Kader Primair 10

Thema – De grote oversteek

Tot hun twaalfde volgen alle kinderen hetzelfde basisonderwijs, daarna volgt een splitsing in theoretisch (vmbo-t, havo, vwo) en praktisch (praktijkonderwijs, vmbo-basis en -kader) vervolg­onderwijs. Of een schoolkeuze op zo’n jonge leeftijd wijs is voor de kinderen zelf en voor de maatschappij als geheel, is al decennia een punt van discussie. Kansenongelijkheid wordt er in ieder geval niet mee bestreden.

Het idee van de Mammoetwet van 1968 was dat kinderen met een minder gunstige uitgangspositie in scholengemeenschappen konden doorstromen. Stapelsgewijs – van mavo naar havo naar vwo, of van het beroepsonderwijs via de hbo – kon een kind uit een gezin met een laag inkomen toch de universiteit bereiken. Vandaag de dag is wisselen en stapelen niet zo makkelijk. Daarom adviseerde de Onderwijsraad dit voorjaar een driejarige brugklas in te voeren: ook een idee dat al decennia omstreden is – en nog steeds, zo blijkt. Betere doorstroommogelijkheden, kleinere klassen en verplichte dubbele adviezen leiden volgens betrokkenen tot betere individuele kansen van kinderen dan een stelselwijziging.

Intussen bloeien hier en daar ‘tienerscholen’ op. In een reportage op de Amsterdamse Esprit-scholen DENISE en Spring High is te zien hoe dat uitpakt: kinderen krijgen langer de kans om te ontdekken wat ze willen en kunnen. Gunstig voor kinderen uit gezinnen met een lagere sociaaleconomische status of een niet-westerse achtergrond, maar ook voor kinderen die aan de ‘bovenkant’ zitten – mits zij uitdagende leerstof krijgen voorgeschoteld. Doordat leraren van po en vo elkaar in de lerarenkamer dagelijks spreken, is er wisselwerking en afstemming onderling vanzelfsprekend.

Want niet alleen voor de leerlingen, ook voor leraren bestaat er een knip tussen basis- en voortgezet onderwijs. De bijbehorende bevoegdheden-problematiek lossen de tienerscholen met geïntegreerde leerlinggroepen voorlopig op met het experiment ‘teambevoegdheid’. Want een brede bevoegdheid voor leraren die voor 10 tot 14-klassen staan, lijkt er voorlopig niet in te zitten.

Download deze Kader Primair

Kaderspel

  • Toren van Pisa

Thema

Verder in dit nummer

Iedere maand

Vraag van de maand

  • Hoe kunnen besluiten genomen worden zonder (voltallige) medezeggenschapsraad?

    De afgelopen weken ontvingen wij meermaals de vraag hoe gehandeld moet worden als er geen (voltallige) medezeggenschapsraad is. Allereerst gelden de wettelijke bepalingen. Elke school (BRINnummer) dient een medezeggenschapsraad te hebben. Dat is bepaald in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). De medezeggenschapsraad bestaat uit personeelsleden, ouders en in het voortgezet onderwijs ook leerlingen van dertien jaar of ouder.

    Het kan zijn dat door omstandigheden of onenigheid (een gedeelte van) de medezeggenschapsraad ontbreekt. Wiens taak is het dan om aan de wettelijke verplichting te voldoen? Als een geleding van de medezeggenschapsraad niet compleet is op grond van het medezeggenschapsreglement, dan is het aan deze geleding om te zorgen dat deze weer volledig is. Dat kan door middel van het uitschrijven van verkiezingen.

    Is er helemaal geen vertegenwoordiging in de medezeggenschapsraad, dan dient het bestuur alles in het werk te stellen om zo snel mogelijk weer een medezeggenschapsraad te hebben. Het bestuur dient dan zowel personeelsleden als ouders en in het voorgezet onderwijs ook de leerlingen te stimuleren en/of op te roepen zitting te nemen in de medezeggenschapsraad.

    In de wettelijke bepalingen zoals de onderwijswetgeving en in de cao’s zijn bevoegdheden voor instemming en advies neergelegd bij de medezeggenschapsraad. Als deze er niet is, dan kan het bestuur ook niet besturen.