Over AVS Vakbond

Voor je individuele en collectieve belangenbehartiging kun je bij de AVS terecht. Heb je individuele belangenbehartiging nodig?  De AVS Helpdesk en juridische ondersteuning staan voor je klaar. De AVS vertegenwoordigt altijd haar leden via collectieve belangenbehartiging. Via CAO-onderhandelingen, lobby bij het ministerie van OCW en Kamerleden, en deelname aan diverse overlegtafels. De AVS raadpleegt regelmatig haar achterban over belangrijke actuele onderwijskwesties. Hiermee kan de AVS vaak effectief het onderwijsbeleid beїnvloeden.

"Het is van belang je aan te sluiten bij een bond. Je kan er informatie halen en ondersteuning krijgen indien nodig. De AVS komt op voor jouw belangen en daar heb je een stem in."

Lidewij Beemer, directeur Tobiasschool in Zeist
Slide 1 van1

Veelgestelde vragen aan de AVS Helpdesk

  • Corona protocol bij de AVS

    Het is weer mogelijk om elkaar, met inachtneming van de voorschriften van het RIVM, fysiek te ontmoeten.

  • De CAO spreekt over de startende leerkracht, wat is de definitie van een startende leraar?

    Met de startende leraar wordt de leerkracht bedoeld die zijn bevoegdheid heeft behaald, maar minder dan drie jaar werkervaring als leerkracht in het primair onderwijs heeft opgedaan. Het betreft leraren in de salarisschaal L10.1, L11.1, L12.1tot en met salarisschaal L10.3/L11.3/L12.3 en de zij-instromer.

  • Hoe kan het vakantieverlof berekend en opgenomen worden?

    In de CAO PO 2019 – 2020 is bepaald, dat de vakantieopbouw plaatsvindt in de periode van 1 oktober tot 1 oktober.

    Het is voor de werkgever mogelijk om voor een andere periode voor de opbouw te kiezen, bijvoorbeeld van 1 augustus tot 1 augustus. Hiervoor is de instemming nodig van de P(G)MR.

    Het verlof wordt in de schoolvakantie verleend. Als een werknemer meer uren verlof heeft dan nodig is om alle schoolvakanties verlof te nemen, dan wordt het restant van de verlofuren in overleg op andere momenten opgenomen.

    Als een werknemer een verlofdag opneemt, wordt de omvang van deze verlofdag bepaald op basis van het aantal ingeroosterde uren voor die dag.
    De werkgever dient bij opname van vakantie-uren altijd eerst de wettelijke vakantie-uren van het saldo af te schrijven.
    Het verlof bestaat uit wettelijk vakantieverlof van vier maal de wekelijkse arbeidsduur. De resterende uren zijn bovenwettelijk vakantieverlof. De werknemer bouwt per maand een/twaalfde van de wettelijke en bovenwettelijke vakantie-uren op.
    Indien de werknemer in een jaar 160 uren vakantieverlof heeft genoten, wordt hij geacht het wettelijk minimum aan vakantiedagen als bedoeld in artikel 7:634 lid 1 BW in dat jaar te hebben genoten. Als er gedurende dat jaar sprake is van samenloop van vakantieverlof en ziekteverlof komen de niet genoten vakantiedagen te vervallen.

    Indien de werknemer in een jaar door ziekte minder dan 160 uren vakantieverlof heeft genoten, heeft hij recht op (het restant van) het wettelijk minimum aan vakantiedagen als bedoeld in artikel 7:634 lid 1 BW.

    De werknemer die een deel van het jaar in dienst is bij de werkgever, heeft recht op een evenredig deel van de 428 vakantie-uren.

    Voor deeltijders gelden de bepalingen in dit artikel naar rato van de omvang van hun dienstverband.

  • Mag het bijzondere budget voor ouderen worden gespaard?

    Het totale budget (40 uur duurzame inzetbaarheid + 130 uur bijzonder budget voor oudere werknemers) mag gedurende maximaal 5 jaar worden gespaard. De opname mag nooit meer bedragen dan 340 uur per jaar.
    Indien er 340 uur per jaar wordt opgenomen, wordt de eigen bijdrage gebaseerd op maximaal 260 uur (dan neem je 2 keer het duurzame inzetbaarheidsbudget van 40 uur tegelijk op).

  • Hoe hoog is de eigen bijdrage voor de regeling duurzame inzetbaarheid?

    Voor de 40 uur duurzame inzetbaarheid, deeltijders naar rato, geldt geen eigen bijdrage.

    Worden deze uren gekoppeld aan het bijzondere budget voor oudere werknemers, 130 uur, deeltijders naar rato, en opgenomen als verlof, dan geldt voor deze uren een eigen bijdrage:

    40% voor werknemers van salarisschaal 8 en lager;

    50% voor de overige werknemers.

Meer veelgestelde vragen