Artikel 13.3 CAO PO geeft aan hoe de faciliteiten van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad ((G)MR) zijn geregeld. Voor de faciliteiten van de ondersteuningsplanraad geldt artikel 13.3a.
Dat is heel eenvoudig: een werknemer die in de ondersteuningsplanraad zit, heeft 60 uren per schooljaar ter beschikking. Meer staat er niet in dat artikel.
Lid 1 van artikel 13.3 geeft aan dat de kosten die de (G)MR redelijkerwijs maakt, worden betaald door het bevoegd gezag. Hieronder vallen de kosten voor scholing, advies en juridische bijstand, en ook alle andere kosten die het functioneren van de MR en het contact met de achterban bevorderen (denk aan kopieerkosten, het faciliteren van een vergaderlocatie inclusief koffie/thee enzovoort).
Sommige kosten moet de (G)MR wel van tevoren kenbaar maken aan het bevoegd gezag: het gaat dan om het raadplegen van een deskundige en het voeren van rechtsgedingen door de medezeggenschapsraad. Heeft de (G)MR het bevoegd gezag niet van tevoren geïnformeerd, dan kan het bevoegd gezag besluiten om die kosten niet te willen dragen.
Een medewerker die in de (G)MR zit, heeft binnen taakbeleid recht op 60 uur. Zit hij of zij in de GMR én in de MR, dan wordt dat 100 uur. Wie voorzitter of secretaris is, krijgt 20 uur extra.
In bijlage A11 vind je bedragen die gelden als bevoegd gezag en (G)MR op basis van artikel 28 lid 2 WMS een budget overeenkomen. Het betreft dan steeds de personeelsgeleding (dus de eventuele kosten voor de oudergeleding komen daar bovenop).
In het medezeggenschapsstatuut neem je een regeling (op grond van artikel 28 lid 3 WMS) op over de facilitering in tijd van de P(G)MR-leden voor overleg, scholing en andere medezeggenschapsactiviteiten. Daarbij wordt ten minste uitgegaan van de faciliteiten die door de CAO PO worden voorgeschreven.
Sowieso heeft een P(G)MR-lid recht op drie dagen scholing per twee jaar (zo nodig onder lestijd).
Na afloop van een schooljaar moet de P(G)MR zijn uitgaven verantwoorden richting het bevoegd gezag.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 5 december 2025
Als directeur of adjunct-directeur in het primair onderwijs ben je sinds 1 februari 2013 verplicht om je in te schrijven en daarmee te registreren bij Ascenda*.
Door je te registreren als Registerdirecteur onderwijs (RDO), toon je aan dat je beschikt over de kwalificaties uit de beroepsstandaard voor schoolleiders in het PO (https://ascenda.nl/kennisbasis-beroepsstandaard). De beroepsstandaard wordt bepaald door de beroepsgroep zelf, vertegenwoordigd in Ascenda.
Meer informatie over de basisregistratie vind je op https://ascenda.nl/schooldirecteuren-nog-niet-geregistreerd
Eenmaal geregistreerd blijf je werken aan je professionele ontwikkeling. Alles wat aantoonbaar bijdraagt aan je ontwikkeling, kun je inzetten voor je herregistratie.
Meer informatie: zie https://ascenda.nl/schooldirecteuren-herregistratie
Nota bene. Je nieuwe herregistratiedatum wordt vastgesteld op de datum dat je je herregistreert (datum besluit commissie) plus het aantal jaren wat bij je behaalde punten behoort (zie tabel). Alleen diploma’s en certificaten gedateerd na de laatste (her-)registratiedatum kun je meenemen voor je (volgende) herregistratie.
| Herregistratiewaarde | Nieuwe herregistratiedatum |
| Tussen 60-79 punten | 3 jaar na de laatste (her-)registratiedatum |
| Tussen 80-99 punten | 4 jaar na de laatste (her-)registratiedatum |
| Tussen 100-119 punten | 5 jaar na de laatste (her-)registratiedatum |
| Tussen 120-139 punten | 6 jaar na de laatste (her-)registratiedatum |
| Vanaf 140 punten | 7 jaar na de laatste (her-)registratiedatum |
Controleer voordat je scholing gaat volgen eerst of de scholing van jouw keuze wordt erkend door Ascenda.
Bij onze academie hebben we een mooi aanbod van opleidingen, leergangen en trainingen. Een doorlopende leerlijn voor startende directeuren en clusterdirecteuren, het middenkader en ervaren schoolleiders. Het scholingsaanbod van AVS Academie is te vinden op www.avs.nl/academie.
Voor vragen over (her)registratie kun je terecht op de website van het Ascenda of bij onze eigen AVS Helpdesk (alleen voor leden). Heb je vragen over het AVS-aanbod? Neem dan contact op met een van de collega’s van de AVS Academie via ons algemene telefoonnummer 030 236 10 10 of via e-mail academie@avs.nl.
* Ascenda is de nieuwe naam van het Schoolleidersregister PO
Deze veelgestelde vraag is geactualiseerd op: 8 september 2025
Personen die geen onderwijsbevoegdheid hebben voor het primair onderwijs (met andere woorden: als je niet met succes de pabo hebt afgerond), mogen géén onderwijs op de basisschool geven. Dit is expliciet vastgelegd in artikel 3 (Bevoegdheid schoolonderwijs) van de Wet op het primair onderwijs (WPO).
Voor vakleerkrachten muziek geldt dat zij in ieder geval de bevoegdheid voor het primair of voortgezet onderwijs moeten hebben. Wie vóór 1 augustus 2006 de opleiding docent muziek heeft behaald is overigens wél bevoegd, een docerend musicus is dat niet.
De WPO en de WEC kennen geen regelgeving voor gastdocentschappen in het onderwijs. Binnen het primair onderwijs en de expertisecentra blijft de reguliere leerkracht volledig verantwoordelijk. Hij of zij kan wel een gast(docent) uitnodigen in de klas.
Deze veelgestelde vraag is geactualiseerd op: 4 augustus 2025
Ingegeven door maatschappelijke ontwikkelingen, neemt in het primair onderwijs de afgelopen jaren de behoefte toe aan een andere kijk op schooltijden. Binnen de geldende wet- en regelgeving is er best veel mogelijk.
Als schoolleider moet je bij het invoeren van andere schooltijden rekening houden met aspecten als de onderwijstijd, werk- en rusttijden van medewerkers, overblijfmogelijkheden, de keuze van een schooltijdenmodel en de verplichte ouderraadpleging. De oudergeleding van de medezeggenschapsraad (OMR) heeft instemmingsbevoegdheid (artikel 13 lid 1 sub h WMS).
Wil je aan de slag met andere schooltijden? Neem dan contact op met AVS Helpdesk. Onze adviseurs denken graag met je mee.
Het antwoord op deze vraag is geactualiseerd op 18 december 2024
Onze sector gebruikt sinds 2006 het FUWA PO-systeem van functiewaardering. Het toepassen hiervan is voorbehouden aan gecertificeerde adviseurs – opgenomen in het register van Stichting Personeelsinstrumenten Onderwijs (zie www.spo3.nl). Hieronder geven we chronologisch weer hoe de inschaling van directiefuncties binnen het functiewaarderingssysteem verloopt.
Binnen FUWA PO worden functies beschreven en gewaardeerd op basis van veertien kenmerken. Op basis van de beschrijving van deze veertien kenmerken vindt een weging plaats die een somscore oplevert. Deze somscore is bepalend voor het functieniveau. De inschaling vindt vervolgens plaats naar de in de CAO PO opgenomen functies en salarisschalen. In de CAO PO is de toepassing van FUWA-PO vastgelegd in hoofdstuk 5 (Functie en functiewaardering).
De normfunctiebeschrijvingen voor leidinggevenden zijn per 1 augustus 2015 vervallen en vervangen door FUWA-PO. Op 1 oktober 2024 is FUWA PO geactualiseerd. Werkgevers kunnen gebruik maken van de voorbeeldfunctiebeschrijvingen die binnen FUWA PO 2024 voor de leidinggevende functies zijn gemaakt. Deze beschrijvingen zijn echt bedoeld als voorbeeld, ter inspiratie. Het is de bedoeling dat elk bestuur zelf functiebeschrijvingen opstelt die recht doen aan de invulling van de functie in de context van de organisatie!
Als werkgevers de voorbeeldbeschrijvingen toch ongewijzigd toepassen, dan is de waardering geldend zoals die in de voorbeeldfunctiebeschrijving is opgenomen. De inschaling vindt dan plaats volgens de salarisschalen, zoals deze in de CAO PO zijn opgenomen. Als er sprake is van aanpassingen in de functiebeschrijvingen, moet een FUWA-gecertificeerd adviseur elke aangepaste functiebeschrijving opnieuw waarderen.
In de voorbeeldfunctiebeschrijvingen van leidinggevenden is gekeken naar de functiezwaarte, waarbij het uiteindelijk gaat om de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken en de vraag of deze substantieel en structureel van aard zijn.
Bij wijziging van de (inschaling van) directie- en managementfuncties die worden opgenomen in het functieboek, is het verplicht dat deze beschreven en gewaardeerd moeten zijn door een gecertificeerd FUWA-adviseur (als deze afwijken van de voorbeeldbeschrijvingen) en dat deze met P(G)MR zijn afgesproken (instemmingsrecht).
De huidige CAO PO kent drie functiecategorieën (artikel 5.1 lid 1):
Leraren
niveau 10 = LB
niveau 11 = LC
niveau 12 = LD
niveau 13 = LE
Directeuren
Adjunct-directeuren
niveau 11 = A11
niveau 12 = A12
niveau 13 = A13
Directeuren
niveau 12 = D12
niveau 13 = D13
niveau 14 = D14
niveau 15 = D15
Onderwijs ondersteunend personeel (OOP)
niveau 01 = OOP01
tot en met
niveau 16 = OOP16
Soms kiest een schoolbestuur ervoor om directeuren een numerieke schaal toe te kennen. Dit kan niet, omdat de numerieke schalen onderwijsondersteunend personeel en leraren betreffen, en dus geen directieschalen zijn.
Als een bestuur hiervoor kiest, handelt het in strijd met de Wet op het primair onderwijs en/of de Wet op de expertisecentra (WEC) die voorschrijven dat aan élke basisschool een directeur is verbonden. Artikel 9.2 lid 4 CAO PO bepaalt dat het dan gaat om een leidinggevende die door het bestuur is gemandateerd om functionerings- en beoordelingsgesprekken te voeren. In de beleving van AVS is dat altijd een directeur (D-functie).
Bovendien heeft dit rechtspositionele consequenties. Indeling in een numerieke schaal betekent dat er noch recht bestaat op de voor jou als directeur geldende toelagen, noch op het scholingsbudget voor (adjunct-)directeuren! Een OOP-functie is geen directiefunctie, omdat het een onderwijsondersteunende functie is. Weet ook dat registratie in schoolleidersregister niet mogelijk is als je niet werkt in een A- of D-functie.
1 oktober 2024
Door de nieuwe functiebeschrijvingen verdwijnen diverse salarisschalen. Dat kan zowel een positief als een negatief effect hebben.
Bij de meerhoofdige schoolleiding zal dat naar verwachting een positief effect hebben,
en bij de verdwijning van de DC-uitloopschaal een negatief effect.
Als er sprake is van een negatief effect, dan is er sprake van een salarisgarantie.
De gevolgen voor uw salaris vereist de nodige nauwkeurigheid. Hierbij wordt aangetekend dat er geen extra overheidsmiddelen beschikbaar zijn gekomen voor salarissen van de adjunct-directeur, directeur en onderwijsondersteunend personeel.
In onderstaand overzicht worden voorbeelden gegeven van gevolgen voor het salaris.
Adjunct-directeur:
| Functie: | Schaal per 31 december 2019 | Schaal per 1 januari 2020 | Verschil: |
| AB, trede 13 | € 4.176 | € 4.364 | + € 188 |
Bij omzetting naar de A-schaal dient de nieuwe A-schaal op basis van de functiebeschrijving gehanteerd te worden voor de inschaling. Betreft het een inschaling in de A11-schaal (spilfunctie), dan vindt inschaling plaats op het naasthogere bedrag (€ 4.434) (+ € 70). Het betreft hier een voorbeeld van de eindschaal, maar hetzelfde is van toepassing bij lagere treden in de salarisschaal.
| Functie: | Schaal per 31 december 2019 | Schaal per 1 januari 2020 | Verschil: |
| DB, trede 15 | € 4.791 | € 5.006 | |
| Directietoelage | € 324,87 | € 339,49 | |
| Totaal: | € 5.115,87 | € 5.345,49 | + € 229,62 |
Bij omzetting naar de D-schaal dient het bedrag van de directietoelage gebruteerd te worden, omdat er over het bedrag geen vakantiegeld, eindejaarsuitkering en levensloop berekend wordt. Bij uitbetaling als salaris is dat wel het geval. Het bedrag van € 339,49 = bruto € 294,95*. € 5.006 + € 294,95 = € 5.300,95. Vervolgens dient de nieuwe D-schaal op basis van de functiebeschrijving gehanteerd te worden voor de inschaling. Betreft het een inschaling in de D11-schaal, dan is het eindbedrag (€ 4.861) lager ten opzichte van het huidige salaris (€ 5.300,95) en is er sprake van een salarisgarantie. Komt de functiebeschrijving uit op de D12-schaal, dan vindt inschaling plaats op het naasthogere bedrag (€ 5.345) en is nog doorgroei mogelijk naar de eindschaal (€ 5.527).
| Functie: | Schaal per 31 december 2019 | Schaal per 1 januari 2020 | Verschil: |
| DC, trede 16 | € 5.350 | € 5.591 | |
| Directietoelage | € 324,87 | € 339,49 | |
| Totaal: | € 5.674,87 | € 5.930,49 | + € 255,62 |
Bij omzetting naar de D-schaal dient het bedrag van de directietoelage gebruteerd te worden, omdat er over het bedrag geen vakantiegeld, eindejaarsuitkering en levensloop berekend wordt. Bij uitbetaling als salaris is dat wel het geval. Het bedrag van € 339,49 = bruto € 294,95*. € 5.591 + € 294,95 = € 5.885,95. Vervolgens dient de nieuwe D-schaal op basis van de functiebeschrijving gehanteerd te worden voor de inschaling. Betreft het een inschaling in de D12-schaal, dan is het eindbedrag (€ 5.527) lager ten opzichte van het huidige salaris (€ 5.885,95) en is er sprake van een salarisgarantie. Komt de functiebeschrijving uit op de D13-schaal, dan vindt inschaling plaats op het naasthogere bedrag (€ 5.990).
* het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering worden één keer per jaar uitgekeerd, de levensloopbijdrage elke maand.
Salaristabellen behorende bij onderhandelaarsakkoord 2019 – 2020.pdf
AVS heeft zijn inzetbrief voor de CAO PO 2019 grotendeels in het Onderhandelaarsakkoord 2019 – 2020 gerealiseerd zien worden.
AVS heeft het akkoord vervat in De 10 van de AVS:
1. Nieuwe functiebeschrijvingen voor directeuren
In het akkoord is de verplichting opgenomen dat alle werkgevers de functiebeschrijvingen van adjunct-directeuren en directeuren voor 1 augustus 2020 moeten actualiseren. De bij het Onderhandelaarsakkoord gevoegde functiebeschrijvingen zijn voorbeeldfuncties. Het kan zijn dat de beschrijvingen niet voldoen aan de te verrichten werkzaamheden. De functiebeschrijving kan dan worden aangepast en zal vervolgens door een gecertificeerde functiewaardeerder opnieuw moeten worden gewaardeerd. De waardering kan leiden tot een andere salarisschaal.
De voorbeeld-functiebeschrijvingen zijn:
– Schooldirecteur (D11, D12, D13)
– Directeur éénpitter (D11, D12)
– Bovenschools directeur (D13)
– Directeur IKC (D12, D13)
– Directeur Samenwerkingsverband PO (D13)
2. Nieuwe functiebeschrijvingen voor adjunct-directeuren
In het akkoord is ook voor de adjunct-directeuren de verplichting opgenomen dat alle werkgevers de functiebeschrijvingen voor 1 augustus 2020 moeten worden geactualiseerd, maar eerder mag ook! Als dit al is geactualiseerd, kan de nieuwe salarisschaal ook al eerder ingaan, maar niet eerder dan 1 januari 2020.
Er zijn voorbeeldfuncties gemaakt.
De voorbeeld-functiebeschrijvingen zijn:
– Adjunct directeur (A10, A11, A12)
3. Nieuwe salarisschalen directeuren
Voor directeuren zijn nieuwe D-schalen gemaakt.
4. Nieuwe salarisschalen adjunct-directeuren
Voor de adjunct-directeuren zijn nieuwe A-schalen gemaakt.
5. Salarisschaal DA verdwijnt
Per 1 augustus 2020 gaat de DA-schaal verdwijnen.
6. Toelagen opgenomen in de salarisschalen van directeuren
De directietoelage wordt tot op heden apart vergoed. Over deze vergoeding worden geen vakantiegeld, eindejaarsuitkering en levensloop opgebouwd. In de nieuwe D-schalen is de toelage opgenomen. De toelage wordt nu gebruteerd verwerkt in de D-schalen. Hierover wordt het vakantiegeld, eindejaarsuitkering en levensloop vergoed.
7. Eenmalige uitkeringen achterstallig loon over 2019
In de maand februari 2020 vindt een eenmalige uitkering plaats van 33% over het nieuwe verhoogde salaris van januari 2020, zijnde een vergoeding voor het gemis van het salaris in de periode 1 maart 2019 tot en met 31 december 2019.
Voorwaarde voor deze uitkering is dat de werknemer in januari 2020 in dienst is.
8. Eenmalige toelage van 875 euro naar rato vanuit de convenantsgelden
Op 1 november 2019 is het Convenant extra geld voor werkdrukverlichting en tekorten onderwijspersoneel in het funderend onderwijs 2020-2021 getekend.
Van de € 150 miljoen wordt eenmalig een bedrag van € 875,= bruto naar rato van werktijdfactor in februari 2020 uitgekeerd.
Voorwaarde voor deze incidentele uitkering is dat werknemers in januari 2020 in dienst zijn.
9. Ophoging professionaliseringsgelden in 2020 en 2021 met € 100.
Voor de professionaliseringsgelden voor de adjunct-directeurs- en directeursfunctie wordt in 2020 en 2021 € 100 toegevoegd aan de € 3.000.
10. Generieke loonsverhoging van 4,5%
Voor iedere werknemer geldt een salarisverhoging met ingang van 1 januari 2020 van 4,5%. Deze verhoging geldt ook over de directietoelage.
Genoemd percentage is verwerkt in de salarisschalen van de CAO PO 2018 – 2019.
Niemand gaat er in zijn salaris op achteruit.
HvS/PvL 18122019
De AVS Helpdesk krijgt regelmatig vragen over wat te doen nu het tripartiete akkoord over de personele gevolgen van Passend onderwijs per 1 augustus 2017 afgelopen is. Het akkoord is omgezet in wet- en regelgeving. Dat betekent niet dat alle afspraken komen te vervallen. In een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) staat hoe samenwerkingsverbanden vanaf 1 augustus 2017 om moeten gaan met personeel van bijvoorbeeld (v)so-besturen en de voormalige rec’s, dat nog geen passend werk heeft gevonden. Zij moeten op overeenstemming gericht overleg (oogo) voeren met de werkgevers van deze personeelsleden. De laatste fase (verplicht oogo over resterend personeel) is geregeld in artikel 28 van de AMvB Passend onderwijs (zie hieronder). Dat artikel vervalt niet per 1 augustus 2017 en blijft dus van kracht.
Artikel 28 van de AMvB Passend onderwijs zegt hierover: 1. Het samenwerkingsverband is gehouden om, wanneer een bevoegd gezag of personeelsorganisatie daarom verzoekt, met dat bevoegd gezag en de personeelsorganisaties een op overeenstemming gericht overleg te voeren over het personeel dat in het derde schooljaar waarin artikel 77a van de wet is vervallen, nog niet zal zijn herplaatst en dat niet als gevolg van natuurlijk verloop zal zijn uitgestroomd op of voor 1 augustus 2016.
2. Een bevoegd gezag als bedoeld in het eerste lid is, het bevoegd gezag van een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een centrale dienst of een school die het budget ten behoeve van aanvullende zorg voor leerlingen in het samenwerkingsverband ontving (bedoeld in artikel 77, vierde lid van de wet), waarbij het personeel in schooljaar 2014/2015 in dienst is.
3. Het personeel, bedoeld in het eerste lid, is het personeel dat op 1 mei 2012 als ambulant begeleider in dienst was bij een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een regionaal expertisecentrum als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, of een centrale dienst.
4. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van personeel, niet zijnde ambulant begeleiders, dat op 1 mei 2012 is dienst was bij een samenwerkingsverband als bedoeld in de wet, een school die het budget ten behoeve van aanvullende zorg voor leerlingen in het samenwerkingsverband ontving (bedoeld in artikel 77, vierde lid van de wet) of een regionaal expertisecentrum als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en dat in het eerste schooljaar waarin artikel 77a van de wet is vervallen, niet zal zijn herplaatst.
(bron: Staatsblad 2014 95 16)