Schooltijden

Nieuws

Al het nieuws over schooltijden

Veelgestelde vragen

  • Rekenmodel schooltijden werktijden Komende periode is het weer tijd om aan de slag te gaan met het werkverdelingsplan. Hierbij ter ondersteuning voor schooldirecteuren een excelbestand. Het excelbestand kun je gebruiken bij het opstellen van je werkverdelingsplan voor schooljaar 2020-2021. Bij het excelbestand een toelichting ‘het verhaal achter de cijfers’ Dit bestand kun je gebruiken naast het jaartaakprogramma van Axilium. Zie www.jaarplanner.nl

    Downloads

  • Waarmee moet je rekening houden bij de invoering van andere schooltijden?

    Deze vraag krijgt de AVS-helpdesk steeds vaker. Als een school (uit naam van het bestuur) overweegt andere schooltijden in te voeren, is een aantal stappen nodig. De eerste is de oriëntatie. Het is van belang om de ambitie te formuleren (waarom willen we dit eigenlijk?), de startsituatie in kaart te brengen (hoe is het nu?) en een visie te formuleren (waar willen we heen?). Stap twee is de voorbereiding. Daarin draait het om de formatie van een werk-, project- of kerngroep, de organisatie van informatiebijeenkomsten, de peiling van behoeften en wensen, de keuze voor een van de schooltijdmodellen en de uitwerking daarvan voor organisatie, personeel, huisvesting en financiering. Vervolgens dient besluitvorming plaats te vinden. In deze stap kun je overwegen een pilot uit te voeren. De stap wordt afgerond met een plan van aanpak voor de invoering, waarbij het van belang is continu te investeren in draagvlak bij ouders en werknemers. De laatste stap betreft de daadwerkelijke invoering, waarna wordt gestart met de nieuwe schooltijden. Hierbij verdient het aanbeveling tussentijds te evalueren en bij te stellen. Voer na verloop van tijd een tevredenheidonderzoek uit en houd ouders en werknemers op de hoogte van de voortgang en resultaten. In het schooljaar erop kunnen indien nodig aanpassingen worden doorgevoerd.

    Wettelijke bepalingen
    Voor de start van de daadwerkelijke invoering is het zaak de wettelijke bepalingen in acht te nemen. De wet verplicht de school de onderwijstijd van 7520 uur over acht schooljaren te realiseren. Het verschil tussen onder- en bovenbouw mag vervallen. Bij keuze voor een verschillend aantal uren in onder- en bovenbouw geldt dat leerlingen in de eerste vier leerjaren ten minste 3520 uur les krijgen (gemiddeld 880 uur per schooljaar) en in de laatste vier schooljaren ten minste 3760 uur. De in dit geval resterende 240 uur kunnen door de school worden ondergebracht bij ofwel de leerjaren 1 t/m 4, ofwel de leerjaren 5 t/m 8, ofwel beide, verdeeld naar eigen inzicht.

    Overgangsregeling
    Om te voorkomen dat kinderen lesuren tekort komen, is een overgangsregeling nodig. Deze duurt ongeveer vier schooljaren, afhankelijk van de reeds opgebouwde uren in voorgaande jaren op het moment van invoering.
    Als het bestuur de schooltijden wil wijzigen, dient het eerst alle ouders te raadplegen (artikel 15.3 WMS). Dit kan door vooraf een referendumkader op te zetten: enquêtelijst samenstellen, percentage respons bepalen en percentage instemming formuleren. Ook heeft de (G)MR instemmingsrecht (artikel 13 lid h WMS). Als de aanpassing van de schooltijden gevolgen heeft voor de werk- en rusttijden, is instemming vereist van de geleding personeel van de (G)MR (artikel 11 lid d WMS).

  • Welke specifieke bepalingen gelden voor het (voortgezet) speciaal onderwijs?

    In de Wet op de Expertisecentra (WEC) staat in artikel 12 de uitgangspunten vermeld. Leerlingen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar dienen in een tijdvak van 8 schooljaren tenminste 7520 uren onderwijs te ontvangen, waarvan in de eerste 4 schooljaren tenminste 3520 uur en in de laatste 4 schooljaren tenminste 3760 uur. Het onderwijs aan leerlingen jonger dan 4 jaar omvat tenminste 880 uur per schooljaar. Aan de leerlingen in de laatste 6 schooljaren wordt ten hoogste 7 weken van het schooljaar 4 dagen per week onderwijs gegeven, die evenwichtig zijn verdeeld over het schooljaar, bij een schoolweek van in beginsel niet minder dan 5 dagen onderwijs.

    De inspectie kan op aanvraag van het bevoegd gezag ermee instemmen dat om lichamelijke of psychische redenen voor individuele leerlingen wordt afgeweken van het bovenstaande. Ook is deze wet vastgelegd hoeveel uur les in het voortgezet speciaal onderwijs gegeven moet worden. Binnen het voortgezet speciaal onderwijs geldt een urennorm voor de verschillende onderwijsprofielen. Deze zijn:

    • uitstroomprofiel vervolgonderwijs: hetzelfde aantal uren als voor het gewone voortgezet onderwijs per opleiding;
    • arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel: 1.000 uren onderwijs per leerjaar;
    • uitstroomprofiel dagbesteding: 1.000 uren onderwijs per leerjaar.

    Voor de Inspectie van het Onderwijs gelden de volgende aandachtspunten bij de berekening: het voortgezet speciaal onderwijs wordt sinds de Wet kwaliteit (v)so op dezelfde manier behandeld als het reguliere voortgezet onderwijs. Dit heeft gevolgen voor de berekening van de onderwijstijd.

    1. Het pauzekwartier in de ochtend telt niet meer mee als onderwijstijd. Dit geldt voor alle uitstroomprofielen;
    2. Het meetellen van een schrikkeldag is niet meer toegestaan.

    Voor verdere informatie: zie www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/onderwijstijd/onderwijstijd-in-het-speciaal-onderwijs

  • Hoe berekent een schoolleider de onderwijstijd van een schooljaar als het ook nog eens een schrikkeljaar is?

    Voor de berekening van het aantal uren hanteert de Inspectie van het Onderwijs voor een schooljaar de periode 1 oktober tot 1 oktober en bestaat uit 52 weken plus 30 september (in een schrikkeljaar 29 en 30 september).

    De bijtelling van 30 september is nodig, omdat bij het berekenen van de onderwijstijd – waarbij gerekend wordt over de periode 1 oktober jaar x tot 1 oktober jaar x+1 – geteld wordt over 52 weken. Maar 52 weken maal 7 dagen is 364 dagen, waardoor de berekening niet verder loopt dan 29 september. Omdat een kalenderjaar 365 dagen heeft, wordt 30 september bij de berekening meegeteld als deze datum op een schooldag valt. Als de datum van 30 september niet op een schooldag valt, hoeft deze niet te worden bijgeteld.

    Voorbeeld schooljaar 2019 – 2020
    2020 is een schrikkeljaar. 29 en 30 september vallen op een dinsdag en een woensdag. De lesuren van die dagen worden bij het totaal opgeteld.

    Deze bepaling geldt niet voor het (voortgezet) speciaal onderwijs. Het meetellen van een schrikkeldag is niet meer toegestaan. Vanaf schooljaar 2019/2020 zal de Inspectie van het Onderwijs hierop handhaven.

    Zie ook: Welke specifieke bepalingen gelden voor het (voortgezet) speciaal onderwijs?

  • Mogen leerlingen onder schooltijd naar een fysiotherapeut, logopedist, orthopedagoog, rt´er (met een eigen praktijk), haptonoom, en dergelijke gaan? En/of mag de therapeut onder schooltijd binnen de school zijn diensten uitoefenen?

    Artikel 41 lid 2 van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO)/artikel 46 lid 2 Wet op de expertisecentra (WEC) biedt de mogelijkheid tot het verlenen van vrijstelling van bepaalde onderwijsactiviteiten door het bestuur. De vraag is echter of hieronder de activiteiten van een rt´er (met een eigen praktijk), fysiotherapeut, et cetera vallen. Alleen als de huisarts, specialist of kinderpsychiater nadrukkelijk een verklaring afgeeft van de medische of psychiatrische noodzakelijkheid van de behandeling, dan kunnen de activiteiten als vervangende activiteiten worden beschouwd en mag de leerling tijdens schooltijd aan de vervangende activiteiten meedoen. Leerlingen hebben recht op 1.000 uur onderwijs ( of varianten 880 uur/940 uur) per schooljaar en de inspectie zal altijd vragen naar deze onderwijstijd. De inhoud van dit artikel heeft betrekking op vervanging van de ene onderwijsactiviteit door een andere onderwijsactiviteit. Het gaat erom dat er een alternatief wordt geboden als aan een bepaalde les niet wordt deelgenomen. Logopedie tijdens de taallessen zou bijvoorbeeld mogelijk als vervanging kunnen gelden, maar daarbij rijst de vraag of de logopedist in dienst is van het bestuur of ingehuurd is. En of het bestuur beleid hierop gemaakt heeft. In die gevallen is het antwoord 'ja'.

    Het antwoord is 'nee' als de logopedist een zelfstandige is (niet aansprakelijk te stellen want hij of zij heeft geen bestuursaanstelling c.q. bestuursbenoeming), dan zullen de activiteiten na schooltijd moeten plaatsvinden in de eigen praktijk van de therapeut.

    Het is niet aan de ouders om te bepalen of hun zoon of dochter aan vervangende activiteiten voor de schoolactiviteiten mag deelnemen. Dit moet plaatsvinden in overleg met de directie van de school en is gebonden aan wet- en regelgeving.

    Tot slot zijn er nog enkele bijkomende aandachtspunten:

    • heeft de school, of het bestuur, uitspraken gedaan over commercieel gebruik van het gebouw, over de inbreng van de commercie in het schoolactiviteitenplan?
    • is de gemeente op de hoogte in verband met onderhuur?
    • heeft de (G)MR met een en ander ingestemd?
    • als een leerling vrij wil hebben voor een middag of een dagdeel om onderzoek te doen, dan geldt genoemd wetsartikel niet.
  • Overgangsregeling wet schooltijden versie 2019-2020 Het vernieuwde versie Instrument overgangsregeling wet schooltijden versie 2019-2020 van oktober 2019 met de aangepaste bedragen vanuit de Regeling bekostiging Personeel PO 2019-2020 gepubliceerd in de Staatscourant nr. 57499 van 23 oktober 2019.

    Downloads

    Overgangsregeling wet schooltijden – versie 2019-2020(xls)
  • Een schooljaar loopt van augustus tot augustus. De inspectie berekent de onderwijstijd echter van 1 oktober tot 30 september. Welke berekening moeten schoolleiders aanhouden?

    De inspectie kijkt naar het aantal vierdaagse schoolweken in de periode van 1 oktober tot 30 september in het volgende jaar. Dit houdt verband met het verschil in het aantal schoolweken dat scholen in opeenvolgende schooljaren kunnen hebben als gevolg van de spreiding van de zomervakantie. De week waarin 1 oktober valt, wordt nog meegerekend als 1 oktober in die week op een donderdag of vrijdag valt. Valt 1 oktober in die week op een maandag, dinsdag of woensdag, dan hoort die volledige week bij het volgende berekeningstijdvak.

  • Waar moet ik als schoolleider rekening mee houden bij het invoeren van andere schooltijden?

    Ingegeven vanuit maatschappelijke veranderingen is de afgelopen tijd de behoefte aan andere schooltijden in het primair onderwijs gestegen. De mogelijkheden voor het basisonderwijs liggen in verschillende schooltijdmodellen, waarbij ook de wet- en regelgeving een rol speelt. In de eerste plaats is de rol, positie en mening van de ouders van belang. De flexibilisering van de schooltijden geldt voor scholen voor basisonderwijs, scholen voor speciaal basisonderwijs en scholen en instellingen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Scholen en schoolleiders moeten bij het invoeren van andere schooltijden rekening houden met zaken als (voldoende) onderwijstijd, werk- en rusttijden voor leerkrachten, overblijfmogelijkheden, de keuze van het schooltijdmodel en bijvoorbeeld de verplichte ouderenquête.

    In aansluiting op deze aandachtspunten en vraagstukken heeft de AVS een publicatie samengesteld (verschijnt binnenkort) in het kader van invoering van andere schooltijden. Ter illustratie een weergave uit de publicatie:

    Parttime leerkracht
    Verandering van schooltijden kan gevolgen hebben voor leerkrachten die in deeltijd werken, omdat het aantal lesuren wijzigt ten opzichte van de ‘oude’ schooltijden. Het vijf-gelijke-dagenmodel heeft bijvoorbeeld meer uren op woensdag in vergelijking met de ‘oude’ situatie, waarin sprake is van een lesvrije woensdagmiddag. Immers, de woensdag is dan net zo lang als alle andere werkdagen van de week. Ook kan het gevolgen hebben als de school overgaat naar het vijf-gelijke-dagenmodel, waarbij gekozen wordt voor vijf lesuren per dag. De 940 lesuren worden in totaliteit – over een geheel schooljaar gezien – gemakkelijk gehaald, maar voor een individuele parttime leerkracht kan het uitmaken, omdat hij of zij korter werkt op de ‘lange’ dagen en langer werkt op de ‘korte’ woensdag. De werktijdfactor blijft echter ongewijzigd, ook als het aantal lesuren op een aantal dagen naar beneden wordt bijgesteld. Dit geldt voor elke ‘zittende’ leerkracht.

  • Waarmee moet u rekening houden bij de invoering van andere schooltijden?

    Steeds vaker komt bij de helpdesk de vraag binnen wat te doen bij de invoering van andere schooltijden. Als de school – uit naam van het bestuur – overweegt andere schooltijden in te voeren, moet een aantal stappen worden gezet. De eerste stap is de oriëntatie. Hierbij is van belang om de ambitie te formuleren (Waarom willen we dit eigenlijk?), de startsituatie in kaart te brengen (Hoe is het nu?) en hierover een visie te formuleren. Stap twee is de voorbereiding. Hierbij zijn achtereenvolgens van belang: het formeren van en maken van afspraken met een werk-, project- of kerngroep, het organiseren van informatiebijeenkomsten, peiling van behoeften en wensen, de keuze voor een van de schooltijdmodellen en de uitwerking daarvan voor wat betreft organisatie, personeel, huisvesting en fi nanciering. Vervolgens moet besluitvorming plaatsvinden. Het kan een overweging zijn om daartoe een pilot uit te voeren. Deze stap wordt afgerond met het maken van een plan van aanpak voor invoering, waarbij het continu investeren in draagvlak onder ouders en werknemers een aandachtspunt is. De laatste stap betreft de daadwerkelijke invoering: het starten met de nieuwe schooltijden. Hierbij is het belangrijk om tussentijds te evalueren en bij te stellen. Voer na verloop van tijd een tevredenheidonderzoek uit en communiceer over de voortgang en resultaten hiervan naar ouders en werknemers. In het tweede schooljaar kunnen dan, indien nodig, aanpassingen worden doorgevoerd.

    Uiteraard moeten schoolleider en bestuur bij de invoering van andere schooltijden rekening houden met de wettelijke bepalingen. De wet verplicht de school de onderwijstijd van 7.520 uur over acht schooljaren te realiseren. Het verschil tussen onder- en bovenbouw mag vervallen. Als gekozen wordt voor een verschillend aantal uren in onder- en bovenbouw geldt dat leerlingen in de eerste vier leerjaren tenminste 3.520 uur les krijgen (gemiddeld 880 uur per schooljaar) en in de laatste vier schooljaren ten minste 3.760 uur. Uitgaande van gemiddeld 940 uur per schooljaar kunnen de resterende 240 uur door de school worden ondergebracht bij ofwel de leerjaren 1 tot en met 4, ofwel 5 tot en met 8, ofwel gedeeltelijk bij de leerjaren 1 tot en met 4 en gedeeltelijk bij die van 5 tot en met 8.

    Overgangsregeling Om te voorkomen dat kinderen lesuren tekort komen moet de school een overgangsregeling hanteren Deze regeling duurt ongeveer vier schooljaren, afhankelijk van de reeds opgebouwde uren in voorgaande jaren op het moment van invoering. Bij plannen voor het wijzigen van de schooltijden moet het bestuur eerst alle ouders raadplegen (artikel 15.3 WMS). Dit kan door vooraf een referendumkader op te zetten: enquêtelijst samenstellen, percentage respons bepalen en percentage instemming formuleren. Ook heeft de (G)MR instemmingsrecht (artikel 13 lid h WMS). Als de aanpassing van de schooltijden gevolgen heeft voor de rust- en werktijden, dan is instemming vereist van de geleding personeel van de (G)MR (artikel 2.4 lid 3 cao po en artikel 12 lid d WMS).

  • Kan een leerling ook al voor zijn vierde jaar tot de school toegelaten worden?

    In de periode van de leeftijd van 3 jaar en 10 maanden tot het bereiken van de leeftijd van 4 jaar kan de school kinderen gedurende ten hoogste 5 dagen, dus dit kunnen ook 10 dagdelen zijn, toelaten. Deze kinderen zijn geen leerlingen in de zin van de wet. Zij tellen dus niet mee op een teldatum van een school.

  • Waarom kan de indeling van schooltijden alleen stapsgewijs plaatsvinden?

    Tot 1 augustus 2006 was het wettelijk vastgesteld aantal uren onderwijs voor de onderbouw (1 t/m 4) 880 per leerjaar en voor de bovenbouw (5 t/m 8) 1000 uur. Scholen die er voor kiezen om voortaan gemiddeld 940 uren onderwijs per leerjaar te geven, zullen hiervoor een meerjarenplanning moeten maken. Dit komt omdat anders niet alle leerlingen over een periode van 8 jaar het minimum aantal uren van 7520 hebben ontvangen.

    Zie onderstaand rekenvoorbeeld. (Klik voor een vergroting)

    rekenvoorbeeldenthumb.png
    klik voor een vergroting

     

     

    Downloads

  • Wanneer kan een school overstappen naar een andere indeling van de schooltijden?

    De oudergeleding in de medezeggenschapsraad heeft instemmingsrecht bij het vaststellen of wijzigen van de schooltijden.Voorafgaand aan de vaststelling (of wijziging) van de schooltijden in de medezeggenschapsraad worden alle ouders hierover geraadpleegd. Een wijziging kan pas plaatsvinden als de meningen van de ouders zijn gepeild. Dit om te voorkomen dat ouders en kinderen onvoorziene problemen krijgen door veranderingen in de schooltijden.

  • Zijn driedaagse schoolweken ook toegestaan?

    De inspectie controleert of een school zich houdt aan de 7 vierdaagse schoolweken voor de groepen 3 tot en met 8. De inspectie heeft scholen er al op gewezen dat het maken van een 3-daagse schoolweek in strijd is met de wet en aangegeven dat dit absoluut niet de bedoeling is en aangepast dient te worden. Een schoolweek van drie of minder dagen is in feite een week waarin sprake is van een aantal dagen vakantie. Dit is alleen niet zo als er 2 algemene feestdagen in zo’n week vallen.De vrijdag na Hemelvaart is meestal een vakantiedag, dat wil zeggen dat de school gesloten is. De vrijdag na Hemelvaart hoort bij de reguliere vakantie. Als een plaatselijke erkende feestdag, bijvoorbeeld het Leidens ontzet op 3 oktober valt, dan mag de school de vrijdag ook vrij geven. Deze week telt dan echter wel mee als 1 van de 7 onvolledige schoolweken.

  • Telt een avondactiviteit als lestijd?

    Nee, we hebben het over dagonderwijs. Onder lestijd wordt het reguliere lesrooster verstaan. Ook een werkweek telt als zodanig niet als extra lestijd.

  • Scholen die meer dan 5,5 uur per dag inroosteren hebben veel marge-uren opgebouwd. Kun je als school deze uren gebruiken om een extra vakantie in te roosteren?

    De school is vrij vakantieweken in te roosteren, als voldaan wordt aan het wettelijke minimum aantal uren onderwijstijd. Het ministerie OCW geeft voor vakanties adviesdata. Scholen bepalen zelf in samenspraak met de MR wanneer de vakantieweken (adviesrecht MR) zijn. Het verdient aanbeveling om de vastgestelde vakanties in de schoolgids op te nemen, zodat alle ouders op de hoogte zijn van de vakantiedata. De zomervakantie vormt een uitzondering hierop. De zomervakantie is een verplichte vakantie van 6 weken. Volgens de ‘Regeling spreiding zomervakanties’ kan deze niet worden opgerekt, anders dan 2 dagen onmiddellijk voor, of 2 dagen onmiddellijk na het einde van de voorgeschreven begin- of einddata.

  • Hoe zit het met de vierdaagse schoolweek?

    Je gaat uit van een vijfdaagse schoolweek. Dit geldt voor normale weken waarin geen feestdagen vallen. Scholen mogen voor de groepen 3 tot en met 8 maximaal 7 keer per jaar een vierdaagse schoolweek inroosteren. Weken die vierdaags zijn, omdat de school gesloten is vanwege een algemene feestdag, tellen niet mee. Scholen moeten in de schoolgids duidelijk aangeven in welke weken slechts vier dagen les wordt gegeven, zodat ouders al voor het begin van het schooljaar op de hoogte zijn. Voor leerlingen in de groepen 1 en 2 is een vierdaagse schoolweek wel toegestaan. Het mogelijke `tekort´ aan uren, moet dan wel in de resterende zes schooljaren worden ingelopen.

  • Als een school een aparte instroomgroep, een 0-groep kent, valt die dan onder de wet Schooltijden?

    De Wet op het Primair Onderwijs (WPO) kent geen groep 0. Op het moment dat een 4-jarige naar school gaat, valt de leerling onder de WPO. Deze wet kent geen groep 0, alleen groep 1 t/m 8. Alle 4-jarige leerlingen stromen in leerjaar 1 in. Een deel van de leerlingen zal in augustus doorstromen naar groep 2 en een ander deel zal mogelijk nog deel uitmaken van leerjaar 1. In een instroomgroep moeten dus evenveel uren gemaakt worden als in groep 1. Sommige leerlingen zullen niet aan de 7520 uur komen over 8 leerjaren, andere leerlingen zullen meer uren krijgen. Verder staat duidelijk in artikel 8 van de WPO dat het onderwijs zodanig wordt ingericht dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het dient afgestemd te worden op de voorgang in de ontwikkeling van de leerlingen.

  • Mogen leerlingen ook meer dan de voorgeschreven 7520 uur les krijgen?

    In de WPO staat dat het tenminste 7520 uur moet zijn. Je spreekt dus over een ondergrens. Elke school mag over 8 leerjaren meer onderwijs geven, maar niet minder.

  • Hoe ga je om met een leerling die halverwege een schooljaar in een groep instroomt vanuit een andere school?

    De school hoeft niet voor elke leerling afzonderlijk het aantal uren bij te houden. De schooltijden worden vastgesteld voor groepen leerlingen. Voor een leerling die tussentijds instroomt, hoeft de onderwijstijd niet apart te worden geregistreerd.

  • Hoe stelt een school vast dat leerlingen over 8 jaar tenminste 7520 uur onderwijs krijgen?

    Per leerjaar (groep) dient bijgehouden te worden hoeveel uren onderwijs zijn gegeven. Als scholen overgaan op bijvoorbeeld het Hoorns model (940 uur op jaarbasis), dan dienen ook de achterliggende schooljaren meegenomen te worden om te bepalen of er in elke 8 jaren totaal 7520 uur onderwijs gegeven is. Bij de registratie dient ook rekening gehouden te worden met de keren dat er onverwacht lessen zijn uitgevallen.