Leidinggeven aan nieuwe en groeiende scholen

Door demografische ontwikkelingen kunnen scholen uit hun jasje groeien en ook zijn er nieuwe scholen die een onverwachte groeispurt doormaken. Dat betekent dat er oplossingen moeten komen voor de leerlingengroei, zowel qua ruimte als personeel. “De gemeente doet haar best, maar heeft grote problemen om geschikte huisvesting voor ons te vinden.”

Tekst Lisette Blankestijn

Vaak volgt de groei van een bepaalde school op een verandering van de demografische samenstelling van de buurt. Veel Poolse immigranten? Vaak kiezen zij een katholieke school voor hun kinderen. Veel moslims in de wijk? De islamitische scholen groeien als kool, mede dankzij de gestegen onderwijskwaliteit. Ook een bepaald – vaak vernieuwend – onderwijsconcept kan veel leerlingen trekken. Andere scholen verrijzen in nieuwbouwwijken en barsten al uit hun voegen voor die goed en wel droog zijn.

Aansprekend schoolconcept

Iemand die een nieuwe school letterlijk van de (bouw)grond af aan heeft opgericht, is Ralph Borghart, schoolleider van kbs Onder De Bogen. “Ik was schoolleider van een andere basisschool toen het bestuur van de Katholieke Scholenstichting Utrecht (KSU) me vroeg om een schoolconcept te schrijven voor een nieuwe school in Leidsche Rijn Centrum. Toen ben ik eerst gaan rondkijken: wat voor soort onderwijs was er nog niet in Leidsche Rijn? Ik stelde vast dat er nog geen tweetalige school was en geen school die veel met thema’s werkte. Ik heb in die tijd ook veel gelezen: wetenschappelijke literatuur, boeken van John Hattie en Robert Marzano. Ik wilde weten: welk onderwijs is bewezen effectief? Zo ontstonden de drie pijlers van het schoolconcept van kbs Onder De Bogen: tweetalig onderwijs, werken in projecten (we werken met het International Primary Curriculum) en een wetenschappelijke basis. Na een presentatie van mijn plan zag het bestuur kansen om een katholieke school in de wijk in de markt te zetten.”

Vliegende start

Al snel meldden zich veel ouders, vertelt Borghart. “Aanvankelijk voerde ik een-op-eengesprekken met hen, maar al snel moesten we dat clusteren tot informatieavonden.” De school maakte in 2017 een vliegende start met drie groepen. “Sindsdien komen er elk jaar ongeveer honderd leerlingen bij. Dit schooljaar hebben we zeventien groepen. Ons mooie nieuwe schoolgebouw wordt alweer krap; we hebben nu zo’n vijfhonderd leerlingen.”

Academische leerkrachten

Borgharts team bestaat uit 28 collega’s. “Omdat die academische toetsing voor onze school zo belangrijk is, heb ik de lat meteen hoog gelegd: we zoeken bij voorkeur leerkrachten met een masterdiploma die het leuk vinden om onderzoek te doen. Dat maakt het vinden van personeel wel een uitdaging, maar tot nu toe lukt het.” De leerkrachten zijn heel belangrijk bij het groeiproces, merkt Borghart. “Als ik iets bedenk, moet ik hen daarin meenemen. Ze willen meebouwen, invloed hebben. In leerteams zoeken we dingen uit. We bepalen dus echt samen hoe we het gaan doen. Daar hoort een platte organisatie bij, met korte lijntjes. We maken keuzes vanuit onze onderwijskundige overtuiging. Soms word je als schoolleider gedwongen een bepaalde richting te kiezen vanwege krimp of de vraag van ouders, maar wij kunnen gelukkig zelf kiezen hoe we ons ontwikkelen.” Onder De Bogen groeit door naar achthonderd leerlingen – de plannen voor een dependance liggen al klaar. “Ook dat gebouw gaat weer helemaal passen bij onze visie. In het nieuwe gebouw komen eveneens leerpleinen waarin groepjes leerlingen kunnen samenwerken.”

Worstelen met ruimte

Dat het vinden van voldoende fysieke ruimte voor een nieuwe school niet altijd vanzelfsprekend is, weet men in Heerenveen. Middenin de nieuwe wijk Skoatterwâld staat een multifunctioneel gebouw, De Spil, dat onderdak biedt aan onder meer twee sterk groeiende basisscholen. Loek Iedema, directeur van cbs De Burcht, worstelt met de ruimte, vertelt hij. “We begonnen in 2001 met vier leerlingen en maakten een flinke groeispurt door, tot vijfhonderd leerlingen nu. Inmiddels is de groei iets gestabiliseerd, maar we komen veel meters tekort. Het is erg krap.” Dit schooljaar ontstaat er gelukkig wat lucht, vertelt de directeur. “Door het vertrek van een organisatie uit het multifunctionele gebouw, komen er vierkante meters vrij. Dat worden lokalen en een onderwijsplein. Maar het is een jonge wijk en er wordt nog steeds gebouwd, dus we moeten anticiperen op groei.” Er loopt een aanvraag bij de gemeente voor meer ruimte, maar die verwacht dat de school geen extra meters nodig zal hebben. Iedema: “Daarom is er nu een bureau in de arm genomen dat de noodzaak onderzoekt. De andere school in De Spil, een openbare school, groeit ook. We verdelen de meters, altijd in goed overleg. Er ligt veel druk op het gebouw, dus soms ontstaat er wat gekissebis omdat speellokalen opgaan in leslokalen en de ruimtes die overblijven overbezet zijn.”

Meubilair

Ook in andere opzichten moet directeur Iedema zich voortdurend voorbereiden op groei. “Hoeveel materialen hebben we nodig, hoe organiseren we het onderwijs… En ik moet steeds meubilair bijbestellen.” Over de formatie maakt de directeur zich geen zorgen. “Qua personeel kunnen we de groei wel aan; het lerarentekort is bij ons niet zo groot als in de Randstad. Maar de leerkrachten vinden hun groepen zo groot genoeg. Meer dan dertig kinderen, dat zien ze gewoon niet zitten.”

Groei islamitisch onderwijs

Ook het islamitisch basisonderwijs maakte het afgelopen decennium een enorme groei door. Vorig jaar rapporteerde de Volkskrant 60 procent meer leerlingen, in tien jaar tijd. Een van die islamitische basisscholen die explosief groeit is de Rotterdamse Ibn-i Sina-school. Directeur Alaaddin Durmus nam de school in 2012 – toen nog klein, met een dependance en nevenvestiging – over. Inmiddels is zowel de dependance als de nevenvestiging van de school verzelfstandigd en verdubbelde het leerlingenaantal; Ibn-i Sina zelf groeide van 312 naar ruim achthonderd leerlingen. “Onze groei komt deels door de algehele verbetering van het islamitisch onderwijs, maar wij groeien nog harder omdat we onze onderwijskundige aanpak veranderd hebben.” Naschoolse activiteiten, een project Wetenschap & Techniek, bliksemstages van bovenbouwleerlingen in de haven, bij een advocatenkantoor of andere bedrijven: het legde de school geen windeieren. “Ook doen we meer aan collegiale consultatie”, vertelt Durmus. “Dit alles levert meer leerlingen op: we profiteren van mond-tot-mondreclame. Ik denk ook dat ouders veranderen: waar men vroeger vaak koos voor een school om de hoek, kijken ze nu bewuster of een school bij hun kind en hun identiteit past. Onze school staat in Charlois, maar we werken samen met Stichting Leerlingenvervoer om ook kinderen uit Hoogvliet, Spijkenisse en IJsselmonde te kunnen aannemen. Ik verwacht dat we binnen een paar jaar ook kinderen met een niet-islamitische achtergrond verwelkomen.”

Nomaden

Ibn-i Sina komt hierdoor wel ruimte tekort. Durmus: “Ik had hier pas huilende ouders, teleurgesteld omdat ik hun kind niet kon aannemen. De gemeente doet haar best, maar heeft grote problemen om geschikte huisvesting te vinden. Onze bovenbouwleerlingen zijn als nomaden van het ene naar het andere gebouw getrokken. Vanaf oktober kunnen zij in tijdelijke units terecht. Maar daarmee is de groei ook begrensd.” Problemen met het vinden van geschikt personeel heeft Durmus nooit; door de positieve verhalen heeft hij genoeg sollicitanten. Ook heeft zijn eigen kweekvijver: “Onderwijsassistenten die capabel lijken om les te geven, bieden we aan de lerarenopleiding te bekostigen met een baan als leerkracht in het vooruitzicht.”

Sturen op grote lijnen

Durmus’ manier van leidinggeven veranderde wel, met de groei van de school. “Eerst wilde ik veel dingen veranderen. Ik zat overal bovenop, had korte lijnen. Later hebben we onze organisatiestructuur veranderd: in plaats van met bouwcoördinatoren gingen we werken met leerjaarcoördinatoren die tegelijkertijd ook intern begeleider zijn. Die kunnen veel taken van mij overnemen en zo hebben de leerkrachten één aanspreekpunt. Ik stuur nu meer op de grote lijnen.” Ondertussen wacht er een nieuwe uitdaging voor de directeur: “Dit najaar start ik een tweede school, in Schiebroek. Daar hou ik van: een school financieel, qua personeel en onderwijskundig helemaal opnieuw ­opbouwen.”

Scholen dicht in grote steden

Waar sommige scholen groeien – ook in krimpregio’s – moeten andere scholen soms sluiten. Ook in grote steden; alleen al in Amsterdam kampen tientallen basisscholen met leerlingenaantallen onder de opheffingsnorm. De teleurstelling van de betrokken ouders is vaak groot. Meestal ligt de oorzaak in het veryuppen van buurten, waardoor het voor een doorsnee gezin lastig is er betaalbare woonruimte te vinden. Soms speelt ook de groei van het islamitisch onderwijs een rol.

Op de Amsterdamse basisschool De Avonturijn (in De Pijp) waren ook te weinig kinderen over. Met een onconventionele wervingsactie probeerde de school meer witte ouders te vinden: leerlingen van Turkse, Marokkaanse, Ghanese en Surinaamse afkomst gingen de straat op in een T-shirt met de tekst ‘Is dit wit genoeg voor u?’ Helaas tevergeefs; de school is met ingang van dit schooljaar dicht.

Nieuwe wet: meer ruimte voor nieuwe scholen

In mei 2020 stemde de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen, waardoor de procedure voor het stichten van nieuwe scholen moderniseert. Vanaf 1 juni 2021 is het voor het besluit over de bekostiging van een nieuw te starten school niet meer noodzakelijk dat de school tot een erkende richting behoort. Belangrijk is dat de initiatiefnemer van een nieuwe school kan aantonen dat er – ook op lange termijn – genoeg belangstelling is en dat de Inspectie van het Onderwijs positief is over de te verwachten onderwijskwaliteit. De bedoeling van de wet is dat het scholenaanbod beter aansluit bij de wensen en behoeften van ouders en leerlingen.