeleid, twee keer per week, met goede naleving van de geldende maatregelen, kan het aantal besmettingen bij leerlingen en leraren op school na volledige opening van het voortgezet onderwijs bijna volledig reduceren. Om besmettingen zoveel mogelijk te voorkomen, worden alle scholen, leerlingen en personeelsleden opgeroepen om gebruik te maken van de zelftesten die door het ministerie beschikbaar zijn gesteld en zich 2 keer per week preventief te testen.

  • Wat betekent het loslaten van de 1.5 meter maatregel voor kwetsbare leerlingen VO/VSO)?

    Het loslaten van de 1,5 meter afstand tussen leerlingen kan bij sommige leerlingen de vraag oproepen of het voor hen verstandig is om naar school te gaan, omdat zij zelf meer risico lopen op ernstige gevolgen van een coronabesmetting of omdat zij een huisgenoot hebben met een kwetsbare gezondheid. In het servicedocument voor voortgezet onderwijs wordt beschreven hoe een school met een dergelijke situatie om kan gaan.

  • Wat als docenten zich nu niet meer veilig voelen VO/VSO)?

    De afgelopen maanden wijzen uit dat het percentage positieve testen onder onderwijspersoneel telkens lager was dan het landelijk gemiddelde en in veel andere contactberoepen. Dit was ook het geval tijdens de periode dat de scholen open waren, maar de rest van de samenleving grotendeels op slot was.

    Hiernaast hebben veel oudere en kwetsbare leraren een prik gehad als de scholen 31 mei weer volledig open mogen. En het vaccinatietempo ligt nu hoog, waardoor de situatie snel verder verbetert. Bovendien blijkt uit onderzoek van het UMCU, waar het OMT zijn advies van 22 mei op 

    heeft gebaseerd, dat bij 50% deelname aan zelftesten het risico voor leraren om besmet te raken niet groter wordt geacht dan onder de huidige omstandigheden.

    Het blijft daarbij van groot belang dat alle aanwezigen op school zich blijven houden aan de geldende coronamaatregelen.

    Mochten docenten zich desalniettemin niet veilig voelen, dan is het zaak om hierover met de school in gesprek te gaan en samen oplossingen te zoeken en te kijken naar wat wél kan. Hierover zijn afspraken gemaakt door de sociale partners. Zie ook het protocol voor voortgezet onderwijs.

  • Zijn scholen verplicht om volledig open te gaan? Wat als scholen dat toch niet doen (VO/VSO)?

    We gaan ervan uit dat de scholen in het voortgezet onderwijs vanaf 7 juni weer volledig opengaan. Mocht het toch ergens niet gebeuren, dan zal de Inspectie van het Onderwijs in gesprek gaan met de school. Scholen kunnen en zullen niet aan het onmogelijke worden gehouden.

  • Hoe ga je om met leerlingen die zijn teruggekeerd uit een land of gebied met code oranje of rood?

    Ouders, onderwijspersoneel en kinderen krijgen – net als iedereen in Nederland – na een verblijf in een land waar code oranje of rood geldt, of een land of gebied dat tijdens de vakantie wijzigt van code geel naar code oranje of rood, het dringende advies om 10 dagen in thuisquarantaine te gaan bij terugkomst.

    Vanaf 5 dagen na terugkomst kan men zich laten testen. Is de test negatief? Dan kan de quarantaine worden opgeheven. Zie voor meer informatie de website van de rijksoverheid (algemeen) en Reizen en vakantie.

    Geldt het dringende advies voor thuisquarantaine, dan mag diegene niet op school of op het schoolplein komen. Op basis van haar zorgplicht voor de veiligheid op school mag een school personen wegsturen die dit advies niet in acht nemen.

  • Waar kan ik de meest recente coronaprotocollen vinden?

    De meest recente corona protocollen vind je hier

    De meest recente coronaprotocollen

    Overige documenten

  • Moet een school het ook bij de inspectie melden als er één groep naar huis wordt gestuurd?

    Nee. Een schoolbestuur meldt alleen een volledige schoolsluiting bij de inspectie via het Internet School Dossier (ISD).

    AVS Helpdesk

    Neem contact op met de AVS Helpdesk
    Vermeld altijd je lidmaatschapsnummer als je contact opneemt met de Helpdesk.

    Leden van de AVS kunnen de Helpdesk bellen met uiteenlopende vragen over vakgerelateerde zaken.

    helpdesk@avs.nl | Bel: 030-2361010
  • Hoe zit het met de schoolvakanties in relatie tot het coronavirus?

    De schoolsluiting en de schoolvakanties lopen ook dit schooljaar
    mogelijk door elkaar heen. Hierdoor vinden in de praktijk discussies
    plaats met ouders en/of teamleden over het wel of niet doorgaan
    van de schoolvakanties. Ook kunnen in het vakantierooster van
    2020/2021 lesvrije dagen voor de leerlingen zijn opgenomen. Welke
    regels gelden hierbij?

    Op grond van het werkverdelingsplan worden vóór de zomervakantie
    met ieder personeelslid afspraken gemaakt over zijn inzet
    gedurende het schooljaar. Hierin zijn ook de schoolvakanties
    vastgelegd. Alleen via op overeenstemming gericht overleg kan
    hiervan afgeweken worden. Medewerkers zijn dus niet verplicht
    om op andere tijdstippen te komen werken. Uitgangspunt is dat de
    geplande schoolvakanties intact blijven.


    Bij het vaststellen van het vakantierooster heeft de (gemeenschappelijke)
    medezeggenschapsraad adviesrecht. Als er een voornemen
    bestaan om te gaan schuiven, dan zal dat eerst voor advies weer
    moeten worden voorgelegd aan de (G)MR.

  • Als een school toch dicht moet, wordt er dan op een andere manier onderwijs gegeven?
    Heropening scholen 8 februari

    Wanneer onderwijs niet fysiek mogelijk is, schakelen scholen over naar onderwijs op afstand. Een school meldt een tijdelijke schoolsluiting bij de Onderwijsinspectie via het meldpunt.

  • Is de tussenschoolse opvang toegestaan?
    Heropening scholen 8 februari

    Zolang de klas bij elkaar blijft en niet mengt met andere groepen, mogen kinderen tijdens de lunchpauze op school blijven.

  • Welke mogelijkheden zijn er om toch thuis te werken voor onderwijspersoneel?
    Heropening scholen 8 februari

    Als een personeelslid in een risicogroep valt of aanleiding ziet om thuis te werken, dan bespreekt hij of zij dit met de school. De arbo-arts kan hierbij uiteraard ook een rol spelen.

    In goed overleg kan dan bijvoorbeeld worden gekeken welke werkzaamheden het personeelslid wel kan vervullen. Dit zal meestal maatwerk zijn.

  • Moet er iedere werkdag een gezondheidscheck plaatsvinden? Wordt dat vastgelegd in vragenlijst?
    Heropening scholen 8 februari

    Iedere werkdag dienen medewerkers een gezondheidscheck te doen. De vragenlijst hiervoor staat op de website van het RIVM. Indien het antwoord op één van de vragen ‘ja’ is, gaat de medewerker niet naar school. De antwoorden op de vragenlijst wordt niet vastgelegd of bijgehouden.

  • Moeten leraren ook contact beperken als ze 1,5 meter afstand houden?
    Heropening scholen 8 februari

    Onderwijspersoneel dient onderling 1,5 meter afstand te houden. In het OMT advies van 30 januari staat dat clusters van besmettingen zijn gevonden op scholen na koffie-/lunchpauze. Het is daarom

  • Hoe kunnen we als school omgaan met personeelsleden die tot de risicogroep behoren of een huisgenoot hebben die behoort tot de risicogroep en om die reden niet naar school willen komen?

    In het protocol staat als richtlijn:

    • Personeelsleden die in een risicogroep vallen, kunnen worden vrijgesteld van werk op school (keuze werknemer in overleg met de arbo-/ bedrijfsarts of behandelend arts en werkgever).
    • Personeelsleden met gezinsleden die in een risicogroep vallen, kunnen worden vrijgesteld van werk op school (keuze werknemer in overleg met de werkgever).

    Het RIVM heeft uitgangs- en aandachtspunten opgesteld rondom de inzet van kwetsbare werknemers.

    Het uitgangspunt hierbij is dat zo lang er consequent en volgens de bestaande richtlijnen/procedures van de organisatie wordt gewerkt (naast de richtlijnen van het RIVM en eventueel de GGD) en oncontroleerbare situaties worden vermeden, ook een kwetsbare werknemer in principe zijn eigen werk kan blijven doen. De inhoud van het werk en de individuele gezondheidsfactoren en werkomstandigheden vormen altijd het vertrekpunt.

    Tevens is het advies van het RIVM over risicogroepen hierbij relevant.

    Als gevolg van deze aangepaste adviezen en uitgangspunten van het RIVM kan – in overleg tussen werkgever en werknemer – sneller worden beslist dat een werknemer uit de risicogroep of met een huisgenoot in de risicogroep zijn/haar werk fysiek op school verricht.

  • Vanaf wanneer kunnen leraren getest worden op besmetting?

    Vanaf maandag 21 september 2020 kan onderwijspersoneel in het basis- en voortgezet onderwijs zich met voorrang laten testen. Dit is een tijdelijke maatregel die tot nader orde van kracht is. De voorrangsprocedure is bedoeld om lesuitval te voorkomen. De schoolleider bepaalt wie er voor de voorrangsprocedure in aanmerking komt.

  • Is er een handreiking over besmetting met COVID-19 beschikbaar?

    Er is een handreiking “Wat te doen als bij een leerling of collega op school een besmetting met COVID-19 is vastgesteld?” in de vorm van een infographic beschikbaar.

    In de infographic staat welke stappen ondernomen moeten worden als een leerling of een collega op school met COVID-19 besmet is geraakt.

    Wat te doen als bij een leerling of collega op school een besmetting met COVID-19 is vastgesteld?

  • Waar kan ik de gezondheidscheck voor het onderwijs vinden?

    De gezondheidscheck is te vinden op

    https://www.rivm.nl/documenten/gezondheidscheck

  • Welke regels gelden er bij het testen van leerlingen tot en met 12 jaar?

    Aanpassing van het testbeleid voor kinderen t/m 12 jaar

    Testen van kinderen jonger dan 12 jaar wordt dringend geadviseerd als:

    • het kind verkoudheidsklachten heeft (zoals loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn),
    • de klachten niet (alleen) bestaan uit verkoudheidsklachten (bijv. als er ook sprake is van hoesten, koorts en/of benauwdheid), of het kind anderszins ernstig ziek is,
    • er een indicatie is in het kader van een bron- en contactonderzoek,
    • het kind deel uitmaakt van een uitbraakonderzoek.

    Kinderen die getest worden, blijven thuis totdat de uitslag bekend is. Voor meer informatie zie:
     https://lci.rivm.nl/langdurig-neusverkouden-kinderen

    • Wanneer een leerling positief getest is op corona moet hij/zij ten minste 7 dagen thuis in isolatie blijven en uitzieken. De leerling mag pas weer naar school en de opvang als hij/zij na deze 7 dagen ook 24 uur geen klachten meer heeft. Zie voor meer informatie over thuisblijven: https://lci.rivm.nl/informatiepatientthuis
    • Als iemand in het huishouden van de leerling naast milde COVID-19 klachten ook koorts boven 38 °C en/of benauwdheidsklachten heeft, blijft de leerling ook thuis in quarantaine (behalve als het gaat om een klein kind t/m 6 jaar, dan hoeft alleen het kind zelf thuis te blijven). Deze huisgenoot zal zich moeten laten testen. In afwachting van de uitslag blijft de leerling thuis. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/openbaar-en-dagelijks-leven/in-thuisquarantaine-door-coronaAls iemand in het huishouden van de leerling getest is voor COVID-19 en een positieve uitslag heeft, dan gaat de leerling 10 dagen in quarantaine. Vanaf dag 5 na het laatste contact met de huisgenoot, kan de leerling worden getest. Bij een negatieve uitslag mag de leerling uit quarantaine en weer naar school. Voor meer informatie zie: https://lci.rivm.nl/COVID-19-bco.
    • Als de leerling geen 1,5 meter afstand houdt, moet hij/zij thuisblijven tot 10 dagen nadat de bevestigde patiënt/huisgenoot weer uit isolatie mag. De GGD licht dit toe. Zie voor meer informatie: https://lci.rivm.nl/informatiebriefhuisgenootthuis.

    Specifiek zijn de volgende maatregelen van kracht:

    Voor meer informatie in dit kader zie ook: Kinderen, school en COVID-19

    AVS Helpdesk

    Neem contact op met de AVS Helpdesk
    Vermeld altijd je lidmaatschapsnummer als je contact opneemt met de Helpdesk.

    Leden van de AVS kunnen de Helpdesk bellen met uiteenlopende vragen over vakgerelateerde zaken.

    helpdesk@avs.nl | Bel: 030-2361010
  • Wat is het Servicedocument funderend onderwijs?

    Het Servicedocument funderend onderwijs geeft antwoord op vragen rondom de huidige situatie van het coronavirus, gebaseerd op de bestaande wet- en regelgeving, inclusief de coronamaatregelen vanuit het kabinet en de RIVM-richtlijnen.

    Het ministerie van OCW bundelt de laatste stand van zaken van de landelijke maatregelen voor het funderend onderwijs in dit servicedocument. Het is nadrukkelijk geen vervanging maar een aanvulling op de diverse protocollen en richtlijnen. In het servicedocument wordt dan ook waar nodig naar diverse protocollen verwezen.

    Bekijk het nieuwste servicedocument

    Download

  • Wat is het advies met betrekking tot mondkapjes?

    Met ingang van 1 december 2020 wordt het gebruik van mondneusmaskers binnen het schoolgebouw in het voortgezet (speciaal) onderwijs verplicht.

  • Wat verandert er voor het voorgezet (speciaal) onderwijs voor mondkapjes na het in werking treden van de COVID-19 wet?

    Op dit moment geldt voor situaties buiten de klas in het schoolgebouw het dringende advies om een mondkapje te dragen. Na inwerkingtreding van de COVID19-wet wordt dit omgezet in een verplichting. Dit geeft scholen, ouders en leerlingen helderheid dat er geen discussie mogelijk is over de plicht tot het dragen van een mondkapje in deze situaties.

  • Wat moet het voortgezet (speciaal) onderwijs regelen voor de mondkapjesplicht bij ingang van de COVID-19 wet?

    De school heeft een zorgplicht om voorzieningen te treffen dat aanwezigen in de school zich aan de Coronaregels kunnen houden.

  • Welke regels gelden er als een leerling in het voortgezet (speciaal) onderwijs geen mondkapje draagt?

    – Indien een leerling niet aanwezig is op school, ongeacht of dit te maken heeft met het niet willen dragen van een mondneusmasker, gelden de regels zoals deze ook in de normale situatie gelden:

    – De school zal eerst het gesprek aangaan met de leerling over het verzuim. Dit kan leiden tot een verzuimmelding.
    – De school is in ieder geval verplicht om vanaf 16 uur in vier weken een melding van ongeoorloofd verzuim te doen via het verzuimregister bij de leerplichtambtenaar.
    – De leerplichtambtenaar werkt dan volgens de Methodische Aanpak Schoolverzuim en zal een onderzoek instellen.
    – In dit geval ligt de keuze om niet op school te komen bij de leerling.

    – Als een leerling wel op school verschijnt, maar wil geen mondkapje dragen (en dan niet vanwege medische redenen), dan is het op dat moment aan de school om eerst te bepalen wat er gaat gebeuren.
    – De school stelt zelf maatregelen op en gaat zelf over de sancties. Hierbij zorgt de school voor instemming met de (G)MR bij wijziging van het gezondheid- en veiligheidsbeleid.
    – De school kan ervoor kiezen om de volgende stappen te volgen:

    – In overleg te treden met leerling en ouder
    – Een waarschuwing te geven aan de leerling
    – De leerling te schorsen
    – Indien de leerling na schorsing, alsnog weigert tot het dragen van een mondkapje, volgt er een gesprek met de leerplichtambtenaar
    – De casus wordt overgedragen naar de leerplichtambtenaar

  • Welke rol heeft de MR bij besluiten over onderwijs in de school?

    In crisissituaties vraag je van alle betrokken veel.  De (G)MR houdt zich aan de bepalingen, die gesteld worden in de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). De WMS is niet aangepast aan de coronamaatregelen, maar je mag wel enige flexibiliteit aan de leden van de (G)MR vragen. Als de (G)MR dit niet wil dan is het helaas zo.

    Welke rol heeft de (G)MR in tijden van crisis? Het medezeggenschapswerk ligt zeker niet stil. Het is juist verstandig om de (G)MR te blijven betrekken bij besluiten. Zo bundel je de krachten en kom je tot de beste oplossingen die op draagvlak kunnen rekenen. Dat is van belang, zeker als het lastige besluiten betreft.

    Bij een crisis van deze omvang is het van belang samen zo veel mogelijk op te trekken. Het komt aan op infomeren en communiceren. Maar overheidsmaatregelen vereisen soms zodanige spoed dat het niet altijd haalbaar is om eerst met de (P)(G)MR overleg te plegen. Maatregelen vanuit RIVM en/of regering genieten te allen tijde voorrang. Achteraf over maatregelen en gevolgen voor beleid informeren is dan de taak van de overlegpartner. Stel je als overlegpartner* de vraag: is dit een noodmaatregel of is dit beleid?

    Het is duidelijke dat de snel veranderende omstandigheden in de bestrijding van het virus soms snelle besluitvorming noodzakelijk maakt. Het is van belang om de medezeggenschapsraad goed mee te nemen opdat zij het besluitvormingsproces kritisch kunnen volgen. Als overlegpartner kun je denken aan de volgende zaken:

    – Bespreek soepel om te gaan met termijnen. Bewaak daarbij de balans tussen snelheid en zorgvuldigheid. Spreek af hoe de (G)MR bij de besluitvorming betrokken wordt. Betrek (de voorzitter van) de (G)MR zoveel mogelijk bij de interne discussies die worden gevoerd en bij beslissingen die genomen worden.

    In de WMS staan verschillende artikelen waarop de (G)MR zich kan beroepen:
    Het belangrijkste artikel is artikel 10.1.e,een instemmingsrecht van de hele (G)MR op de regelingen op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn. Ook artikel 11.1.f, een adviesrecht voor de hele MR over de organisatie van de school, speelt hier een rol.

    Bij het vormgeven van het thuisonderwijs komt het beleid rondom de voorzieningen
    voor leerlingen in beeld. In het primair onderwijs is dat een instemmingsbevoegdheid van de oudergeleding (artikel 13.1.d).

    Ook kan om organisatorische redenen afwijkingen van het vastgestelde vakantierooster nodig zijn. Het is een adviesbevoegdheid van de (G)MR (artikel 11 l, regeling van de vakantie).

  • Waarom is er een meldpunt schoolsluiting?

    Het ministerie van OCW en het onderwijsveld hebben afgesproken om tijdelijke schoolsluiting in het primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs vanwege het coronavirus landelijk te registreren. Hiervoor is per 15 oktober een meldpunt ingericht binnen het Internet Schooldossier op de website van de Inspectie van het Onderwijs. Het registreren kost hooguit een paar minuten tijd. De informatie is erg belangrijk om zicht te houden op de continuïteit van onderwijs en waar nodig bij te sturen.

    Schoolbesturen geven een melding wanneer een hele school of vestiging tijdelijk sluit. Ook schoolbesturen waarvan er sinds de start van het schooljaar 2020/2021 scholen of vestigingen gesloten zijn (geweest) vanwege het coronavirus, worden opgeroepen dit alsnog in het Internet Schooldossier te melden.

    Waarom is dit meldpunt van belang?

    Ook in deze tijd van corona blijft het onverminderd van belang dat kinderen op school onderwijs krijgen. Scholen werken er hard aan om goed onderwijs te blijven bieden. Er kunnen echter situaties ontstaan waarin het tijdelijk niet meer mogelijk is om de school open te houden en fysiek onderwijs te geven. Het meldpunt is bedoeld om te registeren welke scholen tijdelijk sluiten als gevolg van het coronavirus. De registratie is belangrijk om samen zicht te houden op de continuïteit van het onderwijs. Na de melding neemt de inspectie (waar nodig) contact op met het bestuur of de school om de tijdelijke oplossingen voor de continuïteit van het onderwijs en vooruitzichten te bespreken.

    In het kort wordt het volgende van schoolbesturen gevraagd:

    1. Meld als een school of vestiging vanwege corona tijdelijk moet sluiten (peildatum vanaf start schooljaar 2020/2021);
    2. Geef daarbij aan welke maatregelen zijn/worden genomen om het onderwijs te continueren;
    3. Meld actief als de school of vestiging weer opengaat.

    Peilingsonderzoek

    Naast het meldpunt wordt er aanvullend peilingsonderzoek gedaan naar de gevolgen van het coronavirus voor het onderwijs. Dit onderzoek vindt maandelijks plaats en wordt uitgevraagd onder de scholen. Met de informatie uit het meldpunt en peilingsonderzoek wordt een maandelijkse rapportage opgesteld die openbaar beschikbaar komt. De rapportage geeft een beeld op regionaal niveau en is niet terug te leiden tot individuele scholen of vestigingen. De rapportages geven informatie om, waar nodig, beleid te maken, bijvoorbeeld om leerachterstanden te voorkomen.

    Zie ook: Doe mee met maandelijks onderzoek naar effecten coronavirus (PO en VO)

    Meer informatie

    Voor informatie over onderwijs op afstand kunnen schoolbesturen terecht op de website www.lesopafstand.nl en voor vragen bij het bijbehorende loket. Voor vragen over de website Internet Schooldossier of het meldingsformulier kunnen schoolbesturen contact opnemen met de Inspectie van het Onderwijs.

    Links

  • Mogen we als school een leerling weigeren als deze leerling in een risicogebied (code rood of oranje) op vakantie is geweest?

    Het advies is de richtlijnen op te volgen en uit te dragen naar de ouders. Leerlingen die ouder zijn dan 12 jaar worden dringend geadviseerd in thuisquarantaine te gaan voor 10 dagen. Op basis van haar zorgplicht voor de veiligheid op school mag een school personen boven de 12 jaar wegsturen die dit advies niet in acht nemen.

  • Hoe ga je ermee om als gezinnen onterecht niet in quarantaine gaan en hun kinderen naar school sturen?

    Het wordt afgeraden om op vakantie te gaan naar ‘oranje landen’, voor ‘rode landen’ geldt een negatief reisadvies. Ouders die toch terugkomen uit een oranje of rood land worden dringend geadviseerd om 10 dagen in quarantaine te blijven. Zij moeten dus thuis blijven en mogen ook niet op school of op het schoolplein komen. Voor eventueel halen en brengen van kinderen zullen ze anderen moeten vragen.

  • Hoe organiseer je de wens van het kabinet om bij quarantaine thuisonderwijs te verzorgen, terwijl er op school weer fulltime les wordt gegeven?

    Scholen worden opgeroepen om zoveel als mogelijk met ouders en leerlingen te overleggen over de mogelijkheden om kinderen in thuisquarantaine afstandsonderwijs te geven, bijvoorbeeld met behulp van leraren die ook (niet ziek) in quarantaine zitten. Hierbij geldt zo veel mogelijk een pragmatische insteek: wat niet mogelijk is, is niet mogelijk. Aangezien je voor deze groep leerlingen ook geen verzuimmelding hoeft te doen bij de leerplichtambtenaar, zal de onderwijsinspectie met deze groep leerlingen ook soepel omgaan. Het budget ‘Bestrijding achterstanden Corona’ kan hiervoor niet worden aangeboord, omdat dit buiten de subsidieregeling valt.

  • Corona protocol bij de AVS

    Het is weer mogelijk om elkaar, met inachtneming van de voorschriften van het RIVM, fysiek te ontmoeten.

  • Hoe gaan we om met corona als we weer op school zijn?

    In het werk als leerkracht kom je allerlei vragen tegen. Lukt het straks goed genoeg om de voorgeschreven afstand te bewaren? Als iemand verdrietig is, hoe bied je dan troost? Bespreek je met de klas wat ze meegemaakt hebben of juist niet? Als leerlingen vechten op het schoolplein, haal je ze dan uit elkaar?
    Het is belangrijk om als schoolteam over al deze vragen te praten en samen na te
    denken over mogelijke antwoorden. Kijk ook of collega’s uit de jeugdhulp of de ggz, die veelal met vergelijkbare dilemma’s worstelen, met jullie mee kunnen denken.

  • Hoe groot is het risico voor leerlingen en leraren?

    Volgens het OMT het risico voor de volksgezondheid “beheersbaar” is. Voor het onderwijspersoneel geldt dat zij vanaf deze periode wel makkelijker getest kunnen worden. Schoolleiders en leraren onderling afspraken moeten maken over de aanwezigheid, zeker bij leraren die in een risicogroep vallen.

    Als er een maand na de opening van de basisscholen geen grote uitbraken zijn geweest, dan kan het voortgezet onderwijs zich voorbereiden op het opstarten van “fysiek onderwijs”, in de klas. In deze schoolgebouwen moet wel de anderhalve meter afstand gehandhaafd worden.

  • Hoe omgaan met mogelijke leerachterstanden door de coronacrisis

    Dat verschilt per kind. Het is in zijn algemeenheid te verwachten dat kinderen minder lesstof hebben verwerkt dan wanneer zij gewoon naar school waren gegaan. Het is het normale effect van de abnormale situatie van de coronacrisis, waarmee alle kinderen te maken hebben. Dit besef kan helpen om jezelf en je kind gerust te stellen. Belangrijk is dat je samen met school kijkt hoe jullie de ontwikkeling en het welzijn van je kind kunnen blijven stimuleren en samen te kijken naar wat je kind nodig heeft om goed verder te kunnen. Uit onderzoek is bekend dat kinderen veerkrachtig zijn. De meeste kinderen pakken de draad vanzelf weer op. Het belangrijkste hiervoor is het vertrouwen en de steun van ouders en andere belangrijke volwassenen in zo’n bijzondere periode.(Bron: zie NJI Nederlands Jeugdinstituut).
    Er is de afgelopen weken keihard gewerkt om de verschillen tussen onderwijs op school en het thuisonderwijs zo klein mogelijk te houden. Ook ouders hebben zich daar heel goed voor ingezet. We hebben straks een hele generatie die een paar weken niet naar school kon, maar op afstand toch aan zijn of haar ontwikkeling heeft gewerkt. De onderwijsgevenden zullen bij terugkeer op school daar bij aansluiten en de kinderen weer verder helpen zich te ontwikkelen.

  • Brengen en halen naar school of opvang, hoe organiseer je dat?

    Ouders worden opgeroepen om hun kinderen zoveel mogelijk alleen en lopend of op de fiets naar de school of opvang te brengen.
    Maak als  school regels over waar de ouders wel en niet mogen komen: wel of niet in de school, bij de deur, op het plein. Die regels bepalen dus waar het kind wordt afzet en weer opgehaald  bij de school. Houd je goed aan die regels. De 1,5 meter tussen personeel, andere kinderen en ouders is de norm bij het halen en brengen.

  • Mag een kind naar school als er iemand in het gezin ziek is?

    Nee, als één van de gezinsleden of andere mensen met wie je een huishouden deelt ziek is, moet iedereen zoveel mogelijk binnen blijven. Onder ziek zijn verstaan we: hoesten of niezen of keelpijn of benauwdheid of koorts. De gezinsleden zonder klachten mogen alleen naar buiten voor de hoognodige dingen, zoals boodschappen doen. Als iemand thuis meer dan 38 graden koorts heeft, moet iedereen binnen blijven.

    Het kind mag weer naar school als iedereen in het gezin/huishouden minimaal 24 uur zonder klachten is. Overleg met de ouders of online onderwijs in deze periode mogelijk en wenselijk is.

  • Wie betaalt de coronatesten van zorgpersoneel buiten ziekenhuizen, personeel van basisscholen en kinderopvang, mantelzorgers en jeugdtrainers?

    De kosten voor de test worden betaald door de overheid. U hoeft daar dus niet zelf voor te betalen.
    https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/openbaar-en-dagelijks-leven/testen

  • Waar kun je actuele informatie vinden over opvoeden en opgroeien in tijden van corona?

    www.nji.nl/coronavirus

  • Hoe moet je als school omgaan met specifieke lessen door externen vallend onder cultuureducatie?

    Zie hiervoor de:  Aanvullende branchespecifieke richtlijnen op protocol Cultuureducatie en -participatie

  • Staat het antwoord op jouw vraag over de corona-maatregelen hier niet bij?

    Op https://www.lesopafstand.nl/lesopafstand/veelgestelde-vragen/ vindt je meer vragen en antwoorden over onderwijs in coronatijd.