Behalve groepsleerkracht en directeur basisonderwijs was hij onder andere senior trainer/ adviseur bij verschillende onderwijsadviesbureaus. Daarnaast volgde hij een aantal masters (onder andere Educational Leadership en Business Administration) en verzorgde publicaties over bijvoorbeeld krimp, dossiervorming, governance, medezeggenschap, invoering andere schooltijden, arbeidsvoorwaarden en ondernemerschap. Paul van Lent MEL MBA is gecertificeerd door de Stichting Personeelsinstrumenten Onderwijs (SPO) en opgenomen in het register. Hij kan u adviseren over functiedifferentiatie en het herzien en/of opstellen van een functiehuis.

Berichten

Waar moet ik als schoolleider rekening mee houden bij het invoeren van andere schooltijden?

Ingegeven vanuit maatschappelijke veranderingen is de afgelopen tijd de behoefte aan andere schooltijden in het primair onderwijs gestegen. De mogelijkheden voor het basisonderwijs liggen in verschillende schooltijdmodellen, waarbij ook de wet- en regelgeving een rol speelt. In de eerste plaats is de rol, positie en mening van de ouders van belang. De flexibilisering van de schooltijden geldt voor scholen voor basisonderwijs, scholen voor speciaal basisonderwijs en scholen en instellingen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Scholen en schoolleiders moeten bij het invoeren van andere schooltijden rekening houden met zaken als (voldoende) onderwijstijd, werk- en rusttijden voor leerkrachten, overblijfmogelijkheden, de keuze van het schooltijdmodel en bijvoorbeeld de verplichte ouderenquête.

De AVS heeft de publicatie “Naar andere schooltijden, en dan?” samengesteld  in het kader van invoering van andere schooltijden. Deze is via de AVS-website te bestellen.

Wat gebeurt er met de uren ‘duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers’ als iemand ziek wordt?

De AVS Helpdesk krijgt herhaaldelijk vragen over de gevolgen voor de uren ‘duurzame inzetbaarheid voor oudere werknemers’ als een werknemer ziek wordt.

Elke werknemer heeft een budget van 40 uur voor duurzame inzetbaarheid in de jaartaak. Voor deze uren geldt geen eigen bijdrage.

De werknemer van 57 jaar en ouder heeft naast deze 40 uur jaarlijks recht op een bijzonder budget voor oudere werknemers van 130 uur. Voor dit budget geldt een eigen bijdrage van 40 procent als de werknemer, OOP’er, met een salarisschaal 8 of lager dan wel 50 procent als de uren worden ingezet voor verlof.
In artikel 8.A.6 lid 7 van de CAO PO 2019 – 2020 is beschreven dat bij ziekte van werknemers de uren van dit verlof niet opgeschort worden. Tijdens ziekte in het eerste jaar blijft de eigen bijdrage berekend.
Is de werknemer langer dan een jaar ziek, dan vervalt na het eerste ziektejaar de eigen bijdrage.

Mag een onbevoegde leerkracht muziekles geven in het primair onderwijs? En welke regels zijn er voor het inzetten van gastdocenten?

Personen die geen onderwijsbevoegdheid voor het primair onderwijs (pabo) of voortgezet onderwijs (lerarenopleiding) hebben, mogen géén (muziek)onderwijs op de basisschool geven. Dit is expliciet vastgelegd in de Wet op het primair onderwijs (WPO). Dit geldt daarmee ook voor mensen met de opleiding Gehrelsmuziekeducatie. Deze opleiding voldoet niet aan de bevoegdheidseisen. Mensen met een opleiding van Algemene Muzikale Vorming (AMV) en de opleiding Docent muziek (voorheen Schoolmuziek) zijn wel bevoegd.

Voor vakleerkrachten muziek geldt dat zij in ieder geval de bevoegdheid voor het primair of voortgezet onderwijs moeten hebben, eventueel aangevuld met eerder genoemde opleidingen. Wie vóór 1 augustus 2006 de opleiding docent muziek heeft behaald is bevoegd, de docerend musicus is niet bevoegd.

Gastdocenten

De WPO en de WEC hebben geen regelgeving voor gastdocentschappen in het onderwijs. Binnen het primair onderwijs en de expertisecentra blijft de reguliere leerkracht volledig verantwoordelijk. Hij of zij kan af en toe of met enige regelmaat wel een gast uitnodigen in de klas.

Waarmee moet je rekening houden bij de invoering van andere schooltijden?

Deze vraag krijgt de AVS-helpdesk steeds vaker. Als een school (uit naam van het bestuur) overweegt andere schooltijden in te voeren, is een aantal stappen nodig.

De eerste is de oriëntatie. Het is van belang om de ambitie te formuleren (waarom willen we dit eigenlijk?), de startsituatie in kaart te brengen (hoe is het nu?) en een visie te formuleren (waar willen we heen?). Stap twee is de voorbereiding. Daarin draait het om de formatie van een werk-, project- of kerngroep, de organisatie van informatiebijeenkomsten, de peiling van behoeften en wensen, de keuze voor een van de schooltijdmodellen en de uitwerking daarvan voor organisatie, personeel, huisvesting en financiering. Vervolgens dient besluitvorming plaats te vinden. In deze stap kun je overwegen een pilot uit te voeren. De stap wordt afgerond met een plan van aanpak voor de invoering, waarbij het van belang is continu te investeren in draagvlak bij ouders en werknemers. De laatste stap betreft de daadwerkelijke invoering, waarna wordt gestart met de nieuwe schooltijden. Hierbij verdient het aanbeveling tussentijds te evalueren en bij te stellen. Voer na verloop van tijd een tevredenheidonderzoek uit en houd ouders en werknemers op de hoogte van de voortgang en resultaten. In het schooljaar erop kunnen indien nodig aanpassingen worden doorgevoerd.

Wettelijke bepalingen

Voor de start van de daadwerkelijke invoering is het zaak de wettelijke bepalingen in acht te nemen. De wet verplicht de school de onderwijstijd van 7520 uur over acht schooljaren te realiseren. Het verschil tussen onder- en bovenbouw mag vervallen. Bij keuze voor een verschillend aantal uren in onder- en bovenbouw geldt dat leerlingen in de eerste vier leerjaren ten minste 3520 uur les krijgen (gemiddeld 880 uur per schooljaar) en in de laatste vier schooljaren ten minste 3760 uur. De in dit geval resterende 240 uur kunnen door de school worden ondergebracht bij ofwel de leerjaren 1 t/m 4, ofwel de leerjaren 5 t/m 8, ofwel beide, verdeeld naar eigen inzicht.

Overgangsregeling

Om te voorkomen dat kinderen lesuren tekort komen, is een overgangsregeling nodig. Deze duurt ongeveer vier schooljaren, afhankelijk van de reeds opgebouwde uren in voorgaande jaren op het moment van invoering.
Als het bestuur de schooltijden wil wijzigen, dient het eerst alle ouders te raadplegen (artikel 15.3 WMS). Dit kan door vooraf een referendumkader op te zetten: enquêtelijst samenstellen, percentage respons bepalen en percentage instemming formuleren. Ook heeft de oudergeleding van de (G)MR instemmingsrecht (artikel 13 lid h WMS). Als de aanpassing van de schooltijden gevolgen heeft voor de werk- en rusttijden, is instemming vereist van de geleding personeel van de (G)MR (artikel 11 lid d WMS).

Werkverdelingsplan en de positie van de schoolleider: hoe zit dat?

In de CAO PO 2019-2020 is in Hoofdstuk 2 bepaald dat er een werkverdelingsplan moet worden opgesteld. Wat betekent dat voor de positie van de schoolleider?

De werkverdeling vindt plaats binnen de kaders van het meerjarenformatiebeleid en het bestuursformatieplan. Deze worden door het schoolbestuur opgesteld.
Vervolgens zal de werkverdeling op schoolniveau invulling moeten krijgen. Wettelijk is dit een werkgeversverantwoordelijkheid. De schoolleider zal in de praktijk echter vrijwel altijd degene zijn die namens de werkgever de schakel vormt tussen team en bestuur. Dit mandaat is vastgelegd in het managementstatuut. De schoolleider zorgt ervoor dat alle relevante informatie bij het team ligt, zodat het team (directie, leerkrachten en ondersteunend personeel) besluiten kan nemen. Onder het team wordt immers verstaan: alle werknemers binnen de school. Hoe de besluitvorming tot stand komt, is onderwerp van gesprek binnen het team. Communicatie en draagvlak zijn dan ook essentieel hierin.

In het werkverdelingsplan wordt opgenomen:

  • De verdeling van de te geven lessen/groepen over de leraren
  • De verhouding tussen lesgevende taken en overige taken
  • De tijd voor vóór- en nawerk
  • Welke taken het team doet (binnen de gestelde kaders)
  • De tijd binnen en buiten de klas voor onderwijsondersteunend personeel
  • De pauzes
  • De aanwezigheid op school
  • De besteding van de werkdrukmiddelen
  • De kaders van vervangingsbeleid bij de werkgever (indien van toepassing)

In de praktijk zijn de onderdelen van het werkverdelingsplan veelal beschikbaar vanuit (niet gewijzigde) wet- en regelgeving. De nadruk ligt met name op het voeren van het goede gesprek met elkaar. De schoolleider heeft daarin een cruciale rol.

Welke begrippen zijn belangrijk bij het actualiseren van het functiegebouw?

Elke werkgever is verplicht voor 1 augustus 2020 zijn functiegebouw te actualiseren, staat in de nieuwe CAO PO 20192020. Dit dient te gebeuren volgens de systematiek van FUWAPO. Hierbij overweegt de werkgever of nieuwe functiebeschrijvingen nodig zijn. Zo ja, dan besluit de werkgever in overleg met elke individuele werknemer welke functiebeschrijvingen worden gehanteerd. Voor dit overleg kunnen werkgevers als basis de voorbeeldfunctiebeschrijvingen gebruiken de die sociale partners hebben vastgesteld. Dit proces moet afgerond zijn voor 1 augustus 2020.

Bij deze actualisering is het van belang kennis te nemen van een aantal begrippen met een specifieke betekenis binnen FUWAPO. Die kan verschillen van de betekenis die binnen instellingen of in het gewone spraakgebruik wordt gehanteerd. Daarom is een begrippenlijst samengesteld met de meest voorkomende begrippen en de definities. De begrippen complexiteit, integraal, multidisciplinair en regio – zoals toegepast binnen FUWAPO – lichten we hieronder toe.

  • Complexiteit van een vereniging, stichting of instelling Complex betekent een instelling, vereniging of stichting met een verscheidenheid aan schoolsoorten (basisonderwijs, speciaal onderwijs en/of voortgezet speciaal onderwijs) en onderwijsconcepten.
  • Integrale managementfuncties Functies waarbij de eindverantwoordelijkheid is belegd voor de primaire processen (inclusief de strategiebepaling van de organisatie), de realisatie van de producten/diensten van een organisatie en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de PIOFACHtaken (taken op het gebied van Personeel, Informatie, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie en Huisvesting).
  • Multidisciplinair Het uitwisselen van kennis en ervaring met andere werkterreinen of vakdisciplines en het integreren van de uitkomsten in het eigen werk.
  • Regio Een grote stad, een stad of een verspreidingsgebied van meerdere locaties en/of wijken, een stad met enkele omringende gemeenten of een aantal kleinere gemeenten zoals voorkomt in de regionale indeling van de samenwerkingsverbanden of een regio van vergelijkbare indeling/omvang.
Welke gevolgen heeft het verdwijnen van de salarisschalen meerhoofdige schoolleiding en de DC-uitloopschaal?

Door de nieuwe functiebeschrijvingen verdwijnen diverse salarisschalen. Dat kan zowel een positief als een negatief effect hebben.

Bij de meerhoofdige schoolleiding zal dat naar verwachting een positief effect hebben,
en bij de verdwijning van de DC-uitloopschaal een negatief effect.
Als er sprake is van een negatief effect, dan is er sprake van een salarisgarantie.

Welke gevolgen heeft het Onderhandelaarsakkoord voor uw salaris?

De gevolgen voor uw salaris vereist de nodige nauwkeurigheid. Hierbij wordt aangetekend dat er geen extra overheidsmiddelen beschikbaar zijn gekomen voor salarissen van de adjunct-directeur, directeur en onderwijsondersteunend personeel.
In onderstaand overzicht worden voorbeelden gegeven van gevolgen voor het salaris.
Adjunct-directeur:

Functie: Schaal per 31 december 2019 Schaal per 1 januari 2020 Verschil:
AB, trede 13 € 4.176 € 4.364 + € 188

Bij omzetting naar de A-schaal dient de nieuwe A-schaal op basis van de functiebeschrijving gehanteerd te worden voor de inschaling. Betreft het een inschaling in de A11-schaal (spilfunctie), dan vindt inschaling plaats op het naasthogere bedrag (€ 4.434) (+ € 70). Het betreft hier een voorbeeld van de eindschaal, maar hetzelfde is van toepassing bij lagere treden in de salarisschaal.
Directeur DB:

Functie: Schaal per 31 december 2019 Schaal per 1 januari 2020 Verschil:
DB, trede 15 € 4.791 € 5.006  
Directietoelage €    324,87 €    339,49  
Totaal: € 5.115,87 € 5.345,49 + € 229,62

Bij omzetting naar de D-schaal dient het bedrag van de directietoelage gebruteerd te worden, omdat er over het bedrag geen vakantiegeld, eindejaarsuitkering en levensloop berekend wordt. Bij uitbetaling als salaris is dat wel het geval. Het bedrag van € 339,49 = bruto € 294,95*. € 5.006 + € 294,95 = € 5.300,95. Vervolgens dient de nieuwe D-schaal op basis van de functiebeschrijving gehanteerd te worden voor de inschaling. Betreft het een inschaling in de D11-schaal, dan is het eindbedrag (€ 4.861) lager ten opzichte van het huidige salaris (€ 5.300,95) en is er sprake van een salarisgarantie. Komt de functiebeschrijving uit op de D12-schaal, dan vindt inschaling plaats op het naasthogere bedrag (€ 5.345) en is nog doorgroei mogelijk naar de eindschaal (€ 5.527).
Directeur DC:

Functie: Schaal per 31 december 2019 Schaal per 1 januari 2020 Verschil:
DC, trede 16 € 5.350 € 5.591  
Directietoelage €    324,87 €    339,49  
Totaal: € 5.674,87 € 5.930,49 + € 255,62

Bij omzetting naar de D-schaal dient het bedrag van de directietoelage gebruteerd te worden, omdat er over het bedrag geen vakantiegeld, eindejaarsuitkering en levensloop berekend wordt. Bij uitbetaling als salaris is dat wel het geval. Het bedrag van € 339,49 = bruto € 294,95*. € 5.591 + € 294,95 = € 5.885,95. Vervolgens dient de nieuwe D-schaal op basis van de functiebeschrijving gehanteerd te worden voor de inschaling. Betreft het een inschaling in de D12-schaal, dan is het eindbedrag (€ 5.527) lager ten opzichte van het huidige salaris (€ 5.885,95) en is er sprake van een salarisgarantie. Komt de functiebeschrijving uit op de D13-schaal, dan vindt inschaling plaats op het naasthogere bedrag (€ 5.990).

* het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering worden één keer per jaar uitgekeerd, de levensloopbijdrage elke maand.
 

 Salaristabellen behorende bij onderhandelaarsakkoord 2019 – 2020.pdf

Waarom is AVS zo positief over het Onderhandelaarsakkoord CAO PO 2019–2020?

AVS heeft zijn inzetbrief voor de CAO PO 2019 grotendeels in het Onderhandelaarsakkoord 2019 – 2020 gerealiseerd zien worden.

AVS heeft het akkoord vervat in De 10 van de AVS:

1. Nieuwe functiebeschrijvingen voor directeuren

In het akkoord is de verplichting opgenomen dat alle werkgevers de functiebeschrijvingen van adjunct-directeuren en directeuren voor 1 augustus 2020 moeten actualiseren. De bij het Onderhandelaarsakkoord gevoegde functiebeschrijvingen zijn voorbeeldfuncties. Het kan zijn dat de beschrijvingen niet voldoen aan de te verrichten werkzaamheden. De functiebeschrijving kan dan worden aangepast en zal vervolgens door een gecertificeerde functiewaardeerder opnieuw moeten worden gewaardeerd. De waardering kan leiden tot een andere salarisschaal.
De voorbeeld-functiebeschrijvingen zijn:

  • Schooldirecteur (D11, D12, D13)
  • Directeur éénpitter (D11, D12)
  • Bovenschools directeur (D13)
  • Directeur IKC (D12, D13)
  • Directeur Samenwerkingsverband PO (D13)

2. Nieuwe functiebeschrijvingen voor adjunct-directeuren

In het akkoord is ook voor de adjunct-directeuren de verplichting opgenomen dat alle werkgevers de functiebeschrijvingen voor 1 augustus 2020 moeten worden geactualiseerd, maar eerder mag ook! Als dit al is geactualiseerd, kan de nieuwe salarisschaal ook al eerder ingaan, maar niet eerder dan 1 januari 2020.
Er zijn voorbeeldfuncties gemaakt.
De voorbeeld-functiebeschrijvingen zijn:

  •  Adjunct directeur (A10, A11, A12)

3. Nieuwe salarisschalen directeuren

Voor directeuren zijn nieuwe D-schalen gemaakt.

4. Nieuwe salarisschalen adjunct-directeuren

Voor de adjunct-directeuren zijn nieuwe A-schalen gemaakt.

5. Salarisschaal DA verdwijnt

Per 1 augustus 2020 gaat de DA-schaal verdwijnen.

6. Toelagen opgenomen in de salarisschalen van directeuren

De directietoelage wordt tot op heden apart vergoed. Over deze vergoeding worden geen vakantiegeld, eindejaarsuitkering en levensloop opgebouwd. In de nieuwe D-schalen is de toelage opgenomen. De toelage wordt nu gebruteerd verwerkt in de D-schalen. Hierover wordt het vakantiegeld, eindejaarsuitkering en levensloop vergoed.

7. Eenmalige uitkeringen achterstallig loon over 2019

In de maand februari 2020 vindt een eenmalige uitkering plaats van 33% over het nieuwe verhoogde salaris van januari 2020, zijnde een vergoeding voor het gemis van het salaris in de periode 1 maart 2019 tot en met 31 december 2019.
Voorwaarde voor deze uitkering is dat de werknemer in januari 2020 in dienst is.

8. Eenmalige toelage van 875 euro naar rato vanuit de convenantsgelden

Op 1 november 2019 is het Convenant extra geld voor werkdrukverlichting en tekorten onderwijspersoneel in het funderend onderwijs 2020-2021 getekend.
Van de € 150 miljoen wordt eenmalig een bedrag van € 875,= bruto naar rato van werktijdfactor in februari 2020 uitgekeerd.
Voorwaarde voor deze incidentele uitkering is dat werknemers in januari 2020 in dienst zijn.

9. Ophoging professionaliseringsgelden in 2020 en 2021 met € 100.

Voor de professionaliseringsgelden voor de adjunct-directeurs- en directeursfunctie wordt in 2020 en 2021 € 100 toegevoegd aan de € 3.000.

10. Generieke loonsverhoging van 4,5%

Voor iedere werknemer geldt een salarisverhoging met ingang van 1 januari 2020 van 4,5%. Deze verhoging geldt ook over de directietoelage.
Genoemd percentage is verwerkt in de salarisschalen van de CAO PO 2018 – 2019.
Niemand gaat er in zijn salaris op achteruit.

HvS/PvL 18122019

Wat betekent het nieuwe schoolplan voor mijn school?

Functiebeschrijvingen schoolleiders: hoe zit dat?

De AVS krijgt veel vragen over de inschaling van directiefuncties in het primair onderwijs. De sector gebruikt sinds 2006 het Fuwasys-systeem van functie­waardering. Het toepassen hiervan is voorbehouden aan gecertificeerden – opgenomen in het register – van Stichting Personeelsinstrumenten Onderwijs (zie www.spo3.nl). Als gecertificeerd functiewaardeerder geeft AVS-adviseur Paul van Lent chronologisch weer hoe de inschaling van directiefuncties binnen het functiewaarderingssysteem is verlopen, gaat hij in op de actuele stand van het systeem en hoe op dit moment omgegaan dient te worden met de inschaling van directeuren. Daarnaast licht hij vanuit zijn rol als AVS-woordvoerder aan de cao-tafel ook de arbeidsvoorwaardelijke kant toe.
 
Binnen het Fuwasys-systeem worden functies beschreven en gewaardeerd op basis van veertien kenmerken. Uit de beschrijving vindt een weging plaats die een somscore oplevert. Deze is bepalend voor het functieniveau. De inschaling vindt vervolgens plaats naar de in de CAO PO opgenomen salarisschalen. In de cao is de toepassing van de functiewaardering vastgelegd in hoofdstuk 5, Functie en functiewaardering. De relevante artikelen zijn hieronder weergegeven.
 
5.1 Functies
1.                
De functies worden in de navolgende functiecategorieën onderscheiden:

a.                
directie

b.                
leraar

c.                
onderwijsondersteunend personeel

d.                
participatiebaan

2.                
Zonder voorafgaand ontslag kan voor de werknemer geen andere functie gaan gelden dan de functie waarin de werknemer is benoemd of aangesteld, tenzij met de werknemer is overeen­gekomen dat de functie een tijdelijk karakter heeft en het daarbij behorende salarisniveau slechts tijdelijk zal gelden met inachtneming van artikel 3.9, tweede lid en artikel 4.8, tweede lid.

3.                
Leidinggevende functies en functies met leidinggevende taken worden vóór 1 juli 2016 beschreven en gewaardeerd met FUWA PO. De uitkomst en inschaling worden per 1 augustus 2016 van kracht.

 
5.2 Normfuncties
1.                
Voor de functies behorend tot de categorie directie worden de functies en de daarbij behorende taakkarakteristieken uit bijlage VII.A van de cao vastgesteld als normfuncties. Dit artikellid vervalt per 1 augustus 2015.

2.                
Voor de functies behorend tot de categorie leraren worden de functies en de daarbij behorende taakkarakteristieken uit bijlage VII.B van de cao vastgesteld als normfuncties.

3.                
Voor de functies behorend tot de categorie onderwijsondersteunend personeel worden de functies en de daarbij behorende taakkarakteristieken uit bijlage VII.C van de cao vastgesteld als normfuncties.

 
5.5 Functiebouwwerk
1.                
Werkgever en P(G)MR dragen jaarlijks vóór 1 augustus zorg voor aanpassing van het functieboek op zowel bestuurs- als schoolniveau met inachtneming van de afspraken over de functiemix in artikel 5.6 en 5.7, waarbij:

a.                
de huidige normfuncties en niet-normfuncties blijven gehandhaafd en nieuwe niet-normfuncties worden geïntroduceerd en volgens FUWA PO gewaardeerd, of

b.                
alle functies volgens FUWA PO worden gewaardeerd.

2.                
Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de voorbeeldfuncties opgenomen in ‘Voorbeeldfuncties in FUWA PO’. De samenstelling van het functieboek op bestuursniveau betreft het geheel van functies naar soort en niveau met inachtneming van de normfuncties of van FUWA PO. Werkgever en PGMR maken eveneens een afspraak over het geheel aan bovenschoolse functies naar soort, niveau en aantal, met inachtneming van de afspraken over de functiemix.

3.                
Werkgever en PMR maken een afspraak over de invulling van het functiebouwwerk op schoolniveau voor wat betreft het geheel van functies naar soort, niveau en aantal, alsmede het beoogde invoeringstraject inclusief de invoeringsdatum. De inrichting van het functiebouwwerk op schoolniveau wordt binnen de kaders van het functieboek op bestuursniveau en in samenhang met het (meerjaren) formatieplan besproken met inachtneming van de afspraken over de functiemix.

 
Voorbeeldbeschrijvingen
De normfunctiebeschrijvingen voor leidinggevenden zijn per 1 augustus 2015 vervallen. Werkgevers kunnen nu gebruik maken van de voorbeeldbeschrijvingen die binnen FUWA PO voor de ­leidinggevende functies zijn gemaakt.
Als de voorbeeldbeschrijvingen ongewijzigd worden toegepast, is de waardering zoals in de beschrijving is opgenomen geldend. De inschaling vindt dan conform de functie in de leidinggevende schalen plaats, zoals deze in de CAO PO 2016-2017 zijn opgenomen. Als er sprake is van aanpassingen in de beschrijvingen, dient elke beschrijving waar dat voor geldt door een SPO-gecertificeerd functiewaardeerder te worden gewaardeerd.
 
Functiezwaarte en inschaling
In de voorbeeldbeschrijvingen van leidinggevenden is gekeken naar de functiezwaarte, waarbij een samenhang aanwezig is tussen functie-inhoud, complexiteit en de omvang van de school of scholen waaraan leiding wordt gegeven. Op basis hiervan kunnen grove indicaties worden gegeven over de samenhang tussen de schaal en de omvang van de school of scholen waaraan leiding wordt gegeven. Het gaat uiteindelijk om de zwaarte van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken en de vraag of zaken substantieel en structureel van aard zijn. Kortom, de systematiek van inschaling op basis van het leerlingaantal op 1 oktober van enig jaar is daarmee niet langer als enige criterium van toepassing, maar dient wel op de juiste manier te blijven gebeuren in de directieschalen (D of A).
 
Bij wijziging van de (inschaling van) directie- en management­functies die worden op genomen in het functieboek, is het verplicht dat deze beschreven en gewaardeerd moeten zijn door een gecertificeerd functiewaardeerder (als deze afwijken van de voorbeeldbeschrijvingen) en dat deze met P(G)MR zijn afgesproken.
Op basis van onderstaande artikelen uit de huidige cao kan een schoolbestuur de inschaling met de uitvoering van de daadwerkelijke werkzaamheden in D- (en A-)schalen laten plaatsvinden.
 
5.8 Functiedifferentiatie
4.                
Voor de beschrijving en waardering van niet-normfuncties maakt de werkgever gebruik van FUWA PO.

5.                
In FUWA PO is voor het primair onderwijs een set van voorbeeldfuncties opgenomen die specifiek voor deze sector is ontwikkeld. De werkgever kan functies ontwikkelen die afwijken van de voorbeeldfuncties.

6.                
Voor het waarderen van functies die afwijken van de voorbeeldfuncties maakt de werkgever gebruik van een hiertoe door de Stichting Personeelsinstrumenten Onderwijs gecertificeerde adviseur.

 
Functiecategorieën
Bij invoering van Fuwasys per 1 augustus 2006 is bepaald dat de numerieke schaal conform de salarisschalen zoals opgenomen in de CAO PO geconverteerd dienen te worden naar de volgende functiecategorieën: directeur (D-schaal), adjunct-directeur (A-schaal), leerkracht (L-schaal) en onderwijsondersteunend personeel (numerieke schaal). Later is datzelfde ook voor bestuurders gaan gelden (B-schalen). Concreet en schematisch betekent dit:
 
Leraren
schaal 9       = LA
schaal 10     = LB
schaal 11     = LC
 
Adjunct-directeuren
schaal 10     = AB
schaal 11     = AC
schaal 12     = AD
schaal 13     = AE
 
Directeuren
schaal 10     = DA
schaal 11     = DB
schaal 12     = DC
schaal 13     = DD
schaal 14     = DE
 
Cao-tafel
Met de publicatie van de voorbeeldbeschrijvingen schoolleiders is de inschaling in directieschalen nog van toepassing. De deelnemers aan de cao-tafel hebben afgesproken dat functiehuis en loongebouw onderzocht worden gedurende de looptijd van de huidige CAO PO 2016-2017, waarna wordt bekeken hoe een en andere geïmplementeerd kan worden.
 
Rechtspositionele consequenties
Soms wordt of is door een schoolbestuur een keuze gemaakt om inschaling in een numerieke schaal toe te passen. Dit is echter niet juist, omdat de numerieke schalen onderwijsondersteunend personeel betreffen en geen directieschalen zijn. Bij deze keuze heeft dit rechtspositionele consequenties. Indeling in een numerieke schaal betekent een lager (eindschaal)salaris en geen toelagen directeur. Het is daarmee geen formele directiefunctie, omdat er een onderwijsondersteunende functie geldt. Dan is ook geen registratie in het Schoolleidersregister PO mogelijk.
 

Wat betekent het aflopen van het tripartiete akkoord personele gevolgen invoering Passend onderwijs voor de (niet) gemaakte afspraken?

De AVS Helpdesk krijgt regelmatig vragen over wat te doen nu het tripartiete akkoord over de personele gevolgen van Passend onderwijs per 1 augustus 2017 afgelopen is. Het akkoord is omgezet in wet- en regelgeving. Dat betekent niet dat alle afspraken komen te vervallen. In een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) staat hoe samenwerkingsverbanden vanaf 1 augustus 2017 om moeten gaan met personeel van bijvoorbeeld (v)so-besturen en de voormalige rec’s, dat nog geen passend werk heeft gevonden. Zij moeten op overeenstemming gericht overleg (oogo) voeren met de werkgevers van deze personeelsleden. De laatste fase (verplicht oogo over resterend personeel) is geregeld in artikel 28 van de AMvB Passend onderwijs (zie hieronder). Dat artikel vervalt niet per 1 augustus 2017 en blijft dus van kracht.

Overleg over niet herplaatst personeel
Artikel 28 van de AMvB Passend onderwijs zegt hierover: 1. Het samenwerkingsverband is gehouden om, wanneer een bevoegd gezag of personeelsorganisatie daarom verzoekt, met dat bevoegd gezag en de personeelsorganisaties een op overeenstemming gericht overleg te voeren over het personeel dat in het derde schooljaar waarin artikel 77a van de wet is vervallen, nog niet zal zijn herplaatst en dat niet als gevolg van natuurlijk verloop zal zijn uitgestroomd op of voor 1 augustus 2016.

2. Een bevoegd gezag als bedoeld in het eerste lid is, het bevoegd gezag van een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een centrale dienst of een school die het budget ten behoeve van aanvullende zorg voor leerlingen in het samenwerkingsverband ontving (bedoeld in artikel 77, vierde lid van de wet), waarbij het personeel in schooljaar 2014/2015 in dienst is.

3. Het personeel, bedoeld in het eerste lid, is het personeel dat op 1 mei 2012 als ambulant begeleider in dienst was bij een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een regionaal expertisecentrum als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, of een centrale dienst.

4. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van personeel, niet zijnde ambulant begeleiders, dat op 1 mei 2012 is dienst was bij een samenwerkingsverband als bedoeld in de wet, een school die het budget ten behoeve van aanvullende zorg voor leerlingen in het samenwerkingsverband ontving (bedoeld in artikel 77, vierde lid van de wet) of een regionaal expertisecentrum als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en dat in het eerste schooljaar waarin artikel 77a van de wet is vervallen, niet zal zijn herplaatst.

(bron: Staatsblad 2014 95 16)