Zwangerschapsverlof

Nieuws

Veelgestelde vragen

  • Hoe zit het met het vakantieverlof bij zwangerschapsverlof, ouderschapsverlof en ziekte?

    In de CAO PO 2016–2017 is bepaald dat iedere werknemer recht heeft op 428 uur vakantieverlof per jaar (artikel 8.1.lid 1). Voor deeltijders geldt dit naar rato van de omvang van het dienstverband. Tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof en het ouderschapsverlof bouwen werknemers vakantie-uren op. De opbouw van het vakantieverlof vindt plaats van 1 oktober tot 1 oktober (artikel 8.1 lid 2a.). Het vakantieverlof dat niet gebruikt is in een jaar wordt meegenomen naar het volgende jaar.
    Als een werknemer in een jaar 160 uren vakantieverlof heeft genoten, is het wettelijk minimum bereikt. Als een werknemer door ziekte minder dan 160 uren vakantieverlof heeft gehad, heeft hij of zij recht op (het restant) van het wettelijk minimum (artikel 8.1 lid 3 en 4).

  • Hoe moet ik omgaan met de compensatie van zwangerschaps- en bevallingsverlof in de zomervakantie?

    Er blijkt onduidelijkheid te zijn over het compenseren van zwangerschaps- en bevallingsverlof tijdens de zomervakantie. Valt dit verlof (gedeeltelijk) in de zomervakantie, dan gelden de volgende regels: Voor directie, onderwijsgevend personeel en onderwijsondersteunend personeel met les en/of behandeltaken: voor de periode van het verlof tot een maximum van drie weken. Bijvoorbeeld: de zomervakantie loopt van 1 juli tot 15 augustus. Het verlof loopt tot 14 juli. De compensatie is tien dagen. Deze dagen worden in principe gekoppeld aan de zomervakantie, tenzij er andere afspraken worden gemaakt. Voor onderwijsondersteunend personeel zonder les en/of behandel taken geldt een volledige compensatie.

  • Hoe ziet de compensatie van het zwangerschaps- en bevallingsverlof van een vrouwelijke werknemer, behorend tot de functiecategorieën directie en leraren er uit?

    Het zwangerschaps- en bevallingsverlof van de vrouwelijke werknemer, behorend tot de functiecategorieën directie en onderwijsgevend personeel dat samenvalt met de verlofperiode van de zomervakantie wordt volledig gecompenseerd. Dit geldt alleen voor de zomervakantie en dus niet voor de herfst-, kerst- of andere vakanties. Dit compensatieverlof wordt aansluitend op het zwangerschaps- en bevallingsverlof, dan wel de zomervakantie genoten, tenzij werkgever en werknemer anders overeenkomen. Dit is bepaald in artikel 14.1, lid 7, CAO VO.Voorbeelden berekeningen zwangerschaps- en bevallingsverlofVoorbeelden:Baby wordt te vroeg geboren:Vermoedelijke bevallingsdatum: 31 maart 2009.Zwangerschapsverlof is ingegaan: 4 maart 2009 (4 weken van tevoren),Kind is geboren op: 18 maart 2009.Werkneemster heeft maar 2 weken en 1 dag zwangerschapsverlof genoten en heeft dus nog recht op 13 weken en 6 dagen bevallingsverlof. Betrokkene dient 24 juni 2009 weer te beginnen (tenzij het vakantie is).Vermoedelijke bevallingsdatum: 13 maart 2009.Zwangerschapsverlof zou ingaan m.i.v. 14 februari 2009 (4 weken van tevoren).Kind is geboren op 7 februari 2009.Werkneemster heeft nog geen zwangerschapsverlof genoten en heeft dus nog recht op 16 weken verlof. Betrokkene dient 31 mei 2009 weer te beginnen.Baby wordt later geboren:Vermoedelijke bevallingsdatum: 27 maart 2009.Zwangerschapsverlof is ingegaan op 28 februari 2009 (4 weken van tevoren).Kind is geboren op 10 april 2009.Werkneemster heeft recht op 10 weken bevallingsverlof en 2 weken extra. Het totale zwangerschaps- en bevallingsverlof duurt in dit geval 18 weken. Betrokkene dient 4 juli weer te beginnen.Vermoedelijke bevallingsdatum: 27 maart 2009.Zwangerschapsverlof is ingegaan op 14 februari 2009 (6 weken van tevoren).Kind is geboren op 10 april 2009.Werkneemster heeft recht op 10 weken bevallingsverlof. Het totale zwangerschaps- en bevallingsverlof duurt ook in dit geval 18 weken. Betrokkene dient 20 juni 2009 weer te beginnen.Vermoedelijke bevallingsdatum : 27 maart 2009.Zwangerschapsverlof zou ingaan op 28 februari 2009 (4 weken van tevoren).Werkneemster wordt 14 februari 2009 ziek (6 weken van tevoren).Het zwangerschapsverlof gaat nu per 14 februari 2009 in.Kind is geboren op 10 april 2009.Werkneemster heeft recht op 10 weken bevallingsverlof. Betrokkene dient 20 juni 2009 weer te beginnen.

  • Hoe is het verlof geregeld bij een miskraam?

    Van een bevalling is sprake als er een kind ter wereld wordt gebracht dat afgeleid van de duur van de zwangerschap levensvatbaarheid heeft of heeft gehad. Van levensvatbaarheid is sprake na circa 24 weken zwangerschap. In een eerder stadium is er sprake van een miskraam. De huisarts dient aan te geven of sprake is van levensvatbaarheid of niet. Bij een miskraam bestaat geen recht op bevallingsverlof. De normale bepalingen omtrent ziekteverlof zijn van toepassing.

  • Hoe wordt de begin- en einddatum van het zwangerschaps- en bevallingsverlof berekend?

    Zwangerschapsverlof en bevallingsverlof duren samen minstens 16 weken. Daarvan vallen in ieder geval 10 weken ná de bevalling, vermeerderd met het aantal dagen dat het zwangerschapsverlof tot en met de vermoedelijke bevallingsdatum korter duurde dan 6 weken.Het moment waarop het zwangerschapverlof ingaat, bepaalt de werknemer in overleg met de werkgever. Die datum ligt in ieder geval tussen 4 en 6 weken tot en met de vermoedelijke bevallingsdatum.Bij ziekte kan het zwangerschapsverlof eerder van start gaan dan gepland. Als een werknemer tot 4 weken tot en met de vermoedelijke bevallingsdatum wilt doorwerken, maar zij wordt ziek in de 2 weken voordat het verlof zou ingaan, dan gaat het verlof in vanaf het moment van ziek zijn. De oorzaak van de ziekte speelt hierbij geen rol. Is de werknemer langer dan 6 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum ziek geworden, dan gaat het zwangerschapsverlof altijd 6 weken voor deze datum in. Het bevallingsverlof blijft 10 weken na de daadwerkelijke bevalling.Op de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid staat een programma om het verlof te berekenen.

  • Hoe is het zwangerschaps- en bevallingsverlof bij vroeggeboorte geregeld?

    De Wet Arbeid en Zorg bevat geen grondslag om bij vroeggeboorte eventuele ziektedagen in mindering te brengen op de verlenging (met 6 weken) van het bevallingsverlof met 10 weken. Het volledige niet-genoten zwangerschapsverlof kan worden toegevoegd aan het bevallingsverlof, waardoor in totaal 16 weken bevallingsverlof kan worden genoten.

  • Hoe zit het met het zwangerschapsverlof en vakantieverlof van de vrouwelijke werknemer, behorend tot het onderwijsondersteunend personeel?

    Bij het vrouwelijk onderwijsondersteunend personeel wordt het vakantieverlof tijdens het zwangerschapsverlof opgeschort. Zie hiervoor artikel 14.2 lid 8 van de CAO VOHet niet genoten vakantieverlof kan op later tijdstip worden opgenomen (lid 9 van artikel 14.2).

  • Heeft een werknemer op grond van de bepalingen in de Ziektewet gedurende 2 jaar recht op doorbetaling van 100% van het salaris?

    Ja. Indien een vrouwelijke medewerker ziek is als gevolg van haar zwangerschap, dan komt zij in aanmerking voor een uitkering op grond van de Ziektewet. In deze wet is het volgende bepaald:Nadat het recht op uitkering op grond vanartikel 3:7, eerste lid,3:8, derde lid, of3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg is geëindigd, heeft de vrouwelijke verzekerde, indien zij aansluitend ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de bevalling of de daaraan voorafgaande zwangerschap, recht op ziekengeld ter hoogte van haar dagloon, zolang die ongeschiktheid duurt, doch ten hoogste gedurende 104 aaneengesloten weken. Dit ziekengeld wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag nadat het recht op uitkering, bedoeld in de eerste zin, is geëindigd.Op grond van de ZAVO hebben personeelsleden recht op 100% doorbetaling gedurende het eerste ziektejaar. Daarna wordt het salaris met 30% gekort over de ziekte-uren.De ZAVO wordt echter door een Wet van hogere orde overschreven in geval van een werkneemster die ziek is ten gevolge van haar zwangerschap.

  • Waar is het zwangerschaps- en bevallingsverlof geregeld?

    In de Ziekte- en Arbeidsongeschiktheidsregeling Voortgezet Onderwijs (ZAVO, bijlage 13 van de CAO VO)) staat in artikel 8 staat het volgende:De vrouwelijke werknemer heeft in verband met haar bevalling aanspraak op zwangerschaps- en bevallingsverlof.Gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof, bedoeld in het eerste lid, heeft de vrouwelijke werknemer aanspraak op haar volle bezoldiging.Indien aan de vrouwelijke werknemer een uitkering op grond van Hoofdstuk 3, afdeling 2 van de Wet Arbeid en Zorg is toegekend, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag, waarop zij ingevolge het tweede lid recht heeft.Indien de vrouwelijke werknemer recht heeft op een uitkering als bedoeld in het derde lid, maar deze uitkering als gevolg van het achterwege laten van een aanvraag daartoe door de vrouwelijke werknemer niet wordt toegekend, wordt deze uitkering voor de toepassing van het derde lid geacht toch te zijn genoten.De werknemer doet tenminste vier weken voor de dag waarop de bevalling over zes weken is te verwachten aan de werkgever mededeling van de datum van ingang van het zwangerschapsverlof.Voorts staat in artikel 3.1 van de Wet arbeid en zorg (Wet van 16 november 2001, staatsblad 567) het volgende:1.    De vrouwelijke werknemer heeft in verband met haar bevalling recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof.2.    Het recht op zwangerschapsverlof bestaat vanaf zes weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling, zoals aangegeven in een aan de werkgever overgelegde schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige, tot en met de dag van de bevalling. Het zwangerschapsverlof gaat in uiterlijk vier weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling.3.    Het bevallingsverlof gaat in op de dag na de bevalling en bedraagt tien achtereengesloten weken of zoveel meer als het aantal dagen dat het zwangerschapsverlof minder dan zes weken heeft bedragen.4.    Voor de toepassing van het derde lid worden dagen waarover de vrouwelijke werknemer op grond van artikel 29a, tweede lid, van de Ziektewet ziekengeld heeft genoten in de periode dat zij recht heeft op zwangerschapsverlof, maar dat verlof nog niet is ingegaan, aangemerkt als dagen waarover zij zwangerschapsverlof heeft genoten.”De meldingsplicht staat in het eerste lid van artikel 3.3, t.w.:”De vrouwelijke werknemer meldt aan de werkgever:a.    de dag met ingang waarvan zij het zwangerschapsverlof opneemt uiterlijk drie weken voor die dag;b.   haar bevalling uiterlijk op de tweede dag volgend op die van de bevalling.Let wel het gaat hier over de meldingsplicht, niet over het met zwangerschapsverlof gaan.”Er is een discrepantie tussen de vier weken genoemd in artikel 8, lid 5 ZAVO en de drie weken genoemd in artikel 3:3 onder a van de Wet arbeid en zorg. Wij nemen aan dat de ZAVO in dezen aan de Wet arbeid en zorg aangepast zal gaan worden.