Hoe kleine scholen het hoofd boven water houden

Bevolkingskrimp heeft op veel plaatsen kleine scholen nog kleiner gemaakt. Drie basisscholen in krimpgebieden in Groningen, Noord-Brabant en Gelderland vertellen hoe zij het hoofd boven water houden, en soms zelfs nog weten te groeien. “Met alle goede dingen die we doen, hopen we op mond-tot-mondreclame.”

Tekst Richard Hassink

De dagen na woensdag 14 mei 2014 was Pieterburen, landelijk vooral bekend van het plaatselijke zeehondencentrum, in rep en roer. Een bestuurder van Lauwers en Eems, het schoolbestuur met zeventien ­basisscholen en drie vo-scholen in het noorden van de provincie Groningen, bracht het team en de ouders van montessori­school De Getijden op de hoogte van de voorgenomen sluiting van de school. Daarmee zou Pieterburen (435 inwoners) zonder basisschool komen te zitten. “We hadden destijds 29 leerlingen en waren al jaren bezig om ons hoofd boven water te houden”, vertelt schoolleider Sabine Wiersema die destijds nog leerkracht was. “Sinds 2008 was er sprake geweest van krimp en had het bestuur ons gevraagd een onderwijsvorm te kiezen waarmee we mogelijkheden zagen om tegen de krimp in (zo’n twee, drie leerlingen per jaar) te groeien.”

Het tij keren

Het team van De Getijden specialiseerde zich in montessorionderwijs. “We hadden het idee dat dat een grote trekker zou kunnen zijn voor ouders in de omgeving van Pieterburen, ook omdat er in de wijde omtrek geen montessorischolen zijn.” Daarnaast kreeg het schoolgebouw een flinke opknapbeurt. Maar ondanks alle goede initiatieven bleef het leerlingenaantal dalen. Toen het bestuur in mei 2014 de onheilstijding bracht, kwamen ouders meteen in verzet. In het dorp verschenen protestborden, er werden flyeracties gehouden en speciale ouderavonden belegd. Wiersema: “Maar onze werkopdracht vanuit het bestuur bleef: werk naar sluiting toe.” Tot de bestuurder opstapte en er een interim-bestuurder kwam die de school drie jaar de tijd wilde geven het tij te keren. Samen met de ouders zette het team de schouders eronder. Er kwamen speciale werkgroepen voor muziek, moestuin en gebouw & onderhoud. Verder maakten de ouders mond-tot-mondreclame om ouders uit omliggende dorpen warm te maken voor De Getijden. “Het ging zelfs zover dat sommige ouders gingen flyeren op andere schoolpleinen,” vertelt Wiersema. “Daarvan hebben we gezegd: dat kun je echt niet maken, het zijn wel collega-scholen van ons.” Toch heeft de gezamenlijke inspanning van team en ouders veel opgeleverd: De Getijden is inmiddels in veilig vaarwater. “Eind van dit jaar zitten we waarschijnlijk op tachtig leerlingen. Ze komen echt overal vandaan, van Usquert tot Vierhuizen. We zijn zelfs aan het kijken of er een vierde lokaal bij gebouwd kan worden.”

Units

Ook bij bassischool Sint Anna in Vortum-Mullem, een dorp met 675 inwoners in het oosten van Noord-Brabant, hebben ouders zich ingezet om de school te behouden voor het dorp. “Toen ik hier in 2003 als leerkracht begon, hadden we zo’n honderd leerlingen,” vertelt manager onderwijs Tanja Dekker-van Hest. “Nu staat de teller op 42.” Toch heerst er bij die school geen onrust, omdat het bestuur niet overweegt de school te sluiten. “Ouders stonden er van meet af aan achter. Er werden werkgroepen gevormd waarvan de ene ervoor zorgde dat er een peuterspeelzaal naar ons toe kwam en de andere dat er meer ouders uit omliggende dorpen voor onze school kozen.” Bovendien probeerde het schoolteam onder het motto ‘Van krimp naar kwaliteit’ de kwaliteit van het onderwijs naar een hoger plan te tillen. Dekker-van Hest: “Samen met een onderwijsadviesbureau hebben we ons onderwijs georganiseerd in units waarin leerlingen op hun eigen niveau kunnen werken, met de leerkracht in een coachende rol. Daarin hebben we ouders meegenomen, zodat ze precies wisten wat dit onderwijs aan zelfstandigheid vraagt van hun kinderen.” Volgens Dekker-van Hest zijn ouders enthousiast, ook omdat de leerlingen veel vrijheid ervaren en de schoolresultaten op sommige vlakken zelfs iets verbeterd zijn.

Onderscheiden

De Annie M. G. Schmidtschool in Dieren koos er ook voor om het onderwijs op de schop te nemen toen de school door krimp werd bedreigd. In tegenstelling tot Pieterburen en Vortum-Mullem heeft Dieren (13.795 inwoners) niet één maar zeven basisscholen. “Dat betekent dat je de gevolgen van krimp af kunt wenden door je op een positieve manier te ­onderscheiden van de andere scholen”, vertelt adjunct-directeur Ansje de la Croix, “en daar zijn we de afgelopen jaren flink mee bezig geweest.” De school heeft de wereldoriënterende vakken projectmatig ingericht en werkt verder groepsdoorbrekend. “Ook hebben wij gekozen voor het interventieprogramma Beweeg Wijs, waardoor ons schoolplein helemaal zo is ingericht dat leerlingen daar kunnen bewegen en spelenderwijs kunnen leren. Bovendien beschikken we over een buitenklas, waar we onze leerlingen in een soort amfitheater les kunnen geven. En met het kindcentrum willen we voorzien in een behoefte bij ouders en hebben we een doorgaande lijn, waardoor peuters makkelijk kunnen doorstromen naar onze school.” De initiatieven lijken hun vruchten af te werpen, want de school zit sinds oktober 2019 (toen nog slechts 48 leerlingen) in een opwaartse lijn met inmiddels 56 leerlingen. De la Croix stelt dat het opzetten van een nieuw onderwijsconcept bij een kleine school makkelijker is dan bij een grote school. “Omdat je er maar met een paar collega’s werkt, zijn de lijnen heel kort. Daarnaast is een team op een kleine, bedreigde school vaak heel enthousiast, zodat zo’n nieuw concept sneller van de grond komt.”

Werkdruk

Toch kleven er ook nadelen aan een kleine school. Zo vertellen de schoolleiders alle drie dat de werkdruk er hoger is. Wiersema van De Getijden: “Evenementen als kerst- en sinterklaasvieringen, de laatste schooldag en de musical organiseren wij ook, maar dan met veel minder mensen. Dat betekent dat je als leerkracht naast je medezeggenschapswerk ook de sinterklaascommissie vormt en een nieuwe methode moet toetsen en beoordelen.” Dekker-van Hest en haar collega’s van basisschool Sint Anna kijken continu kritisch naar het takenpakket. “En als we besluiten dat we er niet nog iets bij kunnen hebben, schakelen we ouders in.” De la Croix van de Annie M. G. Schmidtschool ziet ook wel weer een voordeel van een klein team op zo’n moment. “Omdat je met zo weinig bent, kun je snel knopen doorhakken en dat bespaart tijd.” Een ander nadeel van een kleine school is misschien dat je als team minder van elkaar leert. “Dat valt wel mee”, stelt Wiersema van De Getijden. “Voor kennis­ontwikkeling zoeken wij de andere scholen binnen ons bestuur op, waarmee we regelmatig studiedagen organiseren. Daarnaast heb ik veel contact met drie scholen in de regio die ook met ouderparticipatie werken en met een montessorischool in Borger. Verder doen we met een montessorischool in de stad Groningen onze scholing samen. Dat is dus een kwestie van organiseren.”

Minder middelen

Dat je met een kleine school over relatief minder financiële middelen beschikt, erkennen de drie schoolleiders. Dekker-van Hest: “Maar wij zien onze school als een van vijf dependances van onze stichting. De begroting wordt stichtingbreed gemaakt en investeringen verdeeld over de vijf scholen.” Ook kunnen kleine scholen aanspraak maken op de kleinescholentoeslag van het ministerie van Onderwijs, die twee jaar geleden flink verhoogd werd. “Jaren geleden hoorden we grote scholen binnen ons bestuur nog weleens klagen dat wij kleine scholen zo duur zijn”, zegt Wiersema, “maar mede dankzij die toeslag schrijven wij nu zwarte cijfers.”

De la Croix vindt dat je als kleine school ook inventief moet zijn en bijvoorbeeld naar subsidiemogelijkheden moet zoeken. “Zo heb je subsidies voor de gezonde school, voor schoolfruit en voor een watertappunt. Maar soms zou je inderdaad meer willen dan er mogelijk is. Zo willen we nog graag een schommel op het schoolplein, maar daar hebben we op dit moment het geld niet voor. En een conciërge lijkt ons heel fijn. Gelukkig hebben we nu een handige ouder die regelmatig bijspringt.”

Vertrouwen

Bij De Getijden in Pieterburen gaan ze met vertrouwen de toekomst tegemoet. Wiersema: “Zo’n vijf jaar geleden hadden we veel nieuwe leerlingen die in de midden- of bovenbouw instroomden. Vaak waren dat leerlingen die het op andere scholen niet zo goed deden. Zorgleerlingen dus, die ook weer voor extra werkdruk zorgden. Nu stromen steeds meer kinderen de peutergroep en groep 1 in. Die heb je dan meteen voor acht jaar binnen.” De Getijden heeft het evaluatiemoment twee jaar geleden met glans doorstaan. “We zijn binnen onze stichting nu weer een gewone school, zonder projectstatus.”

Ook Dekker-van Hest van basisschool Sint Anna in Vortum-Mullem vreest niet voor de toekomst. “De school blijft voorlopig bestaan. En over mijn baan heb ik me nooit zorgen gemaakt. Mocht het toch minder gaan, dan weet ik zeker dat er een andere plek voor mij is binnen de stichting.”

Bij de Annie M. G. Schmidtschool in Dieren, die vanaf de start van het nieuwe schooljaar Kindcentrum LeerRijk gaat heten, stroomt deze zomer een relatief grote groep achtste-groepers uit. Toch ziet De la Croix het zonnig in. “Met alle goede dingen die we doen, hopen we op mond-tot-mondreclame. We sturen er niet op, maar we gaan ervanuit dat als je leerlingen gelukkig zijn en je team enthousiast is, dat ouders dan wel voor jouw school ­kiezen.”