Thema – Schoolleider, bestuur en toezicht

Scholengroepen zijn ingewikkelde organisaties. Goed besturen vergt een soepel samenspel tussen de professionals op de werkvloer, de bestuurders en de Raad van Toezicht. De schoolleider is de spil: lid van zowel het schoolteam als van de ‘bestuurlijke gemeenschap’, namens welke hij of zij de werkgeversrol vervult.

Een goede onderwijskwaliteit vereist dialoog tussen die spelers, betogen schoolbestuurder en voormalig hoofdinspecteur Primair Onderwijs Arnold Jonk, AVS-voorzitter Petra van Haren en voorzitter van de Onderwijsraad Edith Hooge. Een goede, wederkerige informatiestroom tussen ‘top’ en ‘werkvloer’ en een Raad van Toezicht die de randvoorwaarden controleert, dragen bij aan een goede uitvoering van beleid.

Sommige besturen staan gedeeld leiderschap voor: schoolleiders denken mee over de koers, committeren zich daaraan en vinden daarbinnen voldoende ruimte voor een eigen beleid. Maar het kan ook misgaan. Een schoolleider op een school met heftige problematiek heeft de steun nodig van het bestuur. Als die ontbreekt, is het een eenzaam bestaan. Dat blijkt uit het tweede thema-artikel, dat de verhouding tussen schoolleider en bestuur illustreert met persoonlijke ervaringen van drie schoolleiders.

In het voortgezet onderwijs, ten slotte, vervullen de team- of afdelingsleiders de rol van schoolleider. Zij sturen een team aan en worden op hun beurt aangestuurd door een managementteam, waarvan ze zelf vaak ook deel uitmaken. Ook een spilfunctie dus, maar wel een die van school tot school flink kan verschillen qua takenpakket en positionering.

Vertrouwen in elkaar, een voortdurende dialoog en voldoende beweegruimte voor de schoolleider: dat lijkt in elk geval het recept voor een goed bestuurlijk samenspel en goede onderwijskwaliteit.

Kaderspel

Geen blogs gevonden

Actueel

Thema

  • Van coördinerend docent tot budgethouder

  • Goede bestuurders, slechte bestuurders

  • Rolvast en continu in dialoog: recept vo or goed onderwijs

Verder in dit nummer

  • Smartphones in de klas: niet uitbannen, maar doseren

  • Zo worden je leerlingen digitaal geletterd

Iedere maand

  • AVS op WMS-congres

  • Schoolleiderstekort, opmars zzp’ers en minder lesuren

  • En wat als we nu weer eens gewoon gingen lesgeven?

  • Het nieuwe leren volgens het nieuwe CEL-team

  • ‘Wees zuinig op uw leerkrachten’

  • Bijgeschoolde statushouders aanwinst voor Metis mavo

  • Publicaties over schooltijden en MR geactualiseerd

Vraag van de maand

  • Welke gevolgen heeft het Pensioenakkoord?

    Na de Tweede Kamer is ook de Eerste Kamer akkoord gegaan met het Pensioenakkoord. Momenteel is de AOW-gerechtigde leeftijd vastgesteld op 66 jaar en 4 maanden. Aanvankelijk zou deze leeftijd in 2020 doorstijgen naar 66 jaar en 8 maanden en in 2021 naar 67 jaar. In het akkoord is echter besloten om de huidige AOW-gerechtigde leeftijd van 66 jaar en 4 maanden nog twee jaar te bevriezen en daarna met enkele maanden per jaar te laten stijgen naar 67 jaar in 2024. Als blijkt dat de gemiddelde levensverwachting blijft stijgen, gaat de AOW-gerechtigde leeftijd vanaf 2024 elk jaar met 8 maanden omhoog en niet meer met een heel jaar, zoals vóór het akkoord gepland was.

    Nadert u de pensioengerechtigde leeftijd, dan kunt u in het volgende overzicht zien wat het akkoord precies voor u betekent:

    U bent geboren… U krijgt AOW in: Uw AOW-leeftijd is:
    na 31 december 1952 en voor 1 september 1953 2019 66 jaar + 4 maanden
    na 31 augustus 1953 en voor 1 september 1954 2020 66 jaar + 4 maanden
    na 31 augustus 1955 en voor 1 september 1955 2021 66 jaar + 4 maanden
    na 31 augustus 1955 en voor 1 juni 1956 2022 66 jaar + 7 maanden
    na 31 mei 1956 en voor 1 maart 1957 2023 66 jaar + 10 maanden
    na 28 februari 1957 en voor 1 januari 1958 2034 67 jaar