Berichten

Wat zijn de verschillen tussen de bedrijfsarts en de arbodienst?

Arbowet

Als werkgever hoor je arbeidsomstandighedenbeleid te voeren. Denk aan het beleid rond ziekteverzuim en arbeidsomstandigheden. Daarbij dient de Arbowet als richtlijn. De Arbowet is een kaderwet. Dit betekent dat er geen regels voor concrete risico’s in staan, maar algemene bepalingen en richtlijnen voor het arbobeleid in organisaties. Iedere organisatie en branche heeft zo de mogelijkheid om zelf te bepalen hoe zij invulling geven aan hun arbobeleid.

De Arbowet schrijft voor dat iedere werkgever moet beschikken over een eigen overeenkomst met een arbodienst of een bedrijfsarts: het zogenoemde basiscontract. Alle werknemers moeten toegang hebben tot een bedrijfsarts en ieder bedrijf is verplicht om samen te werken met een bedrijfsarts.

Algemene informatie over de Arbowet vind je hier.

Verschillen arbo-arts en bedrijfsarts

Een arbo-arts
• is een basisarts,
• is ingeschreven in het BIG-register,
• is in dienst bij een arbodienst,
• is geen arbeidskundig specialist,
• werkt onder supervisie van een bedrijfsarts (mag alleen doorverwijzen na goedkeuring door een bedrijfsarts en mag niet zelfstandig oordelen over de arbeids(on)geschiktheid van de werknemer).

Een bedrijfsarts
• is een basisarts én een erkend medisch specialist op het gebied van werk en gezondheid,
• is ingeschreven in het BIG-register en in een specialistenregister,
• mag een werknemer doorverwijzen naar een specialist,
• mag medicijnen voorschrijven,
• mag medische gegevens opvragen over de werknemer (na toestemming van werknemer),
• moet zich iedere vijf jaar herregistreren en daarvoor aan verschillende eisen voldoen,
• is (daarom) verplicht zich continu bij te scholen en wordt regelmatig gecontroleerd,
• moet oordelen over de arbeids(on)geschiktheid van de werknemer.

Wat mogen arbodienst en bedrijfsarts allebei?

• Advies geven over arbeidsomstandigheden, arbobeleid, preventie en verzuimbeleid,
• begeleiden van re-integratie van de zieke werknemer,
• een RI&E toetsen (Risico Inventarisatie en -Evaluatie),
• werknemers periodiek onderzoeken (PAGO),
• een arbeidsomstandighedenspreekuur houden,
• de aanstellingskeuring doen van een werknemer,
• beroepsziektes melden bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.

Wat mag alleen de bedrijfsarts?

• Vaststellen of de werknemer door ziekte echt niet meer kan werken,
• beoordelen wat de werknemer nog wel kan doen,
• de ziekte binnen zes weken bespreken met de werknemer, een probleemanalyse opstellen en de werkgever adviseren over re-integratie en werkhervatting.

Arbeidsdeskundige

Dan heb je ook nog de arbeidsdeskundige die wordt ingeschakeld als iemand langdurig dreigt uit te vallen en er sprake is van een moeizame re-integratie. De arbeidsdeskundige is géén medisch specialist maar een specialist in de combinatie van werk en inkomen, en richt zich op de sociale, juridische en financiële aspecten van re-integratie.

UWV

Voor het UWV telt alleen het oordeel van arbeidsongeschiktheid door de bedrijfsarts. De bedrijfsarts moet een goed dossier aanleggen. Daarbij hoort onder andere het opvragen van medische gegevens van een werknemer. Goede dossiervorming is ook belangrijk voor een deskundigenoordeel door het UWV.

Cicero leest Covey

Wat hebben Cicero en Covey met elkaar te maken? Stephen R. Covey, de bekende managementgoeroe, en Cicero, de grootste redenaar uit de Romeinse tijd? Beiden hebben op hun eigen terrein een iconische status bereikt. De een voor populaire managementopvattingen, de ander voor de kunst van het overtuigen, de retorica. In zijn boek ‘Cicero leest Covey’ kijkt Harm Klifman door de bril van de klassieke retorica naar populaire managementboeken. Aan de hand van oude inzichten laat auteur Harm Klifman...

Kijkje in een omdenkend onderwijsbrein

Het belang van gastvrijheid en persoonlijk contact in het funderend onderwijs staan centraal in deze nieuwe bundel van spreker en ervaringsdeskundige Ivo Mijland. In zijn verhalen tilt hij de leerkracht op het schild en bekijkt hij het glas liever als half vol dan als half leeg. De nieuwe bundel van spreker en auteur van onderwijsboeken Ivo Mijland belooft een inkijkje in het brein – op z’n Frans le cerveau – van de auteur, die gastheerschap en plezier naar eigen zeggen hoog in het...

Welke kaders zijn leidend voor werkzaamheden in het licht van het werkverdelingsplan die zijn vastgesteld door het schoolbestuur?

Deze periode zijn schooldirecteuren in het primair onderwijs onder andere druk bezig met het komen tot een werkverdelingsplan. De AVS heeft hiervoor onlangs een handreiking verspreid en de helpdesk krijgt hierover verschillende vragen. Een daarvan is: welke kaders zijn leidend voor werkzaamheden die zijn vastgesteld door het schoolbestuur? (zie artikel 2.2 Werkverdeling op schoolniveau) 
Waar moet je dan aan denken?

De kaders voor de werkzaamheden zijn:
1. De jaartaak van 1.659 uur die bestaat uit de componenten: lesgeven (lestijd), (lesgebonden) tijd voor en na het werk (opslagfactor), duurzame inzetbaarheid, professionalisering en overige taken;
2. Waar de werkzaamheden plaatsvinden met daarbij afspraken over niet plaats- en tijdgebondenheid op school;
3. Het jaarlijks vastleggen van de afspraken over de werkzaamheden vanuit het werkverdelingsplan, toegespitst op iedere afzonderlijke collega, rekening houdend met privé- en organisatiebelang;
4. De werkzaamheden moeten binnen de gestelde werktijd mogelijk zijn en de verdeling van taken gebeurt jaarlijks als onderdeel van het werkverdelingsplan.

OnderwerpArtikel (nieuw)  Artikel (oud)
Meerjarenformatieplan 2.1.1/2.1 lid 2   2.15
Bestuursformatieplan 2.1.1/2.1 lid3 2.15
Begeleiding startende medewerkers 2.1 lid 42.7 lid 2
In kaart brengen2.2 lid 12.7 meerdere leden
Tijdig op de hoogte stellen2.2 lid 2 2.9 lid 2/2.14 lid 2
Draagvlak2.2 lid 4 –
Voor zomervakantie team in gesprek2.2 lid 5–
Werkverdeling2.2 lid 72.9/2.14
Conceptverdelingsplan maken 2.2 lid 8–
Voorleggen aan team/PMR2.2 lid 9–
Inzet werknemer 2.3 leden 1 t/m 52.9/2.14

Overzicht verschillen Hoofdstuk 2 per 1 augustus 2018 en 
Hoofdstuk 2 per 1 augustus 2019 (CAO PO)

Meer weten?
Handreiking Werkverdelingsplan: Werkverdelingsplan – handreiking (versie maart 2021)

Een luizenbaan

Het onderwijs van A tot Z. Van de A van Administratie, via de L van Luizenbaan naar de Z van Zwemles. Niek de Kruif schreef het boek ‘Een luizenbaan’ na ruim veertig jaar ervaring in het primair onderwijs als leerkracht, directeur, beleidsmedewerker, bestuurder én medeauteur van zestien afscheidsmusicals voor groep 8. Een lichtvoetige beschouwing van het basisonderwijs op een keiharde ondergrond. Het boek van Niek de Kruif bestaat uit korte verhalen, goed voor samen honderd pagina’s....

Geluk werkt door

Werkgelukkige medewerkers in het onderwijs, in de sector zorg & welzijn en bij de overheid is mooi. Maar leidt dat ook ergens toe? Tot een gelukkigere samenleving? In het 125-pagina’s tellende boek ‘Geluk werkt door’ laten de makers zien hoe werkgeluk in de publieke sector doorwerkt naar onze samenleving.   Wat is de betekenis van het leven? Een vraag die geestelijken, filosofen en wetenschappers dagelijks bezighoudt. Historicus Yuval Noah Harari schrijft in een essay voor The Guardian:...

Wat moet/mag nu wel en wat niet als het gaat om informatie verstrekken aan gescheiden ouders?

Uit wetgeving blijkt dat het in eerste instantie aan de (gescheiden) ouders zelf is om elkaar te informeren over de vorderingen en ontwikkelingen van hun kind. In sommige gevallen is de relatie tussen de ouders echter zo vertroebeld, dat goede onderlinge communicatie niet meer aan de orde is. Dan komt de school in beeld. De AVS Helpdesk raadt scholen aan om beleid te formuleren over informatieverstrekking aan gescheiden ouders. Dit kan door de school worden opgenomen in de schoolgids. Ook bij aanmelding van nieuwe leerlingen is het raadzaam om de juridische status met betrekking tot gezag, omgang en informatievoorziening van ouders in kaart te brengen. Verder kan er op het aanmeldingsformulier standaard worden gevraagd naar namen en adressen van de beide ouders.

Hieronder een overzicht van de wet- en regelgeving waaraan een school zich moet houden:

Burgerlijk Wetboek

Artikel 1:377b BW bepaalt dat de met het gezag belaste ouder verplicht is de andere, niet met gezag belaste ouder op de hoogte te houden van belangrijke zaken die het kind aangaan (zoals schoolrapporten en  informatie over extra begeleiding).
Artikel 1:377c BW bepaalt dat de school verplicht is een ouder die niet het ouderlijk gezag heeft, als hij of zij daarom vraagt, van beroepshalve beschikbare informatie te voorzien over belangrijke feiten en omstandigheden die het kind of de verzorging en opvoeding van het kind betreffen. Er zijn op deze regel twee uitzonderingen:

– de informatie wordt niet verstrekt als de school de informatie niet op dezelfde manier aan de ouder met het ouderlijk gezag zou verstrekken;

– de informatie wordt niet verstrekt als het belang van het kind zich tegen het verschaffen van de informatie verzet.

WPO en WVO

– Artikel 11 van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en artikel 2.97 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs 2020 (WVO 2020) bepalen dat de school over de vorderingen van de leerlingen rapporteert aan hun ouders. De school moet altijd neutraal zijn.

– Een school moet voorkomen partij te worden in een echtscheidingsconflict en moet alle schijn van partijdigheid vermijden.

– De school hoeft soms geen informatie te verstrekken als zij daardoor haar neutraliteit verliest. Bijvoorbeeld wanneer een ouder vraagt of er een verschil is in de leerprestaties van de kinderen in de weken dat ze bij de vader en de weken dat ze bij de moeder zijn.

Adviezen Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC)

Veel scholen zijn aangesloten bij de LKC van de Stichting Onderwijsgeschillen. Deze heeft veel klachten behandeld over informatieverstrekking aan gescheiden ouders. Enkele belangrijke punten uit de adviezen van de LKC:

– De school heeft een actieve informatieplicht. Zij moet ouders dezelfde mondelinge en schriftelijke informatie geven. De school heeft hierin een eigen verantwoordelijkheid.

– Als de school weet dat er geen omgang is tussen een ouder en het kind, mag de school geen genoegen nemen met de mededeling van de ouder dat die de andere ouder wel zal informeren. De school moet dit controleren.

– Wanneer in een echtscheidingsconvenant is vastgelegd dat de ene ouder de andere ouder moet informeren en dit vervolgens niet gebeurt, moet de school de betreffende informatie aan de andere ouder verschaffen.

– Als de school informatie in tweevoud aan het kind meegeeft, voldoet de school in principe aan haar informatieplicht. Wanneer vervolgens blijkt dat de informatie een van de ouders niet bereikt, moet de school een andere manier zoeken om de informatie te verstrekken.

– Als een van de ouders geen gezamenlijk oudergesprek wil, moet de school de mogelijkheid bieden voor afzonderlijke gesprekken met beide ouders.

– De school moet de ouder zonder gezag informatie geven over belangrijke zaken over het kind of diens verzorging of opvoeding. De ouder moet daar wel zelf om vragen, de school hoeft dit dus niet uit eigen beweging te doen. De informatie kan gaan over de cognitieve en/of sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind zoals leerprestaties of medische kwesties. Hieronder valt bijvoorbeeld een schoolrapport, maar niet een uitnodiging voor een algemene ouderavond of een schoolfoto.

– Op de informatieplicht kan een uitzondering worden gemaakt als het belang van het kind zich verzet tegen het verstrekken van de informatie. De school moet een eigen afweging over dat belang maken. De school moet de gezaghebbende ouder over een verzoek tot informatieverstrekking op de hoogte brengen. Als de ouder met gezag zich verzet tegen het verstrekken van informatie aan de andere ouder of dit niet in het belang van het kind acht, is dit onvoldoende. Deze ouder zal dit moeten onderbouwen, bij voorkeur met een gerechtelijke uitspraak waarin een beperking van de informatieplicht is opgenomen. De veiligheid van het kind speelt een rol bij de afweging of de school informatie verstrekt.

Meer informatie over informatievoorziening aan ouders op de website van de Stichting Onderwijsgeschillen.