Nieuws

Al het nieuws over cao po 2019-2020

Veelgestelde vragen

  • Wanneer dienen de nieuwe functiebeschrijvingen in te gaan?

    In Hoofdstuk 5 van de CAO PO 2019-2020  is bepaald dat iedere functie beschreven moet zijn en opgenomen moet worden in het functiehuis. Het functiehuis heeft de instemming nodig van de personeelsgeleding van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad.
    Voor de directiefuncties en voor de functies van het onderwijsondersteunend personeel is bepaald dat deze voor 1 augustus 2020 geactualiseerd moesten worden. In verband met de coronacrisis is door de sociale partners (PO-Raad en de vakbonden, waaronder de AVS) besloten om voor de actualisering uitstel te verlenen tot uiterlijk 1 november 2020.

    Voor de directiefuncties zijn vanaf 1 januari 2020 nieuwe salarisschalen van toepassing. Deze zijn uiterlijk per 1 augustus 2020 ingevoerd. Als het gesprek over de actualisering van de functie na 1 augustus 2020 plaatsvindt, dan geldt dat het salaris in de nieuwe schaal met terugwerkende kracht wordt uitgevoerd. Bij het onderwijsondersteunend personeel geldt dat als er door de actualisering een hogere inschaling van toepassing is, het salaris in de nieuwe schaal ook uiterlijk met terugwerkende kracht per 1 augustus 2020 wordt ingevoerd. Is door de actualisering een lagere inschaling van toepassing, dan geldt een salaris- en salarisperspectiefgarantie. Toekomstige salarisverhogingen worden daarin meegenomen. Een en ander wordt vastgelegd in een addendum, behorende bij de arbeidsovereenkomst.
    De oude salarisschalen voor directiefuncties zijn per 1 augustus 2020 vervallen. Ook is de directietoelage vanaf die datum vervallen, omdat deze is verwerkt in de nieuwe salarisschalen.

  • Hoe is het (aanvullend) geboorteverlof in de CAO PO 2019-2020 geregeld?

    Het geboorteverlof valt in drie delen uiteen. Allereerst heeft de partner verlof bij de bevalling van de echtgenote.

    Na de bevalling van de echtgenote heeft de partner recht op bevallingsverlof
    voor eenmaal de arbeidsduur per week gedurende een tijdvak van vier weken, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling.
    Voorbeeld: echtgenote bevalt op 1 juni 2020. De werktijdfactor van de partner is 0,8. Dat komt overeen met 32 uur. Deze 32 uur kan hij/zij in een periode van vier weken na 1 juni 2020 als verlof opnemen.
    Per 1 juli 2020 heeft de partner bovendien recht op aanvullend verlof, nadat hij/zij het ‘standaard’ geboorteverlof tijdens/na de bevalling heeft opgenomen. Het aanvullend geboorteverlof bedraagt ten hoogste vijf gehele weken, gebaseerd op de arbeidsduur per week. Het dient opgenomen te worden binnen zes maanden, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling. Partners hebben recht op aanvullend geboorteverlof als het kind op of ná 1 juli 2020 geboren wordt. Als zij hiervan gebruik willen maken, moeten zij dit minimaal vier weken van tevoren schriftelijk bij de werkgever kenbaar maken.
    In alle gevallen geldt dat het salaris voor 100 procent wordt doorbetaald.

  • Hoe zit het met de professionalisering van leerkrachten en schoolleiders in de nieuwe CAO PO?

    Iedere werknemer is zelf verantwoordelijk voor de eigen professionalisering. Hij of zij maakt jaarlijks afspraken met de leidinggevende over de eigen professionalisering. Deze afspraken worden vastgelegd in een persoonlijk ontwikkelingsplan. Hiervoor is 83 uur op jaarbasis beschikbaar.

    Facilitering leerkrachten en onderwijsondersteunend personeel
    Leerkrachten en onderwijsondersteunend personeel hebben recht op twee klokuren per werkweek (deeltijd naar rato) voor hun professionele ontwikkeling. Ook hebben zij recht op 500 euro per jaar (deeltijd naar rato) om invulling te geven aan zijn/haar professionalisering. Voor de jaren 2020 en 2021 is dit bedrag verhoogd naar 600 euro.

    Facilitering directielid
    Een directielid heeft, naast de bestaande scholingsbudgetten, recht op een individueel professionaliseringsbudget van 3.000 euro per jaar. Voor de jaren 2020 en 2021 is dit bedrag verhoogd tot 3.100 euro. Dit budget wordt in overleg met de werkgever ingezet in de vorm van studieverlof en/of studiekostenvergoeding. Het budget kan ook worden besteed aan andere professionaliseringsactiviteiten.
    Het directielid kan het professionaliseringsbudget in overleg met de werkgever gedurende maximaal drie jaar sparen. Is het budget binnen vier jaar niet besteed, dan zal dit worden toegevoegd aan het algemene scholingsbudget. In het jaarlijkse functionerings- en/of beoordelingsgesprek worden de besteding van het scholingsbudget en de opgedane kennis en vaardigheden besproken.
    Het directielid moet zich inschrijven in het Schoolleidersregister PO (artikel 9.7). De werkgever faciliteert dit door de registratiekosten te vergoeden.

  • Wat houdt het bijzondere budget voor startende leerkrachten in?

    Startende leraren (tot schaal L10.4/L11.4/L12.4 en de zij-instromers) krijgen naast hun uren duurzame inzetbaarheid een extra budget van 40 uur per jaar (deeltijders naar rato). Er worden afspraken gemaakt over de inzet van dit budget. Deze uren dienen voor het verlichten van de werkdruk.
    Het bijzonder budget voor startende leerkrachten kan niet opgespaard worden of ingezet worden voor vrij opneembaar verlof.

  • Hoe kan het vakantieverlof berekend en opgenomen worden?

    In de CAO PO 2019 – 2020 is bepaald, dat de vakantieopbouw plaatsvindt in de periode van 1 oktober tot 1 oktober.

    Het is voor de werkgever mogelijk om voor een andere periode voor de opbouw te kiezen, bijvoorbeeld van 1 augustus tot 1 augustus. Hiervoor is de instemming nodig van de P(G)MR.

    Het verlof wordt in de schoolvakantie verleend. Als een werknemer meer uren verlof heeft dan nodig is om alle schoolvakanties verlof te nemen, dan wordt het restant van de verlofuren in overleg op andere momenten opgenomen.

    Als een werknemer een verlofdag opneemt, wordt de omvang van deze verlofdag bepaald op basis van het aantal ingeroosterde uren voor die dag.
    De werkgever dient bij opname van vakantie-uren altijd eerst de wettelijke vakantie-uren van het saldo af te schrijven.
    Het verlof bestaat uit wettelijk vakantieverlof van vier maal de wekelijkse arbeidsduur. De resterende uren zijn bovenwettelijk vakantieverlof. De werknemer bouwt per maand een/twaalfde van de wettelijke en bovenwettelijke vakantie-uren op.
    Indien de werknemer in een jaar 160 uren vakantieverlof heeft genoten, wordt hij geacht het wettelijk minimum aan vakantiedagen als bedoeld in artikel 7:634 lid 1 BW in dat jaar te hebben genoten. Als er gedurende dat jaar sprake is van samenloop van vakantieverlof en ziekteverlof komen de niet genoten vakantiedagen te vervallen.

    Indien de werknemer in een jaar door ziekte minder dan 160 uren vakantieverlof heeft genoten, heeft hij recht op (het restant van) het wettelijk minimum aan vakantiedagen als bedoeld in artikel 7:634 lid 1 BW.

    De werknemer die een deel van het jaar in dienst is bij de werkgever, heeft recht op een evenredig deel van de 428 vakantie-uren.

    Voor deeltijders gelden de bepalingen in dit artikel naar rato van de omvang van hun dienstverband.

  • Wat als mijn nieuwe functiebeschrijving en de daaraan gekoppelde inschaling tot een lager salaris leidt?

    Artikel 5.6 lid 8 van de CAO PO 2019-2020 gaat over het behoud van het huidige salaris (inclusief toelagen), het uitzicht op hogere periodieken en toekomstige indexatie, volgens de oude inschaling. Lid 8 is van toepassing als de nieuwe functiebeschrijving en de daaraan gekoppelde inschaling tot een lager salaris of tot een lager uitzicht leiden. Hierover worden voor 1 augustus 2020 (inmiddels verlengd tot 1 november 2020) afspraken gemaakt. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in een addendum, behorende bij de arbeidsovereenkomst.

    Daarbij is het volgende van belang. De huidige salarisschalen AB t/m AE en DA t/m DE komen per 1 augustus 2020 te vervallen. Ook de bepalingen over de directietoelage vervallen per 1 augustus 2020. Uiterlijk per 1 augustus 2020 zijn de nieuwe salarisschalen A10 t/m A13 en D11 t/m D15 van toepassing. In de nieuwe D11 t/m D13-schalen is de directietoelage verwerkt. Dat betekent dat voor deze schalen – om een goede inpassing te realiseren – de directietoelage van € 339,46 omgezet moet worden, omdat over dit bedrag nu geen vakantie-, eindejaars- en levensloopuitkering wordt berekend. De uitbetaling van de vakantie- en eindejaarsuitkering vindt een keer per jaar plaats. Het verschil is dus niet weg, maar wordt in een later stadium weer rechtgetrokken. De levensloopuitkering vindt maandelijks plaats. De uitkomst van de omzetting is € 294,95 bij een voltijdsbetrekking.

    In onderstaand schematisch overzicht is voor de berekening van het verschil een vergelijking gemaakt tussen de oude en nieuwe inschaling. Het addendum bij de arbeidsovereenkomst kan er dan als volgt uit zien, met als voorbeeld een directeur in de salarisschaal DC+: Op basis van zijn nieuwe functiebeschrijving – een aangepaste voorbeeldfunctie – die opnieuw gewaardeerd is door een gecertificeerd adviseur FUWA, komt de inschaling uit op de D13-schaal. Het maximumbedrag van deze schaal is lager in vergelijking met de DC+-schaal. De betreffende directeur is op regel 14 ingeschaald. Als ingangsdatum geldt 1 mei 2020.

     

    Datum Salaris DC+ Toelage Totaalbedrag Nieuwe inschaling (naasthoger) Verschil
    1 mei 2020 € 5.355
    (regel 14)
    € 294,95* € 5.649,95 € 5.787 + € 137,05
    1 augustus 2020 € 5.472
    (regel 15)
    € 294,95* € 5.766,95 € 5.990 + € 223,05
    1 augustus 2021 € 5.591
    (regel 16)
    € 294,95* € 5.885,95 € 5.990 + € 104,05
    1 augustus 2022 € 5.707
    (regel 17)
    € 294,95* € 6.001,95 € 5.990 – € 11,95
    1 augustus 2023 € 5.823
    (regel 18)
    € 294,95* € 6.117,95 € 5.990 – € 127,95

     


    * omdat in de nieuwe salaristabellen het vakantiegeld, de eindejaars- en levensloopuitkering is verwerkt, vindt een correctie plaats. Het verschil is niet weg, omdat het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering een keer per jaar worden uitgekeerd en de levensloop maandelijks.
    Aan de hand van dit voorbeeld geldt per 1 augustus 2022 een salarisgarantie van € 11,95 per maand en per 1 augustus 2023 een salarisgarantie van € 127,95 per maand.

  • Welke dagen vallen onder het begrip “erkende feestdagen”?

    In de CAO PO 2019 – 2020 is bepaald dat het aantal uren vakantieverlof is gesteld op 428 uur, inclusief de erkende feestdagen. Onder de erkende feestdagen worden (CAO PO artikel 1.1. Algemene Termijnenwet):

    • Nieuwjaarsdag
    • Eerste en Tweede Kerstdag
    • Tweede Paasdag
    • Hemelvaartsdag
    • Tweede Pinksterdag
    • Koningsdag
    • 5 mei, nationale feestdag (eens in de vijf jaar)

    In de Algemene Termijnenwet wordt Goede Vrijdag gelijkgesteld met de algemeen erkende feestdagen. Dit betekent dat de werkgever zelf een keuze kan maken of dit al of niet een werkdag is. De schoolvakanties zijn de herfstvakantie, kerstvakantie, voorjaarsvakantie, meivakantie en de zomervakantie. De zomer-, kerst- en meivakantie zijn wettelijk voorgeschreven vakanties. De herfst- en voorjaarsvakantie zijn adviesdagen (Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/schoolvakanties).

  • Mogen de uren voor duurzame inzetbaarheid worden gesplitst, bijvoorbeeld 20 uur voor scholing en 20 uur voor mobiliteit?

    Over de wijze waarop het verlof wordt ingezet zullen met de werknemers individuele afspraken worden gemaakt. In dit gesprek kan vrij worden bepaald hoe de uren zullen worden ingezet.

  • Hoe wordt bepaald hoe het budget van 40 uren wordt ingezet?

    Afspraken over de inzet van deze uren worden geconcretiseerd in de gesprekscyclus. De CAO noemt hiervoor geen concrete datum. De werknemer legt achteraf verantwoording af over de feitelijke besteding van de uren in relatie tot de afgesproken inzet. Indien de uren na een jaar niet zijn ingezet, worden afspraken gemaakt over hoe de uren alsnog kunnen worden gebruikt.

  • Hoe zit het met plaatsing in het risicodragend deel van de formatie (RDDF) bij ontslagbeleid (alleen nog geldig als RDDF-plaatsing vóór 1 februari 2020 heeft plaatsgevonden)?

    Tot 1 februari 2020 was er nog sprake van ontslagbeleid. Per genoemde datum is het nieuwe Hoofdstuk 10 van de CAO PO 2019 – 2020 in werking getreden en geldt het uitgangspunt van werk naar werk.

    Bij RDDF-plaatsing is het afspiegelingsbeginsel van toepassing.
    Plaatsing in het risicodragend deel van de formatie (RDDF) had vóór 1 februari 2020 moeten worden aangegeven in het (bestuurs)formatieplan 2020 – 2021. In dit plan dient aangegeven te worden welke functiecategorie(ën) de RDDF-plaatsing betreft en hoe het afspiegelingsbeginsel wordt toegepast. Voor de vaststelling van het (bestuurs)formatieplan is instemming vereist van de P(G)MR. Degene die het betreft wordt op de hoogte gesteld.

    Hoe wordt het afspiegelingsbeginsel toegepast?
    Bij het afspiegelingsbeginsel worden werknemers met vergelijkbare (‘uitwisselbare’) functies ingedeeld in leeftijdsgroepen. Binnen elke leeftijdsgroep wordt bekeken wie het laatst is aangenomen. Deze werknemers worden als eerste ontslagen. Het gaat om de volgende leeftijdsgroepen: 15 tot 25 jaar, 25 tot 35 jaar, 35 tot 45 jaar, 45 tot 55 jaar, 55 tot AOW-gerechtigde leeftijd. Werknemers met een AOW-uitkering worden als eerste ontslagen. Een werknemer van 55 jaar of ouder mag dan blijven, ook als deze later in dienst is gekomen dan de AOW-gerechtigde. Vervallen er vijf banen en hebben acht werknemers recht op AOW? Dan krijgt de AOW-gerechtigde die het laatst in dienst is gekomen het eerst ontslag.

    Het afspiegelingsbeginsel geldt niet als:

    • Het bestuur zijn activiteiten beëindigd;
    • Een functie vervalt die maar door één werknemer wordt ingevuld;
    • Een groep soortgelijke functies in z’n geheel vervalt.

    Het bestuur mag van het afspiegelingsbeginsel afwijken als:

    • Een werknemer meer moeite heeft met werk vinden ten opzichte van collega’s;
    • De werknemer onmisbaar is, of als er geen vervanging voor is;
    • De werkgever de werknemer heeft gedetacheerd bij een instelling die hem/haar niet kwijt wil.

    Door de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) per 1 januari 2020 is er geen onderscheid meer tussen personeelsleden in het openbaar onderwijs en het bijzonder onderwijs.

    In het kader van de RDDF-plaatsing is een overgangsregeling getroffen in de CAO PO 2019 – 2020, vermeld in Bijlage A13. De overgangsregeling luidt als volgt:

    Overgangsrecht openbare besturen (in verband met de Wnra)

    1. De werkgever die formatieve problemen verwacht op 1 februari 2020, dient vóór die datum aan de PO-Raad en vakbonden hiervan melding te doen, onderbouwd met een vastgesteld bestuursformatieplan en de instemming van de PGMR. Deze melding hoeft dus niet twee jaar voor de afvloeiing plaats te vinden. Een te late melding is niet van invloed op de lengte van de rddf-periode, deze blijft één jaar. Een te late melding is evenmin van invloed op het moment waarop de rddf-plaatsing kan worden gedaan. Dat blijft 1 februari 2020. De te late melding leidt niet tot een latere ontslagdatum.
    2. Indien een werkgever werknemers (met toepassing van de CAO PO 2016-2017) in RDDF heeft geplaatst op 1 augustus 2019, kan ontslag plaatsvinden op 1 augustus 2020. Voor deze gevallen geldt geen meldingsplicht. Ontslag vindt plaats met toepassing van de wet- en regelgeving binnen het private arbeidsrecht.
    3. Indien op basis van een voor 1 januari 2020 in werking getreden sociaal plan de ontslagdatum is vastgesteld op 1 augustus 2020 of 1 augustus 2021, blijft deze ontslagdatum ongewijzigd
  • Welke begrippen zijn belangrijk bij het actualiseren van het functiegebouw?

    Elke werkgever is verplicht voor 1 augustus 2020 zijn functiegebouw te actualiseren, staat in de nieuwe CAO PO 20192020. Dit dient te gebeuren volgens de systematiek van FUWAPO. Hierbij overweegt de werkgever of nieuwe functiebeschrijvingen nodig zijn. Zo ja, dan besluit de werkgever in overleg met elke individuele werknemer welke functiebeschrijvingen worden gehanteerd. Voor dit overleg kunnen werkgevers als basis de voorbeeldfunctiebeschrijvingen gebruiken de die sociale partners hebben vastgesteld. Dit proces moet afgerond zijn voor 1 augustus 2020.

    Bij deze actualisering is het van belang kennis te nemen van een aantal begrippen met een specifieke betekenis binnen FUWAPO. Die kan verschillen van de betekenis die binnen instellingen of in het gewone spraakgebruik wordt gehanteerd. Daarom is een begrippenlijst samengesteld met de meest voorkomende begrippen en de definities. De begrippen complexiteit, integraal, multidisciplinair en regio – zoals toegepast binnen FUWAPO – lichten we hieronder toe.

    • Complexiteit van een vereniging, stichting of instelling Complex betekent een instelling, vereniging of stichting met een verscheidenheid aan schoolsoorten (basisonderwijs, speciaal onderwijs en/of voortgezet speciaal onderwijs) en onderwijsconcepten.
    • Integrale managementfuncties Functies waarbij de eindverantwoordelijkheid is belegd voor de primaire processen (inclusief de strategiebepaling van de organisatie), de realisatie van de producten/diensten van een organisatie en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de PIOFACHtaken (taken op het gebied van Personeel, Informatie, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie en Huisvesting).
    • Multidisciplinair Het uitwisselen van kennis en ervaring met andere werkterreinen of vakdisciplines en het integreren van de uitkomsten in het eigen werk.
    • Regio Een grote stad, een stad of een verspreidingsgebied van meerdere locaties en/of wijken, een stad met enkele omringende gemeenten of een aantal kleinere gemeenten zoals voorkomt in de regionale indeling van de samenwerkingsverbanden of een regio van vergelijkbare indeling/omvang.
  • Wat staat in de CAO PO 2019-2020? En wat zijn de verschillen met de vorige CAO?

    Op 10 januari 2020 is het CAO-akkoord CAO PO 2019 – 2020 getekend. De tekst van de CAO PO 2019 – 2020 is via de AVS-website te downloaden.

    Verder heeft de AVS een was – wordt-lijst voor deze cao gemaakt. Ook deze is via de AVS-website te downloaden.

    Downloads

  • Wat is er bepaald in het onderhandelaarsakkoord van december 2019?

    Downloads

  • Waar kan ik de nieuwe functiebeschrijvingen en salaristabellen downloaden?En overige documenten?
    Hieronder zijn de diverse documenten met betrekking tot het Onderhandelaarsakkoord 2019-2020 te downloaden:

     

  • Wat gaat er verder veranderen in de CAO PO 2019 – 2020?

    Bij het Onderhandelaarsakkoord zijn afspraken gemaakt over diverse onderwerpen, die in de tekst van de CAO PO 2019 – 2020 worden opgenomen.

    • Het gaat om de navolgende onderwerpen:
    • De inkomenstoelage op grond van artikel 6.14a wordt per 1 januari 2020 ingebouwd in de salarisbedragen van de OOP-schalen. Een nieuw artikel 6.14a voorkomt dat dit nadelig uitpakt voor werknemers op of vlak boven het minimumloon.
    • Partijen spreken af in mei 2020 en in mei/juni 2021 te monitoren hoe de stand van zaken is wat betreft invoering van het werkverdelingsplan. In het najaar van 2021, als het beleid 2 schooljaren is toegepast, wordt de afspraak geëvalueerd.
    • Werknemers worden geconfronteerd met een hogere pensioenleeftijd. Aandacht voor duurzame inzetbaarheid is van groot belang. Partijen hebben afgesproken om in gezamenlijke communicatie aandacht te besteden aan duurzame inzetbaarheid en de mogelijkheden die een generatie-pact op bestuursniveau biedt.
    • Voor participatiebanen worden de minimumjeugdlonen opgenomen in de cao. Hiermee wordt een drempel weggenomen om deze plekken in te vullen.
    • IPAP. Alle werknemers worden via hun werkgever in staat gesteld om voor eigen kosten een IPAP verzekering af te sluiten die de nadelige financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid verzacht.
    • De verplicht te hanteren benoemingsvolgorde wordt aangepast om beter aan te sluiten bij de praktijk.
    • Het artikel over de terugbetalingsverplichting van het ouderschapsverlof wordt verduidelijkt.
    • De grond voor een tijdelijke benoeming/aanstelling voor onbevoegden en zij-instromers wordt in de cao verankerd in artikel 3.1.
    • Voor AOW-gerechtigden wordt de ketenregeling aangepast.
    • Het wettelijke geboorteverlof van de partner van de duur van 1 werkweek en van vijf maal 1 week wordt vastgelegd in de cao, met een bepaling over de aanvullende loonbetaling van 70 tot 100%.
    • Bij de berekening van de vergoeding voor woonwerkverkeer wordt het mogelijk om te kiezen tussen verschillende routeplanners.
    • Op grond van oude afspraken loopt een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering voor ex-werknemers die ziek worden in de periode van de aansluitende uitkering. PO-Raad actualiseert de polisvoorwaarden en zet de verzekering in die gewijzigde vorm voort.
    • Partijen hebben geconstateerd dat de huidige cao-afspraken omtrent medezeggenschap nadere aandacht behoeven, onder meer door wijzigingen in de WMS. Daarom zullen partijen een werkgroep samenstellen die zich in dit thema gaat verdiepen. Bij de eerstvolgende cao-onderhandelingen zal dit onderwerp op de agenda komen.
    • Partijen spreken af dat een werkgroep wordt gevormd (met werknemersorganisaties en werkgeversorganisatie en een afvaardiging van hun leden) om te onderzoeken op welke wijze de extra middelen voor VSO diplomagericht ter hoogte van 16,5 miljoen (uit het convenant van 1 november jl.) het beste besteed kunnen worden. 
  • Er wordt gesproken over de modernisering van de CAO PO 2019 – 2020. Wat houdt dat in?

    Een aantal van de huidige hoofdstukken van de CAO PO 2018 – 2019 wordt herschreven met als doel om de teksten te vereenvoudigen en te verhelderen. Overbodige regels worden geschrapt. Er komt meer ruimte voor de professionele dialoog. Werkgevers moeten beleid gaan formuleren en regelingen afspreken met de PGMR.

    Het betreft de volgende hoofdstukken:

    • Hoofdstuk 5, Functiewaardering
    • Hoofdstuk 6, Salaris
    • Hoofdstuk 7, Vergoedingen
    • Hoofdstuk 9, Professionalisering
    • Hoofdstuk 10, Van Werk naar Werk beleid en transitievergoeding
  • Welke gevolgen heeft de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) voor de ketenbepaling en bovenwettelijke uitkering?

    In het Onderhandelaarsakkoord is aangegeven welke gevolgen er voortvloeien uit de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) voor wat betreft de ketenregeling, bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen en de transitievergoeding. Deze wet is van invloed op medewerkers in het openbaar onderwijs. Tot en met 31 december 2019 zijn er twee verschillende regelingen voor de bovenwettelijke uitkering (WOPO-regeling), die onderscheid maakt tussen medewerkers in het openbaar en bijzonder onderwijs op het gebied van aanstelling/benoeming en ontslag. Aan dit onderscheid wordt een einde gemaakt.

    Het recht op de transitievergoeding, dat alleen voor medewerkers in het bijzonder onderwijs van toepassing is, wordt ook van toepassing op medewerkers in het openbaar onderwijs.
    De ketenregeling, zoals die van toepassing is in het bijzonder onderwijs, wordt nu ook van toepassing in het openbaar onderwijs. Ook worden de bovenwettelijke uitkeringen en de transitievergoeding gelijk getrokken voor het openbaar en het bijzonder onderwijs.

  • Wat betekent de verhoging van de professionaliseringsgelden?

    Omdat de professionele ontwikkeling van alle medewerkers in het primair onderwijs is van groot belang wordt geacht, is het professionaliseringsbudget verhoogd. Het gaat om de professionalisering die aansluit bij de doelen en ambities van de scholen en van de medewerker zelf.

    Elke adjunct-directeur en directeur heeft naast de professionaliseringsgelden van € 3.000 per jaar de komende twee kalenderjaren, zijnde 2020 en 2021, een extra individueel scholingsbudget van € 100 per jaar.
     
    Elke  medewerker behorend tot onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel, naar rato van de werktijdfactor, heeft recht op een individueel professionaliseringsbudget van € 500,= per jaar en 2 uren per werkweek om invulling te geven aan zijn individuele professionele ontwikkeling.
     
    Alle medewerkers behorend tot het onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel in het primair onderwijs hebben de komende twee kalenderjaren, zijnde 2020 en 2021, een extra individueel scholingsbudget van € 100 per jaar naar rato van de werktijdfactor. Deze extra gelden betreft invulling van de convenantsgelden van 1 november 2019.

  • Welke functies zijn geactualiseerd voor het onderwijsondersteunend personeel?

    Een nieuwe functiereeks voor onderwijsassistenten (S4, S5, S6) inclusief toelichting.

    Nieuwe voorbeeldfuncties voor een aantal andere onderwijsondersteunende functies:
    – Leraarondersteuner (S7, S8)
    – Pedagogisch medewerker (S nog onbekend)
    – Conciërge/onderhoudsmedewerker (S3, S4)
    – Secretaresse/administratief medewerker (S4, S5, S6)
    – Stafmedewerkers (S5, S6)
    – Staffunctionarissen en beleid (S10, S11)
    – Logopedist (S9)
    – Gedragswetenschapper (S11)

    De afspraak is gemaakt dat onderwijsondersteunend personeel met hun bestuur voor 1 augustus 2020 in gesprek gaan over de functiebeschrijving voor hun functie. Dat kan gevolgen hebben voor de inschaling.

  • Welke gevolgen heeft de cao-aanpassingen voor de functies die geen voorbeeldfuncties hebben, zoals de D14 en D15-schaal?

    Voor de directeuren die in de DD en DE-schaal zitten geldt ook dat de functiebeschrijvingen voor 1 augustus 2020 met de bestuurder besproken en opnieuw vastgesteld moeten worden.

  • Welke gevolgen heeft het verdwijnen van de salarisschalen meerhoofdige schoolleiding en de DC-uitloopschaal?

    Door de nieuwe functiebeschrijvingen verdwijnen diverse salarisschalen. Dat kan zowel een positief als een negatief effect hebben.

    Bij de meerhoofdige schoolleiding zal dat naar verwachting een positief effect hebben,
    en bij de verdwijning van de DC-uitloopschaal een negatief effect.
    Als er sprake is van een negatief effect, dan is er sprake van een salarisgarantie.

  • Welke gevolgen heeft het Onderhandelaarsakkoord voor uw salaris?

    De gevolgen voor uw salaris vereist de nodige nauwkeurigheid. Hierbij wordt aangetekend dat er geen extra overheidsmiddelen beschikbaar zijn gekomen voor salarissen van de adjunct-directeur, directeur en onderwijsondersteunend personeel.
    In onderstaand overzicht worden voorbeelden gegeven van gevolgen voor het salaris.
    Adjunct-directeur:

    Functie: Schaal per 31 december 2019 Schaal per 1 januari 2020 Verschil:
    AB, trede 13 € 4.176 € 4.364 + € 188

    Bij omzetting naar de A-schaal dient de nieuwe A-schaal op basis van de functiebeschrijving gehanteerd te worden voor de inschaling. Betreft het een inschaling in de A11-schaal (spilfunctie), dan vindt inschaling plaats op het naasthogere bedrag (€ 4.434) (+ € 70). Het betreft hier een voorbeeld van de eindschaal, maar hetzelfde is van toepassing bij lagere treden in de salarisschaal.
    Directeur DB:

    Functie: Schaal per 31 december 2019 Schaal per 1 januari 2020 Verschil:
    DB, trede 15 € 4.791 € 5.006  
    Directietoelage €    324,87 €    339,49  
    Totaal: € 5.115,87 € 5.345,49 + € 229,62

    Bij omzetting naar de D-schaal dient het bedrag van de directietoelage gebruteerd te worden, omdat er over het bedrag geen vakantiegeld, eindejaarsuitkering en levensloop berekend wordt. Bij uitbetaling als salaris is dat wel het geval. Het bedrag van € 339,49 = bruto € 294,95*. € 5.006 + € 294,95 = € 5.300,95. Vervolgens dient de nieuwe D-schaal op basis van de functiebeschrijving gehanteerd te worden voor de inschaling. Betreft het een inschaling in de D11-schaal, dan is het eindbedrag (€ 4.861) lager ten opzichte van het huidige salaris (€ 5.300,95) en is er sprake van een salarisgarantie. Komt de functiebeschrijving uit op de D12-schaal, dan vindt inschaling plaats op het naasthogere bedrag (€ 5.345) en is nog doorgroei mogelijk naar de eindschaal (€ 5.527).
    Directeur DC:

    Functie: Schaal per 31 december 2019 Schaal per 1 januari 2020 Verschil:
    DC, trede 16 € 5.350 € 5.591  
    Directietoelage €    324,87 €    339,49  
    Totaal: € 5.674,87 € 5.930,49 + € 255,62

    Bij omzetting naar de D-schaal dient het bedrag van de directietoelage gebruteerd te worden, omdat er over het bedrag geen vakantiegeld, eindejaarsuitkering en levensloop berekend wordt. Bij uitbetaling als salaris is dat wel het geval. Het bedrag van € 339,49 = bruto € 294,95*. € 5.591 + € 294,95 = € 5.885,95. Vervolgens dient de nieuwe D-schaal op basis van de functiebeschrijving gehanteerd te worden voor de inschaling. Betreft het een inschaling in de D12-schaal, dan is het eindbedrag (€ 5.527) lager ten opzichte van het huidige salaris (€ 5.885,95) en is er sprake van een salarisgarantie. Komt de functiebeschrijving uit op de D13-schaal, dan vindt inschaling plaats op het naasthogere bedrag (€ 5.990).

    * het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering worden één keer per jaar uitgekeerd, de levensloopbijdrage elke maand.
     

     Salaristabellen behorende bij onderhandelaarsakkoord 2019 – 2020.pdf

  • Wat is er bepaald in het CAO-akkoord CAO PO 2019-2020 van januari 2020?

    Downloads

  • Waarom is AVS zo positief over het Onderhandelaarsakkoord CAO PO 2019–2020?

    AVS heeft zijn inzetbrief voor de CAO PO 2019 grotendeels in het Onderhandelaarsakkoord 2019 – 2020 gerealiseerd zien worden.

    AVS heeft het akkoord vervat in De 10 van de AVS:

    1. Nieuwe functiebeschrijvingen voor directeuren

    In het akkoord is de verplichting opgenomen dat alle werkgevers de functiebeschrijvingen van adjunct-directeuren en directeuren voor 1 augustus 2020 moeten actualiseren. De bij het Onderhandelaarsakkoord gevoegde functiebeschrijvingen zijn voorbeeldfuncties. Het kan zijn dat de beschrijvingen niet voldoen aan de te verrichten werkzaamheden. De functiebeschrijving kan dan worden aangepast en zal vervolgens door een gecertificeerde functiewaardeerder opnieuw moeten worden gewaardeerd. De waardering kan leiden tot een andere salarisschaal.
    De voorbeeld-functiebeschrijvingen zijn:

    • Schooldirecteur (D11, D12, D13)
    • Directeur éénpitter (D11, D12)
    • Bovenschools directeur (D13)
    • Directeur IKC (D12, D13)
    • Directeur Samenwerkingsverband PO (D13)

    2. Nieuwe functiebeschrijvingen voor adjunct-directeuren

    In het akkoord is ook voor de adjunct-directeuren de verplichting opgenomen dat alle werkgevers de functiebeschrijvingen voor 1 augustus 2020 moeten worden geactualiseerd, maar eerder mag ook! Als dit al is geactualiseerd, kan de nieuwe salarisschaal ook al eerder ingaan, maar niet eerder dan 1 januari 2020.
    Er zijn voorbeeldfuncties gemaakt.
    De voorbeeld-functiebeschrijvingen zijn:

    •  Adjunct directeur (A10, A11, A12)

    3. Nieuwe salarisschalen directeuren

    Voor directeuren zijn nieuwe D-schalen gemaakt.

    4. Nieuwe salarisschalen adjunct-directeuren

    Voor de adjunct-directeuren zijn nieuwe A-schalen gemaakt.

    5. Salarisschaal DA verdwijnt

    Per 1 augustus 2020 gaat de DA-schaal verdwijnen.

    6. Toelagen opgenomen in de salarisschalen van directeuren

    De directietoelage wordt tot op heden apart vergoed. Over deze vergoeding worden geen vakantiegeld, eindejaarsuitkering en levensloop opgebouwd. In de nieuwe D-schalen is de toelage opgenomen. De toelage wordt nu gebruteerd verwerkt in de D-schalen. Hierover wordt het vakantiegeld, eindejaarsuitkering en levensloop vergoed.

    7. Eenmalige uitkeringen achterstallig loon over 2019

    In de maand februari 2020 vindt een eenmalige uitkering plaats van 33% over het nieuwe verhoogde salaris van januari 2020, zijnde een vergoeding voor het gemis van het salaris in de periode 1 maart 2019 tot en met 31 december 2019.
    Voorwaarde voor deze uitkering is dat de werknemer in januari 2020 in dienst is.

    8. Eenmalige toelage van 875 euro naar rato vanuit de convenantsgelden

    Op 1 november 2019 is het Convenant extra geld voor werkdrukverlichting en tekorten onderwijspersoneel in het funderend onderwijs 2020-2021 getekend.
    Van de € 150 miljoen wordt eenmalig een bedrag van € 875,= bruto naar rato van werktijdfactor in februari 2020 uitgekeerd.
    Voorwaarde voor deze incidentele uitkering is dat werknemers in januari 2020 in dienst zijn.

    9. Ophoging professionaliseringsgelden in 2020 en 2021 met € 100.

    Voor de professionaliseringsgelden voor de adjunct-directeurs- en directeursfunctie wordt in 2020 en 2021 € 100 toegevoegd aan de € 3.000.

    10. Generieke loonsverhoging van 4,5%

    Voor iedere werknemer geldt een salarisverhoging met ingang van 1 januari 2020 van 4,5%. Deze verhoging geldt ook over de directietoelage.
    Genoemd percentage is verwerkt in de salarisschalen van de CAO PO 2018 – 2019.
    Niemand gaat er in zijn salaris op achteruit.

    HvS/PvL 18122019

  • Welke dagen vallen onder het begrip “erkende feestdagen”?

    In de CAO PO 2019 – 2020 is bepaald dat het aantal uren vakantieverlof is gesteld op 428 uur, inclusief de erkende feestdagen. Onder de erkende feestdagen worden (CAO PO artikel 1.1. Algemene Termijnenwet):

    • Nieuwjaarsdag
    • Eerste en Tweede Kerstdag
    • Tweede Paasdag
    • Hemelvaartsdag
    • Tweede Pinksterdag
    • Koningsdag
    • 5 mei, nationale feestdag (eens in de vijf jaar)

    In de Algemene Termijnenwet wordt Goede Vrijdag gelijkgesteld met de algemeen erkende feestdagen. Dit betekent dat de werkgever zelf een keuze kan maken of dit al of niet een werkdag is. De schoolvakanties zijn de herfstvakantie, kerstvakantie, voorjaarsvakantie, meivakantie en de zomervakantie. De zomer-, kerst- en meivakantie zijn wettelijk voorgeschreven vakanties. De herfst- en voorjaarsvakantie zijn adviesdagen (Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/schoolvakanties).